De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Tussen leuren en leren (4)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Tussen leuren en leren (4)

8 minuten leestijd

De bijbel speelt een grote rol
Er wordt opgemerkt dat de protestantse methodes minder gemakkelijk spreken van een bepaalde theologie, maar dat de bijbel een grote rol speelt. Zo hoort het ook, zou ik willen zeggen.
De critici hebben gepoogd de auteurs van de methodes goed te verstaan, naar duidelijk vooraf aangegeven regels. Dat is in hoge mate gelukt. Maar er is niet zo duidelijk gemaakt waarom de schrijvers van Het blijvende Woord kozen zoals ze deden. Waarom kiest men voor de bijbel zoals die verstaan wil worden in de reformatorische belijdenissen? Dat is toch omdat men zich niet kan vinden in het neutrale uitgangspunt van de godsdienstwetenschap die alles wil weten en doen weten, maar nooit belijdt. Is dat vooringenomenheid? Of partijdigheid? Ik vind dat niet de goede woorden om iemands geloof te beschrijven.
Of het in Het blijvende Woord gaat om 'een strak calvinistisch systeem'? Het is niet te hopen. Dat we van Calvijn veel hebben geleerd, behoeven we niet te verbergen. Maar systemen werken reducerend.
Dat de indruk gewekt wordt dat het in het boek vooral gaat om voorhanden zijnde geopenbaarde waarheden Gods die leerbaar zijn, lijkt me juist. Dat moeten de schrijvers van Het blijvende Woord zich aantrekken. Want het gaat niet om abstracte waarheden Gods. Als we zo met de openbaring omgaan wordt het gauw hooghartig en parmantig. Wel gaat het om de ontmoeting met de waarachtige God zoals Hij is verschenen op vele manieren, maar tenslotte in zijn Zoon. Dan komen we ook weer de aard van de ware bijbelse kennis op het spoor, het diep fidele. De critici blijken dit laatste ook wel te hebben opgemerkt in Het blijvende Woord, maar toch meer verstandsorthodoxie.

Kerk en school
Imelman c.s. willen niet dat godsdienstonderwijs catechese wordt. Terecht. Er moet onderscheid gemaakt worden. Maar onderscheid behoeft niet persé scheiding in leerstof te zijn. En zeker ligt het verschil wat mij betreft niet in de subjectiviteit van het ene en de objectiviteit van het andere. Ik kies liever voor een onderscheid van karakter. Op school kan godsdienstonderwijs inderdaad meer op kennis van de godsdienst gericht zijn, op de catechesatie van de kerk kan het onderwijs een meer pastoraal karakter krijgen. Het betreft nu immers een herder en zijn schapen die sarlien op weg zijn. Maar de school mag de kerk best ondersteunen. Het moet op school ook duidelijk zijn dat godsdienst ook om viering in de gemeente vraagt. Op school zelf lukt dat nooit helemaal, evenmin als thuis in het gezin; we moeten om te vieren naar de kerk. Daarom is op zondag de schooldeur toe en de kerkdeur open.
De school kan overigens een goede gelegenheid bieden elkaar als leden van verschillende kerken te leren kennen en waarderen.

Werk genoeg
Al zijn we het met de uitgangspunten van de critici niet eens. we kunnen zeker uit hun werk ook enkele zaken noemen die onze aandacht waard zijn. Bijv. de toch wel eenzijdige aandacht voor de geschiedenis. Die trend is ook duidelijk in het godsdienstonderwijs op de basisschool, maar wordt in het vervolg onderwijs blijkbaar voortgezet.
Profeten, wijsheid, brieven en Openbaring komen weinig aan de orde. Wellicht is dat meer vanwege didactische problemen dan om theologische, maar daar moet toch wat aan te doen zijn. Op middelbaar niveau mag zeker ook ingegaan worden op de gezichten van de profeten, hun kritiek, hun kijk op de tijd, de norm die ze aanleggen enz.
Op dit niveau mag ook ingegaan worden op de wetenschap. Er kan bij gelegenheden beter gesproken worden dan gezwegen. In bepaalde mate moeten de leerlingen weten wat er te koop is en geholpen worden er over na te denken en een mening te vormen. Dat oudere leerlingen van een calvinistische school breder kennis maken met wat Calvijn leerde, lijkt me een eerlijke zaak. Het kan verhelderend en genezend werken en helpen onderscheiden wat hij gebracht heeft en wat na hem is gekomen. Dat we de handen vol hebben aan ethische vragen, is zeker. Het gevaar dat we moralistisch bezig zijn. is niet denkbeeldig. Maar voortdurend de Schrift bevragen en daarin licht zoeken is legitiem en geboden op christelijk erf.

