De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Prediking en geloof (6)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Prediking en geloof (6)

7 minuten leestijd

In zijn boek 'Prediking en vroomheid bij Reformatie en Nadere Reformatie' schrijft dr. T. Brienen: 'Kunnen wij voor de inzet van de Nadere Reformatie nog wel begrip hebben en waardering opbrengen – accentuering van de echte, innerlijke vroomheid vanwege een bepaalde tijdssituatie – in de uitwerking is er een afwijking te konstateren van de bijbels-reformatorische vroomheid'. Hij meent, dat tenslotte een reduktie heeft plaats gehad van het brede, dat in de Reformatie aan de orde was: van leer èn leven naar het leven en tenslotte naar het zieleleven. Inderdaad is er verschil tussen bijvoorbeeld Teellinck en Van Lodensteyn. Bij de eerste is volop aandacht voor het dagelijks leven, terwijl de laatste zich vooral richt op het zieleleven. Tussen deze twee polen staat Van der Groe, die van beiden iets heeft (prof. V. d. Linde).
Toch dringt zich de vraag op, of de zaken die in de Nadere Reformatie aan de orde kwamen, niet van blijvende waarde zijn. Met andere woorden: kunnen wij achter de Nadere Reformatie terug in ons denken over prediking en geloof? Is in prediking en pastoraat de benadering van de gemeente op de wijze van Calvijn een adaequaat antwoord op de vragen van het mensenhart? Hebben de mannen van de Nadere Reformatie zich vergist, toen ze meenden in het spoor van Calvijn verder te denken, of hebben zij een aanvulling gegeven, die tot de dag van vandaag waardevol is? Ik meen, dat deze zaken juist momenteel weer volop aan de orde dienen te komen.
Natuurlijk kan men reserves hebben – terecht – tegen een sterk uitgewerkte kenmerkenprediking, die soms een sjabloonkarakter draagt. Inderdaad is er een duidelijke ver-innerlijking merkbaar, die met de voortgang van de Nadere Reformatie toeneemt. Maar is het ook niet opvallend, dat in de praktijk schrijvers als Lampe e.d. die bijzonder mystiek denken, nu nog nauwelijks gelezen worden, terwijl mannen als Smytegelt, Van der Groe en W. à Brakel nog altijd aandacht krijgen? Zij hebben toch niet enkel de innerlijkheid gepredikt? Jaren geleden schreef prof. Van Ruler: 'Het is dan ook mijn vaste overtuiging, dat we niet meer achter de Nadere Reformatie terug kunnen'.

