De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Diakonaat in Peru

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Diakonaat in Peru

Van overzee

6 minuten leestijd

Een paar weken lang mochten Marja Brak en ik meeleven met de families Smelt en Poldervaart in Peru, en hadden we zo de gelegenheid om hun werk in de gemeente van dichtbij te zien. Ze werken beiden in de frontpositie van de zending in de grote stad, waar arme wijken zijn, in een kerk die nog klein en in opbouw is, met veel en andere mogelijkheden dan wij in Nederland hebben. Je gaat natuurlijk vergelijken. Het lijkt hier veel gemakkelijker om aan het diakonaat konkreter vorm te geven dan bij ons. Maar is dat werkelijk zo?
Een voorbeeld. We hadden veel oude (onze afgedankte!) kleren meegenomen en hier en daar weggegeven. De mensen zijn er blij mee. Een vrouw met 9 kinderen – haar armoede was werkelijk schokkend – bedankt je en zegt (heel katholiek): 'De Heer zal je er voor zegenen'. Juist zo'n opmerking zet je aan het denken. Waar ben ik eigenlijk mee bezig? Is dit iemand écht helpen? En wat heeft het mij gekost?
Een ander voorbeeld. In de kerk van Leo Smelt is de diakonie begonnen met een gaarkeuken. Rosa, een huismoeder, kan daar werken en er iets aan verdienen, en tegelijkertijd kunnen 12 à 15 mensen van de gemeente goedkoop eten. Het gaat allemaal niet vlekkeloos. Er wordt geklaagd over de variatie van het menu, en dan weer over de hoeveelheid die men krijgt. Dan is er iets uit de keuken gestolen. Er wordt een diakonale 'begeleidingskommissie' ingesteld, die elke week bijeenkomt om het menu vast te stellen. Maar over diakonaat gesproken: de arme Rosa neemt wel een verstoten ongehuwde moeder op met haar kind. Wij vinden dat haast onmogelijk.
Twee voorbeelden uit een andere wereld, maar eigenlijk ook van heel dichtbij. Is het werkelijk gemakkelijker om in Peru als kerk diakonaal bezig te zijn? Enerzijds wel. De nood ligt bij wijze van spreken op straat. Als kerk kun je er gewoon niet omheen, als aan de overkant van de straat een krottenwijk met 5000 gezinnen staat. Als in elk pastoraal bezoek de zorgen van het dagelijks brood ter sprake komt. De armoede is openlijk, zichtbaar, het stinkt letterlijk. Je ziet het aan de huizen, de kleren, de verzorging. Werk genoeg! Met geld (uit het buitenland) kun je veel doen!
Maar er is ook een andere kant. In Peru leren de mensen nauwelijks wat het is om oog te hebben voor de ander. Ieder moet zèlf zien te overleven. Diakonaat als taak van de Kerk? 'Maar we zijn zèlf arm, we hebben zèlf hulp nodig. Dan wij zelf toch eerst?' En als je geld geeft, maak je de mensen daarmee niet afhankelijk, verwen je ze niet en maak je het hen dan niet gemakkelijk? Bovendien is er nog het probleem, dat als je één persoon of familie helpt, je al gauw jaloersheid wekt. Men ziet immers alles van elkaar. Je loopt het gevaar dat men deze persoon of familie uit de gemeenschap losmaakt. En dan speelt hier ook het bij ons bekende probleem van het geld lenen. Er is een diakonaal fonds voor noodgevallen, dat leningen tot ƒ 20,– verstrekt. En noodgevallen zijn er veel en telkens opnieuw. Maar als ze niet terugbetalen, wat doe je dan de volgende keer? Nood genoeg, maar waar en hoe te beginnen? Voor de kerk en de zendelingen hier is het de kunst om bepaalde aktiviteiten van de diakonie te laten functioneren zonder hulp uit het buitenland of hooguit met een startsubsidie (bv. voor de inventaris van de gaarkeuken). De gemeente moet zelf leren om geld te geven voor de diakonie. Maar dat betekent tegelijk, dat de armslag van de diakonie erg klein is.
De vraag naar hoe en waar te beginnen is ook onze vraag in Nederland. Nee, de nood ligt bij ons niet zo zichtbaar op straat, hoewel het beeld van onze grote steden er wel iets van weg heeft. De armoede is ook minder duidelijk aanwezig dan hier. Wij hebben meer onze muren opgetrokken rond ons privé-leven. Bovendien zijn er voor alle problemen toch wel hulpinstanties te vinden?
Deze stijl van leven en denken heeft zeker ook met de welvaart te maken. Je herkent dat ook in Lima. Er is een opvallend verschil tussen de rijkere en de armere wijken. In de armere wijken leeft men meer buiten, men heeft niet veel en dus ook niet veel te verliezen. De rijkere wijken hebben stille straten, waar mensen in hun huizen en achter hekken die op slot zijn wonen, bang voor diefstal. En in wezen ontzettend eenzaam. Met deze laatsten voel ik me in zekere zin verbonden. Want net zoals voor hen is het voor mij moeilijk om uit mijn eigen kringetje te stappen, om écht te delen met de ander, om oog te krijgen voor de nood in ónze samenleving. Laten we niet blind zijn en doen alsof er bij ons geen nood is, geen behoefte aan diakonaat. De eenzaamheid is een groot probleem voor zieken, ouderen, maar ook jongeren. We weten dat er veel diepgaande relatieproblemen zijn in huwelijk of gezin. Deze nood ligt meestal niet op straat. Je kunt ook niet (evenals in Peru) met een tas met oude kleren volstaan. Want evenals in Peru vraagt diakonaat in Nederland inzet, trouw, een lange adem, een open oog en een antenne voor de ander. Diakonaat wordt dan heel konkreet èn moeilijk. Een gastgezin zei eens uit ervaring: 'Het is gemakkelijker om 100 gulden in de kollektezak te stoppen, dan om die samen met iemand op te maken'.
De vraag hoe we als Nederlandse christenen op de vragen van Peru (en van de andere arme landen) moeten reageren, is een vraag om je hoofd over te breken.
Juist zo'n bezoek drukt je neus weer op het feit, dat wij 'de rijke christenen in een tijd van honger' zijn. Wat heeft de Schrift ons te zeggen op dit punt? En praktisch: hoe moeten we onze roeping verstaan, hoe moeten we delen zonder afhankelijk te maken, zonder ons superieur te tonen? Werelddiakonaat blijft onze verantwoordelijkheid, maar voorlopig vooral ook óns probleem.
Belangrijk zijn de lokale kerken. Zij staan aan de basis, omdat deze broeders en zusters zelf arm zijn en er midden in wonen. Via hen zullen we kanalen moeten zoeken om op een verantwoorde wijze te delen. Deze gemeenten en wij staan voor een geweldige uitdaging. We hebben daarin een groot Voorbeeld. Onze Heere Jezus Christus kwam om te dienen en te delen. In het diakonaat kunnen we getuigenis geven van de liefde Gods voor zondige mensen met gebroken levens.

H. B. Graafland, Lima

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 april 1987

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Diakonaat in Peru

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 april 1987

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's