De palmtak als teken
In Leviticus 23 : 40 komen we voor het eerst in de Bijbel de palmtak tegen. In dat hoofdstuk gaat het over de hoogtijden. Het pascha, feest van de uittocht. En ook het loofhuttenfeest, feest van de doortocht.
Op de vijftiende dag van de zevende maand zou het zevendaagse loofhuttenfeest gevierd worden. Als de vruchten ingezameld zouden zijn zou het zeven dagen feest zijn om te gedenken dat de Heere het volk Israël in loofhutten deed wonen nadat het uit Egypte uitgeleid was. En dan zegt het veertigste vers: en op de eerste dag zult gij u nemen takken van schoon geboomte, palmtakken, en meien van dichte bomen, met beekwilgen; en gij zult voor het aangezicht des Heeren uws Gods zeven dagen vrolijk zijn'. Het loofhuttenfeest, feest van de doortocht in schamele hutten.
Vier wanden en een dak van riet,
meer is het niet, meer is het niet…
Maar op dat feest de palmtak, als teken van vrolijkheid.
Calvijn zegt bij deze tekst:
'Door dit teken werden de joden vermaand dat zij deze dag met vreugde en blijdschap moesten vieren. Het was immers niet alleen de herinnering aan de genade die God de vaderen waardig gekeurd had in de woestijn, toen Hij hen, aan alle ongemakken van het weer blootgesteld, onder Zijn vleugelen gekoesterd had zoals een arend zijn jongen, maar ook een daad van dankbaarheid, omdat Hij voor lange tijd voor hen een geriefelijk tehuis voor hen bereid had in het beloofde land; en zo demonstreerden zij door het dragen van takken duidelijk hun vreugde en als het ware hun luide instemming'.
Het volk mocht niet bedroefd de loofhut in. De doortocht door de woestijn lag tussen de uittocht en de intocht. Dat mocht gevierd worden. De palmtak als teken…
Nehemia schrijft erover dat het in Jeruzalem moest worden uitgeroepen dat men moest uitgaan in de bergen om voor het loofhuttenfeest de palmtakken te zoeken.
Palmpasen
Het is wel een heilige ironie in de geschiedenis van Israël dat zo de joden de palmtakken genomen hebben om hun Messias in te halen. Een grote schare kwam tot het , feest en hoorde dat Jezus naar Jeruzalen gekomen was. Ze namen de palmtakken van de bomen, gingen hem tegemoet en riepen 'Hosanna, gezegend is Hij, die komt in de Naam des Heeren, Hij die is de Koning van Israël' (Joh. 12 : 13).
De tak van de palmboom, symbool van overwinning, vrede, blijdschap werd gebruikt om de nieuwe koning in te halen en Hem eer te bewijzen. Ze erkenden zelfs door uit te roepen Hosanna dat Jezus de Messias was, zoals Hij was beloofd in het Oude Verbond.
In psalm 118 was het al profetisch gezongen: 'gezegend is Hij die komt in de Naam des Heeren'. Door die psalm op de lippen te nemen werden de feestgangers herauten om te getuigen dat de Messias gekomen was.
Het is heilige ironie, dat het volk waarvan Christus Zelf zeggen moest dat Hij het tevergeefs heeft willen bijeen vergaderen, hier de loftrompet steekt, de loper uitlegt om de Koning in te halen.
Hij is gekomen tot het zijne maar de zijnen hebben Hem niet aangenomen. Maar hier wordt Hij ingehaald als de Messias. De palmtakken worden gespreid. Christus zelf zorgt ervoor dat Zijn intocht in Jeruzalem gevierd wordt als bij de kroning van een koning. Eerder had Hij de eer om Koning te zijn afgewezen. Toen men Hem in de woestijn Koning wilde maken weigerde Hij en trok Hij zich terug in de bergen. 'Maar nu neemt Hij het Koninkrijk aan zoals Hij het van de Vader ontvangen had' (Calvijn). Hij laat op deze wijze zien dat hij, door de dood heen Zijn koninkrijk aanvaardt. Christus is op dat moment nog steeds op doortocht. Is Zijn ganse leven hier op aarde al lijden geweest, het diepe lijden van Gethsémané en het kruis, en de nederdaling ter helle komt nog. Maar op deze doortocht wordt het feest van het Koningschap al gevierd.
De palmtak is er een teken van. Teken van de overwinning. Teken van de vrede. De overwinning op de dood moet nog behaald worden, het moet allemaal nog komen maar de blijdschap mag er al zijn.
En hoe Hij Heere over de dood was had Hij bij de opwekking van Lazarus even te voren al getoond.
Er zullen ongetwijfeld ook vreemdelinggen bij de intocht in Jeruzalem de palmen hebben gespreid. Maar het is onuitwisbaar uit Israëls geschiedenis dat ooit een keer de Messias onder hen als zodanig werd begroet. Voor Israël zelf werd het een soort bijltjesdag, een Dolle Dinsdag, die nog geen echte bevrijding was. En toch… De Schrift zegt bij monde van Simeon dat Hij gekomen is als een Licht tot verlichting der heidenen en tot heerlijkheid van Zijn volk Israël. Toen de palmtakken gespreid werden was er toch iets van zichtbaar. Daarna ging de deur dicht. De erepoort werd afgebroken. Israël bleef het feest niet vieren. Wonderlijke leiding in de geschiedenis.