Blijvende vragen
De vragen van het hart waren ook aan de Reformatoren bekend. Zij hebben zich beziggehouden met de toepassing van het heil. Daarbij komt het persoonlijk element telkens naar boven. Luther zegt: 'Het is gemakkelijk om te geloven, dat Christus voor Petrus, Paulus en andere heiligen stierf van wie wij denken, dat zij die genade waardig zijn. Maar zeer moeilijk is het, dat gij, die u onwaardig dezer genade acht, van harte zegt en gelooft, dat Christus voor uw vele en grote zonden overgeleverd is'. Hij zoekt naar wat houvast kan bieden in zulke twijfels en vindt dat houvast in het Woord: 'De ganse kracht bestaat daarin, dat men de voornaamwoorden in de Heilige Schrift goed toepast'. Daarom dringt Luther aan, om de Schrift altijd in verband met onszelf te lezen: 'Lees met grote nadruk deze woorden "mij, voor mij" en gewen u eraan, dat gij dit met een zeker geloof kunt uitspreken en op u toepassen. Twijfel niet, dat ge behoort tot hen, die hier genoemd worden'.
Later zou de bekende prediker Ebenezer Erskine deze woorden met instemming citeren (dr. Van Harten).
Ook Calvijn spreekt over dit persoonlijke van het geloof: 'Hierom gaat het voornamelijk in het geloof, dat wij de belofte der barmhartigheid, die de Heere ons aanbiedt, niet slechts buiten ons oordelen en in ons allerminst, maar dat wij ze, door ze van binnen te omhelzen, de onze maken'.
Bij het kerstevangelie schrijft hij: 'Het baat ons niet veel, al weten wij dat de Zaligmaker geboren is, zo wij niet, ieder voor zich, er zeker van zijn, dat Hij voor ons persoonlijk geboren is'. Met nadruk wijst Calvijn voortdurend op het beloftekarakter van het Woord, dat leven in ons hart wekt. De vastheid van het Woord is de grond voor de zekerheid van het geloof. Belangrijk is in dit verband het besef, dat het Woord ons nooit zo maar gepreekt wordt. Wij horen het altijd naar de bijzondere voorzienigheid Gods, zodat ieder die het hoort, persoonlijk geroepen is. Juist dit aspect krijgt later in de theologie minder aandacht en wordt ook nu onder ons helaas maar al te vaak vergeten.
Het gevolg is een voortdurende onzekerheid, of de beloften van God wel voor ons gelden.
Toch weet ook Calvijn van sterk en zwak geloof. Hij schrijft in zijn commentaar op Mark 9 : 24, dat 'zeer weinigen met een uitstekend, enkelen met een middelmatig, de meesten echter met een geringe mate van geloof begiftigd zijn'. De Heere is echter zo goed jegens ons, dat Hij ons ook met een geringe mate van geloof tot de gelovigen rekent. Dat houdt tegelijk een oproep in, om tegen ons ongeloof te strijden. Kleingeloof houdt ons in het donker. 'De gunstbewijzen Gods zouden ons veel milder toevloeien, als wij niet zo nauw van hart waren; onze enghartigheid is er de oorzaak van, dat Hij Zijn gaven niet in overvloediger mate over ons uitstort. Kortom, deze plaats leert ons, dat ons geloofde maat niet te buiten kan gaan; want hoe groot ons geloof ook zij, zo zal het toch nooit het honderdste gedeelte der goddelijke goedheid kunnen omvatten.' (Comm. Mark. 5 : 36)
Ondanks dat alles, is het toch opvallend, dat al zo snel na Calvijn gezocht werd naar de kenmerken van het geloof. Bleven er toch nog vragen over? Kon men al spoedig de hoge vlucht, die Calvijn in het geloof maakte, niet volgen en zocht men duizelend naar meer houvast? Prof. Graafland wijst erop, dat Beza reeds vanuit de vruchten van het geloof naar de zekerheid toe redeneerde. Die ontwikkeling zet zich later door en is naar ik meen tot vandaag in de gemeenten terug te vinden. Toch zullen we het noemen van kenmerken en het zoeken daarnaar ook in een juist verband moeten zien. Ze zijn immers, als het goed is, nooit een grond voor het geloof, maar wel de vruchten ervan. En aan de vruchten kent men de boom. Wanneer wij spreken over het geloof, moeten we er niet alleen toe oproepen, maar ook oefening van het geloof aan de orde stellen. We moeten afdalen naar de mens in de nood van zijn hart, zal de prediking ook werkelijk effekt hebben. Wie alleen het geloof predikt en twijfel als zonde aanwijst, maar het daarbij laat, gaat niet echt in op de vragen, die leven bij hen die naar zekerheid zoeken. Prof. Van Ruler schreef: 'Men zal in de prediking moeten oproepen tot gelóóf, maar daarbij moeten bedenken – en dat zo radicaal, dat het de manier van de oproep bepaalt! – dat de mens in zijn hart moeite kan hebben met het hem verkondigde evangelie, om tot de doorbraak en de overgave te komen. En dat eventueel een leven lang'. Daarmee moeten we echter een eindeloze bekommering niet goedpraten. De Heere doet immers wat Hij zegt. 'Wie altijd bekommerd is', zei ds. G. Boer, 'mag er wel bekommerd over zijn, dat hij het al zo lang is'. De Heere is een Licht en bij Hem is geen duisternis. Maar waar blijft, dat wij de weldaden van de Heere ontvangen, 'in zoverre wij ze met een waar geloof waarnemen'. Daarom zullen de kracht van het Woord en daaraan verbonden werking van de Heilige Geest centraal moeten staan in de prediking. Wie alleen de armoede en de onmacht van de mens preekt, doet de Heere ook tekort en schaadt de gemeente.

A. W. van der Plas, Bergambacht

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 april 1987

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Prediking en geloof (6)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 april 1987

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's