De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

10 minuten leestijd

De Kerken in de Sovjet-Unie
Velen hebben zich de laatste maanden afgevraagd of de veranderingen die door partijleider Gorbatsjov op gang zijn gebracht ook een gunstige uitwerking zullen hebben op de situatie van de kerken en de gelovigen.
Het is moeilijk daarover tot een beslissing te komen. Enerzijds zijn wij, denkend vanuit onze westerse patronen snel geneigd om uit bepaalde stappen op politiek terrein consequenties te trekken en vergeten dan de totaal anders ingerichte Sovjetstaat, anderzijds kan men zeggen: wie zou zich niet verheugen op elk spoor van verbetering? In Wenen is eind februari een ontmoeting geweest van kerken en enkele westerse ambassadeurs, die betrokken zijn bij de Helsinki-vervolgconferentie, die op het ogenblik in Wenen plaats vindt. In In de Waagschaal van 4 april geeft dr. J. A. Hebly enkele momenten uit deze ontmoeting weer en gaat hij in op de vraag naar het (mogelijke) gevolg van de veranderingen in Rusland.

Algemene indruk was dat het nog te vroeg is om daarover iets te zeggen, maar dat er zeker geen aanleiding is tot een stemming van euphorie die bij ons aan het ontstaan is. Het punt van de godsdienstvrijheid speelt op deze CVSE conferentie een belangrijke rol in het kader van de mensenrechten en door de delegaties van het Vaticaan, Oostenrijk en Italië zijn belangrijke voorstellen ingediend om de toepassing en practische uitwerking van reeds gemaakte afspraken op dit punt te realiseren. Daartegenover hebben de Sovjets een nota ingediend, waarin als een soort tegenvoorstel erop wordt aangedrongen in alle wetgeving vast te leggen het recht op vrijheid van godsdienstoefening (dus cultusvrijheid) en atheïstische propaganda, zoals dit in de Sovjetconstitutie is vastgelegd. Dit houdt in dat men voor activiteiten van de kerken buiten het kerkgebouw geen enkel begrip heeft en het terrein van het openbare leven slechts voor het atheïsme wil reserveren.
Op zichzelf ishet interessant te constateren, dat men westerse voorstellen niet direct afwijst met het argument van niet-inmenging in binnenlandse aangelegenheden, zoals dat tot voor enkele jaren het geval was. Veeleer is er een zekere tendens om aggressieve tegenvoorstellen te formuleren, die de mensenrechtsituatie in westerse landen betreffen. Maar er blijkt uit het gedrag van de Sovjetafgevaardigden in Wenen niet dat er in de houding ten aanzien van de vrijheid van godsdienst iets is veranderd. 'Op het gebied van de godsdienst wordt nog een harde koers gevolgd', zei een van de westerse onderhandelaars. 'Er zijn in de eerste maand een aantal positieve gebaren gemaakt op het gebied van de rechten van de mens, maar verder zijn de dingen weinig veranderd'. En een Sovjetafgevaardigde zei in een persoonlijk gesprek: voor ons is het punt van de godsdienstvrijheid het moeilijkst. De verandering van de religieuze wetgeving heeft een heel lage prioriteit en de motivatie van Gorbatsjov ligt niet op humanitair terrein, maar op het gebied van de economie. De strijd tegen religieuze vooroordelen moet doorgaan en versterkt worden, zei hij in november jl. in een rede in Tasjkent, die niet in de landelijke pers is opgenomen.

Hebly wijst er op dat de atheïstische visie een essentieel onderdeel is in leninistisch marxistische ideologie en niet snel doorbroken zal worden. Het statuut van de communistische partij vraagt van ieder partijlid verbreiding van het atheïsme. Dat moet toch wel nadelig uitwerken op opvoeding en vorming van jongeren. We moeten ons daarom, zegt Hebly, geen illusies maken.
Anderzijds is er bij de veranderingen nog slechts sprake van het begin van een proces, waarvan niemand nog kan zeggen wat daarvan de resultaten zullen zijn. Economische en politieke veranderingen garanderen nog niet meer ruimte voor godsdienst en kerk.

