Belijdenis en kerkelijke verantwoordelijkheid
Belijdend lidmaat worden
Over de betekenis van het afleggen van openbare belijdenis des geloofs is heel wat te zeggen. In dit nummer van 'de Waarheidsvriend' vind je hier verschillende artikelen over. Dat vele bewijst de waarde van het belijdenis doen en tegelijk ook de rijkdom. Wanneer je met hart en ziel openbare belijdenis des geloofs mag afleggen in het midden van de gemeente, dan is dat geen verplichting voor je maar een voorrecht dat je het mag doen en genade dat je het kan doen. De dag van belijdenis doen is daarom niet de moeilijkste dag van je leven waaronder je gebukt gaat maar een dag van grote blijdschap. Op die dag mag je beleven wat het betekent dat de Heere Jezus zegt: 'Mijn juk is zacht en Mijn last is licht'. Want dat is wel waar, op het moment van belijdenis doen neem je wel een grote verantwoordelijkheid op je. Eén van de aspecten van het afleggen van de openbare belijdenis van het geloof is dat je lidmaat wordt van de Nederlandse Hervormde Kerk en opgenomen wordt als belijdend lid van de gemeente waarbinnen je woont. Soms wordt er, vanwege de nood der prediking in de plaatselijke gemeente, belijdenis gedaan binnen die gemeente waaraan men zich verbonden weet door de bediening van Woord en Sacrament. Maar dat is uit nood. Het behoorde alzo niet te zijn. Men moet ook wel gegronde reden hebben om op deze wijze belijdenis te doen. Maar in zulke gevallen wordt het duidelijk dat je belijdend lidmaat wordt van de Nederlandse Hervormde Kerk en niet van de gemeente alleen.
Toch is dit aspect van belijdenis doen niet het voornaamste. Het staat in ieder geval niet voorop. Dat komt al tot uitdrukking in de vragen die er gesteld worden op het moment van het belijden. Daarin komt de Nederlandse Hervormde kerk pas ter sprake in de laatste van de drie vragen. Er gaan belangrijker vragen aan vooraf. Vragen die bewijzen dat je geen lid wordt van een vereniging, maar belijdend lid van de kerk.
Belijdend lidmaat van de Kerk
De kerk is geen vereniging waarvan je lid kan worden als je er zin in hebt en omdat je er wat in ziet en waar je na afloop van tijd ook weer voor kan bedanken als het je er niet meer zint of als je verhuist naar een andere gemeente. De kerk behoort te zijn de vergadering van de ware christgelovigen. Daarom doe je allereerst belijdenis van het geloof in de Drieënige God, de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Belijdenis doen is kiezen voor de Heere der Kerk, het Hoofd van Zijn gemeente. Je doet geen belijdenis omdat je de synode van de kerk of de kerkeraad of de dominee zo aardig vindt. Neen, je verpandt je hart en je leven aan de Heere Jezus Christus. Hij is je lief geworden en Hem bemin je met alles wat Hij heeft en geeft. En alles wat Christus heeft en geeft is verwoord in de belijdenis van de kerk. Als je belijdenis doet, stem je niet zonder meer in met de orde van de kerk, ook al is het je verantwoordelijkheid je daaraan te houden, maar je zegt amen op de belijdenis van de kerk. En dat is de belijdenis van de kerk der eeuwen. Je zegt na wat de kerk je geleerd heeft. Daarom gaat aan het belijdenis doen gedegen onderwijs vooral door de kerk vanuit de belijdenis van de kerk. Die inhoud moet je kennen en voor waar houden. Het is je verantwoordelijkheid je daar terdege rekenschap van te geven. Je bent daar met hart en ziel bij betrokken. Dat belijden moet en mag je hele leven inhoud geven. Nu zo'n belijdenis gaat boven de plaatselijke gemeente en boven de landskerk uit. Het gaat allereerst om het Koninkrijk Gods.
