Prediking en geloof (7)
Er is in de prediking, zoals wij die kennen, de nodige diversiteit te bemerken. Sommigen leggen alle nadruk op het voorwerpelijke, het objectieve, van het heil in Christus. Met de uitdrukking van Kohlbrugge 'Op Golgotha ben ik bekeerd', wijzen ze op de rijkdom van de aangebrachte verlossing. Het is volbracht. Uiteraard krijgt de noodzaak van het geloof een plaats in de prediking, maar de vraag hoe wij aan het geloof komen en wat dit in ons hart uitwerkt, krijgt minder de aandacht. Het onderwerpelijke, het subjectieve, wordt in een enkele zin genoemd en soms dat nog niet. De uitleg van de Schrift en de verkondiging van het heil staan centraal.
Anderen zoeken juist het tegendeel. De tekst wordt uitgelegd en het heil in Christus heeft een plaats, maar de nadruk valt op het onderwerpelijke. Het moet aan ons gebeuren. 'Al was Christus duizendmaal in Bethlehem geboren en niet in uw hart, dan was u nog verloren'. Deze uitspraak van de mysticus Angelus Silezius – overigens later een fel rooms-katholiek – is hier tekenend voor de verhouding objectief-subjectief. We weten wel dat het op Golgotha gebeurd is, maar zolang ik niet weet dat het ook voor mij geldt, baat mij dat niet. Alle aandacht gaat uit naar de persoonlijke verwerving van het heil. Wedergeboorte en rechtvaardiging staan centraal. Het aspekt van de heiliging blijft daarbij ten achter.
Toch is dit niet de enige vorm van subjectieve prediking.
Omgekeerde wereld
Soms lijkt het wel alsof het negatieve element in de prediking de hoofdzaak is. Voor sommigen is dat het kenmerk van het ware. Wie zich niets toe durft eigenen, maakt ernst met de dingen van Gods Koninkrijk. Hoewel de Heere Jezus geen antwoord gaf op de vraag, of er ook weinigen zalig worden, weet men het antwoord al: velen zijn geroepen, weinigen uitverkoren. Het evangelie verliest hier het blijde en bevrijdende en dreigt overdekt te worden door allerlei wetten en menseninzettingen. Men kan zich druk maken over bijzaken en daar soms hele preken mee vullen, maar de kern van de zaak, de persoonlijke kennis van de Heere Jezus Christus, wordt maar spaarzamelijk genoemd. Alle aandacht valt op menselijke belevenissen en ervaringen. Voorbeelden uit het leven van anderen krijgen meer aandacht dan het eenvoudige Woord van God. Terwijl de oordelen en bedreigingen onderstreept worden, gewent de gemeent daaraan en zou ze alleen opschrikken, als deze niet meer genoemd werden. Prof. H. Visscher schreef in 1927: 'Men hoort van predikers en van gemeenten, die alleen maar willen spreken en horen van verdoemenis en voor wie de genade der rechtvaardigmaking, het geloof en het gebedsleven verachtelijk zijn, van verachting en verwaarlozing van de heilige sacramenten, van buitengewone vormen van prediking, van een gebruik van woorden en termen, die een ziekelijke onnatuur verraden. Zo worden de heiligheden des Heeren tot een bespotting en een aanfluiting, terwijl het volk verwildert en de zielen wegdwalen'.
Later heeft ook ds. J. van Sliedregt voor eenzijdigheden gewaarschuwd. In 1971 schreef hij over de neiging om aan de zwakheid en zondigheid van de christen veel aandacht in de prediking te besteden en die als het kenmerk van het ware aan te duiden. Het gaat dan niet meer om de heerlijkheid van Christus, maar om de christen in al zijn zwakheden. Hij ziet dat als een groot gevaar. 'Dan wordt de christen in zijn zelfkennis der verdorvenheid, zijn zwakheid en zijn niets zijn nochtans zo in het middelpunt der aandacht geplaatst, dat er een cultus van de gelovige komt in het niets-zijn. Men komt aan God, Zijn eer, Zijn Christus niet toe… Voor deze zwakheid cultus kan niet genoeg gewaarschuwd worden… Ook de prediking dreigt hiervan het slachtoffer te worden. Dan maakt ze een mens groot met de ontkenningen.'
