Uit de pers
In memoriam prof. dr. J. P. Versteeg
Op de eerste Paasdag is zeer plotseling overleden de Apeldoornse Nieuwtestamentiscus prof. dr. J. P. Versteeg. Zijn heengaan laat een smartelijke leegte na in de allereerste plaats in zijn gezin en familiekring, voorts in de Chr. Geref. Kerken die hij diende, maar ook buiten deze kerken in verschillende sectoren van Protestants Nederland. Het Nederlands Bijbelgenootschap, de NCRV, de Evangelische Alliantie, het Chr. Middelbaar Onderwijs in Apeldoorn… dat zijn enkele terreinen waarop Versteeg zich bewogen heeft.
Wie hem van nabij gekend hebben, kwamen altijd weer onder de indruk van zijn hartelijkheid en bescheidenheid, zijn gereformeerd-oecumenische instelling. Binnen de redactie van Tekst voor Tekst, het eendelige commentaar op de Heilige Schrift dat deze zomer zal verschijnen, heb ik met hem mogen samenwerken voor wat betreft de redactionele arbeid aan de verklaring van het Nieuwe Testament. Het stemt weemoedig dat hij de verschijning van dit werk waar hij met zoveel liefde zijn krachten aan gaf niet meer mag beleven. Versteeg stond ook met zijn wetenschappelijk werk als Nieuwtestamenticus midden in de gemeente. Hij bezat de gave om zo te schrijven, dat het gewone gemeentelid er door geboeid werd. Dat ging bij hem niet ten koste van wetenschappelijke diepgang. Zijn proefschrift getiteld Christus en de Geest, een exegetisch onderzoek naar de verhouding van de opgestane Christus en de Geest van God in de brieven van Paulus, legt getuigenis af van de zorgvuldige wijze waarop hij als exegeet te werk ging, met een scherp oor luisterend naar de teksten en met een grote aandacht voor het detail.
In De Wekker van 8 mei gaat ds. K. Boersma in op de manier waarop Versteeg binnen de nieuwtestamentische wetenschap positie koos, nuchter en eerlijk, en vooral luisterend naar de tekst zelf.
'Een van de dingen, die Versteeg telkens wilde laten zien, is de waarachtigheid en de betrouwbaarheid van het Nieuwe Testament. Er is en er wordt nog al eens gezegd en geschreven, dat de betrouwbaarheid van het Oude Testament tegenwoordig zo op de tocht staat, en dat is waar, en de oudtestamentici hebben heus geen eenvoudige taak, maar we moeten niet vergeten, dat het Nieuwe Testament aan een niet minder hevig bombardement van kritiek blootstaat. Versteeg heeft daar het fijne van geweten, en hij heeft nooit met zijn wetenschap gepronkt. Hij heeft er meermalen op gewezen, hoe verscheiden de berichtgeving van de vier evangelisten is, zodanig, dat niemand in staat is om een sluitende "harmonisatie", een samengevoegd doorlopend naadloos bericht samen te stellen; niemand kan precies álle Schriftgegevens b.v. over de geboorte of over het lijden of over de opstanding of over de hemelvaart samenvoegen, zodanig dat er geen vragen meer te stellen zouden zijn; ook met de andere berichten is dat het geval. Deze stand van zaken is voor velen aanleiding geweest om de evangeliebeschrijvingen te minachten en de evangelisten onkunde of tegenstrijdigheid toe te schrijven. Sommigen plukten de Schrift uit elkaar en hielden geen evangelie. meer over. Anderen werden in de war gebracht en vroegen zich af, of de hoge theologische heren hun tenslotte niet alle zekerheid zouden benemen. Niet alzo professor Versteeg.
Bij verschillende gelegenheden heeft hij erop gewezen, dat de verscheidenheid van de evangeliebeschrijving niet anders doet dan de eenheid en de betrouwbaarheid van de feiten te dienen. Nooit heeft hij de behoefte gehad om de berichten te harmoniseren, en ook heeft hij nooit de behoefte gehad om te gaan betogen, dat dit en dat natuurlijk tijdgebonden was, of anders gelezen moest worden, of aangepast moest worden vanwege een zogenaamd beter inzicht dat wij vandaag zouden hebben of iets dergelijks. Niets daarvan. Het gaat in heel het Nieuwe Testament om de éne Christus en om zijn éne verlossingswerk, om één waarachtige betrouwbaarheid.
Het duidelijkst daarover was Versteeg in zijn boek "Evangelie in viervoud". De eenheid toont zich in de verscheidenheid en de verscheidenheid dient de eenheid. Lang niet iedereen heeft dat van hem begrepen. Sommigen dachten dat hij iets achterhield. Maar zijn hele persoon was zo eenvoudig en oprecht, dat er niets achter te houden viel. Wat hij deed en zei, zo was hij en niet anders. Anderen spraken dan van gematigde Schriftkritiek of zo iets, en dan kwam dat doordat ze hem hadden geplaatst in kaders waar hij niet thuishoorde. Dat heeft hem natuurlijk wel eens pijn gedaan, maar het heeft hem niet belemmerd. En soms wordt zoiets pas achteraf gezien. De Schrift is waar. En Versteeg was waar.
