Globaal bekeken
De eventuele sluiting van de Noorderkerk te Amsterdam is herhaaldelijk in het nieuws geweest, inclusief de rol die de amsterdamse centrale kerkeraad daarbij speelde. Daarom mogen we de lezers niet onthouden een kort voor zichzelf sprekend bericht in het kerkblad van de hervormd gereformeerden in Amsterdam. Drs. C. Blenk schrijft:
'Onze wijkkerkeraad ontving een brief van de centrale kerkeraad waarin excuus wordt aangeboden voor de gemaakte beleidsfouten t.a.v. de Noorderkerk. De kerkeraad aanvaardt deze dankbaar en wil dit nieuws ook aan de gemeente doorgeven. Laat de spanning van de laatste jaren en de verontwaardiging over het beleid van de centrale kerkeraad in het verleden geen verbittering bij ons en u achterlaten. Het siert de centrale kerkeraad dat hij dit gebaar maakt. Zijn wens om verder open gesprek, honoreren wij graag.'
De Christelijke Blindenbibliotheek te Ermelo bestond op 20 februari ll. vijfenzeventig jaar en herdacht dit met o.a. een toespraak van minister Brinkman van WVC, die – naar voorzitter Schakel onthulde – in zijn Hardinxveldse tijd woonde naast het huis van J. W. Ooms, de bekende schrijver, die zo nauw bij de blindenbibliotheek betrokken was, omdat hij er directeur van is geweest.
We prijzen ons gelukkig dat wekelijks ook de Waarheidsvriend wordt ingesproken op banden door een aantal vrijwilligers uit de kring van de emeritipredikanten, die in Ermelo woonachtig zijn.
Hier volgt een stukje uit een brochure, die werd uitgegeven ter gelegenheid vann het vijfenzeventigjarig bestaan.
'De diepste wortels van de Christelijke Blindenbibliotheek liggen in de gereformeerde kerk van Amsterdam. Eén van de predikanten daar kwam omstreeks 1910/'11 in contact met enkele doopleden die waren gehuisvest in het internaat van een blindenschool aan de Vossiusstraat (het huidige Koninklijk Instituut tot Onderwijs van Blinden te Huizen N.-H.). Geplaatst voor de noodzaak deze kinderen catechisatie te geven stuitte hij direct op het probleem dat er geen geschikte lectuur in braille voorhanden was. Hij zocht contact met mevrouw A. C. Diepenhorst-De Gaay Fortman om na te gaan of zij hem mogelijk kon helpen. Mevrouw Diepenhorst werd wel meer geconsulteerd voor allerlei vormen van sociaal werk. Ook in dit geval had de predikant goed geschoten. Mevrouw Diepenhorst verzamelde direct een aantal dames om zich heen en gezamenlijk sloegen zij aan het werk om de benodigde lectuur in braille over te zetten. Dit gebeurde met de zogenaamde "Engelse lei" of met een brailleschrijfmachine. In het eerste geval moesten de letters puntje voor puntje in het braillepapier worden geprikt. Met de machine ging het wat sneller, want dan kon men door één of meer (maximaal zes) toetsen in te drukken de letter in één keer aanslaan.
Veel, tè veel archiefmateriaal uit die begintijd is verloren gegaan. Daarom is niet meer precies te reconstrueren hoe de voorgeschiedenis zich heeft ontwikkeld. Zelfs de naam van de bedoelde predikant is niet nauwkeurig te achterhalen. Lange tijd is door mondelinge overlevering gedacht dat het de destijds vermaarde dr. B. Wielenga was. Maar achteraf is gebleken dat niet hij de predikant was van de wijk waarin de Vossiusstraat was (en is!) gelegen. Dat was de niet minder vermaarde ds. J. C. Sikkel.'
[Afbeelding]
'Begin 1915 werkten alles met elkaar al twintig personen met de "Engelse lel" en nog zeven met brailleschrijfmachines. Van die zeven was er één die een machine voor eigen rekening had gekocht en dat was uit financieel oogpunt natuurlijk uitermate plezierig want rijk was de jonge vereniging niet. De totale exploitatie bedroeg in 1914 (over de andere beginjaren zijn helaas geen cijfers bekend) ƒ 142,41 1/ 2. Daartegenover stonden inkomsten van ƒ 138, 50, zodat het derde boekjaar moest worden afgesloten met een tekort van ƒ 3,91 1/2. Daar stond even wel tegenover dat de boekencollectie dermate snel groeide dat men reeds in februari 1913 "eene boekenlijst" had laten drukken, want toen waren er al 41 boeken klaar, namelijk 30 nummers "Gedeelten van den Bijbel en Stichtelijke lectuur" plus 11 nummers "Verhalen enz." Eind 1914 waren deze getallen gegroeid tot resp. 54 en 55 titels, een totale boekerij dus van 109 titels (al waren er toen dan ook 15 titels nog niet helemaal af). De uitlening bedroeg in 1914 196 banden (45 titels), en het aantal lezers was toen gegroeid tot 22, namelijk 16 uit Amsterdam zelf en 6 van daarbuiten.
Brailleboeken zijn nogal omvangrijk, en over een gebouw beschikten de dames natuurlijk niet. Maar een overmatig groot probleem schijnt dat in die allereerste jaren niet te zijn geweest: twee van de bestuursleden waren gehuwd met een hoogleraar van de Vrije Universiteit! Het hoeft dan ook niet zó te verwonderen dat de boekerij werd opgeslagen in het gebouw van deze universiteit: Keizersgracht 162.'
Kerkscheuringen grijpen diep in in gemeenten en werken door in families en gezinnen. Schrijnende voorbeelden zijn daarvan te geven, ook uit de tijd van de vrijmaking (1944) toen de Geref. Kerken (vrijg.) zich afscheidden van de Gereformeerde Kerken in Nederland, alsook uit de tijd van de 'vrijraking' (1967) toen 'binnenverbanders' en 'buitenverbanders' uiteen gingen en de later zogenoemde Nederlands Gereformeerde Kerken naast de Geref. Kerken (vrijg) verder gingen.
Laatstgenoemde scheuring trok kennelijk ook in het gezin van de enige tijd geleden overleden prof. drs. H. J. Schilder, hoogleraar aan de Theologische Hogeschool van de Geref. Kerken (vrijg., te Kampen) een diepe kloof. Hervormd Nederland toonde dezer dagen een foto van het gezin Schilder – vader, moeder en tien kinderen – en vermeldde dat moeder met de buitenverbanders meeging en later hervormd is geworden, terwijl vrijwel alle kinderen, nadat ze thuis over de beide kerken 'verdeeld' waren, buitenkerkelijk werden (acht van de tien). Hervormd Nederland vermeldde dit omdat de IKON dezer dagen een portret van het gezin Schilder laat zien voor de televisie onder de titel 'Hete hoofden, koude harten'.
Uit het relaas, dat we in Hervormd Nederland lazen, is slechts één conclusie te trekken: schokkend, verbijsterend!
Toch weet ik niet wat schokkender is, de feiten op zich, òf het feit dat de familie (mevr. Schilder en 2 kinderen) zo kort na het overlijden van H. J. Schilder eraan meewerkt om een kerkelijk familiedrama openbaar te maken òf dat IKON meent dit op Goede Vrijdagavond te moeten uitzenden.
Aan de IKON de vraag welke getuigeniswaarde zo'n documentaire heeft. Wat mij betreft is er maar één kwalificatie mogelijk: smakeloos.
v. d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 april 1987
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 april 1987
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's