De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Politieke voorbede

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Politieke voorbede

11 minuten leestijd

Het gebed is het voornaamste stuk der dankbaarheid, zegt onze Heidelberger. En we mogen bidden voor alle lichamelijke en geestelijke nooddruft. Wat die lichamelijke en geestelijke nooddruft is weet de individuele mens voor zichzelf het best. De ware bidder leert door de Heilige Geest, die in hem en met hem zucht, om al die noden voor Gods aangezicht te brengen. En het amen op het gebed houdt in het vertrouwen dat mijn gebed veel zekerder van God is verhoord dan ik in mijn hart gevoel dat ik dat van Hem begeer (8 zondag 52).
Als het echter gaat om voorbede dan kan men zich afvragen hoe dit geconcretiseerd moet worden. Wie zou de noden in de wereld peilen en naar behoren in orde weten te verhalen? God weet ze bovendien beter dan wij ze Hem ooit zouden kunnen zeggen. En toch lezen we bij Timotheus dat gedaan moeten worden 'voorbiddingen, smekingen, gebeden en dankzeggingen voor alle mensen'. Calvijn zegt hierbij: 'is het niet genoeg, dat wij broeders (en zusters, vul ik aan, v. d. G.) voor elkaar bidden en Gode zijn ganse gemeente bevelen? Want degenen, die daarbuiten zijn gaan ons niet aan. Deze verkeerde mening gaat Paulus tegen en hij gebiedt de Efeziërs alle mensen in hun gebeden in te sluiten en niet alleen het lichaam der gemeente'. En toch, waar zouden we beginnen en waar zouden we eindigen? Niet ieder behoeft echter voor alles en ieder te bidden. Een mens kan soms één andere mens op het hart gebonden krijgen. Als er in de gemeente als geheel maar de voorbede is voor 'alle mensen'.
In methodistische kringen legt men lijsten aan met onderwerpen of mensen waarvoor men bidden wil. In het gebed legt men dit alles dan aan God voor zonder ze verder nog met name te noemen. Zo kan het wel, al behoeft het niet. In de gemeente gebeurt het soms óók, dat voorafgaande aan het gebed de namen genoemd worden van hen, die door een verlies getroffen werden, waarna ze verder gezamenlijk in het gebed worden opgedragen. De Heere weet ervan, al wil Hij ook door het huis van Jacob gebeden zijn.
Duidelijk is dan ook dat het gebed voor de ander er zijn zal, wil ons gebedsleven naar de maat van het Woord zijn.

De politiek
We beperken ons nu verder tot de voorbede in de gemeente voor de politiek. Ook daarover laat de Schrift ons niet in het ongewisse. In hetzelfde tweede hoofdstuk van de eerste brief aan Timotheus lezen we het overbekende woord, als vervolg op de vermaning om voor alle mensen te bidden: 'Voor koningen en allen die in hoogheid zijn opdat wij een stil en gerust leven leiden mogen in alle godzaligheid en eerbaarheid. Want dat is goed en aangenaam voor God onze Zaligmaker, welke wil dat alle mensen zalig worden en tot kennis van de waarheid komen'.
Het doel van dit gebed is duidelijk. Het gebed voor de overheden – goede en slechte – is gericht op de uitbreiding van Gods Koninkrijk. God wil namelijk dat alle mensen zalig worden en tot kennis van de waarheid komen. De kerk moet frank en vrij de verkondiging van het Evangelie naar binnen en naar buiten ter hand kunnen nemen. Het stille en geruste leven is geen stil-leven of een rustig leventje, het is een heilig actief leven, gericht op het Koninkrijk Gods, op het werven van onderdanen voor Koning Jezus, in Wie de ware rust voor mens en wereld gelegen is. 'We moeten altijd deze grondreden behouden: dat de overheden van God verordend zijn om de religie in algemene rust en eerbaarheid te bewaren, niet anders dan de aarde verordend is om voedsel voort te brengen' (Calvijn). Jesaja noemt de koningen zelfs 'voedsterheren der gemeente' (Jes. 49 : 23).

De grónd van het gebed voor de overheid is intussen niet minder dan een belijdenis. Naoaelijk dat de Heere de hoogste Souverein is, dus boven koningen en overheden staat. Dat Jezus Heere, Kurios is. Psalm 2 wekt op: 'Kust de Zoon opdat Hij niet toorne en gij op de weg vergaat'. De Zoon, de Heere, de Kurios heeft macht. Gij zoudt geen macht over Mij hebben, zegt Jezus tot Pilatus, als ze u niet van boven gegeven was.
Hoezeer ook de geschiedenis vaak het tegendeel laat zien, de overheden zijn erbij de gratie Gods. En God leidt de geschiedenis naar het door Hem bepaalde doel, door het handelen van goede en slechte overheden heen. Bidden voor volk en overheid heeft zin omdat de Heere Zelf het gebiedt.


