Het Leger des Heils (slot)
(wat gelooft het Leger des Heils)
Het Leger des Heils gelooft dat de enige hoop voor de wereld gelegen is in de persoonlijke aanvaarding van Jezus Christus en de totale omkeer (bekering) van de mens. William Booth zei eens: 'Noch water, noch sacramenten, noch kerkdiensten, noch Leger des Heils-methoden zullen u redden, zonder een levende, innerlijke verandering des harten en een levend, aktief geloof.
11 leerstellingen
Het Leger des Heils onderschrijft de Twaalf Artikelen van het Geloof, evenals de Geloofsbelijdenis van Nicéa en Athanasius. Maar deze geloofsbelijdenissen staan niet voorop. Het Leger heeft zelf 11 leerstellingen, die elke heilssoldaat moet ondertekenen.
1. Wij geloven dat de Heilige Schrift, de boeken van het O.T. en N.T., door goddelijke ingeving geschreven is en dat alleen hierin de goddelijke richtlijnen voor het christelijke geloof te vinden zijn.
2. Wij geloven, dat er slechts één God is, geheel volmaakt, de Schepper, Onderhouder en Bestuurder van alle dingen, en dat uitsluitend aan Hem goddelijke verering toekomt.
3. Wij geloven, dat er drie Personen in de Godheid zijn: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, ongedeeld in wezen en gelijk in macht en heerlijkheid.
4. Wij geloven, dat in de persoon van Jezus Christus, de goddelijke en menselijke naturen verenigd zijn, zodat Hij waarachtig God en waarachtig mens is.
5. Wij geloven, dat onze eerste ouders geschapen zijn in een staat van onschuld, maar dat zij door hun ongehoorzaamheid hun reinheid en geluk verloren hebben en dat door hun val alle mensen zondaars geworden zijn, geheel en al verdorven en als zodanig rechtmatig aan Gods toorn blootgesteld.
6. Wij geloven, dat de Heere Jezus Christus door Zijn lijden en dood verzoening bewerkt heeft voor de gehele wereld, zodat elk die wil gered kan worden.
7. Wij geloven, dat bekering tot God en geloof in de Heere Jezus Christus en wedergeboorte door de Heilige Geest noodzakelijk zijn tot ons behoud.
8. Wij geloven, dat wij uit genade gerechtvaardigd worden door het geloof in Jezus Christus, en dat hij, die gelooft, daarvan het getuigenis in zich heeft.
9. Wij geloven, dat voortdurend gehoorzaam geloof in Christus nodig is om gered te blijven.
10. Wij geloven, dat alle gelovigen het voorrecht hebben geheel en al geheiligd te kunnen worden en dat geheel hun geest, ziel en lichaam onberispelijk bewaard kunnen worden tot de komst van onze Heere Jezus Christus (1 Thess. 5 : 23).
11. Wij geloven in de onsterfelijkheid van de ziel, in de wederopstanding van het lichaam, in het algemeen oordeel aan het einde van de wereld, de eeuwige gelukzaligheid van de rechtvaardigen en de eindeloze straf van de goddelozen.
Orthodox
Als we die leerstellingen goed lezen, zien we dat het Leger des Heils de Heilige Schrift aanvaard als het door de Heilige Geest geïnspireerde Woord van God, de Drieënige God en het waarachtig God – en mens – zijn van Christus belijdt, en gelooft dat de mens onderworpen is aan de erfzonde. Al wordt dit niet letterlijk in de leerstellingen gezegd, in een jeugdblad van het Leger lees ik: 'Alle mensen zijn zondaren; aanvaarding van de erfzonde'. Het Leger des Heils gelooft dat alleen redding mogelijk is door het verzoenend werk van Christus en dat nodig is bekering, geloof en wedergeboorte door de Heilige Geest. Er zijn maar twee wegen, eeuwige gelukzaligheid of eeuwige verlorenheid.
We kunnen in onze tijd, ook binnen de kerken, wel andere dingen horen. We mogen het Leger des Heils rekenen tot het orthodoxe christendom.
Toch zijn er ook een aantal vragen te stellen.
Vrije wil
Zo heb ik moeite met de woorden 'elk die wil kan gered worden' (stelling 6). Daarmee zit het Leger des Heils in arminiaans vaarwater. 'Jezus stierf aan het kruis voor de zonden van alle mensen, zodat wie maar wil gered kan worden' lees ik in een jeugdblad'. En: 'om goed te doen moeten we blijven vertrouwen, dat Jezus ons daarbij helpt'.
Ik weet wel: en evangelisatiebeweging heeft al gauw het stempel van arminianisme of remonstrantisme. In het evangelisatiewerk is de boodschap altijd appellerend, wordt aangedrongen op een keus. En dat is bijbels ook: 'Kiest u heden wien gij dienen zult' (Joz. 24 : 15). Laten we elkaar niet te gauw verdenken of veroordelen. Dat neemt echter niet weg, dat het Leger des Heils dit expliciet in haar leerstellingen heeft staan. Goed beschouwd zou ik daar moeilijk mijn handtekening onder kunnen zetten. Alsof het geloven van ons afhangt en niet van de Heilige Geest, die in ons het willen en het werken werkt. En alsof de 'volharding der heiligen' (stelling 9) iets is waar we zelf de schouders onder zetten. Terwijl de belijdenis van een christen eerder is: het goede dat ik wil doe ik niet, het kwade dat ik niet wil, dat doe ik.
