Globaal bekeken
In 1974 werden bij Bosch en Keuning uitgegeven de 'Verzamelde Werken' van prof. dr. C. Gerretson, als literator bekend onder het pseudoniem Geerten Gossaert.
Op 11 October 1947 hield Gerretson een rede bij het graf van Groen van Prinsterer in Den Haag na een kranslegging aldaar. Hier volgt het aansprekende slot van zijn toespraak.
'En nu nog een laatste woord.
Wat was de kracht van dat leven? Dat leven van geweldige werkzaamheid, schier onbegrijpelijk: die man die elke morgen om zeven uur aan zijn schrijftafel zat, en dat heeft volgehouden dat hele leven lang, zevenendertig jaar lang, tot zijn dood toe.
Gij weet dat hij zelf dat heeft gekarakteriseerd: "Ik ben geen staatsman, maar een Evangeliebelijder". Ik vond in het jaar 1847 een brief van hem aan de zoon van zijn grote vriend Willem de Clercq, Gerrit de Clercq, waarin hij dat nog even toelicht in een woord dat ik hier wil aanhalen: "Er is voor ieder mens op den duur maar ene keus: volstrekt ongeloof of volledige onderwerping aan Christus".
Er is op het ogenblik een moderne historicus, Toynbee, die op het ogenblik zeer veel opgang maakt in Amerika, en diens theorie is: een volk heeft zijn opgang en een volk heeft zijn ondergang; en als eenmaal de neergang begonnen is, dan is er geen houden meer aan!
Er is geen houden meer aan; maar er is één mogelijkheid, zegt Toynbee: dat is wanneer dat volk tot bekering komt
Ook ons volk, hoorders, staat op de rand van de afgrond. Het Koninkrijk der Nederlanden wankelt. God alleen kan het behouden. Moge ook ons volk, hoewel de ondergang thans bijna zeker schijnt, menselijkerwijze gesproken, in die bron, het geloof aan Christus, de bron vinden voor eigen regeneratie!'
***
Uit dezelfde verzamelde werken een korte brief van Gerretson aan dr. P. H. Ritter jr. over Multatuli. Dit jaar is een Multatuli-jaar, omdat het honderd jaar geleden is dat Multatuli, pseudoniem voor Eduard Douwes Dekker, schrijver van o.a. de bekende Max Havelaar, stierf. Allerwegen wordt ruime aandacht aan hem geschonken. Hij bestreed fel het christendom, was tenslotte vrijdenker en anarchist. Hier volgt de brief van Gerretson, die aan duidelijkheid niets te wensen over laat.
'Beste Henricus,
Al sla je me dood: ik heb geen oordeel over Multatuli en wens er ook geen te hebben.
Mijn relatie tot de man is beëindigd op mijn veertiende jaar en wel op het Toepad naar Kralingseveer op een wandeling met mijn vader. Ik had toen, zoals alle jongens op die leeftijd, wat in de ideeën gelezen en waagde het er mijn vader over te spreken.
Hij luisterde aandachtig en antwoordde tenslotte, ik weet nog niet in scherts of in ernst: "Dat staat op het niveau van een verlichte schoolfrik. Op dat niveau denken de Gerretsons niet".
Aangezien ik nu een goed zoon van mijn vader wilde zijn, heb ik op dat niveau, en dus ook aan Multatuli, niet meer gedacht
Je zult me dus wel willen excuseren. Als steeds hartelijk totus tuus.
Carolus'
***
In De Stem, een niet confessioneel gebonden maandblad, staan telkens puntige gezegden. Hier volgen er enkele.
'Een mens is zo groot als de dingen waaraan hij zich ergert.'
'Een edelsteen kan zonder wrijving niet worden gepolijst; evenmin kan een kind van God zonder tegenspoed worden gereinigd.'
'De duivel heeft er niets op tegen dat iemand zich tot het christendom bekeert, zolang hij er maar niet naar leeft.'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 maart 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 maart 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's