De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Consideraties i.v.m. Ord. 1-6-1 en 19-5

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Consideraties i.v.m. Ord. 1-6-1 en 19-5

2 minuten leestijd

A. Voorstel tot wijziging van Ord. 1-6-1.
Het voorstel tot wijziging houdt in dat de Classicale Vergaderingen voortaan ten minste drie keer per jaar moeten gaan vergaderen in plaats van de twee keer (in mei en september) die tot nu toe verplicht zijn. De bedoeling is dat er een verplichte vergadering in januari bij komt. Een groot aantal Classicale Vergaderingen doet dit al.
De reden van het voorstel is dat bij meer vergaderingen van de Classes de Synode vlugger uit de voeten kan met kerkordewijzigingen. Deze moeten namelijk eer ze definitief door de Synode worden goedgekeurd ('in tweede lezing' heet dat) eerst voorzien zijn van de consideraties van de Classicale Vergaderingen.
Dit voorstel is een goed voorstel. Al te lang liet vaststelling van kerkordewijzigingen op zich wachten. Hopelijk wordt mede hierdoor voortaan voorkomen dat men niet meer achteraf met voorstellen tot wijziging aankomt over zaken die al lang in de kerk gebeuren.
Daarnaast vragen ook de regelingen rond Samen op Weg (hetzij in positieve hetzij in negatieve zin) meer bijeenkomsten van de Classicale Vergaderingen.

B. Voorstel tot toevoeging van een nieuw lid aan Ord. 19-5.
Het gaat in Ord. 19-5 over de samenstelling van de Generale Commissie voor de Behandeling van Bezwaren en Geschillen. Van de zeven leden moeten er minstens vier ambtsdrager zijn. In lid 4 van Ord. 19-5 is al de mogelijkheid gegeven dat leden van de Commissie die als ambtsdrager in de commissie kwamen hun zittingstijd mogen volmaken als hun periode als ambtsdrager om is.
Ondanks deze mogelijkheid blijkt het in de praktijk steeds weer moeilijk ambtsdragers te vinden die de deskundigheid voor die de commissie vereist, bezitten.
Daarom wordt voorgesteld in noodgevallen een niet-ambtsdrager te mogen benoemen met dien verstande dat het een oud-ambtsdrager moet zijn.
In de toelichting wordt gesteld dat de Synode in zijn benoemingsbeleid er op moet toezien dat niet te veel niet-ambtsdragers in een ambtelijke commissie zitting hebben. In de toelichting wordt dan ook gewezen op de mogelijkheid van het geven van dispensatie zodat voldoende ambtsdragers in de commissie blijven.
Misschien is het goed dit niet alleen als een mogelijkheid in de toelichting te stellen, maar dit in de voorgestelde aanvulling op te nemen.

A. van de Beek, Genemuiden

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 mei 1987

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Consideraties i.v.m. Ord. 1-6-1 en 19-5

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 mei 1987

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's