Mondiaal denken
Met het oog op de jongeren
Een bijzondere ontmoeting
Begin januari was hij gast in ons gezin: ds. Gottfried Osei-Mensah, spreker op het congres Mission '87 dat eind december in Utrecht werd gehouden en ook op onze jongerenzendingsdag op 10 januari in Barneveld.
Mijn vrouw, mijn kinderen en ik hebben buitengewoon genoten van de ontmoeting met hem, van de geloofsgemeenschap die wij met hem hadden en van de wijsheid waarvan hij blijk gaf.
We hebben samen gesproken over de grote daden van God, over de Heere Jezus Christus, over het werk van de Heilige Geest. We hebben samen in de Bijbel gelezen en gebeden. We hebben samen ook hartelijk gelachen en we zijn samen bedroefd geweest.
Gottfried Osei-Mensah, afkomstig uit Ghana (behorend tot de Ashanti-stam), aan een universiteit in Engeland opgeleid tot scheikundig ingenieur, na een baan in het bedrijfsleven geroepen tot de dienst van het Woord, nu predikant ten dienste van het wereldwijde zendings- en evangelisatiewerk (gestationeerd in Engeland). Ik wil graag zo maar een paar dingen doorgeven vanuit de ontmoeting met deze man van God.
Vader Osei-Mensah
Hij vertelde dat zijn vader één van de eerste christen-Ashanti's was.
In zo'n stamsamenleving is het christen worden iets ingrijpends. Christen-zijn houdt immers in: 'geheel anders'-zijn. Of om het met de woorden van Paulus te zeggen: tot God bekeerd zijn van de afgoden om de levende en waarachtige God te dienen (1 Thess. 1 : 9). Als je als lid van de stam de stamgoden loslaat, dan ben je 'spel'breker. Je verbreekt de stamsolidariteit die geworteld is in de gemeenschappelijke godsdienst. Je kunt niet meer meedoen met allerlei afgodisch stamritueel. En zoiets kan niet getolereerd worden. Vandaar dat wij in de zendingsgeschiedenis nogal eens lezen van mensen die vanwege een individualistische (!) levenskeuze uit de stamsamenleving gestoten werden, en van haat tegen zendingsarbeiders die stamleden daartoe 'verleidden'.
Vader Osei-Mensah voorzag allerlei van dit soort moeilijkheden. En wat deed hij? Staande op de grens van het christelijk geloof vroeg hij aan de oudsten van de stam officieel toestemming om christen te mogen zijn. Hij deed dat niet slechts omdat hij niet uitgestoten wilde worden, maar vooral omdat hij zich geroepen wist om aan zijn stamgenoten door te geven wat hij zelf had ontvangen. Hij wilde zelf geen breuk met zijn stam en hij bleef zich solidair voelen, zij het nu op een andere wijze. En dat wilde hij graag ook bewijzen. De oudsten waren er verlegen mee. Maar uiteindelijk gaven ze hem — hoe opmerkelijk! — hun toestemming. Deze toestemming hield in, dat vader Osei-Mensah volgens het christelijk geloof mocht leven en dat hem daarbij niets in de weg zou worden gelegd.
Nu kennen de Ashanti's het zg. matriarchaat. Dit houdt in dat afstamming en opvolging niet via de vaderlijke maar via de moederlijke lijn verlopen. Dit betekent onder andere ook, dat de oudste broer van de moeder een beslissende verantwoordelijkheid heeft voor de opvoeding van de kinderen. Vanuit de Bijbel ontdekte vader Osei-Mensah echter dat de ouders de eerste verantwoordelijkheid hebben. En met zijn vrouw aanvaardde hij de verantwoordelijkheid voor de kinderen die zij samen hadden. Er ontwikkelde zich in zijn gezin een voor de Ashanti's uniek stukje gezinsleven. Er ging een geweldig getuigenis vanuit. Vooral ook omdat vader Osei-Mensah — in positieve zin — zijn mond niet kon houden. De Heere gebruikte hem om vele Ashanti's naar Zich toe te trekken en aan Zich te binden.
Relaties en waarheid
Zijn zoon, Gottfried, bracht — nadat hij dit verteld had — het belang van relaties naar voren. Hij bracht relaties in verband met de waarheid. Zijn vader, die de waarheid had ontdekt, had zich kunnen laten uitstoten. Hij had kunnen zeggen: ik zonder me met de waarheid af van degenen die de waarheid niet zeggen —, maar dan zou hij zijn stamgenoten de waarheid, Hem die de Waarheid is, niet hebben kunnen voorhouden. Wie de band met anderen verbreekt of, zonder pogingen om dit te voorkomen, laat verbreken, ontneemt zichzelf de mogelijkheid om anderen aan te spreken, om zich door de Heilige Geest te laten gebruiken om anderen van de onwaarheid te overtuigen. Weggaande met de waarheid gaat hij zo niet de weg van de waarheid. En wat hij dan meent te hebben, is dat de waarheid wel?
In zo'n geval zegt de Ashanti: het vasthouden van de ander is belangrijker dan de waarheid. Want als je de ander loslaat, kun je je boodschap niet meer aan hem kwijt. Juist als je de ander vasthoudt, dan blijkt daaruit dat je de waarheid hebt ontdekt en dat je de weg van de waarheid gaat.
