Moed om te spreken en moed om te zwijgen
Met het oog op de jongeren
Openbare belijdenis van het geloof
De aanduiding 'openbare belijdenis van het geloof' houdt veel meer in dan wat wij er gewoonlijk onder verstaan. Wat wij met deze aanduiding meestal bedoelen, is eigenlijk niet zo erg openbaar. Het gaat hierbij om een gebeuren dat zich wel voor Gods aangezicht maar binnen de beslotenheid van een kerkgebouw en van de kerkelijke gemeente afspeelt.
Maar het openbare karakter van de belijdenis van het geloof is niet slechts een binnen-kerkelijk gegeven. Want met het geloof staan we niet alleen middenin de kerk, maar ook middenin de wereld.
Wie naar waarheid 'amen' zegt op 'het' geloof, zegt niet alleen 'amen' met de mond, op dat ene moment in die ene kerkdienst, maar die zegt 'amen' met heel zijn of haar leven, binnen en buiten de grenzen van de kerk. Dit 'amen' houdt onder andere in: de Naam van Christus belijden voor de mensen en Hem volgen. En dat is een openbare aangelegenheid. Ons leven is immers – voor een belangrijk deel – openbaar!
Om als christen, en ook als kerk, zo middenin de wereld te staan, daarvoor hebben wij – zeker in onze tijd – de kracht van Christus, de kracht van Zijn Geest nodig… dat is de kracht waardoor wij vrijmoedigheid ontvangen en moed om het geloof te belijden, om Christus te belijden… moed om te spreken en moed om te zwijgen.
Het zwijgen en spreken van Jezus
In dit artikel wil ik met betrekking tot het belijden van het geloof een paar dingen zeggen over het spreken en zwijgen van ons als christenen en als kerk. We kunnen tot beide geroepen zijn, tot spreken en tot zwijgen. Met zwijgen bedoel ik niet – laat ik dat voor alle duidelijkheid maar direct zeggen – : uit vrees je mond dichthouden. Nee, bij zwijgen denk ik aan het zwijgen zoals we dat bij de Heere Jezus zien in de houding die Hij tegenover Herodes aanneemt, wanneer deze Hem allerlei uitdagende vragen stelt.
Ik sla hier Luk. 23 een ogenblik bij op. Daar lezen we van het verlangen van Herodes om Jezus te zien. Niet dat Herodes naar Jezus Zelf verlangt. Nee, hij zit in de piepzak. Hij is namelijk de Herodes van de onthoofding van Johannes de Doper, die het waagde hem vanwege zijn levenswandel terecht te wijzen. Toen Jezus met Zijn optreden begon en tekenen deed, waren er mensen die Hem voor Johannes hielden en het gerucht verspreidden, dat deze uit de doden was opgestaan. Dit gerucht was ook tot Herodes doorgedrongen. En zijn geweten was gaan spreken. En daarom wil hij Jezus nu zien. Is Hij Johannes? Herodes wil hier zekerheid in hebben. Maar tot zijn grote opluchting is het een Ander.
En dan daagt hij Jezus uit. Hij begint geen gesprek met Hem. Hij kijkt wel uit! Hij is veel te bang om opnieuw – nu door Jezus – terechtgewezen en bestraft te worden. Hij gaat het gesprek juist uit de weg en zoekt een afleidingsmanoeuvre. En hij vraagt om een teken, om iets spectaculairs. Als die Man dan van die geweldige dingen kan doen, dan moet Hij dat maar eens laten zien!
Maar Jezus zwijgt. Hij gaat niet in op de uitdaging van Herodes. Hij laat Zich niet gebruiken. Hij laat geen spelletje met Zich spelen. Jezus zwijgt, omdat Herodes Hem niet serieus neemt. De vragen die Herodes stelt deugen niet. Hij stelt ze niet om Jezus te leren kennen, maar om Hem te ontlopen.
Zo zwijgt Jezus ook voor Pilatus. En voor Kajafas. Behalve als de laatste Hem vraagt: 'Zijt Gij de Christus, de Zone Gods?' Dan spreekt Jezus: 'Gij hebt het gezegd' (Matth. 26). Als het gaat om de vraag wie Jezus is, dan zwijgt Hij niet en dan mogen wij ook niet zwijgen.
