De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Een type van Christus!

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een type van Christus!

7 minuten leestijd

'En ziet, meer dan Jona is hier.'Matth. 12 : 41c

Waarom gaat het in ons leven? Het antwoord op deze vraag is niet zo moeilijk. Het gaat in ons leven om het geluk! Een echt ongelukkig mens wordt wanhopig. Maar… waar òf bij wie is het geluk tè vinden? Echt geluk is alleen te vinden bij de Heere Jezus Christus!
Wij kunnen erg gelukkig zijn met onze vriend, verloofde, man, vrouw óf kind. Echter… duurzaam geluk is dit niet. Het is zelfs heel erg broos en dat voelen wij erg goed aan, wanneer wij uit elkaar moeten gaan doordat de dood de ander van ons wegneemt. Alle geluk in de tijd is broos. Alleen de Heere Jezus geeft ons duurzaam geluk.
Wel is de vraag òf wij voor het duurzame geluk van de Heere Jezus oog hebben. Die vraag is niet zo vreemd als wij wellicht denken. Immers, de geschiedenis waaruit de tekst voor de meditatie is gekozen laat ons zien dat Jezus door de mensen genegeerd, om niet te zeggen verworpen wordt. Doorgaans zien wij heel veel, ook wel dingen die wij eigenlijk helemaal niet moesten zien, maar voor de waarde van de Heere Jezus en het geluk in Hem hebben wij van huisuit geen oog.
Wij allen kennen de geschiedenis van Jona! Jona wilde God ontvluchten. Hij wilde niet naar die heidense stad Ninevé. Jona wist blijkbaar niet, dat Gods wil altijd ten uitvoer gebracht moet worden. Wanneer Jona niet naar Ninevé wil, zal de Heere er Zelf zorg voor dragen, dat hij er tóch komt. God komt derhalve Jona tégen in een geweldige storm. Toen bleek – ondanks alles – dat Jona een man was die de Heere vreesde. Want in die geweldige storm die én hem én de bemanning van het schip trof, herkende Jona de hand van God. Hij ondervond dat allen om hem àlléén werden geteisterd. Jona was de oorzaak van het gericht Gods. En wat heeft hij toen gedaan? Toen heeft hij niet het schip en de bemanning eraan gewaagd, maar zichzelf. Hij heeft tegen de bemanning gezegd: 'werp mij maar overboord'. Jona kon op dat moment niet bidden, doch wel bukken. Hij boog onder het gericht. En daarmee kwam de profeet weer in Gods weg. Maar toen kon hij ook weer bidden, want er was niets meer dat hem in de weg stond. In het schip sliep hij de slaap van een zorgeloze, doch eenmaal in de diepte van de zee kon hij weer roepen tot God. Dat is intussen wel een groot verschil: zorgeloos in de storm òf werkzaam in het gebed na voor God gebogen te hebben.
De Heere Jezus stelt déze Jona als voorbeeld voor Zichzelf. Hem wordt een teken gevraagd en de Heiland geeft een teken. Het teken is, dat Hij evenals Jona zal ondergaan in het gericht van God, maar weer zal opstaan. Jona is een type van Christus. In zijn opkomst uit de zee wijst Jona heen naar Christus. Onze Borg is im-mers opgekomen uit de zee van Gods verbolgenheid.
Toen Jona opkwam uit de vis, heeft hij het volk van Ninevé het gericht verkondigd: nog veertig dagen en Ninevé zal omgekeerd worden. Maar toen Christus opkwam uit de diepte van de aarde heeft Hij méér gedaan. Hij heeft laten verkondigen, dat Hij Israël bekering en vergeving van zonden kan én wil én zal schenken.
Het waren slechts enkele woorden die Jona tégen Ninevé richtte. Maar de Ninévieten hebben zich bekeerd. En wij? Juist in deze week herdenken wij, hoe wij tweeënveertigjaar geleden ook door een grote vis, nl. Duitsland, werden uitgespuwd. Dat was een daad Gods! Een weldaad Gods! Maar hebben vrij als volk en kerk op deze weldaad acht geslagen en ons bekeerd? Helaas moet het tegendeel worden neergeschreven. Zeer velen hebben zich afgekeerd van God en Zijn dienst. Tweeënveertig jaar leven wij in vrijheid, maar het beeld van al die jaren is bepaald niet opwekkend. In de kerken niet én in de gemeenten niet. Hoevelen gingen met ons vroeger op naar Gods huis en leven nu hun eigen leven. Wij kennen ze wel: vrienden, kennissen, misschien zelfs onze kinderen. Maar hoe staat het met ons die zeggen met de kerk en de gemeente mee te leven? Moeten de inwoners van Ninevé ons niet veroordelen? Want… hebben wij ons bekeerd? Wenend staat de Heere Jezus voor de poorten van onze steden, dorpen en kerken. Hij predikt ons de noodzakelijkheid van de bekering. Hij predikt ons dat Hij alleen de enige troost is in het leven en in het sterven. Hij alleen is én geeft het ware geluk. Jezus Christus, geen naam is er beter en zoeter voor het hart. Hij steekt als Heere en Heiland torenhoog boven Jona uit in de macht over de zee. Tussen Hem en Jona wil ik, voorzover mogelijk, enige vergelijkingen maken.
