De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Emancipatie in het onderwijs (2)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Emancipatie in het onderwijs (2)

9 minuten leestijd

Het onderwijs in de greep van de emancipatie

Aan de hand van het beleidsplan Emancipatie, opgesteld door de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, mevrouw A. Kappeyne van de Coppello, aangeboden aan de Tweede Kamer in het vergaderjaar 1984-1985, wil ik heel in het kort proberen te schetsen hoe de toenmalige regering over het regeringsemancipatiebeleid dacht. Ik citeer uit de genoemde nota: 'Het kabinet ziet het emancipatieproces, dat leidt tot gelijke maatschappelijke posities voor vrouwen en mannen, als een onomkeerbare en uit rechtvaardigheidsoverwegingen ook beleidsmatig gewenste ontwikkeling. Het kabinet volgt hiermee, zoals in het vorige hoofdstuk gesteld, een autonome ontwikkeling, een proces van sociaal-culturele verandering dat koerst in de richting van vernieuwing van het maatschappelijk bestel.

Het kabinet acht het voor de voortgang van dit proces noodzakelijk barrières weg te nemen en sturend op te treden om overgangsproblemen en de bijbehorende fricties zoveel mogelijk te doen verminderen. Het kabinet kiest daarom als centrale beleidsdoelstelling voor het regeringsemancipatiebeleid voor de middellange termijn: het bevorderen van de ontwikkeling van de huidige maatschappij, waarin het sekseverschil nog in zo grote mate is geïnstitutionaliseerd naar een pluriforme maatschappij, waarin ieder ongeacht sekse of burgerlijke staat de mogelijkheid heeft een zelfstandig bestaan te verwerven en waarin mannen en vrouwen gelijke rechten, kansen, vrijheden en verantwoordelijkheden kunnen realiseren' (12).

Even verderop lezen we: 'Voor deze grotere zelfstandigheid is essentieel dat iedere volwassene in staat zal zijn in het eigen levensonderhoud te voorzien en voor zichzelf te zorgen en in vrijheid te kiezen voor het aangaan van relaties en voor het nemen van verantwoordelijkheid voor kinderen. In die situatie zullen de ongelijkvormige afhankelijkheidsposities van mannen en vrouwen in persoonlijke relaties zijn teruggedrongen' (13). ­

Op dezelfde bladzijde lezen we: 'In het begrip 'pluriforme maatschappij' ligt de maatschappelijke erkenning besloten van de variëteit van gedrags- en relatievormen, waarbij het bestaande huwelijksmodel niet im- of expliciet als enig uitgangspunt wordt genomen. Het kabinet is er zich van bewust dat met name bij de tot standkoming van nieuwe rechtsregels ten aanzien van niet-huwelijkse relatievormen zorgvuldig moeten worden afgewogen of deze niet van een in ons rechtssysteem ongefundeerde veronderstelling van economische afhankelijkheid tussen de partners uitgaan' (13).

Tenslotte citeer ik van diezelfde bladzijde de volgende drie subdoelstellingen:

a. het verzekeren van gelijke rechten van vrouwen en mannen;

b. het bereiken van structurele veranderingen waardoor sekseverschil niet langer een van de pijlers van de maatschappelij­ ke organisatie vormt;

c. het doorbreken van beeldvorming in termen van mannelijkheid en vrouwelijkheid.

Doorvoering

Uit dit beknopte overzicht mag blijken hoezeer het de regering ernst is met het doorvoeren van het emancipatiebeleid. In een lezing die inmiddels gepubliceerd is in 'De Reformatorische School' heb ik gewezen op een beleidsstuk van mevrouw Ginjaar-Maas, gedateerd 28 november 1983. In deze nota wordt gesproken over een actief onderwijsemancipatiebeleid om de onderwijsachterstand van meisjes en vrouwen in het onderwijs terug te dringen. Men kan in de tekst van genoemde lezing uitvoeriger citaten aantreffen. Voor dit ogenblik volsta ik met de volgende opmerkingen, te lezen in genoemd stuk: 'Bij iedere nieuwe beleidsontwikkeling van enige omvang zal een ambtenaar worden belast met het bewaken van het facet emancipatie met betrekking tot dat beleid' (17).

