De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Stip in achteruitkijkspiegel

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Stip in achteruitkijkspiegel

10 minuten leestijd

Het Evangelisatiecentrum van de Gereformeerde Kerken vierde twee weken geleden zijn veertigjarig bestaan met een samenkomst in de St. Joriskerk in Amersfoort. Tijdens die bijeenkomst bleek dat het karakter van het betreffende evangelisatiewerk maar ook de visie op het doel van evangelisatie drastisch veranderd waren. Voorzitter van de evangelisatiedeputaten, ds. P. A. Sillevis Smitt, citeerde een jaarverslag uit de beginperiode van het evangelisatiecentrum waarin nauwkeurig werd vermeld hoeveel kinderen op de evangelisatieclubs kwamen en hoeveel mensen bepaalde evangelisatiesamenkomsten bezochten. Dat werd nu niet meer gedaan. Men is 'bescheidener' geworden, rekent niet meer zo in aantallen. Ik citeer nu verder letterlijk:

'Vroeger vonden we dat deze wereld voor Christus gewonnen moest worden. Nu zijn er meer nuances. We zijn niet meer zo homogeen als toen. We zijn daardoor ook voorzichtiger geworden. We gaan er nu van uit dat die ander, die door God gezochte, ook een boodschap heeft. Het maakt het werk er niet eenvoudiger, maar wel evangelischer op'.

Duidelijk is dat zo de dialoog centraal staat in het evangelisatiewerk: de ander heeft ook een boodschap voor ons.

Heel duidelijk heeft dr. O. Jager intussen in Amersfoort gesproken over de inhoud van het evangelisatiewerk. 'Getuigen is een optelsom van wat we zeggen, doen en zijn', zei hij. Intussen deed hij deze sombere uitspraak: 'de kerk lijkt nog maar één generatie van haar ondergang verwijderd. Voor jongeren wordt de figuur van Jezus een steeds maar kleiner wordende stip in hun achteruitkijkspiegel'.

Ernstig

In de laatste bewoordingen van Okke Jager wordt op schrille wijze verwoord hoe ver de ontkerstening is doorgegaan. Helaas komen we uit de diverse krantenverslagen niet tegen dat over dit verschijnsel op zich bij genoemd evangelisatiecentrum ook ernstige verontrusting bestaat. Integendeel, we kunnen ons niet aan de indruk onttrekken dat van de nood een deugd wordt gemaakt. In ieder geval wordt een methode van evangeliseren aangeprezen, die meer met zijn en dóen — om de woorden van dr. Jager te gebruiken — te maken heeft dan met zéggen, liever nog verkondigen.

Het is al weer enige jaren geleden dat in Nederland een zendingsproject aan de or­de was. Een aantal visitatoren uit het buitenland heeft toen onze situatie doorlicht en kwam tot een analyse van de knelpunten in onze samenleving. Hun rapport ademde toen geheel een geest van maatschappelijk engagement. Evangelisatiewerk moest ingaan op de maatschappelijke structuren. Daarop is toen adequaat gereageerd door (o.a.) de Hervormde Bond voor Inwendige Zending door te stellen dat centraal moest staan het woord van de apostel 'wee mij als ik het Evangelie niet verkondig'. Welnu, bij het Evangelisatiecentrum van de Gereformeerde Kerken treffen we nu dezelfde geluiden als die van de visitatoren aan als het gaat om de weg, die we in het evangelisatiewerk moeten gaan. Drs. J. B. G. Jonkers, medewerker aan het centrum, promoveerde op 6 februari ll. te Nijmegen op een proefschrift, getiteld 'Doelen van evangelisatie'. Daarin spreekt hij over de vrijwilligers in het evangelisatiewerk, die voor het merendeel 'een traditioneel geloof hebben en evangelisatie beschouwen als werving van leden voor de kerk. Nagenoeg al degenen echter, die op basis van hun beróép zich bezig houden met evangelisatie, komen op grond van een 'alternatieve geloofsvisie' tot een omschrijving van het doel van evangelisatie als 'maatschappelijk engagement', maatschappelijke betrokkenheid.