Kunnen wij daar te midden van de kritische geest waarin wij in onze gemeenten vaak leven niet erg veel van leren.
Waar is de vlam?
Ds. Gottfried Osei-Mensah vertelde ons ook van de groei en de bloei van het kerkelijk leven in Ghana, van de vele jongeren en ouderen die tot geloof komen in Brazilië, van opwekkingen in Azië waar hij iets van heeft meegemaakt...
Hij zei dat hij vaak bedroefd werd, als hij landen in West-Europa bezocht. Wat een geestelijke armoede! En wat gaat het er vaak formeel aan toe!
Bij jullie, Europese christenen, is alles keurig in orde, zei hij. Jullie hebben indrukwekkende kerkgebouwen, schitterende orgels, goede ambtelijke structuren, duidelijke belijdenisgeschriften, strak georganiseerde kerkdiensten — alles is keurig — alles ligt vast, maar... waar is de vlam? Wat jullie nodig hebben is: de Heilige Geest die er een brandende lucifer bijhoudt? Maar krijgt Hij van jullie de kans wel? Blazen jullie niet steeds die vlam uit door de waarheid in jullie keurige structuren te verpakken?
Wat dit betreft heeft hij zowel het congres Mission '87 als onze jongerenzendingsdag als heel positief beleefd, als een teken van hoop. Zoveel jongeren die bezig zijn met de vragen van het geloof, zoveel jongeren die ernaar verlangen om Christus te kennen en in Hem te groeien... zoveel jongeren die de wil van God voor hun leven proberen te ontdekken... zoveel jongeren die openstaan voor het werk van de Heilige Geest... Dat kan niet anders dan van de Geest zijn!
Het werk van de Heilige Geest... Daarop legde hij in zijn toespraak op de jongerenzendingsdag erg veel nadruk. Dit sprak vele jongeren aan. Ik heb het ze tegen hem horen zeggen. 'Dat horen wij in onze eigen gemeente zelden of nooit'.
Ze spraken van hun verlangen naar vernieuwing van hun leven, van de kerk... van hun verlangen naar de vervulling met de Geest, naar het vuur van de Geest, de vlam. En zij staan daarin als jongeren zeker niet alleen...
Mondiaal denken
Zelf vind ik ontmoetingen met christenen uit 'den vreemde' — uit andere culturen en andere tradities —, mensen als Gottfried Osei-Mensah, altijd zeer verrijkend en inspirerend. Dat zijn momenten waarop ik uitgetild word boven en buiten de grenzen van het eigen bezig-zijn, van de eigen kerkelijke grenzen, van de eigen tradities, en dan weet ik me weer stilgezet bij het wereldwijde werk van de Heilige Geest. Ik voel me daar ook zeer bij betrokken. Je leert zo ook het betrekkelijke van met name veel uiterlijkheden zien.
Naar mijn mening is het erg belangrijk om onze jongeren geestelijk (ik bedoel: wat de ruimte van het werk van de Geest betreft) mondiaal te leren denken. Zij leren in alles mondiaal te denken: politiek, economisch... — hoe open en dichtbij is heel de wereld! —, terwijl zij geestelijk gezien vaak zeer beperkt zijn in hun denken. Dat komt natuurlijk, omdat wij hen zo opvoeden. In de wijze waarop wij met hen omgaan en hen onderricht geven zit vaak de suggestie, dat de Geest Zich geografisch en kerkhistorisch aan onze traditie gebonden en verplicht heeft, en dat Hij alleen bij óns werkt. Maar dat is natuurlijk — en gelukkig! — niet zo. De Geest spreidt Zijn vleugels zeer wijd uit, zo wijd als de wereld wijd is. Dat moeten onze jongeren ook weten. Dat moeten wij hun vertellen. Wij moeten hen a.h.w. regelmatig uittillen boven en buiten de eigen grenzen: eigen gemeente, eigen tradities, eigen vragen. Dit gebeurt op de jongerenzendingsdagen die wij organiseren. Dit gebeurt ook, als wij hen leren met het werk van de zending en met de kerk in de wereld mee te leven, o.a. door concrete informatie die wij hen voorleggen en met hen bespreken en door samen met hen — met name ook in onze gezinnen — concreet voorbede te doen met het oog op de komst van Gods Koninkrijk.
Alle volken
Mondiaal denken...
Is dit niet eigen aan het christen-zijn? Dit zit toch helemaal in het Evangelie, dat niet alleen voor ons, voor onze kerk, voor ons Nederlandse volk, maar voor alle volken bedoeld is? !
Te midden van 'alle volken' is ons volk maar een klein volkje. En in dat kleine volkje zijn 'wij' maar een kleine groep. Hoe meer wij ook in dit opzicht mondiaal leren denken, hoe meer wij dit ook zullen beseffen. Maar daar zit ook iets bevrijdends in. We staan zo met al onze kleinheid en al onze afhankelijkheid in de ruimte van Gods werk in deze wereld, in de ruimte van het veelkleurige werk van de Heilige Geest.
De Heere is genadig. Dat toont Hij ons in Christus, die niet alleen voor Israël gekomen is, maar ook voor ons, voor alle volken.
De Heere is groot. Hij is de God van Israël, Hij is onze God, Hij is de God van alle volken.
Dat onze jongeren het weten!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 maart 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 maart 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's