Jona was een mens. Hij was niet meer, doch ook niet minder dan een instrument in Gods hand. En wat voor een instrument! Het beviel Jona eigenlijk helemaal niet dat de Heere Ninevé spaarde. Hij gunde die mensen niet eens genade. Om die reden is zijn houding tegenover die Ninévieten toch wel te laken. Nadat hij uit de zee was opgekomen, zonk hij eigenlijk weer terug, doch nu in de zee van moedeloosheid en twijfel. Daaruit moest de profeet ook weer opgehaald worden.
De Heere Jezus nu is bij uitstek Degene Die uit de zee van moedeloosheid en twijfel ophaalt. Dat heeft Hij o.a. bewezen na Zijn opstanding. Toen heeft Hij al Zijn discipelen en discipelinnen gesteld in de vreugde van de gemeenschap met Hem. En zo doet Hij nog!
Ziet meer dan Jona is Hij. Wanneer vrij de Heiland stellen tegenover Jona, dan zijn er punten van overeenkomst aan te tonen, maar meer nog die tegengesteld zijn. Jona was onwillig en hij gunde het heil niet aan die mensen in Ninevé. In geen geval zou hij zijn leven voor hen hebben gegeven, ofschoon die mensen hem nooit kwaad hadden gedaan.
Maar nu de Zaligmaker! Wat is hij gewillig, bereidwillig. Hoe schittert Zijn gewilligheid ons toe. Dat is al begonnen, toen Hij nog bij Zijn Vader was. Hoort, hoe Hij tot Zijn Vader zegt: 'Ik heb lust, o mijn God, om U welbehagen te doen; Uw wet is in het midden van Mijn ingewand'. In de hemel, voor de grondlegging der wereld, nam Hij het reeds op Zich om een Bruidskerk ten eeuwige leven te verwerven.
Hoe schittert Zijn gewilligheid ons ook toe, wanneer de volheid des tijds is aangebroken en Hij Zich met ons vlees verenigt. Gewillig neemt Hij de gestalte van ons mensen aan, ofschoon Hij waarachtig God bleef. God uit God en Licht uit Licht. Zelfs bleef Hij gewillig, toen Hij door de mensen werd uitgeworpen. Als een Lam werd Hij ter slachting geleidden als een schaap, dat stom is voor het aangezicht van Zijn scheerders, alzo deed Hij Zijn mond niet open.
Ziet meer dan Jona is het Lam, onze Heere Jezus Christus. Zelfs op het vloekhout heeft Hij niet Zichzelf op het oog. maar doet Hij er de deugden Gods schitteren als Hij bidt voor de overtreders. Jezus Christus is gewillig van Zijn Vader verlaten geweest, opdat er een Gemeente zal zijn, die nimmermeer door God verlaten wordt.
En let wel… deze gewilligheid is niet opgehouden bij Golgotha, doch nadat Hij is opgestaan en opgevaren tot Zijn Vader en een plaats heeft ontvangen aan Diens rechterhand, heeft Hij Zijn Geest uitgestort. Uitgestort d.i. niet een stroompje, neen: een brede stroom. Hij heeft Zijn Geest uitgestort? Waartoe? Om goddelozen te wederbaren en in Hem, de Koning der ere, al het geluk te doen vinden. Nooit kan daarom iemand zeggen, dat Christus onwillig is om hem te helpen en te zaligen. Wat onze Borg op Golgotha heeft verworven wil Hij uitdelen. Dat is Zijn liefste werk. Zijn Borggerechtigheid is zo overvloeiende, dat Hij de diepstgezonkene daarin kan laten delen. Wie wij dan ook mogen zijn, maar tot Hem mogen wij komen zoals wij zijn. Hij zal ons niet verstoten. Hij heeft alles verworven wat wij missen. Hij Die meer is dan Jona wordt in de bediening der verzoening aan onze voeten neergelegd. Wilt u Hem hebben? Zegt u: ik heb geen handen om Hem aan te nemen. Geen nood, in Zijn gewilligheid wil Hij u handen geven.

G. S. A. de Knegt, P.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 mei 1987

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Een type van Christus!

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 mei 1987

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's