Moed om te zwijgen
Als wij ons – om zo te zeggen – in het gezelschap van Jezus bevinden, dan worden òns ook allerlei vragen gesteld. Maar niet alle vragen die ons gesteld worden, hoeven beantwoord te worden. Dat hangt af van de vragen en waarom ze gesteld worden.
Mensen buiten de kerk stellen ons, (belijdende) christenen, allerlei vragen. De wereld legt de kerk haar vragen voor: wat vindt u hiervan, en hoe denkt u daarover? Kerk, christen, zeg het maar. Kom eens voor de draad. Hoe denkt u over alternatieve relaties? En over Zuid-Afrika? De wereld vraagt en zal aan de hand van onze antwoorden wel beoordelen of wij goede christenen zijn. En als wij niet al te zeer uit de toon vallen, dan – zo vindt men dan – valt er met ons wel te praten.
Maar het is niet altijd nodig om antwoord te geven. In bepaalde situaties moeten wij – met Jezus – ook durven zwijgen. Wij moeten de moed hebben om niet te spreken.
Ons probleem is vaak, dat wij allerlei uitdagingen die in dit opzicht op ons afkomen niet goed weten te hanteren… dat we ervoor bezwijken. We zijn misschien al gauw bang om niet voor vól aangezien te worden, om niet mee te tellen, om slap of ouderwets gevonden te worden. Diep in ons hebben we ook steeds de behoefte om onszelf te rechtvaardigen, om onszelf te verdedigen, als anderen ons met hun uitdagende vragen en hun kritiek aanvallen. En als we vanuit zo'n houding, vanuit een gevoel van miskenning, gaan spreken, dan lopen we al gauw de kans dat we krampachtig proberen om anderen te laten zien, dat we toch zo sullig en zielig niet zijn als waar zij ons voor houden.
Natuurlijk, we zijn geroepen om te spreken. Maar niet om ons acceptabel te maken voor anderen, niet om anderen te bevredigen, niet om te zeggen wat anderen van ons verwachten, niet om te doen wat anderen ons zeggen. Als wij niet vanuit Christus denken en als wij in ons spreken niet het waarom van onze overtuiging en van ons standpunt vanuit het Evangelie kunnen laten doorklinken, dan worden wij altijd verkeerd begrepen. Daar is een ander ook niet mee geholpen, zoals Herodes er ook niet mee geholpen zou zijn als Jezus op zijn uitdagingen was ingegaan.
Alleen als wij vanuit het hart van het Evangelie kunnen spreken… als wij iets kunnen laten horen van het unieke van het Evangelie, ja dan kúnnen wij niet anders… We moeten dan wel beseffen, dat wat wij dan zeggen, ons door velen niet in dank zal worden afgenomen.
Het spreken en zwijgen van de kerk
Hierin ligt ook een richtlijn voor het spreken en zwijgen van de kerk. De kerk is geroepen om te spreken, ook om profetisch het onrecht in de wereld aan te wijzen. Maar de kerk moet ook de moed hebben om te zwijgen, bijv. als het alleen maar wereldse uitdagingen zijn die haar tot spreken proberen te dwingen… als het gevaar bestaat dat het Evangelie verkeerd begrepen wordt. Het Evangelie is uniek. Het gaat erom, dat dit ook in het spreken van de kerk doorklinkt. Dat betekent dat de kerk in principe altijd iets anders te zeggen heeft dan de wereld. En als daar geen ruimte voor is, dan moet zij de moed hebben om te zwijgen in plaats van zich ertoe te laten verleiden om zich uit te spreken over onderwerpen die het beter 'doen' volgens de publieke opinie.
De kerk hoeft overigens niet pas van zich te laten horen, als haar vrágen worden gesteld. Zij heeft immers een Woord voor de wereld en vanuit dat Woord heeft zij zonder meer de roeping om op allerlei terreinen van zich te laten horen. En als er vandaag één onderwerp voor de kerk is om zich in alle duidelijkheid en zonder terughoudendheid uit te spreken dan is dat wel het huwelijk. Ik acht het vandaag ook de roeping van onze kerk om te midden van de discussies en veranderingen op het terrein van de relaties ongereserveerd voor het huwelijk op te komen, om uit te spreken – en haar leden te onderwijzen – wat het unieke is van wat de Bijbel ons leert over het christelijk huwelijk.
