De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het Leger des Heils (4)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het Leger des Heils (4)

100 jaar in Nederland

7 minuten leestijd

Vrijwel iedereen in ons land kent de bekende kerstpot van het Leger des Heils: een driepoot met daartussen een pot met een rood deksel en een gleuf erin. Er is geld nodig voor de kerstfeestvieringen met eenzamen, zieken en bejaarden. Die kerstpot is niet iets van de laatste tijd, ook niet specifiek iets van ons land. De eerste kerstpot stond in 1894 in San Francisco. 'Help hongerige zeelieden', was toen het motto. De scheepvaart lag stil, er waren vele zeelieden en havenarbeiders werkloos.

100 jaar
Het Leger des Heils in ons land bestaat dit jaar 100 jaar. 'Ondanks de enorme culturele, godsdienstige en technische veranderingen in ons land de laatste 100 jaar, is het Leger des Heils blijven proberen de man in de straat op een verstaanbare manier te interesseren voor de boodschap van het heil', meldt de Strijdkreet.
De eerste bijeenkomst in ons land was op zondag, 8 mei 1887. Plaats van samenkomst: gebouw 'Immanuël', Gerard Doustraat 69, in volksbuurt 'De Pijp' in Amsterdam. Organisatoren waren drie mannen: Gerrit Govaars, een amsterdamse onderwijzer, die van het Leger des Heils had gehoord, zichzelf tot heilssoldaat promoveerde, naar Londen trok om mee te werken aan een nederlandse zangbundel van het Leger des Heils. en als luitenant van het Leger naar Amsterdam terugkeerde.
Tweede man was John Tyler, een engelse zeeman, werkzaam op de veerboot Hoek van Holland/Harwich, en daardoor de nederlandse taal machtig. Hij was heilsofficier bij het Leger en bood William Booth aan om het Legerwerk in Nederland te beginnen. Derde man was Carl Ferdinand Schoch, geboren in Amsterdam, opgegroeid in Zwitserland, beroepsmilitair in Italië, later werkzaam in Dordrecht. Hij was geen heilssoldaat, maar assisteerde bij de eerste samenkomst en trad een paar maanden later tot het Leger des Heils toe.
De morgen- en middagbijeenkomsten (er waren er die eerste zondag meteen al drie) waren betrekkelijk rustig. 's Avonds was het roerig, men dreigde de ruiten in te slaan en er werd met stenen gegooid. De pers had zich niet van de goede kant laten zien en in krantenartikelen tegen het Leger des Heils gewaarschuwd. Dat was juist de reden, dat zich honderden mensen voor de zaal verdrongen. In de zaal waren veel lawaaimakers. Mevr. Schoch redde de situatie. Ze trad naar voren en zong 'Het was voor mij dat Jezus stierf, aan 't kruis op Golgotha'. Het werd stil in de zaal. Aan het eind van de samenkomst knielden zes zondaars neer op de zondaarsbank om zich over te geven aan Jezus. 's Morgens waren er vier bekeerlingen geweest.
De eerste jaren van zijn bestaan heeft het Leger des Heils in ons land, zoals vrijwel overal, veel tegenstand ontvangen. Er waren ongeregeldheden in Kampen (de staat van beleg moest worden afgekondigd), in Beverwijk (alles in het lokaal werd kort en klein geslagen), in Yerseke (een partij meikevers werd losgelaten, waardoor het publiek op de vlucht ging) en in Nijverdal.

De Strijdkreet
Eén maand na de eerste samenkomst verscheen 'De Heilssoldaat' (nu De Strijdkreet geheten). 'Wij wensen u God te doen kennen; onze opdracht aan de heilssoldaten luidt: Predikt het evangelie, tracht de mensen de ogen te openen en hen duidelijk te maken wat zonde en dood, oordeel en verdoemenis is, en wijs hun op de volle redding door het Bloed van het Lam', meldt het eerste nummer. Nu is De Strijdkreet een 14-daags tijdschrift met een oplage van meer dan 56.000 exemplaren, dat voor 90 % (!) in handen komt van buitenkerkelijken. De Strijdkreet verhaalt van de kracht van het geloof in Jezus Christus, geeft persoonlijke getuigenissen van heilssoldaten, meldt nieuws uit de Legerwereld, en geeft culinaire en toeristische tips, en o.a. een puzzel, waardoor het een leesbaar tijdschrift is geworden. Voor velen is De Strijdkreet het enige kontakt dat men met het evangelie heeft.

Winter 1890
De strenge winter van 1890 veranderde de houding van velen jegens het Leger. De nood, met name onder de allerarmsten van de bevolking, was groot. Het Leger des Heils hielp daadwerkelijk: het zette van 10 uur 's avonds tot 7 uur 's morgens zijn goed verwarmde gebouwen open. Velen kregen logies (op balen stro) en een goed ontbijt: brood en koffie. Gratis! Van toen af zijn velen anders tegen het Leger des Heils aan gaan kijken. Nog steeds verstrekt het Leger in koude winters aan daklozen en hulpbehoevenden gratis soep, koffie en brood.

