De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Emancipatie in het onderwijs (3)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Emancipatie in het onderwijs (3)

8 minuten leestijd

Een antwoord
Graag wil ik nu proberen een antwoord te formuleren op deze uitdaging respectievelijk bedreiging. Ik ga er van uit dat de Grondwet de vrijheid van richting van het onderwijs garandeert. Daarop zullen wij alle aandacht moeten richten. Wij zullen de vrijheid van richting moeten invullen vanuit het gehoorzaam verwerken van bijbelse gegevens.
Voordat ik daarover enkele dingen zeg lijkt het toch nodig ons de spiegel te laten voorhouden, die de emancipatiebeweging ons aanbiedt. Het is zaak aan zelfonderzoek te doen. Laten we nagaan of vanuit het bijbelse spreken over de verhouding van man en vrouw, over de gezagsverhouding in de opvoeding, over gezag in een samenwerkingsverband als vereniging en onderneming – of in dit alles de bijbelse opdracht ten volle tot haar recht komt. Ik denk aan drie trefwoorden die met name voor gezagsverhoudingen belangrijk zijn: acht, liefde en wijsheid. Wellicht is te eenzijdig in het verleden op macht de nadruk gelegd en werd liefde en wijsheid verwaarloosd. Wij hebben ze alle drie in combinatie met elkaar nodig. Iets dergelijks kan gezegd worden van de verhouding van man en vrouw binnen het huwelijk. Wat Paulus, die zelf ongehuwd was, in Efeze 5 en 6 over deze verhouding zegt, is door ons niet altijd ten volle tot gelding gebracht. Het feit dat de man het hoofd van de vrouw is hoeft niet te betekenen dat de vrouw daarom de gehoorzame dienares, respectievelijk de slavin van de man is. Zijn hoofd-funktie impliceert leiding geven en vooraan gaan, maar tegelijk zorgzaamheid. Dat Paulus op de wederkerigheid in deze en ook in andere verhoudingen voortdurend weer wijst (ik herinner ook aan wat hij in 1 Cor. 7 : 4 en 5 met betrekking tot het seksuele verkeer schrijft), is van grote betekenis voor de manier waarop binnen het huwelijk met elkaar mag en moet worden omgegaan. Beslissend is hierbij de zichzelf verloochenende liefde, waarvan de Heere Jezus Christus het grote voorbeeld heeft gegeven en is geweest. Met name de liefde die de ander respecteert en tot zijn of haar recht doet komen betekent een geweldige stimulans om binnen relaties of instituties mensen tot ontplooiing te doen komen.
Met betrekking tot onze levenstaak wil ik herinneren aan de woorden van Paulus uit 2 Timotheüs 3 : 17: 'Opdat de mens Gods volmaakt zij, tot alle goed werk volmaakt toegerust'. In deze doelstelling zie ik de optimale ontplooiing van de ons door God geschonken mogelijkheden en gaven onder woorden gebracht. Het wil mij voorkomen dat wij tegenover de atheïstische en in wezen antichristelijke emancipatiegedachte deze doelstelling naar voren moeten halen en na moeten streven. Het is niet toevallig dat Paulus deze woorden schrijft nadat hij over de Heilige Schriften heeft geschreven. Zoals bekend zegt hij: 'Die u wijs kunnen maken tot zaligheid, door het geloof, hetwelk in Christus Jezus is. Al de Schrift is van God ingegeven, en is nuttig tot lering, tot wederlegging, tot verbetering, tot onderwijzing, die in de rechtvaardigheid is'. Met name het 16e vers is van practische betekenis ook voor het onderwijs. Paulus gebruikt vier zelfstandige naamwoorden, die we ook als werkwoorden in de bijbel ontmoeten. Het gaat om telkens een paar waarin het negatieve en het positieve aan de orde komt. Lering en wederlegging horen als positief en negatief bij elkaar. Ze hebben betrekking op de leer, op de inhoud van het geloof. Verbetering en onderwijzing in de rechtvaardigheid horen als negatief en positief bij elkaar. Ze hebben betrekking op het leven, op het handelen. De Schrift heeft alles te zeggen over leer en leven. Als de Schrift zo door de genade van de Heilige Geest haar werk doet, wordt de mens volmaakt toegerust tot alle goed werk. Wij hebbenvanuit de Heilige Schrift een antwoord op het moderne emancipatiestreven. Een antwoord dat in de oren en ogen van velen populair zal zijn, maar wel handzaam en bruikbaar is. Het is een antwoord dat uitgaat van de eerbied voor Gods gebod. Het maakt duidelijk dat wij geen emancipatie met een hoofdletter als doel op zichzelf kunnen nastreven. Wij zullen dienstbaar moeten zijn aan de uitvoering van onze opdracht. Daarbij kunnen wij overwegen, medekijkend in de spiegel van de moderne emancipatiebeweging, in hoeverre wij er nog niet in geslaagd zijn om bijbelse gegevens tot hun volle gelding te doen komen. Wij zullen echter niet aan de normen van een geseculariseerde samenleving de doelstellingen voor ons onderwijs en ons christelijke leven ontlenen. De optimale ontplooiing van door God geschonken mogelijkheden is alweer geen doel in zichzelf Doel is alle goed werk dat God ons opdraagt. Ontwikkeling en ontplooiing staan in dienst van de opdracht die God geeft. In dit kader kunnen wij alle punten bespreken die ik daar straks als onderwerpen van kritisch zelfonderzoek heb genoemd.