Intussen was palmpasen ook wonderlijke profetie. Christus zorgde er Zelf voor dat Hij in Israël als Koning, als Messias werd geproclameerd. De palmtak… een teken!
De martelaren
Tenslotte komen we in de Schrift de palmtak, als teken van overwinning nog een keer tegen. In het Openbaring boek wordt beschreven hoe de schare, die niemand tellen kan, voor de troon van God staat; een volk uit alle geslachten, talen, natiën en tongen. Ze staan voor de troon en voor het Lam en ze hebben de takken, de palmtakken in de handen. De engelen en de ouderlingen zingen: 'Amen, de lof, en de heerlijkheid, en de wijsheid, en de dankzegging, en de eer, en de kracht, en de sterkte zij onze God in alle eeuwigheid. Amen'. De lofzegging is ingeklemd tussen het amen vóór en het amen ná. Het is waar en zeker, dat de overwinning behaald is. Dóór Christus, vóór de zijnen. Zij die uit de verdrukking komen, die de doortocht erop hebben zitten, dienen voor de troon van God. Het Lam is in het midden van de troon. En de tranen zijn afgewist.
Hoevelen hebben door de eeuwen heen niet onnoemelijke steun gehad uit dit troongezicht. Bij het heengaan van geliefden, soms na diep lijden, grote strijd of intense verdrukking, mocht er de wetenschap zijn dat ze bij God waren. Marx noemde zulks opium van het volk. Een zoethoudertje om de massa te troosten en in een roes te houden. Maar de kerk des Heeren weet beter. Het gaat hier om de schare, die niemand tellen kan, die uit de grote verdrukking komt en beleven mag dat de doortocht ten einde is en de intocht in de eeuwige heerlijkheid een feit mocht zijn, een eeuwig feit.
De palmtak is ook hier een teken van de behaalde overwinning. Teken van blijdschap, van eeuwige blijdschap. Hier zal de palmtak best symbolisch bedoeld zijn, zoals het boek der Openbaring vól is van symbolen. Maar hoe zouden we de eeuwige heerlijkheid tijdens de doortocht in het heden anders beschrijven dan met aardse beelden en symbolen?
Zoals de palmtak teken van vreugde was bij het loofhuttenfeest en zoals de palmtak teken van vreugde en overwinning was bij de intocht van Jezus in Jeruzalem, zo mag de palmtak teken van vreugde en overwinning en vrede zijn voor de triumferende kerk; en de strijdende kerk mag al een beetje meeluisteren en meezingen door wat ons in Openbaring beschreven wordt.
Symbolen
Wij hébben het niet zo op christelijke symbolen. De Reformatie is daarin sober geweest, heeft zelfs grondige opruiming gehouden in de rituele en cerebrale overdaad van Rome. Al te gemakkelijk wordt de aandacht afgeleid van het wezenlijke waarom het gaat. Het gaat immers om de Gekruisigde, die ook de Opgestane is. We geloven dat het Kruis leeg is, we geloven niet in een leeg kruis als zodanig. Want als Christus niet was opgwekt was ons geloof ijdel, vergeefs.
De oprecht gelovige zal echter hunkeren naar de volkomenheid van het Rijk Gods. We weten dat die volkomenheid er nog niet is. We zijn nog steeds op doortocht. Het leven is nog leven in de woestijn. Maar wie weet van de uittocht, zal tijdens de doortocht ook hoop hebben op de intocht. Wie weet uit het diensthuis der zonde uitgeleid te zijn weet dat hij eenmaal gekroond zal worden met heerlijkheid, ook al is er hier nog de hitte van het woestijnzand, het mesech der ellende.
Israël wordt tijdens het loofhuttenfeest herinnerd aan de doortocht door de woestijn. De schamele loofhut is er het teken van dat tijdens de doortocht slechts een tent ter woning diende maar dat intussen God de grote Beschermer was.
Is het in het christenleven anders? Vier wanden en een dak van riet, meer is het niet, meer is het niet… Het uitnemendste van dit leven is nog niet meer dan verdriet. Maar in het verdriet mag er de vreugde zijn om wat was en nooit meer terugkomt, namelijk de eenmalige uittocht uit het slavenhuis, en om wat komt en onomkeer baar is, de intocht in heerlijkheid.
Als ik dan toch een teken zou willen dragen of een teken aan de wand zou willen hangen of een teken aan mijn huis zou bevestigen dan is het het sobere teken van een palmtak.
En als dan op palmpasen belijdenis wordt afgelegd – helaas steeds minder op die Messiaanse zondag – dan mag de palm best de belijdenisplaat sieren.
De palmtak als teken…
Teken van blijdschap om het behoud tijdens de woenstijntocht.
Teken van overwinning van Christus op de machten.
Teken hiervan dat hij Koning was nog voor hij stierf en Koning bleek te zijn toen Hij dood en graf overwon.
Teken dat Hij Koning is in heerlijkheid en dat Hij daar de schare om zich heeft die de palmtakken voor hem hebben geheven.
v. d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 april 1987
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 april 1987
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's