Andere religies
Ten aanzien van andere religies wil ik het volgende opmerken. Er is veel wijsheid nodig om om te gaan met de vele vragen die hier rijzen. Ze zijn niet allen nieuw, maar wel is nieuw de confrontatie ermee in een pluralistische maatschappij.
Het lijkt me goed als voorlopig doel te stellen de leerlingen enige toerusting te geven die een eventuele ontmoeting en gesprek mogelijk maakt, omdat vooroordelen zijn weggenomen. Doel van een christelijke school kan nooit zijn alle godsdiensten gelijk te schakelen. We mogen nooit vergeten dat God ons het Licht der heidenen gezonden heeft. De critici zijn bezorgd om de zelfstandige oordeelsvorming van de leerlingen. Inderdaad is die van groot belang. Aan de persoon van de leerling worde recht gedaan. Zelfstandige verwerking maakt je meer mens dan pure indoctrinatie. In open gesprekken kan veel goeds gedaan worden. Maar bij de critici krijg ik de indruk dat het alleen goed is als de verworven mening geheel afwijkt van die van de voorganger of leraar.
Het hangt er maar van af of de leerling achter de leraar de Grote Leraar kan ontdekken om zo tot een beslissing te komen voor Hem. Dit alles heeft te maken met de pedagogische, didactische gedachten van de Groningers.
Ik schrik toch wel als zij in het godsdienstonderwijs eisen af te zien Christus normatief te stellen als het gaat om niet-christelijke religies. Ben je dan niet abstract bezig? Wordt van een christen niet verwacht dat hij Christus belijdt en zijn woorden normatief stelt? Liever zeg ik, de liefde van Christus is zo groot en zo op de wereld-vol-religies gericht, dat een ieder wordt genodigd om in die liefde te delen door zich tot Hem te keren en dit evangelie te geloven. Is dat hoogmoed? Als de liefde ontbreekt zeker. Geen christen is beter dan welke hindoe, boeddhist, enz. ook. Maar als je weet van het oordeel van God over ons leven, dat Christus voor ons heeft gedragen, dan kom je van je hoogmoed af. En zo heeft ieder mens Christus nodig.
Intussen mogen we ook verdraagzaamheid leren beoefenen jegens allen die met of zonder religie leven, vanwege de verdraagzaamheid van God. Zonder zijn verdraagzaamheid zou er geen mens meer op aarde leven. Daarom kunnen we een grote tolerantie jegens anderen betrachten. Maar een christen hoort ook het woord van zijn Meester: Onderwijst hen, maakt ze tot mijn discipelen. En zo kan een school een waarachtige bijdrage leveren aan een verdraagzame samenleving. Maar een christelijke school wil de leerlingen ook bewust maken dat tot een mondig christen-zijn ook behoort het getuigen. Gij zult mijn getuigen zijn.

De belevingswereld
De kritiek dat in Het blijvende Woord geen aandacht is voor de belevingswereld van de leerlingen is terecht. Op de HAVO heb ik met de boeken gewerkt en dit ook vastgesteld. De vragen die aan de lessen zijn toegevoegd zijn meestal leesvragen die willen inprenten wat er staat. Dat zette niet echt aan tot nadenken. In de kring van de schrijvers van Het blijvende Woord is overigens wel belangstelling voor de geloofsbeleving van jongeren. Een onderzoek hebben zij gepubliceerd. Die aandacht moet er ook zijn. wil de boodschap overkomen. Er zijn zeker een aantal jongeren die van de boodschap vervreemden, omdat ze vanuit hun wereld niet kunnen reflecteren. En hoe absoluter we ons als groep – we zijn een groep – opstellen naar andere christenen, des te groter is het gevaar dat zulke jongeren tot het nihilisme vervallen. Anderen zijn toch de moeite waard er aandacht aan te schenken. Zo zijn we wel vaak bezig geweest, maar daar moeten we mee ophouden.

Samenvatting
Het oordeel dat er meer met de bijbel wordt geleurd dan over de bijbel geleerd, laat ik voor wat het is. Mijn oordeel is dat de critici het zich te gemakkelijk maken als ze de bijbel slechts willen behandelen als één belangrijk boek van de vele belangrijke boeken in godsdiensten en religies. Scholen die uitgaan van de bijbel mogen dit nooit overnemen. En als onderwijskundige of didactische wetten dit eisen, deugen die wetten niet. De spanning is er dan ook uit. En of jongeren er door worden aangesproken en geholpen in hun persoonlijke worsteling om hun eigen identiteit te vinden? Ik geloof er niets van.
Kortom, de critici maken ons over elf methodes een stuk wijzer en wie een andere methode zoekt, kan hier veel wijzer worden. Maar het uitgangspunt van Tussen leuren en leren staat op zeer gespannen voet met dat van elke school die van de bijbel uit gaat als hét evangelie voor de gehele wereld.
L. G. Zwanenburg, Ede

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 april 1987

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Tussen leuren en leren (4)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 april 1987

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's