Hoe Bullinger preekte over Christus' lijden
Van Bullinger, de hervormer van Zurich, zijn enkele Lijdenspreken bewaard gebleven. Niet in zijn Huysboeck, maar los daarvan.
Dat heeft ons ertoe gebracht eens na te gaan, hóe hij over Christus' lijden gepreekt heeft; vooral welke boodschap hij daaraan ontleend heeft.
Het resultaat is te vinden in dit artikel. Wij vatten het samen in 4 punten.
Geschiedenis
1. Bullinger heeft in zijn Lijdenspreken de gemeente van Christus te Zurich uitvoerig ingeleid in de kennis van de geschiedenis van 's Heeren lijden en sterven. De hele geschiedenis heeft hij verteld. Na elk onderdeel daarvan maakte hij zijn 'toepassingen'. De toepassingen vloeien op een ongekunstelde wijze steeds uit de exegese van de behandelde tekst voort.
Wij bemerken hoe in de tijd van de Reformatie der kerk, het kerkvolk het wel heel erg nodig had, dat het de bijbelse geschiedenissen weer leerde kennen. De roomse predikheren hadden het volk vaak bezig gehouden met allerlei heiligenlegenden, of zelfs met banale grapjes. De Bijbel werd niet meer gekend. Daarom hebben de hervormers, en ook Bullinger, zich erop toegelegd de Bijbelkennis onder het volk te vermeerderen. Zij namen hele pericopen als tekst, en legden die dan uit. Op een eenvoudige en tegelijk praktische wijze.
Soms komt men bijzonder mooie opmerkingen tegen. Eén van die opmerkingen in Bullingers Lijdensprediking is deze: In de hof Gethsemané, waar Petrus het zwaard nam, richtte Petrus niets uit, maar toen hij later op de Pinksterdag te Jeruzalem het zwaard van Gods Woord ter hand nam, bracht hij enige duizenden van de dood tot het leven.
Boodschap
2. Bullingers eigenlijke boodschap in zijn Lijdensprediking is die van de verzoening. Christus heeft met zijn dood voor ons de zonden uitgedelgd, en dat is de voornaamste vrucht van zijn lijden, zegt Bullinger. Op deze 'hoofdzaak' komt Bullinger herhaaldelijk terug. Ik geef nu achter elkaar een aantal citaten, die dat bevestigen. Onze zeer goede Heere heeft ons vrijgemaakt van de banden van de eeuwige verdoemenis. — De Heere Jezus Christus is de ware Verlosser en Messias, die in de wet en de profeten is beloofd, in Wie alleen wij eeuwige rust vinden, verkocht en verlost zijnde door de prijs van zijn bloed; dat is de voornaamste vrucht van zijn lijden. — Laat ons, o broeders, bedenken dat de Zoon van God voor ons gekruisigd werd. — Ge moet bij het kruis niet staan als een blote toeschouwer, maar laat ieder bedenken dat onze Heere Christus een Hogepriester is, die zijn ambt ten uitvoer bracht. — Het Kruis moet ge houden voor een heilig altaar waarop Hij het offer van zijn leven bracht, tot reiniging van de zonden van de gehele wereld en van alle tijden. — Christus stortte zijn bloed en stierf aan het Kruis, opdat Hij ons van onze zonden zou reinigen. — Omdat 's Heeren lijden de hele wereld moest veerlossen, moest het het allerbitterste lijden zijn. — Tot zo ver. Men ziet, in Bullingers Lijdensprediking heeft de verzoening door Christus' bloed centraal gestaan. Zij was hem, zoals hij zelf meer dan eens in zijn preken zegt, het voornaamste.
Geloof en boetvaardigheid
3. Bullingers Lijdensprediking was een oproep tot geloof en boetvaardigheid. Bullinger noemt steeds eerst het 'geloof en dan dé 'boetvaardigheid' ofwel het 'berouw'. Als hij het heeft over Petrus en diens diepe val, dan zegt hij: Laten gevallenen nooit wanhopen, maar steeds de toevlucht nemen tot de barmhartigheid Gods, door geloof en boetvaardigheid. Judas' boetvaardigheid, aldus Bullinger, is éen valse boetvaardigheid geweest. Waarom? 'Hem ontbrak het vertrouwen op Gods barmhartigheid.' De moordenaar aan het kruis verfoeide zichzelf, billijkte het rechtvaardige oordeel Gods en deed belijdenis van zijn zonden. Dit alles, zegt Bullinger, 'sproot voort uit het geloof. Zijn berouw was dus een vrucht van het geloof Bullinger voegt hieraan toe: Alle zondaren hebben in deze moordenaar een voorbeeld, waaruit zij kunnen leren, hoe zij zich tot Christus moeten bekeren en zalig kunnen worden.
Natuurlijk betekent dit niet, dat het berouw of de boetvaardigheid door Bullinger niet ten volle ernstig zou zijn genomen. Wel degelijk; dat bewijzen de volgende uitspraken: Wij zijn allen zo lang stinkende en besmet voor het aangezicht des Heeren vanwege onze natuur en zonden, totdat Christus door zijn bloed onze vuiligheid afgewassen en gezuiverd heeft. En als Bullinger zijn hoorders uitnodigt om plaats te nemen bij het Kruis, dan zegt hij: Laten wij schreien om onze zonden, want die zijn de oorzaak van Jezus' pijn. Onboetvaardigheid houdt ons, evenals Judas, buiten het koninkrijk Gods.
Bullinger kent aan de boetvaardigheid ook een belangrijke plaats toe in de heiliging van het leven. Hij zegt namelijk dat wij de oude mens moeten doden en uitzuiveren door een 'boetvaardig leven'.