Spiegel

Het wordt dunkt me tijd dat we onszelf als kerken de spiegel voor houden en niet in de allereerste plaats suggestieve opmerkingen maken over wat jongeren in hun achteruitkijkspiegel ontwaren. Wat ouderen vandaag zéggen dat jongeren ontwaren, ontwaren deze inderdaad morgen. Misschien moeten we wel zeggen dat we binnen de kerken zelf zó door de secularisatie zijn aangevreten dat we, wat we bij de jongeren suggereren, in feite bij de ouderen moeten zoeken. Jarenlang hebben de kerken zo op het sociale en politieke aambeeld gehamerd dat de persoonlijke dimensie van het geloofsleven naar de achtergrond verdwenen is. Al eerder gaven we iets door uit een boek van dr. J. D. te Winkel, getiteld 'Het wordt nooit meer als vroeger', waarin beschreven wordt hoe er een verschuiving plaats vond in de prediking (binnen de Gereformeerde Kerken) van persoonlijke gerichtheid naar maatschappelijke betrokkenheid. Is op deze wijze nu juist niét via de wereldgerichtheid de verwereldlijking bevorderd? Op zich is het beeld van Jezus, die we in de achteruitkijkspiegel als een kleiner wordende stip zien verdwijnen een profaan beeld. De vraag is echter maar of Je­ zus nog zo verkondigd wordt. Nu nog niet eens in het evangelisatiewerk maar in de gewone zondagse verkondiging, dat Hij ons uit heden Dezelfde is. En dan niet zo dat we Hem maar voor het grijpen hebben maar zo dat Hij ons wordt voorgesteld in Zijn opzoekende zondaarsliefde.

Een maatschappelijk evangelie is geen Evangelie, hoezeer er ook maatschappelijke consequenties zitten aan het leven naar het Woord Gods. Als Jonkers poneert dat beroepskrachten in het evangelisatiewerk op basis van een alternatief geloof evangelisatie zien als maatschappelijke betrokkenheid, dan moeten we op grond van de Schrift zeggen: zulk een alternatief geloof is geen geloof. We zijn dan wel heel ver af van wat in zondag 7 van de Heidelbergse Catechismus, naar het Woord Gods, als een waar zaligmakend geloof beschreven wordt.

Te vrezen is dat het helemaal niet meer gaat om zaligmakend geloof, maar meer om sociaal welzijn. Te vrezen is dat binnen de kerken het werk van Christus al zo vermaatschappelijkt is in de loop van de jaren dat jongeren er inderdaad geen boodschap meer aan hebben, omdat ze niet inzien wat de kerk dan meer te bieden heeft dan allerlei maatschappelijke verbanden.

Ik zou de harde stelling willen poneren, dat evangelisatiewerk dat uitgaat van een alternatief geloof, dat maatschappelijke betrokkenheid als centraal element heeft, zelf dóór en dóór verwereldlijkt is, ook al wordt het Evangelie nog als motivatie genoemd. Als niet meer de passie doorklinkt, waardoor de prediking van Paulus gekenmerkt was, culminerend in zijn oproep 'laat u met God verzoenen', zal de moderne mens in de moderne voertuigen van onze tijd inderdaad het Evangelie snel als stip in de achteruitkijkspiegel zien verdwijnen. De vraag is echter of de kerk daaraan lijdt en het besef leeft in de kerk dat het om een kwestie gaat van leven en dood.

Nee, het gaat er dan echt niet om dat we bezoekers tellen op evangelisatiesamenkomsten. Het gaat er ook niet om dat we onze sociale verantwoordelijkheid niet zouden moeten verstaan. Wat dat laatste betreft zal de daad het begeleidende teken van het Woord moeten zijn. Een kerk, die het bij woorden laat en niet de liefde in daden toont, zal mensen van zich vervreemden en de liefde van het Evangelie onherkenbaar maken.

Maar een kerk, die wél daden toont maar geen woorden meer heeft, woorden van heil en behoud, zal geen vreemden of vervreemden meer brengen tot de levende gemeenschap van de kerk, liever nog tot een levend geloof door bekering des harten. Als het Evangelie in de daad opgaat gaat het erin ten onder.

We zullen als kerk in de spiegel van het Woord moeten zien om tot een diepgaande ontdekking te komen. Al te veel hebben we het Evangelie binnenwerelds gemaakt, zodat er van een appèl op mensen niets meer overbleef. Het kerkelijke evangelisatiewerk heeft naar buiten toe het stempel gekregen van de beroepskrachten, bezig zijnde in instituten, die een alternatief geloof voorstaan. Maar geloof, dat niet per­soonlijk van aard is en niet opkomt uit de verlossing, die Christus bracHt voor zondaren, is geen geloof.