Belijden binnen Gods Koninkrijk
Het Koninkrijk van God is niet aan een plaats of aan een landskerk gebonden. Ook niet aan je leven op aarde alleen. Belijdenis doe je niet voor je leven. Zeker tot op zekere hoogte ook dat. Wie zich laat schrappen als belijdend lidmaat der kerk had er beter aan gedaan nooit belijdenis te doen. Want het ja-woord in de kerk heeft altijd betekenis en de waarde van een eedzwering. Je zegt ja voor het aangezicht van de Heere God, voor de Heere Jezus Christus en Zijn heilige gemeente. En nu mag die gemeente wisselvallig zijn, maar de Heere Jezus Christus is gister en heden Dezelfde tot in der eeuwigheid. Hij neemt nooit één ja-woord, dat tot Hem gesproken is terug, maar komt er vroeg of laat óp terug. Als Petrus zijn belijdenis teruggeeft in de rechtzaal, komt de Heere Jezus er op terug. Die verantwoordelijkheid ontloopt Petrus nooit meer.
Toch doe je niet alleen belijdenis voor je leven. Je doet belijdenis voor 'de tijd en voor de eeuwigheid'. Bij je sterven houdt het lidmaatschap van de Nederlandse Hervormde Kerk op. Je naam wordt uit de kaartenbak gehaald. Maar het lid zijn van de gemeente van Christus wordt dan voltooid. Als je belijdenis des geloofs aflegt dan stem je ook in met de belijdenis van de kerk zoals die verwoord is in de Heidelbergse catechismus, altijd nog één van de belijdenisgeschriften van onze kerk. En de eerste vraag daarin is: 'Wat is uw enige troost, beide in het leven en sterven'?. En het begin van het antwoord op deze vraag is, en daar zegt de ware belijder ook amen op: 'Dat ik met lichaam en ziel, beide in leven en sterven, niet mijn, maar mijns getrouwen Zaligmaker Jezus Christus eigen ben'.
Deze gedachte van het eeuwig Koninkrijk komt in de belijdenisaanvragen duidelijk tot uitdrukking in de tweede vraag. 'Aanvaardt gij de roeping om als lidmaat der gemeente door zijn genade uw Heiland te volgen in leven en sterven'. In de vragen uit het dienstboek van de kerk wordt er dan aan toegevoegd 'Hem te belijden voor de mensen en met blijdschap te arbeiden in Zijn Koninkrijk'. In andere vragen komt dit aspect van het belijden aan de orde in de derde vraag: 'belooft gij naar de u geschonken gaven mee te werken aan de uitbreiding van het Koninkrijk Gods in het algemeen'.
Belijdenis doen heeft dus niet alleen een kerkelijke verantwoordelijkheid. Die verantwoordelijkheid reikt veel verder en is veel wijdser. Het is de verantwoordelijkheid voor het Koninkrijk Gods. Her komt de roeping naar voren voor elk belijdend lidmaat van de kerk voor het wereldwijde werk van de kerk met het zicht op het wereldomvattende werk van de Heilige Geest. Onze verantwoordelijkheid reikt tot over de grenzen van de gemeente en de landskerk en landsgrenzen. Wij dragen zorg voor de ganse christenheid over heel de wereld. Voor de kerk die in de verdrukking leeft. Voor de verbreiding van het evangelie over heel de wereld. Het werk der zending gaat ons bijzonder ter harte. Dat is geen hobby van een paar overijverige christenen, maar roeping voor ieder die Christus'Naam belijdt. 'Gij zult Mijn getuigen zijn, zo te Jeruzalem als in geheel Judea en Samaria, en tot aan het uiterste der aarde', beval de Heere Jezus voor Zijn hemelvaart aan Zijn discipelen. Hierbij mogen we onze verantwoordelijkheid tegenover het volk Israël niet vergeten.
Belijden binnen de gemeente
Openbare belijdenis des geloofs wil zeggen dat jein het openbaar belijdenis doet. De vraag wordt wel eens gesteld of dat nu beslist nodig is. Je kan toch ook in alle stilte voor de Heere belijdenis doen. Waarom moet dit nu in het midden der gemeente?
