Tussen leuren en leren (3)
Verantwoordelijkheid en vrijheid
Tussen leuren en leren propageert een absolute scheiding tussen kerk en school. De kerk mag leuren, vergeef me het woord, de school niet. Want de school staat onder de wet van de pedagogie van de persoonsvorming naar democratisch model. Nu vraag ik me af waar de schrijvers dit vandaan halen en of ik niet het recht heb dit te toetsen bijv. aan het Insituutswerkplan van de Chr. Pedagogische Academie Felua in Ede, waar ik mijn dagelijkse werk verricht als docent voor de godsdienstige vakken.
Als ik Imelman c.s. goed begrijp wil hij de jongeren ook door godsdienstonderwijs zo opvoeden dat ze uitgroeien tot vrije persoonlijkheden die wel beredeneerd hun keuze zullen maken, welke die dan ook is. Zo zullen ze hun eigen verantwoordelijkheid kunnen dragen en daarin mogen we ze op geen enkele wijze voor de voeten lopen met onze meningen en overtuigingen, ze moeten het zelf doen. Ja als onze pupillen ons in onze overtuiging volgen moeten we dat zeer kritisch bezien en ons afvragen of het wel hun eigen keuze is. Ik kan dat wel meevoelen, want aan napraters en geknede deegmannetjes- en vrouwtjes heb je immers niet veel. En als christen leg ik ook graag nadruk op de eigen verantwoordelijkheid die je als mens draagt. De persoonsvorming is daarom ook een van onze doelen en dat heeft veel te maken met de vorming van het geweten van de persoon. Nu zal Imelman c.s. er ook wel op uit zijn om volgelingen te werven. Volgelingen die uit vrije keuze kiezen voor de norm van de pedagogiek, de enig juiste in de school. In de opvoeding is maar één evangelie volgens de Groningers en wel dat van de opvoeding van de vrije persoon. Ik zie nog al wat bezwaren voor ik dat 'evangelie' aanneem in plaats van het evangelie van de bijbel. Ik ben erg ongelovig. Ik geloof niet in de vrije persoon. Dat zal wel aan mijn opvoeding liggen, maar die heeft me ook het een en ander geleerd over de staat van mijn natuurlijke persoon en dat stemt niet zo overeen met de filosofie uit Groningen.
In Nederland hebben we echter de vrijheid om ook bij opvoeding te vragen wat de bijbel ervan zegt. En nu heb ik een hele boel geleerd uit dit boek over godsdienstonderwijs over verkeerd bijbelgebruik, maar ik laat me niet het recht ontzeggen om uit de bijbel te leren wat een mens eigenlijk is om daar ook consequenties uit te trekken voor de opvoeding en het onderwijs. Niet dat het nu gemakkelijk wordt, in tegendeel. Waarom? Omdat ik niet zo logisch kan spreken als Imelman c.s., maar slechts paradoxaal. Want ik leer weliswaar de volle verantwoordelijkheid voor ons doen en laten en de jonge mens moet daartoe worden opgevoed, maar tegelijkertijd weet ik ook dat geen mens zo vrij is om God te dienen zoals Hij dat wil. En juist daarover spreekt de bijbel op unieke wijze. Er is er maar Eén die ons vrij maakt. Ik ben echt voor democratische vrijheid, als 'tublieft, zeg, maar het is niet het laatste woord in onze opvoeding. Het democratisch model van vrije persoonsvorming gaat bovendien uit van de goede, mens én van vele wegen van leven met de Eeuwige. Een mensópvatting die ik hartgrondig verwerp.
Godsdienstonderwijs primair een pedagogische aangelegenheid?
De keuze voor de leerstof en de bepaling van de wijze waarop die wordt aangeboden staan primair onder een pedagogische norm en niet onder een theologische. Ik zet daar een vraagteken achter, vooral vanwege het woord 'primair'. Je kiest je leerstof. Waar gaat het over? Wat moet er in? Wat kan er in? Bij godsdienstonderwijs ligt het accent m.i. op godsdienst. Hier zijn beide onderdelen zo met elkaar verweven dat je niet kunt stellen dat de een de dienst uit maakt voor de ander. Je conceptie over godsdienst bepaalt wat mij betreft primair je keuze voor de leerstofom via geëigende onderwijswegen je doel te bereiken. Nu gaat het om methodes die geschreven zijn voor een bepaalde doelgroep. Dat kunnen leerlingen zijn van scholen die willen uitgaan van de bijbel, in sommige gevallen opgevat naar de drie Formulieren van Enigheid. Dat wil zeggen dat stichters, besturen en werkers een keuze hebben gedaan. Ze willen onderwijs met de bijbel, het Woord van God, als grondslag. Dat betekent school-zijn in het licht van wat de bijbel zegt over de relaties van God, mens en wereld, waarbij de bijbel wordt aanvaard zoals hij aanvaard wil worden. Dat legt een claim. Want juist ten aanzien van geloof en leven zegt de bijbel onontkoombare dingen tot hen die met opvoeding zijn belast. Ik denk aan Deut. 6 : 4 v.v. en aan Ef 6 : 2 en andere plaatsen. Vele ouders hebben zich ook door het sacrament van de doop verplicht. Zij weten dat er vóór alle onderwijs al een relatie is tussen God en mens. De bijbel leert ons wat dat inhoudt en bij godsdienstonderwijs op zo'n christelijke school mag dat niet open gelaten worden, niet bij leerlingen van het eigen klimaat van de school, evenmin bij (nog) ongelovigen of (nog) andersgelovigen. De bijbel is niet zomaar een verhaal over een god en een volk. Zo kan iemand het opvatten die van buiten komt, maar van binnenuit is het onmogelijk zo met de bijbel om te gaan.