Op 26 September 1981 werd in Utrecht een Nationaal Gebedscongres gehouden. De teksten van de toespraken werden gebundeld in een boekje, getiteld 'Oproep tot gebed'. In dat boekje schrijft de kort geleden zo plotseling overleden prof. dr. J. P. Versteeg: 'in Jezus' Opstanding heeft God bewezen dat Hij onze onmogelijkheden heeft overwonnen…… Van de dingen in ons persoonlijk leven hoeven we nu nooit meer te zeggen dat het onmogelijk is die in het gebed van God te vragen. Maar ook met betrekking tot ons land en volk hoeven we niet meer bij onze onmogelijkheden te blijven staan. We hoeven niet te zeggen dat het onmogelijk is dat er een keer komt in het leven van ons volk. We hoeven niet te zeggen dat het onmogelijk is dat het Woord van God weer echt beslag legt op ons volksleven...
Nuchter bidden ten behoeve van ons volk betekent bidden dat ook ons volksleven dienstbaar mag zijn aan Gods komend koninkrijk, door werkelijke liefde en gerechtigheid'.
En drs. G. van Leyenhorst zegt in dat zelfde boekje, dat de overheid in de besluitvorming slechts twee kanten uit kan: of in de richting van de norm van de bijbelse gerechtigheid of in tegengestelde richting. 'Daarom is het gebed voor de overheid om wijsheid en trouw, elke zondag in de eredienst, ook zo geweldig belangrijk. Dat kan niet worden gemist. Dat geldt ook voor vandaag. Het gebed voor de overheid, voor de juiste beslissingen en de juiste ontwikkelingen'. Daniël, behalve profeet, zelf een der hoogste bestuurders van het babylonische rijk, had open vensters naar Jeruzalem en bad drie maal daags, waarbij Hij God loofde.

Concreet
Over de vraag of voor koningen en overheden gebeden moet worden zal niet veel verschil zijn. De vraag is intussen wel of voor alle overheden in positieve zin gebeden moet worden. Overheden zijn weliswaar dienaressen Gods maar kunnen immers ook het merkteken van het Beest uit Openbaring 13 dragen.
Duidelijk is dat een bezettende overheid, zoals die in ons land in de Tweede Wereldoorlog het bewind voerde, geen aanspraak mag maken op de betiteling wettige overheid. Onze wettige overheid zat toen in Londen. Gebeden mocht worden – met het Wilhelmus – om het verdrijven van de tyrannic en de terugkeer van Hare Majesteit, koningin bij de gratie Gods.
Intussen is het echter zo dat onze wereld met betrekking tot de overheden vandaag uiterst complex is geworden. Vele overheden zijn langs de weg van de revolutie aangetreden. Wanneer we nu als christenen de revolutie tegen het wettige gezag verwerpen is de vraag gewettigd of een overheid, die langs de weg van de revolutie tot stand gekomen is, dan opeens óók maar weer wettige overheid is. Zo eenvoudig ligt dat niet. Vaak slaat daarna de contrarevolutie weer toe, waardoor de oude situatie weer wordt hersteld of weer een nieuwe situatie wordt gecreëerd.


Beter echter dan de louter formele vraag naar de wettigheid van de overheid te stellen is het de vraag onder ogen te zien hoe de overheid functionéért. In bovengenoemde citaten van Versteeg en Van Leyenhorst vallen begrippen als gerechtigheid en liefde. En ook Calvijn spreekt n.a.v. 1 Timotheus 2 over gerechtigheid en vrede. De overheden, die zich waarijk dienaressen Gods weten te zijn, zullen zich ook manifesteren als dragers en hoedsters van recht en gerechtigheid en van vrede.

Wanneer we hier gaan concretiseren hebben we er in het algemeen geen moeite mee om de invulling te maken naar de kant van communistische regimes. We hebben er geen moeite mee te bidden of God een wending in het lot van de vele verdrukte christenen in de wereld brengen wil en of het Hem mag behagen overheden in communistische landen te bekeren of ten val te brengen. Integendeel, we voelen er ons toe gedrongen. Hier gaat het dan om overheden, die zich duidelijk keren tegen de christelijke religie, overheden die de heiligen de oorlog verklaren (Openb. 13).
We hebben echter wel te bedenken dat er ook ándere overheden dan communistische zijn, die eveneens het recht vertreden, die het volk opeten alsof zij brood eten, overheden die vallen onder de kritiek der profeten wanneer het gaat om recht en gerechtigheid en vrede.
Zodra de kerk hier in haar voorbede echter concreet wordt loopt zij de kans om partijganger te worden. Er zijn situaties in de wereld, die de één als onrecht bestempelt en die de ander als beschermend voor het recht typeert. Het hangt er maar van af wié wat beoordeelt. De één bidt om vrede en gerechtigheid in Afghanistan, de ander in Zuid Afrika. En zodra het over situaties in Zuidelijk Amerika gaat bidt de één om recht en gerechtigheid in Nicaragua, waarbij de ander zwijgt, terwijl de ander bidt om recht en gerechtigheid in Chili en Peru waarbij die één weer zwijgt.

