Een campagne – Ontevredenheid – Een verbroken relatie
Voorlichtingscampagne
Ons volk is getracteerd op een avondje aids. Het volk moest voorgelicht worden over de besmetting met het aidsvirus. Welnu, laten we voorop stellen dat het hier om een diep ingrijpende zaak gaat. In enkele jaren tijds is een ziekte openbaar geworden, die wereldwijd om zich heengrijpt. De prognoses omtrent de verdere ontwikkeling van deze ziekte zijn niet van de lucht en alle berichten daarover overtreffen – zeker wat het te verwachten aantal slachtoffers betreft – voorgaande berichten. In eerste instantie vormden bovendien de homosexuelen de risicogroep. Maar momenteel ligt het gevaar bij 'wisselende sexuele contacten'. Mocht het aanvankelijk zo zijn dat mensen met een homosexuele praxis 'openbaar' kwamen als ze deze ziekte bleken te hebben, momenteel is het zo dat zij, die aids hebben, genoemde wisselende contacten kunnen hebben gehad. Intussen zijn echter ook de spuiten van drugsgebruikers gevaarlijk. Maar hoe dan ook, aids heeft te maken met een ongeregeld leven. De sexuele revolutie, begonnen in de zestiger jaren, eist zijn tol, alsook de verslavingsepidemie, die onze wereld teistert. Wat dit laatste betreft, wat te denken van een in beslag genomen hoeveelheid hasj ter 'straatwaarde' van honderd miljoen gulden? De politie in Rotterdam deed de partij in rook opgaan. Maar het loutere feit dat één zo'n in beslag genomen lading zoveel geld opbrengt is typerend voor het gebruik ervan in ons land.
Hoe ver wij intussen in onze samenleving gezonken zijn is gebleken uit de voorlichtingscampagne. De prostituees en zij, die daar regelmatig een bezoek aan brengen, kwamen frank en vrij in beeld, met op de achtergrond 'vrij veilig'. Terecht is de vraag gesteld waarom er niet één ethicus betrokken was bij het programma. Ook bij deze epidemie, die over ons land en over de wereld slaat, moet kennelijk wat het volk wil norm zijn. Staatssecretaris Dees van volksgezondheid heeft gezegd dat de overheid niet mag intreden in de levenssfeer van de onderdanen. Daar mag op zich wat voor te zeggen zijn. Maar de vraag blijft recht overeind staan of de overheid in de voorlichting waardevrij mag optreden. Want waardevrij is voorlichting nooit. Nu is er toch sprake geweest van een voorlichting in het kader van 'alles kan en alles mag'. Voorkomen is beter dan genezen, dat was de teneur van het geheel.
Een uitzending ter voorlichting van het volk over de aidsproblematiek bepaalde ons temeer bij het feit hoezeer ons volk ontkerstend is. Wat vroeger taboe was komt open en bloot op de buis. We zijn wat dit betreft de schaamte voorbij. Zelfs generen we ons niet om aidspatienten met de dood voor ogen in beeld te brengen. Is er nog hoop?, denk je dan. Dat was misschien nog het meest schokkende van de voorlichtingscampagne. Er was geen woord van troost en hoop. Dat komt ervan als niet-christelijke programmeurs zo'n programma mogen maken. De kerk heeft toch een andere boodschap, ook voor hen die zich verslingeren aan de goden van deze tijd. Een boodschap van verzoening en vergeving, door bekering heen. Genezen is toch beter dan voorkomen.
Wereldse 'profeten' hebben de revolutie in de moraal, die in de zestiger jaren begon, voorbereid en doen doorwerken. Zal de kerk nog profetische kracht hebben om een geestelijke heroriëntering op gang te brengen? Opdat God het kwaad nog afwende.
Ontevredenheid
Nationale prgramma's als die over aidsvoorlichting worden nogal eens toevertrouwd aan Koos Postema. Deze blijkt weinig ethiek in zijn voorlichtingsdoos te hebben. Of het moest zijn, zoals in het onderhavige geval een ethiek van 'vrijheid, blijheid'.
Nu las ik 'toevallig' dezer dagen een interview met hem. Hij zegt dat zijn opa in de rotterdamse havens werkte. Hij maakte mee dat zijn opa 'vuil van zijn werk thuis kwam, afgepeigerd, mopperend, kankerend'. Z'n opa was een vloek-opa. 'Ze verloren immers altijd.' Naar aanleiding hiervan enkele opmerkingen.
