De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Ridder Christi

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ridder Christi

8 minuten leestijd

Er was eens een man die ridder wilde worden. Aldus een oud verhaal. Daar was natuurlijk veel doorzettingskracht voor nodig. Maar zijn besluit stond vast. En om dat besluit kracht bij te zetten, beloofde hij, dat hij elke dag een lofzang zou zingen. Toen hij echter, hoog te paard, een eind weegs was gegaan, kwamen hem vijanden tegemoet. De één voor de ander zette hem de voet dwars. En zo begon hij te begrijpen, dat men slechts ridder kon zijn, door iedere overwinning in een hardnekkige strijd met de vijand persoonlijk te bevechten. Maar… wat deed toen die moedige man? Elke keer, als hij het weer zwaar te verduren had gehad, zong hij een loflied. Had hij dat bij aanvang van zijn 'loopbaan' niet plechtig beloofd? En door het zingen van lofzangen was het, dat hij tenslotte zegevierde. Hij werd wat hij had willen zijn: ridder. En het geheim daarvan lag in zijn dagelijkse loflied. God tot eer.

Een heilig ja-woord
Palmzondag 1987. Op deze dag staan vele jonge (en hier en daar gelukkig ook oudere) mensen aangetreden om de Naam des Heeren te belijden in het midden der gemeente. Dat gaat ook dit jaar dan toch maar weer door. 'Al schijnt de kerk in de ogen der mensen haast tot niet te zijn gekomen.'
Een stralend moment is dat. Als mensen zich mogen uitspreken voor de dient van onze God. 'Ja, U kiest mijn hart, eeuwig tot zijn Koning.'
Onvergetelijk uur, waaraan menigeen levenslang rijke herinneringen meedraagt. Men kan ervan zeggen wat men wil, maar het blijft een goed ding, als mensen tijdens een wekelijks belijdenisuur gedurende een lange winterperiode onderwezen in de zaken omtrent het Koninkrijk van God, 'ja en amen zeggen' op wat zij hebben gehoord. 'Geeft de Heere de hand en komt tot Zijn heiligdom' (2 Kron. 30 : 8).
Zij doen dat misschien wat aarzelend en schuchter. Zij weten, dat een mens wel duizend keer met zichzelf kan omvallen. Maar ze kunnen het toch niet laten om dekeuze van hun hart kenbaar te maken. 'Ik geloof, Heere, kom mijn ongelovigheid te hulp' (Mark. 9 : 24). De knoop wordt doorgehakt. De brug is opgehaald. Het kan niet langer lijden om te doen, alsof ze Jezus niet kennen.
Stralend moment. Wie het met heel zijn hart mag doen, krijgt er nooit spijt van. Want het geloof weet: voor de Heere en Zijn dienst moet worden gekozen. Ook al is de keuze van huis uit bepaald en al is er geen sterveling die ooit anders kiest dan Voor zonde, wereld en dood. Het geloof weet van een keuze dóór God. En daarom ook van een keuze vóór God. Resoluut. Hardop, ''k Zal Hem nooit vergeten.' Hij de God der aard', is die hulde waard'. Ridder worden in de dienst van de allerhoogste God. Dienst doen in Gods grote 'heilsleger'. Welkom in de strijd.
Maar ieder die eraan begint, mag wel doen wat die ridder deed uit het begin van mijn verhaal. Hij deed een gelofte. Elke dag een lofzang.
Dan is het te volbrengen. Ieder die op Palmzondag het heilig ja-woord mag uitspreken, moet bedenken, dat het pad van een geloofsridder niet altijd effen is. Alle begin is… moeilijk. 'Nee, ' zei iemand eens: …alle begin is gemakkelijk; iets volhouden, dat is moeilijk. 'Belijdenis doen is een stap op een weg. En die weg is de weg van het dankgebed van het oude doopsformulier, waar voor de dopeling gebeden wordt: 'dat hij in alle gerechtigheid, onder onze enige Leraar, Koning en Hogepriester, Jezus Christus leven en vromelijk (dapper) tegen de zonde, de duivel en zijn ganse rijk strijden en overwinnen mogen.'