Verderop lezen we: 'Aan de SLO zijn voor de periode 1983-1986 middelen beschikbaar gesteld om een medewerkster aan te trekken voor 0, 6 weektaak die zich gaat bezighouden met de emancipatieproblematiek in de leerplanontwikkeling. Voor 1983 en 1984 zijn middelen beschikbaar om roldoorbrekend lesmateriaal te ontwikkelen'.

En even verderop: 'De Vereniging Bijzondere Scholen voor onderwijs op algemene grondslag zal in opdracht van de SLO, materiaal vervaardigen ten behoeve van de Pabo's. Doel van het projekt is het ontwikkelen van een programma dat gericht is op het bewust maken van aanstaande leerkrachten van rolbevestigende elementen in toekomstige onderwijssituaties' (25). Er zullen cursussen worden opgezet, die emancipatie met name door roldoorbrekend onderwijs wil nastreven. Ten behoeve van dit alles is er een materialenbank Onderwijs-Emancipatie opgericht. Men kan in dit beleidsstuk lezen hoeveel geld en hoeveel intensieve aandacht besteed wordt aan het emanciperen van het onderwijs.

Hoezeer het de regering ernst is met deze roldoorbreking moge blijken uit het feit dat het reeds genoemde boek 'Sekseongelijkheid en onderwijs' tot stand is gekomen, zoals we binnenin lezen, mede dankzij subsidie van het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen. Met name dit boek van de dames Petit en Sterringa is een program van aktie om in het onderwijs de emancipatie hoog in het vaandel te zetten. Niet zonder reden luidt de ondertitel: 'Wat Jip en Janneke (nog) niet leren in de docentenopleiding'. Dat de inhoud van dit boek in de docentenopleiding verwerkt moet worden is de duidelijke bedoeling van de schrijfsters, maar kennelijk ook van het Ministerie dat deze uitgave subsidieerde.

Onlangs heeft Minister De Koning bij de opening van het Gelders Steunpunt Vrou­wenwerk een rede gehouden waarin nadrukkelijk wordt vastgesteld: 'Om het mogelijk te blijven maken dat mensen niet om oneigenlijke redenen, maar uit goede gronden er voor kiezen bij elkaar te blijven of uiteen te gaan, is het van belang dat vrouwen in hun eigen onderhoud kunnen voorzien'. Ik citeer met instemming en commentaar van het Nederlands Dagblad op deze rede: 'Het kwalijke van deze gedachtengang is de volstrekte vrijblijvendheid waarmede hier over het huwelijk wordt gesproken. De liefde heeft wel een centrale norm, maar is kennelijk geen norm in de zin van een opdracht, maar een voorwaarde. Als de liefde verdwenen is, moet je uiteengaan en niet door economische afhankelijkheid aan elkaar vast blijven zitten'. In een zeer recent verschenen interview onder de titel: 'Emancipatiebeleid kan 'n man ook doen' stelt Minister De Koning: 'Als je economisch onafhankelijk bent, vergroot dat je keuzevrijheid. Het moet niet zo zijn dat je moet kiezen voor het verzorgen van een gezin, omdat het niet anders kan. Vrouwen moeten het meeste zelf doen, maar de overheid moet zorgen dat ze die keuze kunnen maken. Voorzover dat op mijn weg ligt zal ik zorgen dat het kan'.

Uit dit overzicht mag geconcludeerd worden dat het de regering en verschillende maatschappelijke organisaties ernst is om het onderwijs te gebruiken teneinde emancipatie in de Nederlandse samenleving te bewerken; beter nog kan ik zeggen: om de emancipatie van de Nederlandse Samenleving tot stand te brengen.

Conclusies

Ik wijs nu op enkele punten die als conclusie uit dit program van aktie naar voren springen:

— Economische onafhankelijkheid van man en vrouw, en van de vrouw ten opzichte van de man.

— Het moederschap mag niet verplichten tot deze economische afhankelijkheid. Het moederschap moet beoefend kunnen worden zonder dat de vrouw op onderhouding door de man is aangewezen.

