De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Een bisschoppelijk ’Geloofsboek’

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een bisschoppelijk ’Geloofsboek’

11 minuten leestijd

Oude wijn in nieuwe zakken – aan dat bijbelse beeld moest ik denken na kennis genomen te hebben van het pasverschenen Geloofsboek van de Belgische rooms-katholieke bisschoppen. Over het ontstaan van dat boek is een verhaaltje te vertellen. Dat verhaaltje luidt als volgt.
In mei 1985 bezocht paus Johannes-Paulus II na Nederland ook België. De 18e van die maand had hij te Mechelen een ontmoeting met de Belgische bisschoppen. Bij die gelegenheid sprak de paus over de 'secularisatie', de 'religieuze onverschilligheid' en het 'atheïsme', waaronder ook de roomse kerk in België te lijden heeft en wekte de paus de bisschoppen op daarin 'uitdagingen' te zien en de 'evangelisatie' ter hand te nemen.

Historische woorden
Deze woorden van de paus schijnen diepe indruk te hebben gemaakt op de Belgische bisschoppen; zózeer dat zij nu, na ongeveer twee jaar, in het Voorwoord spreken van 'historische woorden'.
Eerlijk gezegd, het ontgaat mij wat nu precies het historische in deze woorden moet zijn geweest. Wisten de bisschoppen in België dan niet al lang van tevoren dat er in België secularisatie, religieuze onverschilligheid en atheïsme bestaat en dat de kerk de opdracht tot 'evangelisatie' heeft? Worden zulke woorden pas als zij komen uit de mond van een paus histórisch?
Hoe het ook zij, de bisschoppen zijn aan de slag gegaan. Er werd – zoals in dergelijke gevallen te doen gebruikelijk is – een commissie benoemd. Uit de arbeid daarvan resulteerde het 'Geloofsboek'.

Doelstelling
Wat wil dit boek? Wij zullen de bisschoppen zelf een antwoord op die vraag laten geven. Ze zeggen: 'In dit boek willen wij de rijkdom van ons geloof op een overzichtelijk en levensnabije manier uiteenzetten' (5). Wat de lezers betreft mikken de bisschoppen, zoals zijzelf zeggen, op 'zoveel mogelijk mensen'. Het boek staat in het kader van een nieuwe campagne van evangelisatie. Er verscheen naast en tegelijkertijd met de nederlandse uitgave ook een franse. Zo kan dus de hele Belgische bevolking worden bereikt.'
Aan het uiterlijke is veel zorg besteed. Het is een kloek boek geworden; het bevat vele foto's, sommige van historische aard maar de meeste zijn afbeeldingen van mensen, gebeurtenissen en dingen van deze tijd; en de taal is algemeen toegankelijk; en dat alles, hoewel het boek 224 bladzijden telt, voor de prijs van slechts ƒ 17,50 (uitgeverij Lanhoo, Tielt).

Leerzaam
Er is in deze uitgave voor ons en ons werk wel het een en ander te leren. De 'verwoording' van het geloof is modern, zonder platvloers te zijn geworden. Wat men te zeggen heeft zegt men zó dat het als nieuw overkomt. Blijkbaar beschikt de rooms-katholieke kerk in België over een kader van mensen die tot het samenstellen van een werk als dit in staat zijn. Tot de samenstellers behoren ook enkele bisschoppen zelf.
Wij komen nu tot de inhoud. Laat ik beginnen met op te merken dat er in dit boek onmiskenbaar een stukje christelijk erfgoed is te vinden dat wij gemeenschappelijk hebben. Hoe eigentijds de uitdrukkingswijze ook is, wij vinden hier toch beleden de Drieëenheid Gods, de godheid van Christus, zijn menswording, de persoonlijke zelfstandigheid van de Heilige Geest, en ook wel dat de mens vergeving van zonden nodig heeft. Op al deze punten is het geloof dat hier beleden en aangeprezen wordt wel modern in vorm maar niet wat inhoud betreft; het is het geloof van de Kerk van alle eeuwen.
Ik wil nog verder gaan: er staan in dit boek allerlei uitdrukkingen die wij zonder moeite ons eigen kunnen maken. Soms zelfs hele treffende formuleringen. Als zodanig zal het lezen van dit boek orthodoxe protestanten geen kwaad doen.
Tot zó ver wil ik gaan. Maar dan ook niet vérder! Om twee redenen. Ten eerste omdat het geloof dat hier beleden wordt uiteindelijk toch het oude roomse is; en ten tweede omdat dáár waar het het oude roomse geloof niet schaadt, maar soms zelfs dient, toch allerlei modernistische opvattingen en ideeën zijn verwerkt en opgenomen.
Is het boek daardoor tweeslachtig? Daar lijkt het wel op. Maar Rome heeft nu eenmaal, al vanouds, een geweldig assimilatie-vermogen. Het zoekt altijd de synthese, het is altijd én-én en nooit óf-óf.