Eerst dit. Als het goed is gaat aan elke openbare belijdenis die in de stilte vooraf. Je neemt je in stilte voor naar buiten te treden. Dat is al een beslissing, een keuze, een belijdenis. Zo lezen we van de christenen te Korinthe 'Zij gaven zich eerst aan de Heere en daarna aan ons'. Hoe persoonlijk belijdenis doen ook is, je doet het nooit op je eentje. Ook al sta je er alleen, wat niet te hopen is, dan nog is er een wolk der getuigen om je heen. Niet alleen om getuige te zijn van jouw belijdenis. Tijdens elke belijdenisdienst wordt ieder, die in het verleden belijdenis deed, opgeroepen om dit nu in stilte weer te vernieuwen. Je doet niet alleen belijdenis in de traditie met de kerk uit het verleden. Je doet ook belijdenis in gemeenschap met de kerk in het heden. De Heere werkt altijd verzamelend. De Heere Jezus zegt zelfs: 'Die niet vergadert, die verstrooit'. Ook voor de belijders van het geloof geldt dat het niet goed is dat zij alleen zijn. Op het moment van het belijden vinden ze elkaar. Zo vonden de herders uit Efratha's veld, toen zij het Kindeke Jezus vonden en aanbaden, dus ook beleden, Maria en Jozef. Daar in het belijden van de Ene Naam, vinden zij elkaar en aanvaarden zij elkaar uit de aard der liefde als ware belijders. De Heere laat je niet alleen staan. Hier heb je tegelijk het aspect van het belijden dat we aanduidden met: lidmaat worden van de kerk, binnen de gemeente. Je mag er ook bijhoren. Je wordt er onder gerekend. Je bent aan elkaar verbonden. Je wilt niet meer alleen staan. Je hebt elkaar brood nodig. Dat is altijd al zo geweest. Maar in deze tijd is dat des te meer nodig. Samen ben je sterker dan alleen. Met elkaar zijn we één gemeente, één kerk, één volk. Gelovigen hangen niet als los zand aan elkaar. Zij zoeken elkaar in Geloof, Hoop en Liefde. We hebben ook de verantwoordelijkheid elkaar niet alleen te zoéken, maar ook vást te houden.
De geest van de tijd is om elkaar los te laten. Verdeel en heers. Polarisatie op alle fronten. Wie wil nog naar de ander luisteren om zo met elkaar te luisteren naar wat God ons te zeggen heeft? Juist door je belijden voeg je je in het geheel van de gemeente en onder de herdersstaf van de gemeente, zoals een schaap zich voegt onder de kudde die leeft onder de stok en de staf van de herder. Het is een voorrecht dat je bent opgenomen binnen de veilige muren van de gemeente. Het is je verantwoordelijkheid daar ook binnen te blijven. Ook te kunnen blijven. Daarom heb je zorg voor het geheel van de gemeente en voor de leden van die gemeente. Wij behoren bij elkaar en dragen zorg voor elkaar. Paulus laat de gelovigen in Thessalonica weten: 'Daarom vermaant elkander en sticht de een de ander'.
We behoren een gemeente te zijn waarin we veel voor elkaar over hebben. We dragen eikaars lasten en vervullen alzo de Wet van Christus. Zo alleen leeft de belijdenis in ons leven door genade en door de kracht van de Heilige Geest.
Wanneer je weet hoeveel je door middel van de gemeente aan de Heere te danken hebt, dan kun je je verantwoordelijkheid tegenover die gemeente niet naast je neer leggen als er een beroep op je wordt gedaan. Er is zoveel werk te doen in de gemeente op zovelerlei terrein dat er voor ieder werkgelegenheid is. Het grootste en zwaarste werk is misschien wel: het gebed voor de gemeente, voor de ambtsdragers, voor de diensten op zondag. Onderschat de draagkracht van het gebed niet. Dat is niet afhankelijk van de talenten die je hebt. Al zal nimmer het oog van de gemeente op je vallen om je te verkiezen tot een ambt, dan ben je zo toch bezig in het algemeem priesterambt der gelovigen. Iedere predikant weet er van mee te spreken van de verborgen krachten in de gemeente. Die stillen in de gemeente, die bedauwd zijn met de Geest der genade en der gebeden en die hun verantwoordelijkheid kennen voor de bediening van het Woord en de Sacramenten en die verantwoordelijkheid neerleggen voor de troon der genade! Gaat het niet goed in de gemeente, vindt er geen bekering plaats en wordt geloof niet versterkt, dan geven zij daar niet iedereen de schuld van behalve zichzelf. Neen, zij voelen zich mede schuldig en verantwoordelijk.
Leef jezelf van genade dan weet je dat ieder gemeentelid die genade nodig heeft en dat juist degenen die leiding hebben te geven in de gemeente die genade niet kunnen missen. Er moet dan ook heel wat gebeuren wil je, wanneer je eenmaal belijdenis deed binnen de gemeente, je losmaken van die gemeente. Het is en blijft toch een stukje van de Wijngaard des Heeren, een klein geheel binnen het Koninkrijk Gods. Ook een deel van de Nederlandse Hervormde Kerk waarbinnen je beleden hebt mee te werken aan het welzijn daarvan.