De synode van onze kerk heeft een en andermaal (ook vorige week weer) uitspraken gedaan over Zuid-Afrika. Om te pleiten voor desinvestering en voor het afstoten van aandelen, dat is echter gemakkelijk genoeg. Daar is geen enkele moed voor nodig. Maar om in onze tijd en in onze eigen samenleving, met al haar gigantische relatieproblemen en haar andere visie op het huwelijk, onomwonden voor het huwelijk op te komen, dáár is moed voor nodig! Dat heeft bovendien met onszèlf te maken en met ons eigen volk.
U begrijpt natuurlijk wel, dat ik niet bedoel dat we ons niets van de situatie in Zuid-Afrika aan zouden moeten trekken (misschien hebben de meesten van ons wat dit betreft wel een heel lijstje bij de hand).
Wij moeten alleen de agenda van de wereld niet volgen. Wij hebben een eigen agenda. En één van de belangrijke onderwerpen op deze agenda is naar mijn overtuiging: het huwelijk. Als onze synode niet spreekt over relaties om daarbij tegelijk op te komen voor het huwelijk, dat gaat zij m.i. haar Boek te buiten, als zij zich wél uitspreekt over Zuid-Afrika. Mijn vraag is: heeft zij vanuit dit gezichtspunt dan niet de moed om te zwijgen over Zuid-Afrika en heeft zij dan niet de moed tegen de trend van de tijd in om op te komen voor het huwelijk?
Ik breng dit zo naar voren vanuit de jongerenwereld. Het belangrijkste probleem waar jongeren mee zitten, is het probleem van relaties. En dit heeft in hoge mate te maken met alles wat er op dit terrein aan het veranderen is en ook kapot gaat, ook met de andere 'waardering' van het huwelijk.
Binnen de kerk
Ik had het eerder over de behoefte om onszelf te rechtvaardigen naar buiten toe. Deze behoefte kennen wij echter ook binnen de kerk in onze omgang met elkaar. Dit hangt samen met bepaalde verwachtingen die wij van elkaar hebben en met het feit dat wij vaak beoordelend en veroordelend naar elkaar kijken. Of wij goede christenen zijn in de ogen van anderen, of wij wel reformatorisch, gereformeerd of bijbels zijn, hangt vaak af van de antwoorden die wij op aan ons gestelde vragen geven. Hierbij gaat het vaak om secundaire zaken. Ons oordeel over elkaar hangt vaak af van de dingen van de buitenkant.
Naast de moed die wij nodig hebben om – in alle eerlijkheid – over Christus te spreken, om voor Hem en voor Zijn zaak op te komen, om ook duidelijk te zeggen wat Hij in Zijn Woord zegt, hebben wij ook moed nodig om te zwijgen… als wij bijv. merken dat de motieven achter de ons gestelde vragen niet zuiver zijn, als wij ten diepste niet serieus genomen worden. Want wát we dan ook zouden zeggen, het wordt dan toch altijd niet of verkeerd begrepen.
Daarom: als wij vragen stellen, waarom stellen wij die vragen? Wat willen wij eigenlijk weten? En als anderen óns vragen stellen – waarom spreken wij of waarom zwijgen wij? Het gaat er niet om, dat wij ons bij anderen acceptabel proberen te maken. De vraag is: gaat het ons om de Heere Jezus Christus? Nemen wij Hem serieus, en Zijn Woord? En nemen wij vanuit de gemeenschap met Hem elkáár ook serieus?
De Naam van Christus belijden
Wij kunnen en hoeven onszelf niet acceptabel of geloofwaardig te maken. Dat kunnen wij persoonlijk niet en dat kunnen wij als kerk niet. Wij worden niet geroepen om voor onzelf, voor onze eigen meningen en standpunten op te komen, maar om de Naam van Christus te belijden… de Naam van de gekruisigde Heiland, van de opgestane Levensvorst. Graag bid ik allen die op één van de komende zondagen hun ja-woord zullen uitspreken en een ieder die het eerder deed, moed toe om deze Naam te belijden… moed om te spreken en moed om te zwijgen.
C. G. Geluk (HGJB)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 april 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 april 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's