Schriftcritiek
Wij willen dat verduidelijken. Er word zomaar geponeerd dat er in het Oude Testament 'legendarische verhalen' voorkomen (15); dat het 'scheppingsverhaal' in het boek Genesis pas ontstaan is na het jaar 538 vóór Christus, als vrucht van de prediking van de profeten (27); dat scheppingsverhaal heet een 'gedicht' (27) wat betekent dat men het niet als historie behoeft op te vatten; reeds in de Bijbel zelf zouden wij te maken hebben, niet alleen met feiten, maar ook met de interpretatie van die feiten en dan zó dat zij door elkaar heen liggen (15). Als het gaat over de inspiratie van de Heilige Schrift, dan lijken alleen de schrijvers van de Bijbel geïnspireerd te zijn, niet de tekst van de Bijbel zelf. Men ziet: De moderne Schriftcritiek is ook aan Rome niet voorbijgegaan!
Moet dat ons verwonderen? Ik meen van niet. Is het niet al oud rooms, dat het leergezag (zeg maar! het pausdom) de uitleg van de Bijbel bepaalt? En dat wordt hier opnieuw beleden. De bisschoppen verwijzen telkens naar het leergezag. De kerk is het die volgens hen de 'bedoeling' van een tekst, als Gen. 2, ons leert (15). Omdat in Rome in feite het gezag van de kerk staat boven het gezag van de Schrift kost het Rome niet de minste moeite om ruimte te geven aan de moderne Schriftcritiek, mits maar haar eigen dogma's overeind blijven staan.

Gods Almacht
Ik noemde nu de Schrift. Toch zijn er nog wel meer punten in dit Geloofsboek waarin de bisschoppen tol hebben betaald aan het modernistische theologisch denken van deze tijd. In de uitleg van het eerste artikel van de Apostolische Geloofsbelijdenis komt uiteraard Gods 'almacht' ter sprake. Maar in wat de bisschoppen daarover zeggen is niets meer herkenbaar van hetgeen vroeger zowel in de roomse als in de protestantse theologie daarover én over Gods voorzienigheid gezegd werd. Alle goddelijke souvereiniteit is er uit weggehaald; men wil alleen nog maar weten van een 'almacht der liefde' (24). In hoeverre dit nog in te passen is in het oude orthodoxe roomse geloof zie ik niet.

Homosexuele praxis
Toch: dit is een uitzondering. Evenwel, er is nóg een uitzondering, al ligt die niet op dogmatisch maar op ethisch vlak. Ergens, in het laatste gedeelte van het boek komt 'een homofiele geaardheid' ter sprake. In verband daarmee wordt vervolgens ook iets gezegd over de 'homofiele praxis', en dan lees ik twee dingen die nauwelijks met elkaar te rijmen zijn. Er staat enerzijds dat deze homofiele praxis volgens de bijbel en de kerkelijke traditie 'objectief ongeordend' is; en er staat anderzijds dat niet over de homofiele praxis van homofiele mensen licht en ongegrond geoordeeld mag worden. Ik vraag: Wat betekent het woord 'ongeordend', is dat niet veel te zwak? En wat betekent in dit verband het woord 'objectief', is daarmee bedoeld Gods wet? En áls er Gods wet mee bedoeld wordt, waarom wordt dan niet gezegd dat Gods wet het verbiedt? En waarom wordt gezegd dat over de 'morele praxis' van deze mensen niet geoordeeld mag worden? Moeten wij dan als christenen als het gaat over homosexuele praxis onze mond houden? Mij dunkt, hier gaan de bisschoppen van België buiten het boekje van de paus. Hoe zal kard. Simonis hier tegenaan kijken?

Roomse dogma's
Voor de rest: alles goed rooms! In een aannemelijk taalgebruik, maar voor een opmerkzaam lezer niet onduidelijk. Het begint eigenlijk al dadelijk, op de eerste bladzijden. De bijbel, zo heet het, moet gelezen worden en geïnterpreteerd binnen een levende kerktraditie (14). Alles staat onder leiding van het leergezag (15). Engelen en heiligen worden terecht gevierd en aangeroepen (31). Bidden om de voorspraak der heiligen is heel zinvol (71). Bidden voor de overledenen is een goed werk (71). Wij blijven met de doden praten (82). Wijwater, het branden van kaarsen en het ter bedevaart gaan behoort alles tot de vroomheid (98, 119). Er is een vagevuur; het is wel niet een folterkamer, maar het is toch pijnlijk (81). Maria heeft actieve medewerking verleend aan de verlossing (38). We roepen terecht haar voorbede in (39). Dus een bidden tot Maria (40, 41). Zij is onbevlekt ontvangen; Lourdes heeft het bewezen (40). Zij is de moeder van alle mensen (42). Zij is vol van genade (41). Aan haar hand gaan wij tot Jezus (42). Zij is ten hemel gevaren (83). Wat de Heilige Schrift betreft, de kerk heeft de canon vastgesteld (36). Wat wij protestanten de apocriefe boeken van het Oude Testament noemen, wordt ook hier door de Belgische bisschoppen gerekend tot de canon (222). Er zijn zeven sacramenten. Het voornaamste sacrament is dat van de eucharistie. De mis is een offer (135). Brood en wijn zijn veranderd in Christus' lichaam en bloed (137). In de biecht ontvangt men absolutie, vergeving van zonden. Het boetesacrament heeft de waarde van een tweede doop (70).
Satisfacties en aflaten worden gehandhaafd (71). De sacramenten zijn 'werkdadige tekenen' van Gods genade (92). Bij de biecht worden ons toegerekend de 'verdiensten van Christus en de heiligen' (117). Wie priester wordt, ontvangt het sacrament van de priesterwijding; deze sacramentele wijding onderscheidt de priesters van de 'leken' (124). De bisschoppen staan in een apostolische successie (76). De 'geestelijken' moeten leven in celibaat. Dat heet een leven overeenkomstig de 'evangelische raden'. Vooral de religieuzen leven naar deze 'raden' (200). Pas wie in de (roomse) kerk getrouwd is, is werkelijk getrouwd (128).