— Deelnemen aan het arbeidsproces is bij uitstek het teken van de nagestreefde onafhankelijkheid.

Het moet opvallen dat twee punten uit het programma van Marx nu in het beleid van de Nederlandse regering worden opgenomen en uitgevoerd. Dat is de economische onafhankelijkheid en dat is het deelnemen aan het arbeidsproces als teken van die economische onafhankelijkheid. Marx had zich geen beter en gemakkelijker overwinning van zijn idealen kunnen denken dan dat een rechtsliberaal kabinet, als ik het zo mag typeren, zijn program van aktie wil uitvoeren.

Ik wijs er nog op dat consequentie van deze opvatting moet zijn dat de overheid voor de opvang van kinderen moet zorgen. De roep om een dergelijke door de overheid verzorgde opvang klinkt alom in onze samenleving. Er moeten gelden voor beschikbaar worden gesteld. Het ontbreekt er nog maar aan dat de overheid zelf voor de kinderen moet zorgen.

Een ander punt dat in dit programma ligt opgesloten is dat van verplichte arbeid. Als het voornemen niet gekeerd wordt, zullen in 1990 alle vrouwen vanaf hun 18e jaar verplichte arbeid moeten gaan verrichten of zich daarvoor laten inschrijven.

— Het is duidelijk dat dit emancipatiestreven gebouwd is op de principiële relativering van het huwelijk als dé verhouding voor man en vrouw. Een duidelijke stimulans voor een verandering in visie op het huwelijk is de in de literatuurlijst genoemde publicatie van mevr. prof. leteke Weeda. Haar stelling is: 'Van het gezin als hoeksteen van de samenleving naar de mens als middelpunt van een eigen vriendschapsnetwerk' (63). Dit is een programma om het huwelijk van zijn centrale betekenis te beroven. Met nadruk verwijs ik naar deze studie, omdat ze alles weg heeft van een programma van de emancipatiebeweging en van het feminisme, met betrekking tot de terzijdestelling van het huwelijk.

Actieve rol

Uit dit alles moet geconcludeerd worden dat de overheid een actieve rol wil spelen in de doorbreking van de rol van man en vrouw; en in het economisch onafhankelijk maken van man en vrouw. Dit hele programma kan niet los gezien worden van de verzorgingsstaat, waarin wij leven. De ideologische achtergrond en stimulans van de verzorgingsstaat is de gelijkheid van man en vrouw. Binnen het kader van de verzorgingsstaat krijgt de emancipatiebeweging een geweldige ruimte tot ontplooiing. Omgekeerd vraagt deze emancipatiebeweging op haar beurt om de verzorgingsstaat. Er is van onderscheiden zijden op gewezen dat de overheid in een verzorgingsstaat de rol gaat spelen, respectievelijk moet gaan spelen van het aangeven van de normen voor het geluk van de burgers. In dit kader krijgt de overheid een belangrijke stem, namelijk om ethische normen verplicht aan de samenleving op te leggen. Iets daarvan hebben we al gezien in de discussies rondom het 'Voorontwerp Wet Gelijke Behandeling'. Hetzelfde treffen we nu aan met betrekking tot de emancipatie. Veelvuldig wordt gesproken over de pluriformiteit van de samenleving. Deze is echter schijn. Wie de uitgangspunten van het emancipatiebeleid niet aanvaardt en wie principiële kritiek heeft op de dirigerende en dwingende rol van de overheid in de verzorgingsstaat, wordt buiten de discussie en buiten spel geplaatst. Hem wordt het recht om mee te spreken ontzegd.

Binnen de pluriformiteit van opvattingen is voor zijn overtuiging geen plaats. Men bedenke hoe gevaarlijk deze ontwikkeling is. Zij is de opstap naar een, wat opvattingen en levensovertuiging betreft totalitaire staat. Ik herinner aan deze samenhang om erop te wijzen dat de ideologie achter de emancipatiebeweging een rijke voedingsbodem vindt in de ideologie van de verzorgingsstaat. Ook het omgekeerde is het geval.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 maart 1987

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Emancipatie in het onderwijs (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 maart 1987

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's