Maar toch… als de perestrojka doorzet, als de mensen creatiever, kritischer, vrijmoediger mogen worden, hoe kan dan worden voorkomen dat zich dit ook zal uiten op het vlak van wereldbeschouwing en religie? Kan men dan nog controle uitoefenen via de bedrijven of iemand zijn kind laat dopen en op grond daarvan represailles tegen hem nemen? Wat gaat men dan doen tegen de serieuze, hardwerkende, niet aan drank verslaafde fabrieksbaas, die in zijn vrije tijd optreedt als voorganger van een niet-erkende Baptistengemeente? Als niet-partijleden tot hogere functies in het bedrijfsleven worden toegelaten en als er dan een van hen besluit regelmatig ter kerke te gaan, zal men dit dan toch tegen hem gaan gebruiken en hem onder druk zetten? En zo niet, welke invloed zal dat dan hebben op anderen? Indifferentisme is er natuurlijk volop, maar als de schijn van ideologisch conformisme niet meer behoeft te worden opgehouden, wat zal dan de plaats van de ideologie worden? Kan die dan nog zo totalitair functioneren als nu het geval is? Wellicht zal wanneer persoonlijk initiatief als goede maatschappelijke deugd gaat worden beschouwd, het moeilijker worden dit geheel binnen de perken van het economisch terrein te houden zal dit ook in religiosis zijn uitwerking hebben. Als dan een religieusfilosofische kring wordt opgezet op de wijze waarop Ogorodnikov dit deed, zal men toch moeilijk de leden weer kunnen arresteren.
Voor de kerken zal voorlopig wel blijven gelden dat de bestaande beperkende wetgeving van kracht blijft en dat het staatsopzicht door de Co voor Godsdienstzaken blijft bestaan. Maar zouden ook in de Sovjetunie niet wat pragmatische concessies kunnen worden gedaan, zoals het geval is in andere communistische landen als de DDR, Polen en Hongarije? Er is toch geen gevaar voor de grondslag van de samenleving als er wat meer godsdienstige boeken worden gedrukt of ingevoerd of wanneer de Baptisten een opleidingsinstituut voor voorgangers openen? Ook zonder ingrijpende structurele veranderingen zou door kleine concessies het leven van kerken en gelovigen al heel wat kunnen verteren. Het minste dat mag worden verwacht is echter wel dat ook de eenvoudige gevangenen, als de afgescheiden Baptisten, die gevangen zijn genomen vanwege hun kerkelijke activiteiten (officieel vanwege overtreding van de bestaande wetgeving op godsdienstig gebied) vrij worden gelaten. Het lijkt nu wel alsof alleen de in het Westen bekende gevangenen in vrijheid zijn gesteld, omdat zij afbreuk deden aan het propagandabeeld dat de Sovjetunie graag in het Westen wil verbreiden.

De algemene indruk die dit alles achterlaat is er een van onzekerheid en raadselachtigheid. Hebly is van oordeel, dat terughoudendheid in al te hoopvolle verwachtingen op zijn plaats is, zeker als het gaat om de positie van de kerken. Maar tevens dienen we zoveel mogelijk betrokken te blijven bij dit proces en zullen we elke mogelijkheid van contact ter realisering van mensenrechten en godsdienstvrijheid moeten aangrijpen.

Ontwikkelingen in de gezondheidszorg
De arts, dr. Doeke Post, is blijkens een artikel in het Centraal Weekblad van 10 april verontrust over allerlei tendenzen in de gezondheidszorg, zoals die zich o.a. manifesteren in het plan van de commissie-Dekker. Om de gezondheidszorg in de toekomst betaalbaar te houden heeft deze commissie een aantal voorstellen gedaan, waarbij o.a. er een basisverzekering voor iedereen zal komen, terwijl daarnaast eigen bijdragen gevraagd worden. Uitgangspunt is, dat mensen zelf verantwoordelijk zijn voor hun gezondheid en dat ze hiervoor zelf ook moeten kiezen op welke wijze men zich wil verzekeren. Post acht dit plan een symtoom van de oprukkende ik-maatschappij.