De paus
De leiding in de kerk berust bij de paus (76). Hij is de hoogste herder en leraar van alle christenen. Op een heel bijzondere wijze oefent hij zijn ambt uit als hij ex cathedra spreekt, dat wil zeggen plechtig een bepaalde leer afkondigt. 'Een dergelijke uitzonderlijke uitspraak moet wel onherroepelijk zijn'. Waarom? De bisschoppen zeggen: anders zou de toezegging van de Heilige Geest aan de kerk, dat de 'poorten der hel zullen haar niet overweldigen' (Mt. 16, 18) een leeg woord zijn! Dus, zo concludeer ik, heel het (voort-)bestaan van de kerk op aarde is afhankelijk van de 'onfeilbare' uitspraken van de paus.
Ik houd nu maar op. Wat ik juist citeerde klinkt mij als Godslasterlijk in de oren. Christus is het fundament van de kerk en niet een mens, ook al heet hij paus.

Heilsweg
Hoe zit het met de heilsweg in dit Geloofsboek? Twee dingen daarover. Herhaaldelijk lees ik het woord 'medewerking'. De mens moet, naar het voorbeeld van Maria met God medewerken. Vervolgens, ik lees: Door de kracht der sacramenten woont de Geest van Jezus in ons (59). Dat alles is écht rooms; zoals het al eeuwen geweest is. Hier is geen verzoening mogelijk tussen Rome en de Reformatie. En als een olievlek breidt deze ziensvrijze zich uit over al wat Rome verder, ook in dit boek, leert. Wordt het heil ons 'ingestort' door de sacramenten, dan zijn er priesters nodig, en die priesters zijn anders dan de 'leken', en dan krijgt men de hiërarchische kerk, met de 'hogepriester' aan de top, en de idee van de 'medewerking' ligt dan voor de hand. Ik wil maar zeggen: de leer van de kerk van Rome is één geheel. De oudchristelijke dogma's die ik aan het begin noemde en die gemeenschappelijk erfgoed zijn, zijn er door gekleurd of moet ik zeggen: verwrongen? En zo wordt dan de gemeenschappelijke basis toch wel heel smal.

Toetsing
Ergens in dit boek staat: Nog steeds toetsen wij ons christelijk geloven aan dat van de apostelen (74). Ik verzucht hierbij: Och, was dat nu eens waar! Waar vind ik in het 'geloof der apostelen' een woord over de paus, over zijn onfeilbaarheid en over het aanroepen en aanbidden van Maria en haar hemelvaart en een wezensverandering van brood en wijn en over een medewerking onzerzijds aan het delen in 's Heeren heil? Néén, juist aan dat toetsen aan het geloof der apostelen ontbreekt het in de kerk van Rome, en mág het in de kerk van Rome – volgens haar eigen dogma – ontbreken, omdat het laatste woord niet aan Gód is, in zijn Woord, maar aan de kérk, haar leergezag.

Geen zuivere wijn
De Belgische roomse kerk gaat dus het pad van de evangelisatie op. Zij presenteert zich zo modern mogelijk. Allerlei moderne bewegingen als het feminisme worden zoveel mogelijk ontzien. Allerlei moderne kreten, als antidiscrimininatie solidariteit worden veelvuldig geuit. Men wil ook aansluiten bij hetgeen er bij de natuurlijke mens’, die buiten God leeft, aanwezig is. De zgn. ‘natuurlijke theologie’ is volop present. Men gaat van tal van aanknopingspunten uit. Wat zal men bereiken? Als men wat bereikt, dan alleen maar een grotere glorie van de kerk van Rome. Is Gods kerk daarmee gediend? De nieuwe zakken zien er aantrekkelijke uit, maar ze bevatten meest oude wijn. Maar: dat is helaas niet de oude wijn van het zuivere Woord des Heeren.

K. Exalto

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 mei 1987

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Een bisschoppelijk ’Geloofsboek’

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 mei 1987

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's