De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Twee waaroms

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Twee waaroms

10 minuten leestijd

Het is bijna Pasen. De lange donkere nacht van het lijden breekt open naar het licht. De winter heeft lang geduurd, zeggen we dit jaar tegen elkaar, het begint gelukkig eindelijk een beetje voorjaar te worden. Zo kunnen we de lijdenstijd ook beleven als een lange donkere tijd, die gelukkig bijna voorbij is. Eindelijk wordt het Pasen en het bange en donkere van het lijden vergeten we nu maar zo gauw mogelijk. En toch, we kunnen en mogen niet vergeten. Christus' duisternis is immers de bron van ons licht. Christus' dood de bron van ons leven.
We denken over Christus' lijden na. En we houden het tegen het scherm van de Schriften. Zoals de Heere Jezus Zelf heeft gedaan op weg naar Emmaüs. Twee verslagen volgelingen van Jezus krijgen op hun verdrietig relaas van de dingen, die met hun Meester geschied waren, de reaktie, dat de Christus deze dingen moest lijden. Die reaktie is een verwijt. Ze hadden het kunnen weten. Jezus is niets vreemds overkomen. Het stond in de Schriften geschreven. En die Schriften ontvouwt Jezus hun dan ook. Lukas schrijft: Hij legde hun uit in al de Schriften, hetgeen van Hem geschreven was.
We zouden die uitleg wel aan hebben willen horen, of liever gezegd: op willen nemen met een brandend hart, zoals de mannen op weg naar Emmaüs. Wat heeft de Heere Jezus toen allemaal naar voren gebracht? Bij welke bladen van de Schrift Zijn vinger gelegd? Bij het Paaslam natuurlijk, en de bok van de Grote Verzoendag en bij Jesaja 53, waar het lijden van de knecht des Heeren ons voorgetekend wordt. Maar ook bij Job?
Dat is de vraag, waarover we hier willen nadenken. Het lijden van Job en het lijden van Christus, hoe verhouden zich die tot elkaar?
Job wordt wel de grote lijder van het Oude Testament genoemd. En niet voor niets. Het zal niet zo vaak voorkomen, dat we al onze bezittingen verliezen, en dan ook nog onze tien kinderen naar het graf moeten brengen. En dan bovendien nog zo ziek worden, dat onze vrouw zegt, dat we het wat God betreft maar voor gezien moeten houden en onze vrienden de goede toon van troost niet weten te vinden, maar met hun woorden ons het leven alleen maar moeilijker maken.
Telkens weer als we over Job nadenken bevangt een stille huiver ons hart. Dat een mens, als u en ik zulke wegen moest gaan!
Het is dan ook niet verwonderlijk, dat al van oude tijden af, de christelijke kerk in het lijden van Job iets heeft gezien van het lijden van Christus. In een geschrift van Origenes, 185-254, lezen we hoe het boek Job in de samenkomst der gemeente op vastendagen werd gelezen, maar vooral in de lijdensweken. Wij kennen dat niet meer zo. In de lijdensweken wordt in de gemeente vooral geluisterd naar wat de evangelisten ons over het lijden van Christus hebben overgeleverd. Komt het Oude Testament aan de orde, dan richten wij ons met name tot hoofdstukken als Jesaja 53. Toch zou het goed mogelijk zijn om eens een jaar in de lijdenstijd vervolgstof over Job te preken.
Er zijn immers opvallende overeenkomsten tussen het lijden van Job en dat van Christus.

Het grote verband
Allereerst is daar het grote verband, waarin beider lijden staat. Bij allebei heeft het te maken met de diepere achtergronden van het bestaan, namelijk de verhoudingen tussen God, de duivel en de mens. Bij Job gaat het zonder dat hij het zelf weet om een geding tussen God en duivel. De grote vraag in dat geding is, of er werkelijk zoiets bestaat als liefde om God Zelf De duivel suggereert, dat menselijke liefde tot God altijd baatzuchtig is. In Jobs leven moet en mag het tegendeel openbaar komen. En is hetzelfde geding niet aan de orde bij Christus? Zeker de verschillen springen in het oog. Hier daagt bijvoorbeeld God de duivel uit. Maar gaat het hier ook niet om liefde tot het einde? Liefde, op grond waarvan de duivel zelfs voortaan de toegang tot de hemelse gewesten is ontzegd, vgl. Luk. 10 vs. 18.