Het is jammer dat in het rapport van de commissie Dekker de patiënt en zijn hulpveriening ontbreekt. Van oudsher is het verzorgen van zieken en gebrekkigen een taak geweest die een sterk diakonaal karakter heeft gehad. Samen zorgde men voor mensen die niet voor zichzelf konden zorgen. Veel ziekenhuizen zijn uit die gedachte ontstaan. Kruisverenigingen zijn vanuit deze achtergronden opgericht Ook ziekenfondsen hebben in hun historie hier erg mee te maken gehad. Gezamenlijk droeg men de kosten die ziekte met zich mee bracht. Artsen werkten ook vanuit die filosofie.
In de huidige opvatting lijkt dit totaal verdwenen te zijn. Men spreekt over marktgerichte gezondheidszorg, over bedrijfsmatige aanpak in ziekenhuizen, over concurrentie en over commercie. Het lijkt erop dat gezondheidszorg koopwaar is geworden en dat het consumentisme heeft toegeslagen.
In het rapport dat het Wetenschappelijk Instituut voor het CDA het licht heeft doen zien, wordt, in tegenstelling tot het advies van de commissie Dekker, sterk gepleit voor een andere, een betere zorgverlening. Er zal weer meer zogeheten mantelzorg moeten komen: mensen zouden elkaar meer moeten helpen. Er zal ook meer verschuiving van zorg van ziekenhuizen naar thuiszorg moeten plaatsvinden. De mogelijkheden hiervoor zullen moeten worden geschapen. Een ander geluid dus, een geluid waarbij de commercie wordt afgewezen.
Ook dit rapport stelt voor om veranderingen in de gezondheidszorg aan te brengen, omdat de kosten van de zorgverlening niet meer zijn op te brengen. Zij doet dat echter vanuit een andere visie: een visie waarbij wordt gewezen op het rentmeesterschap. We mogen de ons ter beschikking staande middelen niet exploiteren op zo'n manier dat we de grenzen van de zorg bereiken. Immers, dan worden mensen de dupe die de zorg niet meer kunnen verkrijgen omdat het financieel onmogelijk wordt. We zullen met elkaar ervoor moeten zorgen dat de gezondheidszorg op doelmatige wijze wordt gegeven en dat de gebruikers op kritische wijze vragen om hulp. Met andere woorden, de artsen zullen zuinig moeten omgaan met de middelen en de patiënten zullen niet moeten overvragen.
Naast een beroep op rentmeesterschap wordt ook in het rapport van het CDA een beroep gedaan op de onderlinge hulpverlening: het diakonale principe wordt zeker niet verlaten.

Solidariteit
Diakonaat berust op solidariteit: gezonden dragen mee voor zieken, jongeren helpen mee om de kosten voor ouderen te dragen en rijken brengen meer in dan armen. Samen zorgen we ervoor dat iedereen die zorg krijgt die hij nodig heeft.

Dit houdt ook in dat de zorgverlening voor iedereen toegankelijk moet blijven. Wellicht zou een geringe bijdrage niet onoverkomelijk zijn, maar het mag geen belemmering zijn om van de zorg gebruik te maken. Een aanzienlijke pakketverkleining, dus veel minder voorzieningen in het ziekenfondspakket of in de eventueel te vormen nieuwe basisverzekering zou juist voor de lage inkomens wel eens een bezwaar kunnen zijn. Men verzekert zich op grond van financiële argumenten niet voor de rest en als men daar dan gebruik van zou moeten maken, kan men het niet betalen.

Post ziet in dit alles een ontwikkeling die we op meer terreinen in de samenleving aantreffen: een sterke nadruk op het ik, een op de markt gerichte hulpverlening, terwijl het solidariteitsprincipe op de achtergrond verdwijnt. Hij hoopt, Zijn pleidooi voor de band met het diakonaat is me uit het hart gegrepen. Wel zie ik een aantal probleemvelden. Vooreerst: Is gezien de voortgaande ontkerkelijking en gezien de deconfessionalisering van de gezondheidszorg in invloed van diakonale organen niet zeer gering aan het worden? In de tweede plaats: Gaat het in de gezondheidszorg niet om bedragen die de draagkracht van gemeenten en diakonieën te boven gaan? Of we zouden alle diakonale hulp op het eigen land moeten concentreren, hetgeen ten enenmale onjuist en onverantwoord zou zijn gelet op de nood in vele landen ter wereld en onze werelddiakonale verantwoordelijkheid? Een appèl op rentmeesterschap en wederzijdse zorg is van grote betekenis. Maar hoe bereikt dit appèl de samenleving? Of denkt Post aan een soort voorbeeldfunctie van de christelijke gemeente als een gemeenschap, waarin iets zichtbaar wordt van het 'als een lid lijdt, lijden alle leden'? Het zou een geweldig winstpunt zijn als de christelijke gemeente weer meer bij de ziekenzorg betrokken zou worden. Hier ligt stellig een diakonale taak. Overigens: een eigen bijdrage naar draagkracht, waarbij de hogere inkomsten een grotere last te dragen krijgen dan de lage inkomens, behoeft niet in strijd te zijn met de principes van solidariteit en gerechtigheid, en speelt bovendien in op de betekenis van de eigen verantwoordelijkheid. Het is te hopen dat parlement en regering wegen vinden om èn aan dit laatste en aan de solidariteit gestalte te kunnen geven.

A. N., Ede

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 april 1987

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 april 1987

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's