De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Gekruisigd!

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gekruisigd!

6 minuten leestijd

'Alwaar zij Hem kruisten'Joh. 19 : 18a

In het schone Apostolicum belijdt de Kerk te geloven in een gekruisigde Zaligmaker. Onze Heidelberger stelt naar aanleiding van dit belijden een indringende vraag: 'Heeft dat iets meer in, dat Hij gekruisigd is geweest, dan of Hij met een andere dood gestorven was?' Móest de Christus wel zo bitter lijden, of… had het er ook wat milder aan toe kunnen gaan?
Wij leven in een tijd waarin het spreken over een 'zachte dood' aan de orde van de dag is. Lijden stuit ons tegen de borst, nietwaar? Het liefst zouden we over het lijden het zwijgen ertoe doen, het doodzwijgen. Maar zo gemakkelijk komen we in de Schrift met het lijden van Jezus niet klaar. Dwars tegen onze gevoelens in plaatst het Woord ons oog in oog met het meest diepe en bittere lijden dat ooit op deze aarde werd geleden: het kruislijden van Christus!
Waarom toch dat kruis? Wel, leg uw oor eens te luisteren bij wat onze Heidelberger uit de Heilige Schrift opdiepte. In een aantal korte maar krachtige pennestreken ontvouwt ze in antwoord 39 het geheim van dit kruislijden: 'Ja het, want daardoor ben ik zeker, dat Hij de vervloeking, die op mij lag, op Zich geladen heeft, omdat de dood des kruises van God vervlóekt was'. Het gaat dus over pláátsbekledend lijden, over pláátsbekledend dragen van de vloek, van God. Hij voor mij! We gaan aan de betekenis van het kruislijden geheel en al voorbij, wanneer we enkel oog hebben voor Christus' lichamelijke smart. Dan zijn we uiteindelijk niet meer dan een (belangstellende) voorbijganger. Het is niet voldoende om in gedachten te staan aan de voet van het kruis op Golgotha. We moeter er in gelóóf staan! Welk geloof? Dit: dat Hij daar hangt, als een vloek tussen hemel en aarde, voor… mij! Midden in de nachtzwarte duisternis van de zondeschuld staat hoog opgericht… het kruis. Een dwaasheid voor de wereld, een ergernis voor het vrome vlees, maar… een bron van eeuwige vreugde voor een verloren zondaar, die in zijn zonden dreigt om te komen, en uit het Woord verneemt: zie in geloof op het Lam aan het kruis en u zúlt leven.
Wie zó aan de voet van het kruis staat, ziet met heilige verwondering hoe Gods hand geschiedenis schrijft, héilsgeschiedenis. Voor hem wordt onze tekst van uitzonderlijk belang, van lévensbelang. Met heilig beven ziet hij hoe Gods vinger het Lijdend Voorwerp neerschrijft: Hem! Jezus! Niemand anders kan ons redden van de eeuwige vloek, van de eeuwige nacht die wij over ons haalden door de zondeval. Wie Gods heilige Wet schendt, maakt zich waardig om voor immer weg te zinken in de afgronden van Gods toorn. En we hébben het ons waardig gemaakt, niemand uitgezonderd. Gelooft u dat? Wat een wonder dan, dat daar die ander is. Die zegt: 'Zie, Ik kom; in de rol des boeks is van Mij geschreven. Ik heb lust, o Mijn God! om Uw welbehagen te doen; en Uw Wet is in het midden van Mijn ingewand' (ps. 40 : 8, 9). Hij weet als geen ander wat Gods welbehagen is: zondaren zalig te maken! Daarom is er hoop en verwachting, om Christus' wil. Hij weet hoe met Gods Wet moet worden omgegaan. Hij draagt die Wet in Zijn hart en vervult hem geheel en al. Hij, die nooit één gebod overtrad, wil vrijwillig gaan staan in de plaats van Wetsovertreders. Maar dát betekent dat het voor Hem sterven moet gaan worden. Ziet