Globaal bekeken
In 1849 verscheen een boekje 'Gids voor den Bijbellezer' (uitgave Hoveker, Amsterdam), waarin in liet hoofdstuk 'Vervulde voorzeggingen' ook over de Joden en hun land geschreven wordt. Uit deze brochure, geschreven ver voor er nog sprake was van de terugkeer van de Joden naar hun land, de volgende passage:
…De geheele verstrooiing der Joden is nog opmerkelijker dan de wijze waarop die plaats greep. Zij hebben de wijde wereld doorkruist; men treft ze onder alle volken aan. In groeten getale bevinden zij zich in Polen, in Turkije in Duitschland en in ons land; in Rusland, Frankrijk, Spanje, Italië, Engeland en Amerika. Minder talrijk zijn zij in Perzië, China en Indië, aan den ooster- en westeroever van den Ganges. Zij hebben de ijsvelden van Siberië en de brandende zandwoestijnen betreden; en de Europeesche reiziger hoort van hun bestaan in streken, waar hij nog niet kan doordringen, zelfs tot in de binnenlanden van Afrika en in Australië. Van het eene einde der aarde tot aan het andere zijn de Joden – en alléén de Joden – verspreid onder alle volkeren.
Als Christenen zien wij voor hen in de toekomst betere tijden dan de tegenwoordige, wanneer, gelijk Hosea geprofeteerd heeft (hoofdst. 3 : 5), de kinderen Israëls zich bekeeren en den Heere hunnen God en David hunnen Koning (de Messias) zullen zoeken", wanneer zij in de Kerk van Christus zullen ingegaan zijn met de volheid der heidenen. Dat, niettegenstaande al de veranderingen, die de rijken der aarde ondergaan hebben van de dagen van Mozes af tot op de onze, niets de vervulling dezer profetieën verhinderd heeft, maar dat integendeel de toestand der Joodsche Christelijke en heidensche natiën van dien aard is, dat, zoo God het wil deze voorzeggingen onmiddellijk en letterlijk beter dan ooit in vervulling kunnen treden, – is een wonder, een zichtbaar wonder voor ons, dat zijns gelijke niet heeft in de verschijnselen der natuur. De Joden waren eenmaal het aan God bijzonder eigen volk; en Paulus zegt: "Heeft God zijn volk verstooten? Dat zij verre!" (Rom. 11 : 1). Wij zien hen na zoovele eeuwen door een wonder van Gods voorzienigheid nog altijd als een onderscheiden volk voortduren; en waarom dit, indien niet om te strekken tot ene getuigenis voor de waarheid en voor de Goddelijke genade, en ter vervulling van de behoeften, waartoe de tijd nog niet gekomen is, tot verheerlijking van Koning Messias, in wien Abraham en de aartsvaderen geloofd hebben, en van wien de profeten hebben gesproken? (Lev. 26 : 44). (…)
De profeten zagen dit zóo klaar als iemand, die nu de geschiedenis van Judéa leest, of het land in oogenschouw neemt. De sporen van den vroegeren landbouw, de ruïnen, die er in menigte voorhanden zijn, de overblijfselen van Romeinsche gebouwen en wegen, de rijkdom van den grond, welke hier en daar gezien wordt, bevestigen wat de geschiedenis ons leert, en toonen den jammerlijk vervallen toestand van het land aan. Nadat de Israëlieten Judéa langen tijd bezeten hadden, waren de Chaldéërs, de Syriërs, de Egyptenaren en de Romeinen de vreemdelingen, die beurtelings verwoestig na verwoesting aanrichtten, en den weg baanden voor nog barbaarscher verwoesters.
Bij den aanvang van de zevende eeuw verdierven Arabische stammen, onderde banieren van Mohammed, dit land. Van toen af is het door de burgeroorlogen der Fatimieten en Ommiaden vernield; vervolgens den kaliefen ontrukt door oproerige landvoogden; hernomen door de Turkomannische soldaten; ingenomen door de Europeesche Mamelukken, en verwoest door Tamerlan en zijne Tartaren, totdat het ten laatste den Ottomannischen Turk in handen is gevallen.
De steden zijn geslecht; al de reizigers getuigen, dat het Joodsche land thans met recht een veld, met puinhoopen overdekt, genoemd mag worden. Cesaréa, Zébulon, Kapérnaüm, Bethsaïda, Gadara en Chórazin zijn niet meer dan steen-en stofhoopen; zoo ook vele andere in den bijbel genoemde plaatsen. Het platte land is niet minder verwoest; het wordt van oproerige horden afgeloopen; de Arabieren weiden er hunne kudden. De vruchtbaarste vlakten liggen er onbebouwd: de landbouw is erin den jammerlijksten toestand.
Inderdaad: het geheele land van Israël is een groote verwoesting, edoch met kleine overblijfselen; een uitgestrekte woestijn, doch met enkele plekken, waar palmboomen staan en waterfonteinen vloeien; of nog juister gezegd, een land van bouwvallen, maar afgewisseld door bewijzen van vroegere heerlijkheid. In de landen beoosten den Jordaan telt men 446 min of meer verwoeste steden, en huizen bij honderdtallen, waaraan niets ontbreekt dan dat zij ledig zijn van menschen, wachtende op den terugkeer hunner wettige eigenaren; want Israël noch het land van Israël kan bloeien, zoolang zij van elkander gescheiden zijn; opdat even letterlijk als de profetiën van Israels vernedering vervuld zijn, ook eenmaal even stiptelijk vervuld worde, wat de Heere beloofd heeft, die het "in de landen zijner vijanden zijnde, niet verworpen. heeft".'
Uit De Stem de volgende 'Korte Overdenkingen'.
•. 'Het is niet voldoende dat een tuinman van bloemen houdt, hij moet ook een vijand zijn van onkruid.'
•. 'Ketterij is een eenzijdig beklemtoonde waarheid.'
•. 'De grootste beloning voor een gedane moeite is niet wat iemand daarvoor krijgt, doch wat hij daardoor wordt'
•. 'Een truc van de duivel is onze zinnen en gedachten met het verleden en de toekomst in beslag te nemen opdat wij het heden verwaarlozen.'
•. 'Leer van de fouten van anderen; u kunt niet lang genoeg leven om ze alle zelf te maken.'
•. 'Wanneer God zegt: "Kom!", gaat Hij ons reeds tegemoet; wanneer Hij zegt: "Ga!", gaat Hij met ons mee'.
•. 'Een baby is een klein mensenkind, dat de liefde sterker maakt, de dagen korter, de nachten langer, de bankbiljetten geringer aantal, het huis gelukkiger, de kleding sjofeler, dat het verleden doet vergeten en de toekomst waard maakt om geleefd te worden.'
v.d.G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 29 april 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 29 april 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's