Geen instrument
Het christelijk onderwijs zal geen instrument voor Emancipatie kunnen zijn. Het zal er juist om gaan dat het christelijk onderwijs de geestelijke wortel van deze Emancipatiebeweging onthult en wederstaat. Dat kan alleen als het christelijk onderwijs zich laat voeden door het Woord van God. Dan komt inderdaad de vraag bij ons boven of wij een duidelijke visie hebben op de centrale betekenis van het huwelijk, als de omgangsvorm van man en vrouw; of wij de fundering van het monogame huwelijk, in de Schrift ons zo duidelijk aangewezen, nog volledig voor onze rekening willen nemen. Het komt er op aan dat wij dan ook binnen het kader van het onderwijs tegen publicaties en zelfs lesmateriaal neen moeten willen en durven zeggen. We doen dat niet uit reactionair negativisme, maar we doen dat uit en in de overtuiging dat we daartoe door God geroepen en verplicht zijn. Wij behoeven ons niet te schamen voor onze overtuiging. Zij heeft recht van bestaan en we geloven, dat ze heilzaam is voor de samenleving, ook voor kinderen die in het door ons te geven onderwijs gevormd worden. In dit verband wil ik herinneren aan het woord van Paulus in 2 Timotheüs 1 : 7: 'Want God heeft ons niet gegeven een geest der vreesachtigheid, maar der kracht en der liefde, en der gematigdheid'. Met de kracht van deze Geest kunnen wij in het onderwijs ook verder. Wij weten niet hoe lang het ons nog vergund wordt om de eigen richting van het onderwijs te blijven invullen naar onze diepste overtuiging. Maar zolang het dag is zullen we moeten werken. Tegen machtsdrift en verheerlijking van geweld willen wij stellen eerbied voor de wet zoals God die heeft geopenbaard. Tegen het egoïstische individualisme willen wij stellen de opdracht die we hebben om als lid van de gemeenschap dienstbaar te zijn met de ons toevertrouwde gaven. Tegenover de gedachte dat wij zelf onze normen scheppen willen wij stellen de overtuiging dat de normen ons door God worden geopenbaard en in Jezus Christus ons zijn voorgeleefd. Het is onze hartelijke overtuiging dat we het onderwijs op een betere wijze dienstbaar kunnen maken aan het welzijn van de jeugd en van ons hele volk dan door het moderne emancipatiestreven in ons onderwijs te integreren. Met een woordspeling in de taal waaruit emancipatie afkomstig is zou ik willen zeggen: het gaat er niet om dat wij ons leven uit Gods hand nemen (e manu capere) maar dat wij ons leven in Zijn hand laten, opdat het door Zijn genade daar ook blijft (in manu manere). Zo staat onze levensovertuiging heel positief tegenover het programma: mancipatie in het onderwijs.

W. H. Velema, Apeldoorn

Literatuurlijst
L. G. A. Bremmer-Lindeboom e.a., Vrouw en man – een plaatsbepaling, Groningen 1983.

H. Th. ten Hagen-Pot, Emancipatie van de mens, ook van de vrouw, in: Chr. Dem. Verkenningen, 1986-5. 206-214.
J. Klapwijk, Christelijke organisaties en de dwang van het emancopatorisch denken, in: Bewerken en bewaren, studies aangeboden aan K. Runia, Kampen 1982, 131-144.
J. G. Kraaijeveld-Wouters, Vrouw man, mens in CDA-perspectief, in: 100 jaar AR partij. Bezinning en perspectief. Een antirevolutionaire bijdrage aan christen-democratische politiek, Franeker 1979, 158-168.
A. Noordegraaf, De boodschap van de kerk in een eeuw van emancipatie, in: Wapenveldm 34 (1984-3), 94-98.
J. Outshoorn, De politieke strijd rondom de abortuswetgeving in Nederland 1964-1984, 's-Gravenhage 1986.
Cada Petit, Bientje Sterringa; Sekse-ongelijkheid en onderwijs. Wat Jip en Janneke (nog) niet Ieren in de docentenopleiding, Almere 1986.
W. H. Velema, De grens van burgerlijke gehoorzaamheid voor leden van bestuur en personeel, in: De Reformatorische School, 14 (mei 1986).
M. Verkerk, Tussen produktie en reproduktie. Achtergronden van de socialistisch-feministische beweging, in: Radix, 11 (1985-2), 69-103.
W. A. Visser 't Hooft, Gods vaderschap in een eeuw van emancipatie. Kampen 1983.
I. Weeda, Over liefde gesproken. Dynamiek en dilemma in menselijke verhoudingen. Houten 1986-3).
'Emancipatiebeleid kan 'n man ook doen', gesprek met Minister J. de Koning, in: Op gelijke voet, 7 (okt. 1984-4).
Emancipade, Beleidsplan, Tweede Kamer, vergaderjaar 1984-1985 19 052, nrs. 1-2.
Emancipadefabel, hoofdartikel Ned. Dagblad, 26 september 1986.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 april 1987

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Emancipatie in het onderwijs (3)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 april 1987

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's