u Hem zo gaan om Zijn leven te stellen voor Zijn arme schapen? Vergeet het niet: het heilige Kind Gods heeft Zich geheel en al in de band van Zijn hemelse Vader gesteld. Het 'Uw wil geschiede' behaalde in de hof van Gethsémané een zwaar bevochten overwinning, want daar ruisten de beken des doods op Hem aan en benauwden de stormen van verzoekingen uit de helse gewesten Zijn tere ziel tot in alle uithoeken toe. Het 'Uw wil geschiede' is de wonderlijke bedding waardoor Hij gaat vanuit de hof naar Kajafas, Pilatus. Herodes, naar… het kruis. Hij ziet hoe de Vader het flikkerend zwaard van Zijn eisende gerechtigheid naar Hem uitsteekt. Hij gevoelt de toom Gods tegen de zonde dieper en dieper in Zijn reine ziel branden… Maar stemmeloos laat Hij Zich naar de slachtplaats leiden, want zó betaamt het Hem alle gerechtigheid te volbrengen. Hém! Welk een eeuwig wonder! Deze Kruiskoning ziet u heden aan en vraagt: 'Hebt ge Mij lief? Hebt ge geloof?' Want laat dát ons allen gezegd zijn: alleen door het geloof delen we in die wonderlijke ruil! 'Ik voor u-, zo vloeit het van Zijn lippen ons dan toe. Alleen in het geloof kan men zich hier komen vertroosten.
Hóó/g staat het kruis opgericht. Nee, niet binnen de poorten van Jeruzalem. Als een misdadiger werd Hij uitgeworpen. Voor Hem kon men nog maar één plaats bedenken: Golgotha! Misdadigers bracht men om buiten de poort immers. Wie zal hier de diepte van Gods zondaarsliefde vermogen te peilen? Het heilige Kind Gods wilde met de misdadigers gerekend worden. Zijn stervenssponde stond tussen hen in. Vergeet het niet, alles deed Hij tot eer van Zijn Vader en voor de Zijnen. Zo diep daalde Hij af in de vernedering, dat zelfs de voornaamste der zondaren nog zalig kan worden. De schrijver van de Hebreënbrief zegt het zó, nadat hij heeft gesproken over het verbranden van de lichamen der offerdieren door de hogepriester buiten de legerplaats: 'Daarom heeft ook Jezus, opdat Hij het volk zou heiligen door Zijn eigen bloed, buiten de poort geleden' (Hebr. 13 : 12). Het móest buiten de poort geschieden. Op Golgotha ontspringt de brede en diepe genadestroom, die niet alleen de wereld en de eeuwen omspant, maar ook reikt tot in de eeuwigheid.
Zeg eens, werd hier de zonde niet in al zijn gruwelijkheid tot op de bodem toe ontmaskerd? En… wie gaat hier nog vrij uit? U zegt: het waren ruwe soldatenhanden die Hem aan het hout nagelden? Het onderwerp wordt in onze tekst niet zo nauwkeurig aangeduid. 'Zij' staat er, meer niet. Ongetwijfeld, het was werk van de soldaten om de kruisiging uit te voeren. Maar toch laat de tekst een vraag toe, en wel deze: waren er niet méér 'handen' bij betrokken?
Wat te denken van Pilatus, van Herodus, van de joden, van… u en mij? Raakte u zó betrokken bij Golgotha? Dan wordt het u een eeuwig wonder, dat er geen vuur van de hemel daalde, toen de spijkers gingen door de altijd zegenende en helende handen van de Heiland. De Vader liet het toe, opdat genade zou roemen tegen een wel verdiend oordeel! Zo zou Zijn eeuwig geldende gerechtigheid aan het licht worden gebracht.
Waar is dan nog de roem aan onze zijde? Uitgesloten. Wie roemt, die roeme in het kruis van Christus!

P. Vermeer, Kesteren

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 april 1987

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Gekruisigd!

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 april 1987

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's