De verbondenheid met het christelijk geloof legt dus een zware claim op leraren en leerlingen. Er is een keuze gedaan. Dat moet pedagogisch-didactisch vertaald worden. Dat vraagt bekwaamheid van de leraar. Wat kan nu worden gegeven en verwerkt? Op welke wijze, dat het kan worden opgenomen en doorwerken in de tot volwassenheid komende mens? De bijbel is geen kinderboek, maar toch ook voor kinderen en jongeren bestemd. Een kind kan leren kennen en in de jeugd kan deze kennis uitgroeien. Het kan Jezus leren kennen. Een mens ontwikkelt ook emotioneel, het kent droefheid en blijdschap. Bij een goede opvoeding leert het omgaan met wat bedroeft en met wat verblijdt. Het zoeken naar God en de blijdschap van het geloof — werk van de Heilige Geest in ons — kan vroeg in het leven overkomen. Moet je als christen-pedagoog bij godsdienstonderwijs dan niet zeggen: Primair is de bron van ons geloof, de bijbel om het kind te helpen in zijn ontwikkeling tot een volwassen geloof?
Godsdienstonderwijs en godsdienstwetenschap
In bovenstaande opvatting komt godsdienstonderwijs dichtbij geloofsonderricht. Dat ben ik me heel goed bewust. Velen willen niet anders. En wie zal hun dat recht bestrijden? Wat de critici willen is godsdienstonderwijs als godsdienstwetenschap. Hun visie op onderwijs sluit aan bij de godsdienstwetenschap die niet voor een bepaalde godsdienst kiest. Wat ze willen is op de middelbare scholen zo met de kennis van de godsdiensten omgaan als men al ruim honderd jaar doet op de rijksuniversiteiten. Maar christelijke scholen voor voortgezet onderwijs zijn geen theologische faculteit van een rijksuniversiteit, een christelijke scholen voor basisonderwijs natuurlijk helemaal niet. De schrijvers stellen dat de inhoud van het godsdienstonderwijs godsdienstwetenschappelijk- en wijsgerig verantwoord moet zijn. Dat klinkt hoog universitair, het is ook van belang, ongetwijfeld. Maar de schrijvers zullen er hoop ik begrip voor hebben dat een christen-docent ook vraagt of de resultaten van het godsdienstwetenschappelijk en wijsgerig denken willen en kunnen ondersteunen wat de bijbel waar wil hebben. Brengen ze wat de Bijbel wil zeggen klaarder aan de dag?
Of we het nu willen of niet, ieder maakt een keuze en die is ook bepalend voor onze visie op de wereld van de godsdiensten en religies, voor onze visie op de mens en zijn geloof en vrijheid. 'De leraar behoort kennis eninzicht te verschaffen in religie, ongeacht zijn persoonlijke overtuiging'. Accoord, maar op de christelijke school moet ook duidelijk gemaakt worden waarom men gekozen heeft en overtuigd is de ware God te kennen. Anders moet men het woord 'christelijk' schrappen. Terecht voeren de schrijvers een pleidooi voor een kritische discussie. Ze noemen die het hart van de opvoeding. Er mag gevraagd worden, honderd uit. En dan kan (duidelijk) begrepen worden, waarom men gelooft en ook voor dat geloof wil staan. Het is een oude uitspraak dat we elkaar het geloof niet kunnen geven. Het is een gave Gods. Geprezen zij zijn Naam. Het lijkt of mensen vrij zijn om te geloven of niet. in feite is er iets anders aan de hand. Het ligt paradoxaal, men is vrij en men is het niet. Verantwoordelijk zijn we in ieder geval. Daarom is het van onschatbare waarde als een christen-docent verantwoording kan afleggen waarom voor hem het christelijk geloof hét geloof is. Dat kan met socialisatie en traditie te maken hebben, maar in het geloof is er meer van te zeggen. Er kunnen op dat vlak gesprekken gevoerd worden, die zeer vormend kunnen werken. Daarom, bewaar ons voor godsdienstwetenschapelijk- en wijsgerig verantwoord godsdienstonderwijs op de christelijke scholen zonder hartelijke betrokkenheid van de docenten op het christelijk geloof.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 maart 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 maart 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's