Aard van het lijden
Voorts is daar de aard van het lijden zelf. Wat hebben beiden een pijn geleden. Job door de ziekte, die zijn leven schond en hem een weerzinwekkend aanzien gaf. Jezus door de geselslagen in Pilatus' gerechtshof en vooral door de marteling aan het kruis. Maar dieper nog was het lijden van hun ziel. Beiden voelen zich eenzaam en verlaten. Job klaagt over het gebrek aan echte vertroosters, 16 vs. 2. Zijn broeders zijn Hem vreemd en z'n vrienden, met wie hij vertrouwelijk omging, willen niets meer met hem te maken hebben, 19 vs, 13, 19. Zo lezen wij ook van de discipelen van de Heere Jezus, dat ze op het kritieke moment Hem in de steek laten. Als Hij in Gethsemané zijn zware gebedsstrijd voert, kunnen zelfs Zijn liefste discipelen nog niet één uur met Hem waken. En als Hij daarna gevangen genomen wordt, vluchten ze allen van Hem weg. Petrus, die Hem dan toch in het huis van Kajafas is nagegaan verloochent Hem zelfs onder ede. Hij vloekt en zweert: Ik ken die mens niet. Ook zijn er bij alle twee de spotters. In Job 30 lezen we, hoe zijn vijanden om hem lachen. Ze zingen een spotlied op hem, ze spuwen hem vol verachting in het aangezicht. Niet anders lezen wij van de Heere Jezus. Na het zgn. proces voor Kajafas drijft het sanhedrin de spot met Hem. Ook zij ontzien zich niet Hem in Zijn aangezicht te spuwen. En zelfs bij het kruis honen zij Hem nog. Nu kan Hij eens zien wat er van Zijn zogenaamde Godsvertrouwen terecht is gekomen.
Maar het diepste van hun zielelijden is niet de ontrouw der vrienden, of de hoon van de vijanden, het diepste is God, Die zich in Zijn toorn van hen afkeert. Heel sterk drukt Job het uit in 16 vs. 9: Zijn toorn verscheurt en Hij haat mij. God heeft Zich tegen hem gekeerd en wil hem niet meer antwoorden, 31 vs. 35. En dat allemaal, terwijl hij toch God heeft gediend. Zo stijgt uit zijn gekweld gemoed telkens weer een vertwijfeld waarom. Waarom moet hij leven, waarom geeft God een ellendige als hij is het licht? 3 vs. 19. Waarom verbergt God Zijn aangezicht en houdt Job voor een tegenstander? En waarom hebben de goddelozen zo'n gemakkelijk en goed leven, terwijl hij Job er zo diep onderdoor moet gaan? 21 vs. 7vv. Jobs waarom is het misschien niet opstandige, maar toch wel vertwijfelde waarom van de rechtvaardige, die de wegen van Zijn God niet meer kan nagaan, of beter gezegd, de hand van Zijn God niet meer merkt.
Bij de Heere Jezus is het aanvankelijk heel anders. Hij is zich sterk bewust van de nabijheid van Zijn Vader. Kenmerkend is het woord dat Johannes van Hem doorgeeft, als Hij vlak voor Zijn lijden en sterven staat: Ziet de ure komt en is nu gekomen, dat gij zult verstrooid worden een ieder naar het zijne, en gij Mij alleen zult laten; en nochtans ben Ik niet alleen, want de Vader is met Mij. Dat vertrouwen heeft de Heere Jezus telkens weer kracht gegeven om Zijn moeilijke weg te gaan. Zo gaf Hij Zich in Gethsemané ook over aan de wil van Zijn Vader.
Maar als het op Golgotha donker wordt en de donkere golf van Gods bittere toorn over Zijn hart en leven slaat, is ook deze Rechtvaardige alle houvast kwijt en klaagt Hij Zijn bang waarom: Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?
We hebben hierboven geschreven: Twee waaroms. Ja, want is het niet in die waaroms, waarin Jobs en Jezus' lijden haar laatste diepte vindt. Jobs waarom herhaalt zich in kleurrijke eenvoud; Jezus' waarom is gekoncentreerd in één luide, bittere klacht. Maar beiden tasten naar de hand van God, het hart van God. en grijpen in het niet.