Het komt mij voor, dat deze waarschuwingen ook in onze tijd niet overbodig zijn. In sommige gesprekken krijgt men de indruk, dat men geestelijk gezien in de omgekeerde wereld terecht komt, waar niet geloven ook een vorm van het ware geloof wordt en de armoede van het zich niets toe-eigenen als een nieuw bezit beschouwd wordt. Beter geen Christus dan een gestolen Christus. Waar dit bijvoorbeeld bij Van der Groe terecht als een teken van ongeloof veroordeeld wordt en het niet-hebben bij hem allerminst positief beoordeeld wordt, lijkt het in onze tijd wel, alsof dit een vorm is geworden van ernstig christendom. Zo wordt de Bijbel omgekeerd. Zalig wie niet heeft… Maar de Heere Jezus zegt het anders: Zalig wie heeft, want wie niet heeft, van dien zal genomen worden, ook wat hij heeft. Dat hebben ook de 'oude schrijvers', waarop men zich graag beroept, maar die men lang niet altijd leest, diep beseft. Zij hebben ongeloof nooit voor geloof aangezien, integendeel ze hebben diepgaand gewaarschuwd voor allerlei vormen van zelfbedrog. Maar tegelijk hebben ze de rijkdom van Gods genade voluit verkondigd. Dat blijkt bijvoorbeeld uit een catechismuspreek van Van der Groe over zondag 7 van de Heidelbergse Catechismus.
Van der Groe
Hoewel hij in zijn Toetssteen der ware en valse genade uitgebreid ingaat op het schijngeloof en de kenmerken van het geloof een ruime plaats bij hem krijgen, verkondigt hij toch de rijkdom van Gods beloften. Het zijn de touwen, waarmee we tot Christus worden getrokken. Alleen in de Heere Jezus Christus is zekerheid voor het geloof te vinden. Geloven is dan ook het betrouwen op de beloften van God. Met nadruk preekt Van der Groe de persoonlijke toe-eigening van Christus en Zijn weldaden. 'Zodra nu de Heilige Geest het geloof werkt in het hart van de arme verloren zondaar, waardoor hij alzo de Heere Jezus waarlijk ingelijfd wordt, zo neemt die arme boetvaardige zondaar ook aanstonds, als met sterke hand, al die beloofde en aangeboden weldaden van Christusj ootmoedig, als zijn eigen goed, dat hem alles uit genade van God in Christus tot zijn zaligheid geschonken wordt, oprecht aan.' Van der Groe veronderstelt dus ook een voorafgaande verbreking van ons hart. Hij spreekt over de boetvaardige zondaar. Toch zijn dit geen voorwaarden, waaraan in eigen kracht voldaan moet worden. Het is de weg, waarlangs de Heere ons leidt. Veel onzekerheid en twijfel vindt zijn oorsprong in het verkeerd opvatten van de kenmerken van het geloof. Men ziet ze als voorwaarden, waaraan voldaan moet worden, om tot het geloof te komen. Maar de praktijk is anders: ze komen mee met het geloof. Daarom is geloven ook geen passief afwachten tot enkele kenmerken bij ons te vinden zijn. Het is de Heere verwachten, die tot ons spreekt door Zijn Woord en ons daarop verlaten. Van der Groe beschrijft hoe ons hart naar Christus uitgaat: 'hij rust niet voordat hij zijn gemoed zo ver door de kracht van de Heilige Geest uitgestrekt heeft naar Christus, dat hij al dat beloofde goed uit Zijn eigen hand heeft ontvangen en gelovig aan zijn hart gebracht heeft'. Er is dus geen sprake van, dat de mens hier op zichzelf wordt teruggeworpen. De oproep van het evangelie klinkt vrijuit. Dat blijkt ook uit zijn oproep aan een arme, verlegen zondaar: 'Ik heb voor u geen andere raad dan: Gelooft, gelooft in Hem en gij zult zalig worden'. Later maakt hij dat nog verder duidelijk: 'Om met God verzoend te zijn, valt voor de arme zondaar niets anders te doen, dan maar oprecht te geloven, door zijn hart voor Christus en voor Gods genade wijd te openen en die aangeboden Middelaar met al Zijn verdiensten en heilsgoederen als een genadegeschenk van Gods eeuwige liefde en grondeloze barmhartigheid met een oprecht geloof aan te nemen en om niet te omhelzen; nademaal dit aanbod algemeen is, voor alle zondaren, die zodanig een Borg en Zaligmaker met al Zijn heilsgoederen waarlijk nodig hebben; en Christus Zelf hier ook alle arme zondaren en zondaressen zeer vriendelijk tot Zich roept en nodigt'.
Zo mag het geloof zeker zijn van de Heere en Zijn Woord, ook al wordt dat vertrouwen dikwijls bestreden en vinden we in onszelf allerlei onzekerheid. Daarover een volgende keer.
A. A. van der Plas, Bergambacht
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 29 april 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 29 april 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's