Een waar exempel (voorbeeld) van boetvaardigheid heeft Bullinger gezien in Petrus, die zijn zonden bitter beweende. In verband daarmee zegt Bullinger: Alle zondaren die boetvaardig zijn is door het lijden van onze Heere Jezus Christus de weg tot God geopend. Als er boetvaardigheid is, dan geeft de Heere een 'volkomen absolutie', zoals Hij ook aan de moordenaar aan het kruis gaf.
Zo heeft Bullinger zijn hoorders dus steeds opgeroepen tot geloof en boetvaardigheid; het laatste als een vrucht van het eerste.
Vermaan
4. Bullingers Lijdensprediking was vol vermaan tot een waar christelijk leven. Het is opvallend zoveel praktische opmer kingen Bullinger steeds gemaakt heeft bij alle mogelijke onderdelen van de Lijdensgeschiedenis. Al is bij hem Christus in de eerste plaats de Hogepriester die het zoenoffer bracht, diezelfde Christus is ook exempel, voorbeeld. Aan zijn bidden in Gethsemané ontleent Bullinger de volgende vermaningen. In nood moeten ook wij, evenals Hij, bidden; in dat bidden mogen wij niemand anders aanroepen dan God alleen, zo deed ook Jezus; wij moeten bidden met een hart vol geloof en overgave, zoals ook Christus bad; wij moeten al de begeerten van ons hart voor de Heere neerleggen, maar met onderwerping aan 's Heeren wil, want zo was het ook bij Christus.
Niet alleen Christus is, aldus Bullinger, voor ons voorbeeld geweest, Maria was het ook. Neen, niets wil Bullinger weten van de Mariaverering van de kerk van Rome. Er is ook geen sprake van dat hij aan Maria een plaats zou willen toekennen naast Christus. Maar toch heeft hij haar aan zijn gemeente ten voorbeeld willen stellen. Hij noemt haar een 'sonderlingh exempel' van geloof, lijdzaamheid en standvastigheid, namelijk toen zij bij het Kruis stond. De monniken hadden veel gebazeld over het 'weeklagen' van Maria bij het Kruis, maar Bullinger wil daar niet van horen. Zij hebben, zegt hij, de maagd Maria daarmee meer oneer, ja schande aangedaan dan eer. Zij hadden over Maria heel anders moeten preken. Zij hadden het kerkvolk moeten wijzen op haar geloof! En verder op haar lijdzaamheid en standvastigheid. En het kruiswoord 'Zoon, zie uw moeder' had hen ertoe moeten brengen om tegen de overheden te zeggen: Draagt zorg voor weduwen en wezen!
Treffend is hoe vaak het sociale aspect in 'Bullingers Lijdenspreken aan het licht treedt. Steeds wijst hij op de noodzaak van armenzorg. In het Oude Testament, zegt hij, waren de priesters fraai gekleed. Maar dat hóeft nu niet meer. De roomse priesters laten zich door het kerkvolk ook fraai aankleden. Maar Christus zelf, de Hogepriester, is naakt gestorven. Wij moeten het volk leren, zegt Bullinger dan, dat alle zaligheid alleen in de 'naakte Christus' is en verder dat zij Christus moeten aankleden in de armen!
Aktueel
De Lijdensgeschiedenis is door Bullinger op allerlei punten actueel gemaakt. Steeds moet de kerk van Rome het ontgelden, haar geestelijkheid en vooral ook het pausdom. Dat was in die tijd hoogst aktueel. Het was de tijd waarin velen om hun geloof door de kerk van Rome werden vervolgd. Bullinger herinnert daar ook aan in zijn preken. Wat een weelde, wat een gierigheid, wat een verwereldlijking in de kerk van Rome. De hervormingspogingen van paus Adrianus, aldus Bullinger, hebben niets uitgehaald. Rome wil geen hervorming. Op het Concilie te Trente zijn wij uitgenodigd, maar het was een geveinsde nodiging. Op dat concilie ging het er net aan toe als in het Sanhedrin, waarvoor Jezus zich moest verantwoorden. De zaak stond van tevoren al vast. Jezus was al veroordeeld, nog vóór Hij gehoord werd. En zo zijn allang onze boeken door Rome verbrand en zijn wij allang als ketters veroordeeld nog vóór het concilie eigenlijk begon.
Paradijs
Nog één ding. Mooi is het wat Bullinger zegt over het paradijs' dat door Christus aan de moordenaar beloofd werd. Dat paradijs, aldus Bullinger, is: het eeuwige leven, de eeuwige gelukzaligheid. En 'terstond' zal de Heere het ons geven 'als wij de laatste adem uitblazen'. Is dan ons heil volmaakt? Neen, er wacht ons nog een wederopstanding des vleses, en dan pas zal de zaligheid volkomen zijn. Intussen dragen wij met lijdzaamheid, naar het voorbeeld van de lijdende Christus al wat de Heere ons in dit tijdelijke leven oplegt. Niet dat wij het leed niet vóélen. Ook geloof verandert ons niet, zegt Bullinger, in 'stokken en blokken'. Ook de gelovigen voelen pijn en leed, en ook zij bidden om ervan verlost te worden. Zij zijn geen Stoicijnen, die 'hypocrieten', die het verdienen om door de hele wereld bespot te worden. Maar de gelovigen weten wél van het 'paradijs' dat hen wacht. Christus' belofte aan de stervende moordenaar, die als een boetvaardig zondaar in Hem geloofde, is een belofte voor alle ware gelovigen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 maart 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 maart 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's