Zondaarsbank
In het verlengde van deze stellingen ligt de zondaarsbank, langs het podium in elke zaal van het Leger des Heils. Mensen die berouw hebben over hun zonden, worden uigenodigd aan de zondaarsbank te knielen en een beslissing tot bekering te nemen. We moeten niet vergeten, dat velen, die via het Leger des Heils in aanraking kwamen met het Evangelie, mensen waren die leefden in concrete zonden: verslaafden, verdwaalden, ontspoorden. We kennen de zondaarsbank niet. Zouden we niet kunnen zeggen, dat ook de verloren zoon op de zondaarsbank terecht kwam toen hij tot de belijdenis kwam: vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en voor u…? En: het Leger weet zelf wel, dat niet alle mensen die aan de zondaarsbank neerknielen, werkelijk bekeerd worden, lees ik in het speciale nummer van de Strijdkreet.
Wat verstaat het Leger des Heils onder bekering? 'De aanvaarding van Jezus Christus als persoonlijke Verlosser en het zich overgeven aan Zijn genade; en wie van Gods genade wil leven, heeft zich afgekeerd van de weg van zelfzucht, zonde en opstand tegen God, en zich gekeerd naar een levenswandel in gehoorzaamheid aan Zijn wil', lees ik in hetzelfde nummer.
Hallelujah
Stelling 8 spreekt van het getuigenis van het geloof, dat de gelovige in zich heeft. Dat is een bijbelse notie. Maar krijgt dat niet teveel nadruk als dat een van de leerstellingen is, waar de handtekening onder gaat? Is dat getuigenis er altijd? Wordt dat nooit aangevochten? In het Leger des Heils heerst een blijmoedig geloof. Dat is goed. Het wordt onder ons al teveel gemist. De Schrift spreekt vele malen van 'verblijdt u'. Een van de vruchten van de Geest is blijdschap. Maar er zijn ook de diepten van verlorenheid en schuld, van het vallen en weer gegrepen worden, van het steeds meer leren dat van dag tot dag nodig is de genade van Christus en de vernieuwende werking van de Heilige Geest. Het heeft dikwijls weinig diepgang als de samenkomsten bestaan uit opgewekte liederen, fanfares, handgeklap, Hallelujahgeroep.
Sacramenten
In het verlengde hiervan ligt de visie van het Leger des Heils op de sacramenten. Het Leger des Heils kent geen sacramenten. Pasgeboren kinderen worden 'opgedragen', het huwelijk kan worden ingezegend. Maar dat zijn geen sacramenten. De beide sacramenten, Doop en Avondmaal, kent men niet. Eerder zet men zich tegen de sacramenten af. 'Waar wij in werkelijkheid deel kunnen hebben aan Christus, zijn uiterlijke vormen of symbolen van deze gemeenschap niet nodig en ook niet door Christus geboden', zegt het Leger des Heils. Dan blijft men toch wel zitten met de duidelijke inzetting door Christus van de Doop en het Avondmaal. En met het feit, dat Doop en Avondmaal een grote plaats hadden in de eerste christentijd, al in de tijd van het nieuwe testament. Men kan zich toch moeilijk een christendom voorstellen zonder Doop en Avondmaal. Ook William Booth heeft zich tegen de sacramenten afgezet. Komt dat door de anglicaanse sacramentspraktijk van zijn dagen, die voor velen een zeker automatisme in zich had?
Laten we andere vragen stellen: staan de sacramenten onder ons op de hoogte die ze behoren te hebben: teken en zegel van Gods verbond en van de gemeenschap met Christus? Is er ook onder ons niet veel automatisme als het gaat over de Doop? Of heeft de sacramentsvisie van het Leger des Heils te maken met het feit, dat versterking van het geloof bij het Leger minder nodig is: één van tweeën, óf men gelooft niet, óf men gelooft helemáál, totáál. Als het Leger des Heils zegt: wij geloven dat voortdurend geloof in Christus nodig is om gered te blijven, stellen wij daartegenover: wij geloven, dat de Heilige Geest van dag tot dag nodig is om het geloof te versterken, en de Heilige Geest maakt daarbij o.a. gebruik van de sacramenten, naar de instelling van Christus.
Geen kerk
Het Leger des Heils heeft geen sacramenten. We kunnen daarom ook niet zeggen, dat het Leger een kerk is. Kenmerken van de kerk in theologische zin zijn namelijk de prediking van het Woord, de zuivere bediening van de sacramenten en de kerkelijke tucht. Velen, die de sacramenten misten, vonden daarom door het Leger de weg naar de kerk (terug).
Het Leger moet ook nooit een kerk worden, zeggen velen van het Leger zelf. Men bedoelt dan: het Leger moet dynamisch en flexibel blijven.
Dat is ook de kracht van het Leger des Heils: een evangelisatiebeweging, die mensen tot Christus wil brengen. Zijn zwakte is, dat het in de 'eerste beginselen' bleef steken en het de gedaante van kerk aannam zonder kerk te zijn. Ds. A. B. W. M. Kok zegt in de Christ. Encyclopedie (deel IV, blz. 404): 'God heeft mannen en vrouwen van het Leger des Heils met hun gebrekkige leer willen gebruiken om diepgezonken en, die voor de kerk onbereikbaar schenen, tot zich te trekken'. Zo is het Leger velen tot zegen geweest.
H. Veldhuizen, Hilligersberg
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 april 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 april 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's