Belijden binnen de kerk
Wanneer je belijdenis des geloofs hebt afgelegd binnen de Nederlandse Hervormde Kerk en zo belijdend lidmaat van deze kerk bent geworden, ga je ook voor deze kerk mede-verantwoordelijkheid dragen. Misschien vind je dat nog wel de moeilijkste opdracht en taak. Het leven van de gemeente of wijkgemeente waarbinnen je woont kun je nog een beetje overzien. De leden van die gemeente ontmoet je elke zondag in de diensten van Woord en Sacrament en in de week op kring-werk. Door het kiesrecht dat je kreeg kun je daar zelfs nog enige invloed op uitoefenen. En als je tot een ambt gekozen wordt draag je ook directe verantwoordelijkheid. Maar met de landelijke kerk is dat anders. Wie ken je van degenen die daar leiding hebben te geven. Hoever staat de synode soms bij je vandaan. Je hebt steeds het gevoel dat er over je beslist wordt zonder je er zelf iets aan kan doen. En Leidschendam, waar de synode zetelt, is ver van je bed vandaan. Wie denkt er 's avonds voor het slapen gaan aan hen die daar de eerste verantwoordelijkheid dragen voor het wel en wee van de kerk. De weg om je belijdende stem te laten horen op synodevergaderingen is een lange weg. En er gebeurt zoveel in de kerk waar je het nut soms niet van inziet of waar je het niet mee eens kan zijn. Je ervaart ditin bepaalde gevallen in je eigen gemeente. Denk maar eens aan het proces 'Samen op Weg'. Toch draag je daar ook verantwoordelijkheid voor, al drukt de last vooral op de schouders van hen die op vooruitgeschoven posten staan en van hun beslissingen verantwoording af moeten leggen tegenover de Koning der kerk. Denk je wel eens aan hen in je gebed? Of weet je alleen hoe het niet moet? Verantwoording dragen is heel wat anders dan alleen maar kritiek oefenen.
Belijdend getuige zijn betekent ook meedenken en meeworstelen om niet alleen in eigen leven en in het leven van eigen gemeente de belijdenis te laten functioneren. Het gaat om heel de kerk. De kerk die, ondanks haar gebreken, ons toch lief is om alles wat de Heere ons door middel van haar geschonken heeft. Bovenal omdat ook de Nederlandse Hervormde Kerk niet van mensen is, ook niet van ons, maar de Heere toebehoort. En door je belijdenis sta je nu midden in die kerk. Je bent een deel, een lid, van dat grote geheel.
Zolang je je nog kan terug trekken in eigen bastion en eigen veilige omgeving is het gemakkelijk te zeggen hoe het moet en niet moet. Maar zodra je betrokken wordt bij de direkte leiding van de kerk wordt het anders. Je bemerkt dan dat het niet kan zoals je dacht en overtuigd was dat het zou moeten. Je ervaart dan de onvolmaaktheid en gebrokenheid van de kerk. Belijdend staan in het geheel van de kerk brengt nog al eens mee dat belijden ook lijden betekenen kan. Maar daar word je nooit minder van want het werpt je terug op de Overste Leidsman en Voleinder van het geloof, Jezus Christus, Dewelke, voor de vreugde, die Hem voorgesteld werd, het kruis heeft gedragen, en de schande veracht, en is gezeten aan de rechterhand van de troon van God. En Hij, Wiens Naam je hebt beleden, draagt de eind-verantwoordelijkheid van de kerk. Daarom mogen wij nu nog met elkaar staan in de vaderlandse kerk en binnen haar Zijn Naam belijden. Hij is het Hoofd en de Zaligmaker van Zijn Kerk. Hij houdt Zijn Kerk in stand, ook binnen de Nederlandse Hervormde Kerk. Laat het je dan een voorrecht zijn Hem binnen die kerk te mogen dienen. Je moge het doen als een levend lidmaat van Zijn Kerk. Dan draagt Hij je met jouw verantwoordelijkheid in Zijn genade en wordt Zijn kracht in zwakheid vervuld.
Ik heb dit maar geschreven als een persoonlijke brief aan allen die dit jaar belijdenis mogen doen en aan hen die het in het verleden deden.
C. v. d. B.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 april 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 april 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's