Lunteren
William Booth kwam enkele keren persoonlijk naar Nederland, o.a. in 1895 en 1902. Bij zijn bezoek in 1895 zei hij o.a.: 'Waarom toch heel dat apparaat van tempels en kerken en bedehuizen om de mensen van de verdoemenis in een toekomstig leven te verlossen, terwijl niemand een helpende hand uitsteekt om hen uit de hel van hun tegenwoordige leven te bevrijden?' Resultaat was het vormen van een fonds, dat de aankoop mogelijk maakte van de 'landkolonie' Groot Batelaar, bij Lunteren, een centrum dat duizenden ontspoorden weer in de maatschappij heeft teruggebracht. Nu is Groot Bakelaar een reclasseringscentrum, terwijl er tevens een modelboerderij is.

Maatschappelijk werk
De barre winter van 1890 was het begin van het maatschappelijk werk van het Leger des Heils in ons land. Er kwamen nachtasyls voor daklozen, waar zwervers voor een paar stuivers onderdak en een complete warme maaltijd (aardappelen, groente, spek) kregen. Er kwamen 'industriële inrichtingen' om mensen aan werk te helpen en/of een vak te leren. Tehuizen voor ongehuwde moeders, voor invalide bejaarden, kindertehuizen, vakantiekolonies, landkolonies (om mensen te helpen weer een plaats in de maatschappij te verkrijgen). In 1912 werd het reclasseringswerk opgezet.
Liggen hier niet heel wat taken, die door de kerk zelden of nooit zijn opgepakt?
Helemáál waar is dat niet. Men denke o.a. aan het werk van het Reveil en van anderen die met een sociaal-bewogen hart vanuit het evangelie dienstbaar waren aan de samenleving.
Toch: in onze tijd zijn ook vele hulpbehoevenden. Zou het erg onmogelijk zijn als vanuit de kerk hulp werd opgezet voor eenzamen, studerenden (jongeren die in de stad gemakkelijk ontsporen als er geen opvang is), verslaafden (waarom hebben we dat dikwijls aan evangelischen overgelaten?), mensen in vastgelopen situaties? Zouden wij bereid zijn ons kerkgebouw, inclusief de nacht, open te stellen voor zwervers en daklozen? Mensen, die bepaald anders gekleed gaan dan de gemiddelde kerkganger! We hebben er misschien nauwelijks de menskracht voor. Of we hebben er nauwelijks aan gedacht. Of hebben we er het geloof niet voor? Past het niet in ons betrekkelijk rustig leventje? En dat, terwijl Jezus heeft gesproken van hongerigen te eten geven, dorstigen te drinken geven, naakten kleden, gevangenen bezoeken (Matth. 25) en heeft gezegd, dat er blijdschap in de hemel is over één zondaar die zich bekeert. Een zondaar die dan wel door ons opgezocht moet worden. De vader van de verloren zoon stond op de uitkijk om zijn zoon, in vodden en lompen, te ontvangen.
Het Leger des Heils verstrekte in 1911 in Amsterdam aan 2000 zwervers (van wie sommigen het gehele jaar geen warme maaltijd hadden gehad) gratis een kerstmaaltijd. En het deelde in de crisisjaren 1934-1936 aan armen en werklozen 160.000 ingezamelde kledingstukken uit.
Een grote dag voor het Leger in ons land was 22 januari 1933: toen werd door prinses Juliana in Amstelveen de William-Booth-kweekschool (voor opleiding tot officieren van het Leger des Heils) geopend.

En nu?
Men zou kunnen denken dat in onze tijd van sociale voorzieningen voor het Leger niet zoveel meer te doen is. Niets is minder waar. Misschien is er zelfs meer te doen.
Zo kent het Leger des Heils de sector Jeugdwelzijnswerk (in 1891 begonnen als kinderbescherming; nu zijn er 6 jeugdhuizen, en in Amsterdam is een tehuis voor studerende en werkende meisjes (!), de sector Bejaardenzorg (met 3 bejaardencentra, 2 verpleeghuizen en een vakantiehuis annex rustoord), de sector Thuislozenzorg (met centra in verschillende grote steden), er is een ontwenningscentrum voor alcoholisten (Ugchelen), er zijn talrijke bureau's voor reclassering in de steden, er zijn buurthuizen en clubhuizen, er zijn 12 depots 'gebruikte goederen' (kleding, meubels e.d.), enz.
Het hoofdkwartier van het Leger des Heils in ons land bevindt zich in Amsterdam (Damstraat 15). Het Leger telt in ons land een kleine 20.000 leden.

Kerken
Het Leger des Heils werkt graag samen met kerken (voorgangers en gemeenteleden), die rechtzinnig zijn, bijv. in evangelisatie-aktiviteiten en op vele andere terreinen. Vertegenwoordigers van het Leger hebben zitting in besturen van tal van organisaties, zoals bijv. De bond tegen het vloeken, Stichting oecumenische hulp aan vluchtelingen, het Ned. Bijbelgenootschap, de NCRV, en in vele maatschappelijke fondsen.
Een volgende keer gaan we zien naar de leerstellingen van het Leger des Heils en naar wat het Leger des Heils gelooft.

H. Veldhuizen, Hillegersberg

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 april 1987

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Het Leger des Heils (4)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 april 1987

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's