Wat doen we ermee?
Overeenkomst genoeg dus, tussen Jobs en Jezus' lijden. Maar de vraag is wat doen we er nu mee? Hoe schikken we de dingen? We kunnen ze zo schikken, dat én Job én Jezus typen zijn, van wat wij mensen mee kunnen en moeten maken. Dan gaat het unieke er vanaf. Ook van Jezus' lijden. Zo doet bijvoorbeeld Dorothee Sölle in haar boekje over het lijden. Ze laat zien, hoe algemeen menselijke ervaringen gestalte krijgen bij Job en bij Jezus. De pastorale nadruk komt dan al gauw te liggen op de solidariteit. En wie zal de troost daarvan ook ontkennen? De Hebreënbriefschrijver prijst ons Jezus Christus aan als een Hogepriester, die voluit medelijden kan hebben met onze zwakheden, want die in alle dingen gelijk als wij verzocht is geweest.
Dat geeft toch troost en bemoediging als er iemand is in wie wij ons kunnen herkennen en die op zijn beurt ons kan aanvoelen. Onbegrepen leed weegt dubbel. En het volksgezegde luidt: Gedeelde srnart is halve smart. Daarom blijven de getuigenissen van Job en van Jezus geslagen harten boeien.
En toch, er is meer, er is oneindig veel meer. Het lijden van Christus laat zich nooit helemaal in het gelid zetten met dat van Job, en dan zo met dat van ons. Juist omdat het Zijn lijden is. Zijn solidariteit is de solidariteit van de Hogepriester, Die Zelf het offer was. Het offer, dat gebracht moest worden voor de zonde. In Markus 10 vs. 45 horen wij Hem zeggen: Want ook de Zoon des mensen is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen en Zijn ziel te geven tot een losprijs voor velen. Het valt op, hoe die benaming Zoon des mensen telkens weer terugkeert, als Jezus spreekt over Zijn lijden. Hier ligt een nauwe band met de aanduiding Knecht des Heeren, Jes. 411: 53. Hij is het, die plaatsvervangend voor het volk Gods het verbond vervult, door de zonden te dragen. Juist omdat dat motief in het lijden van Job ontbreekt, zal het niet zonder reden zijn, dat de Heere Jezus als Hij Zelf over Zijn lijden niet spreekt, aan Job herinnert.

Offer
Het oneindig veel meerdere van Jezus' waarom, wordt wel heel schoon in de Hebreënbrief onder woorden gebracht. Als er staat: Die in de dagen van Zijn vlees gebeden en smekingen tot Hem, Die Hem uit de dood kon verlossen, met sterke roeping en tranen geofferd hebbende, en verhoord zijnde uit de vrees. Hoewel Hij de Zoon was, nochtans gehoorzaamheid geleerd heeft uit hetgeen Hij geleden heeft. En geheiligd zijnde is Hij allen, die Hem gehoorzaam zijn een oorzaak der eeuwige zaligheid geworden.
Jobs waarom was een beproeving en hij heeft ervan geleerd. Hij heeft er overgave van geleerd aan de weg van God. Christus' waarom was niet minder een beproeving en ook Hij heeft geleerd. Maar Zijn waarom was tegelijkertijd een offer. Hij was in Zijn waarom niet alleen maar met ons, maar meer nog voor ons. Hij werd in Zijn waarom een oorzaak van eeuwige zaligheid. En Petrus schrijft: Christus heeft ook eens voor de zonden geleden, Hij rechtvaardig voor de onrechtvaardigen, opdat Hij ons tot God zou brengen. Jobs waarom is het waarom van de gedeelde smart. Jezus' waarom het waarom van de gedragen smart. En gedeelde smart halveert misschien, maar gedragen smart saneert, geneest en redt en zegent.
Bij Jobs waarom blijft het Pasen ook tot Job beperkt. Eén persoon vindt er de zegen van. Bij Jezus' waarom wordt het Pasen voor ieder, die zelfde last van leven en dood niet dragen kan, omdat hij de last van de zonde niet dragen kan.

Ons Heilig Avondmaalsformulier schrijft dan: Hij werd van God verlaten, opdat wij nimmermeer van God verlaten zouden worden. Wij kunnen van Job leren, wij mogen van Jezus leven.

W., K.

[Test foto: De geselpaal in het Mamertinum in Rome, waar Paulus en Petrus gevangen zaten.
Uit: ds. J. J. Poort, Langs 's Heeren Wegen, uitgave: De Banier, Utrecht]

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 april 1987

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Twee waaroms

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 april 1987

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's