Criterium
Welk criterium moet nu aangelegd worden wanneer het erom gaat om welke zaak gebeden mag worden? Natuurlijk mag in het algeméén om vrede gerechtigheid gebeden worden, waarbij we de wereld om zo te zeggen uit handen geven in de handen van Hem, die beter weet dan wij weten wat echte gerechtigheid inhoudt. Toch is dat te mager. Er kunnen concrete situaties zijn voor een kerk in een land om heel concreet te bidden omdat we er ook onze daadwerkelijke verantwoordelijkheid in hebben als christen.
In ons land kenden we de gebedsstonden in verband met legalisering van abortus. Nu het euthanasievraagstuk zo ter discussie staat wordt ook hieraan in de voorbede in de gemeente uitdrukking gegeven. Me dunkt dat in het algemeen gezegd moet worden dat de kerk in die dingen voorbede doen zal – concréét toegepitst – waarmee ze zich ook al kerk vanuit het Woord in de verkondiging inlaten zal. Ik citeer hierbij met instemming wat prof. dr. J. Douma schrijft in zijn boek 'Politieke verantwoordelijkheid'.
'Naar mijn overtuiging moet de kerk zich, in het algemeen gesproken, met concrete politieke zaken zo weinig mogelijk inlaten. Werken in en vanuit de kerk én werken in de politiek zijn twee zaken, die met twee verschillende ambten te maken hebben. De kerk heeft als roeping het evangelie te verkondigen en niet de wereld te besturen. Ook hier moet de schoenmaker zich bij zijn eigen leest houden. Slechts bijzondere situaties kunnen de kerk nopen zich rechtstreeks tot de overheid te richten…. Toen Ambrosius boetedoening eiste van Keizer Thedosius de Grote na het bloedbad in Thessalonica, mengde hij zich in een politieke zaak. Maar hij deed wat van een wachter in Israël (Ez. 3) verwacht mocht worden. Wanneer de kerk in Duitsland Wortwiderstand geboden had toen Hitler zijn demonische plannen ging uitvoeren (de Bekennende Kirche deed dat overigens, v. d. G, ) had zij eveneens gedaan wat een wachter behoort te doen. En als het werkelijk vaststond dat kernwapens geen oorlogvermijdende, maar alleen oorlog-uitlokkende betekenis hebben, dan zou ik niet weten hoe de kerk het kon verantwoorden hier te zwijgen. Maar omdat het neen tegen kernwapens niet ondubbelzinnig kan zijn, moet de kerk zich buiten de kwestie van plaatsing of niet-plaatsing van kernwapens houden. Zij moet geen wachter spelen maar op kritieke momenten echt wachter zijn.'


Welnu, voor zaken waarin de kerk geroepen is profetisch concreet te spreken daarin is zij óók geroepen concreet te bidden. Het betreft dan zaken die rechtstreeks het Woord Gods raken. Het betreft de zaken van de persoonlijke ethiek, kwesties van leven en dood en van levensheiliging, maar niet minder van de macroethiek. Als de overheid hier buiten de normen van het Woord treedt en ook belemmeringen opwerpt voor de vrije ontplooiing van het leven naar het gebod Gods dan mag en moet de overheid tot de orde geroepen worden en mag de voorbede gericht zijn op concrete bekering van de overheid. Daarbij hebben we dan te bedenken dat recht en gerechtigheid ook noties zijn, die het sociale leven en handelen raken. Het gaat hier om geestelijke categorieën met een aardsgerichte spits. Overheden bijvoorbeeld, die onder de eigen onderdanen bloedbaden aanrichten, vallen rechtsreeks onder de profetische veroordeling van het Woord. Tegen zulke overheden mag gebeden en gestreden worden.

Intussen gaat boven elke concrete politieke voorbede uit de bede 'Uw koninkrijk kome'. Het koninkrijk van God komt door de geschiedenis heen en ook in weerwil van de geschiedenis. Toch wil de Heere om de komst ervan gebeden zijn. En in dat hele gebeuren, dat de geschiedenis uitmaakt, realiseren we ons dat ook overheden en koningen een plaats hebben in Gods doel naar Zijn rijk toe. Daarom blijven we ook politieke voorbede doen.
Ook die staat in het stuk der dankbaarheid omdat Jezus Heere is.

v. d. G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 mei 1987

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Politieke voorbede

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 mei 1987

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's