In alle gerechtigheid…
strijden en overwinnen
Begin daar maar eens aan. Of liever: doe dat nu maar eens elke dag. 'Vromelijk tegen de zonde, de duivel en zijn ganse rijk strijden en overwinnen'. Dat is altijd al moeüijk geweest. In de tijd waarin christenen om hun geloof in de arena voor de wilde dieren geworpen werden of op de brandstapel stierven. Maar het is ook nu moeilijk. Geloven is iets, dat ons nooit in dank wordt afgenomen. Tegenwoordig wordt het geloof maar weinig meer bestreden. Men lacht er alleen maar om. Men spot er het liefst mee. Het boos geslacht, temidden waarvan wij leven, wandelt ' in ontuchtigheden, brasserijen, drinkerijen en gruwelijke afgoderijen, waarin zij zich vreemd houden, als gij niet medeloopt tot dezelfde uitgieting der overdadigheid en u lasteren' (1 Petr. 4 : 3 v). Met andere woorden: het is de gewoonste zaak van de wereld, als iemand aan één vrouw niet genoeg heeft, als iemand een ongewenst kind in de moederschoot van 't leven berooft, als iemand verlangt een z.g. 'zachte dood' te mogen sterven, wanneer hij het leven zat is. Het is de gewoonste zaak ter wereld om te jagen naar geld en goed en macht en eer; het mooiste is niet mooi genoeg. Immiddels schreeuwt de mensheid moord en brand om de moordende gevaren van aids en atoomvernietiging die in onze wereld rondspoken.
Ga daar maar eens tegenaan. Of zou dat nu uitgerekend gevraagd worden van hen die op Palmzondag onder de belijdende leden der gemeente worden opgenomen? 'Gij geheel anders.' Met open vizier strijden. Tegen al deze machten. Beginnen is niet zo moeilijk. Maar volhouden, dat is zwaar. En daar komt dan nog iets bij. De Heidelberger (antwoord 127 over de zesde bede van het Onze Vader) zegt: 'Dewijl wij van onszelf alzo zwak zijn, dat wij niet een ogenblik zouden kunnen bestaan…' Wat is onze kracht, ook nadat de levende God ons tot helden des geloofs heeft gemaakt? Hebben wij kracht in onszelf om staande te blijven, als de verleidingen der wereld inspelen op de hartstochten van ons boze vlees? Hebben wij weerstand genoeg om het levensverdriet te verwerken, als het God behaagt ons als zilver in de smeltkroes te louteren? HOe mat is soms ons hart, hoe afgemat gevoelen wij ons niet, als ons pad door diepe wateren gaat. Aan hoeveel depressies lijdt dan niet ook een christen? En hoe gemakkelijk 'verachtert' hij dan niet in de genade? De Hebreeënbrief spreekt daarover. Afdrijven heet het daar. Roeien met de riemen die je hebt en toch – door de sterke stroom gegrepen – heel ergens anders uitkomen dan je dacht.
Bij nader inzien is dat heilig ja-woord op Palmzondag dus zo simpel niet. Men mag wel weten, waaraan men begint. Reden waarom velen er in onze dagen dan ook niét meer aan beginnen.
Of zou het – ook ondanks al de genoemde zwarigheden – toch de mooiste dag van ons leven kunnen zijn, als wij ons resoluut mogen uitspreken voor Koning Jezus? Dan nl., als wij er weet van mogen hebben, dat onze keuze niet gegrond is in ons vlees en bloed, maar in de onberouwelijke keuze van de levende God. 'Teneo et teneor' ik houd vast, want ik word vastgehouden. Zo kan de ridder elke dag zijn loflied zingen: 'Wij steken 't hoofd omhoog en zullen 'd eerkroon dragen; door U, door U alleen, om 't eeuwig welbehagen' (Ps. 89 : 8 ber.).

Zich ernstig en heilig oefenen
Daarom toch is de dag van ons ja-woord aan hem de mooiste dag van ons leven. Ridder Christi. In de orde van de allerhoogste Majesteit.
En als dan al die zwarigheden komen die ik zojuist opsomde? Wel, juist dan komt het erop aan, dat 'wij onze zaligheid werken met vreze en beven', juist omdat God het is die in ons werkt beide het willen en het werken naar Zijn welbehagen' (Fil. 2 : 12v). De Hebreeënbrief die zo vol is van de verzekering der volharding van alle ware gelovigen, roept gedurig op om moedig stand te houden. Het is in de weg van deze oproep tot standvastigheid, dat God de volharding in ons werkt. 'Zich ernstig en heilig oefenen in een goed geweten en in goede werken', zeggen de Dordtse Leerregels (V, 10). Het af laten weten, als de wereld lokt. Nee durven zeggen als iedereen ja zegt Recht en gerechtigheid najagen, als de mensheid romdom ons slechts aan het eigen belang denkt. Er een mooie positie aan wagen, als God roept om de armoede in te gaan terwille van de verre of minder verre naaste. Want wat zou het de mens baten, als hij de hele wereld zou gewinnen, terwijl zijn naaste schade lijdt aan zijn ziel?
Elke dag op de knieeën. Geen ridder, hoog te paard. Elke dag zich oefenen in Gods verborgen omgang, in Bijbelstudie en meditatie. Alleen en met elkaar. Vooral ook met elkaar. Want als er bij ons de depressies zijn, als bij ons alle kolen in de haard gedoofd zijn, dan is de ander wellicht voor ons het ene kleine kooltje dat alle andere kolen aansteekt.

Elke dag een lofzang
En elke dag een lofzang. Dat vooral. Dat zal er ons doorheen helpen. 'Want zo de uitverkorenen Gods deze vaste troost in deze wereld niet hadden, dat zij de overwinning behouden zullen, mitsgaders dit onbedrieglijke pand der eeuwige heerlijkheid, zo zouden zij de ellendigsten van alle mensen zijn' (Dordtse Leerregels V. 10). God maakt Zijn werk af God laat niet varen het werk dat Zijn hand begon te doen. 'Als Hij een deur sluit, opent Hij een venster.'
Een christenmens lijkt op een stok in een heldere sloot. Die lijkt altijd gebroken. Maar als men hem uit het water haalt, kan het niettegenstaande een kaarsrechte stok zijn. Schijn bedriegt. Krom in het oog van de buitenwacht. Maar ongebroken in de kracht van het geloof. Een ridder Christi.

C. den Boer, Bilthoven

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 april 1987

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Ridder Christi

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 april 1987

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's