Het alternatief

Intussen staan we voor de kwellende vraag: hoe dan wel? Enerzijds is evangelisatiewerk vaak opgegaan in maatschappelijk engagement, anderzijds is er veel evangelisatiewerk dat wel persoonlijk gericht is maar ook vaak de toets der bijbelse kritiek niet kan doorstaan. Het probleem is dat verkondiging binnen de gemeente en evangeliserende verkondiging naar buiten met elkaar moeten harmoniëren. Het kan niet zo zijn dat wat binnen de gemeente wordt verkondigd anders is dan wat de kerk in haar oproep naar buiten kenbaar maakt. Als we binnen de gemeente belijden dat Christus ons in het gewaad van Zijn Woord tegemoet treedt en ons door Woord en Geest wordt geopenbaard, wordt geschonken, dan kan en mag de spits van die boodschap naar buiten niet anders zijn. Naar onze diepste overtuiging is de boodschap van een geschonken Christus de boodschap, de enige boodschap, die diepgang van aarde zal hebben, die blijvende vrucht zal dragen. Een evangelisatieboodschap, die alleen maar opgaat in een oproep om Jezus te volgen, of Hem aan te grijpen of te geloven dat Hij ons lief heeft zal uiteindelijk toch huizen op het zand doen verrijzen in plaats van op de rots. Kerktaal zal best omgesmeed moeten worden tot verstaanbare taal voor hen die buiten zijn. Maar er is ook een taal die de Heilige Geest zelf leert. Dat is de taal van genade voor zondaren.

Bevindelijke kringen staan niet vooraan in de rij als het gaat om evangelisatiewerk, aldus de teneur van een bepaald aspect van het inmiddels befaamde proefschrift van dr. C. S. L. Janse. Het valt niet te ontkennen dat dit waar is. We zijn zelfs vaak sterker in het kritiseren van de methode bij anderen dan dat het evangelisatiewerk ons als wezenlijk voor de gemeente op het lijf geschreven is. Intussen valt het ook te betreuren. Praktiseren we op deze manier niet hetzelfde wat anderen vanuit de gedachte van de algemene verzoening doen, namelijk er verder maar het zwijgen toe doen en ons niet bekreunen om een wereld die ten dode wankelt?

Anderzijds zal ook in het evangelisatiewerk Christus, die ons Zelf in het gewaad van Zijn Woord tegemoet treedt en ons door de Geest geschonken wordt, centraal moeten staan. Ook de Heilige Geest zelf wordt ons geschonken. De Heidelberger zegt op de vraag wat we van de Heilige Geest geloven onovertroffen, dat deze samen met de Vader en de Zoon eeuwig God is en ook mij gegeven is, opdat Hij mij door een waar geloof Christus en al Zijn weldaden deelachtig make, mij trooste en bij mij eeuwig blijve. Hier is geen sprake van een verdwijnende Jezus maar een door de Geest geschonken Christus, die eeuwig bij ons blijft. Als dat niet meer verkondigd wordt is te vrezen dat Okke Jager gelijk krijgt als hij zegt dat de kerk aan de vooravond van de verdwijning staat.

Wee mij als ik het Evangelie niet verkondig. Maar dan ook als ik het Evangelie niet verkondig. Het Evangelie van Christus. Naar de mate we Christus verkondigen in de gemeente naar die mate zal ook de noodzaak gevoeld worden om Zijn Naam naar buiten uit te dragen. Waar dan geen aandrang is tot zending en evangelisatie mag de vraag worden gesteld of Christus wel ten vólle wordt verkondigd en tot eeuwig behoud wordt voorgesteld.

De Heidelberger, de eenvoudige Heidel­berger, houd daaraan vast kinderen, zei Kohlbrugge. Dezelfde Heidelberger zal dan het stramien zijn voor het evangelisatiewerk. Dat bewaart voor een vermaatschappelijking van het evangelie enerzijds, het bewaart voor goedkope slogans anderzijds. Het zal Christus zo dicht bij de moderne mens brengen, zo dicht als het Woord het ook vandaag wil doen. Om zo dan verder de Heilige Geest vrij te laten in diens eigen werk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 maart 1987

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Stip in achteruitkijkspiegel

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 maart 1987

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's