Ik besef heel wel dat er schrijnend sociaal onrecht is geweest, waardoor soms de opkomst en doorwerking van het socialisme zijn bevorderd. Maar anderzijds, de socialisten léérden het volk ontevredenheid. In de vooroorlogse jaren werd in het socialistisch dagblad 'Het volk' melding gemaakt van het feit dat de heer Van Kol – socialistisch politicus, behorend tot 'de twaalf apostelen', die de SDAP hebben opgericht – het volk 'ontzaglijk ontevreden' maakte. Hier volgt een gedicht terzake, dat in het begin van deze eeuw werd overgenomen in De Waarheidsvriend:
'We waren nog maar kinderen
We waren nog maar klein
En mochten ons niet baden
In 's levens zonneschijn
We meenden, 't moest zo wezen
't Was altijd zo geweest
Dat kinderen der rijken
genoten hier het meest
Maar toen we ouder werden
Zo'n zestien jaar misschien
Rees daar iets in ons binnenst
We kenden 't niet voordien
Toen kwam de harde winter
Van ' 90 op één
En maakte een van Kol ons
Ontzaglijk ontevreen
En dat zijn wij gebleven
Ons verdere leven door Hier!
beste vriend van Kol
nu Onz' warme dank daarvoor
Ontevredenheid valt kennelijk te leren. Dat is een les die we ons ook in de kerkelijke praxis, in de praktijk van het gemeenteleven mogen aantrekken. Ook kerkelijke ontevredenheid valt te leren, als er namelijk mensen zijn die ontevredenheid propageren.
Hoewel de sociale problematiek schrijnend geweest is moet toch intussen gezegd worden dat ook christenen, die de problematiek van de arbeiders voor de oorlog aan den lijve hebben ervaren, niet 'kankerend' door het leven zijn gegaan maar de genade kregen om kritisch weerbaar – bijvoorbeeld in stakingsaffaires – in het arbeidsproces te staan. Mensen, die ook in het arbeidsproces van bijbelse normen wilden uitgaan.
Aan mensen, die ook in voorlichtingscampagnes van bijbelse normen uitgaan hebben we in onze tijd meer dan behoefte.
In het bewuste interview keert Postema zich tegen het genoemde dogmatisch socialisme. Hij keert zich ook tegen de IKON, die hij zegt eng te vinden vanwege moralisme en tegen dominees, die de aftrap verrichten bij voetbalwedstrijden, waarvan hij zegt dat hij die minder kan waarderen dan 'steilen in het geloof'. Welnu, van enige inbreng van die 'steilen' was in de uitzending niets te merken.
Een verbroken relatie
In Amsterdam is Samen op Weg kennelijk tot een abrupt einde gekomen. Het dagblad Trouw gaf er een uitvoerig relaas over. En dan staan er natuurlijk beschuldigingen over en weer in zo'n verhandeling. Zo gaat dat bij ruzies. Zo gaat dat ook bij echtscheidingen.
Nu gaat het in Watergraafsmeer om – wat de Hervormde Kerk betreft – een middengemeente. Het gaat om een Samen op Weg proces tussen gemeenten, die elkaar qua theologie meer liggen dan bijvoorbeeld een Gereformeerde Bondsgemeente en een gemeente binnen de Gereformeerde Kerken van moderne snit.
Het gaat het er mij intussen hier niet om om de 'vuile was' van gemeenten, en dan nog gemeenten die ik van binnenuit niet ken, naar buiten te brengen. Ook hier zullen wel kleinmenselijke dingen meespelen. Men vraagt er echter zelf publiekelijk aandacht voor.
Bij wat nu naar buiten komt – en het wordt ook gesignaleerd uit andere Samen op Weg situaties – blijkt telkens één element belangrijk te zijn en dat is de problematiek van 'het spoorboekje'. De hervormde beschuldiging in de richting van de Gereformeerde Kerken is dat, toen hervormden en gereformeerden elkaar in zoverre gevonden hadden dat men besloot tot federatief samengaan, de gereformeerden volijverig zich zetten aan het opstellen van een spoorboekje, waarin stations, vertrek- en aanvangstijden te vinden zijn. Het proces werd gepland. Het proces werd georganiseerd.
Dit doet me denken aan de combisynode, nadat de staat van hereniging was uitgeroepen. Gereformeerde afgevaardigden stonden direct daarna gereed om zich op het organisatorische gedeelte te werpen. Het moest nu verder zus en zo. Men zag de weg al helemaal voor zich.
Dit alles doet ook denken aan de tijd van de Doleantie. Ook toen – en het is mij kwalijk genomen dat ik het ooit signaleerde – hebben Kuyper c. s. de Doleantie als kerkelijke afscheiding gepland. Men is er in 1881 met de oprichting van de Vrije Universiteit mee begonnen. Men is er daarna mee doorgegaan. Het wachten was nog – zo zei Kuyper – op het veilig stellen van de kerkelijke goederen.
Ik heb nooit de uitdrukking 'kerkgevoel', die dr. R. J. Mooi (nog secretaris-generaal van de Nederlandse Hervormde Kerk) een keer introduceerde op een combisynode, als theologisch uitgangspunt voor een verschil in ecclesiologie (leer aangaande de kerk) kunnen aanvaarden. Daarvoor is die uitdrukking te subjectief menselijk. Maar als het om geduld gaat is er door de tijd heen sprake geweest van diepgaand verschil tussen hervormden en gereformeerden Zullen we, bij alle theologische toenadering die er is, dit in de toekomst nog beseffen? Aan dr. Blei, de nieuwe secretaris-generaal van de Hervormde Kerk de verantwoordelijke taak om het geduld te bewaken. Al is het wel zo dat geduld een eigenschap is die je hebt of niet hebt.
v. d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 29 april 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 29 april 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's