Als de Schrift nu één is (ze kan niet gebroken worden, zei de Here Jezus zelf), en dat is ze, dan is ze dat in verscheidenheid. Die verscheidenheid is er ook in de apostolische brieven. De apostelen zelf waren heel verschillende mensen; ze komen uit verschillende milieus; en ze leggen verschillende accenten. Ook zijn de situaties waarin de gemeenten verkeren, waaraan Paulus b.v. geschreven heeft, nogal verschillend. De ene gemeente verkeert ook in een andere positie dan de andere gemeente. Maar al die gemeenten leven van éénzelfde evangelie, van hét evangelie. Een hoofdstuk als Ef. 4 geeft èn de eenheid èn de verscheidenheid zo ondubbelzinnig aan.
En omdat nu èn de evangeliën èn de brieven zo opvallend de eenheid in verscheidenheid aangeven, daarom was het, dat professor Versteeg zo dikwijls datzelfde thema kon aansnijden in de verhoudingen in ons kerkelijke leven en in onze gesprekken met andere kerken.'
De evenwichtige wijze waarop Versteeg positie koos, zijn opstelling in het geheel van het kerkelijk leven vloeide voort – Borsma wijst daar terecht op – uit zijn kijk op de eenheid en de verscheidenheid in de Schrift. Daarom was hij in meer dan één opzicht een bruggenbouwer. Zulke mensen zijn waafdevol in een tijd waarin polarisatie hoogtij viert en men weinig geneigd is naar elkaar te luisteren. Ook daarom vormt zijn heengaan een groot gemis.
Hoe groot de plaats is geweest die Versteeg innam, bleek uit de grote opkomst in de rouwdienst op zaterdag 25 april in de Grote Kerk in Apeldoorn. Een indrukwekkende dienst waarin naast de gevoelens van verslagenheid en verdriet bovenal het getuigenis van Pasen doorklonk. Een dienst die dan ook besloten werd met het Paaslied 'U zij de glorie, opgestane Heer'. Ik besluit dit in Memoriam met een citaat uit een artikel van prof. Versteeg uit De Elisabethbode: 'Bij de kaap van de dood moet eigenlijk iedereen stranden. Jezus is evenwel om die kaap heengegaan, toen Hij opstond uit de dood. Zo heeft Hij de weg geopend naar nieuwe landen die oneindig veel rijker zijn dan de landen, die de eerste Indiëvaarder ontdekte. Met Jezus hoeven we voor de Stormkaap van de dood geen angst meer te hebben. Met Jezus wordt Stormkaap tot Kaap de goede Hoop'.
4 en 5 mei
In Evangelisch Commentaar van 1 mei gaat dr. A. A. Spijkerboer in op het idee, dat onlangs gelanceerd is om de herdenking van de vierde mei en de viering van de vijfde mei te combineren.
'Een commissie, waarvan de naam gelukkig aan de vergetelheid prijsgegeven kan worden was op het idee gekomen de vierde en vijfde mei te combineren tot één vrijheidsdag. En waarom wou die commissie dat dan wel? Ze had bedacht dat de jongeren het allemaal niet meer zo goed bij konden benen, en dat we het voor hen toch ook begrijpelijk moesten houden! Waren de hoofden van de leden van deze commissie misschien met zaagsel gevuld toen ze hun plannen voor een vrijheidsdag uit zaten te broeden? Je herdenkt juist om het verleden levend te houden voor degenen die het niet mee hebben gemaakt, en dus juist voor de jongeren!
Je zou hun moeten vertellen, nee, niet dat "wij", samen met de anderen, "de Duiters" hebben verslagen. Want het was geen nationaIe strijd. Je zou hun moeten vertellen over de opkomst van het fascisme, het nationaal-socialisme en andere verwante bewegingen in Europa. Je zou moeten proberen hun uit te leggen waarom deze bewegingen zovelen – en lang niet altijd de slechtsten en de domsten – hebben gefascineerd. Je zou hun vooral moeten vertellen dat het anti-semitisme als een rode draad door het nationaal-socialisme heenliep, en dat dat de enige vaste lijn was die erin te ontdekken is. Je zou ook moeten vertellen hoe mensen gebiologeerd, als een konijn door een python, naar Hitler hebben gestaard. Je zou niet moeten verzwijgen dat het verweer, en dan met name het geestelijk verweer, zwak is geweest. Je zou moeten proberen uit te leggen welke afgronden van verraad en boosheid er in een tijd als die van bezetting open kunnen gaan. Dan zou je stil moeten staan bij degenen die wel verzet hebben geboden, christenen en niet-christenen: Koopmans, Westerweel, Gerrit van der Veen en zoveel anderen. Je zou uiteindelijk uitkomen bij christendom en humanisme, waaraan onze samenleving, haar kracht ontleend heeft.
Als dit alles jongeren niet meer vermag te boeien dan ligt dat niet aan hen, maar aan degenen die vertellen. Dat spijt me dan voor de ouderen, maar het is niet anders. Wat moet de jonge generatie met een 'vrijheidsdag' als het woord vrijheid ontluisterd is, en niet veel meer betekent dan pure willekeur, zoals bij ons nu tot op vrij grote hoogte het geval is? Uit de verhalen over de bezettingstijd kunnen ze leren wat ze zouden missen als we weer eens onder een dictatuur zouden komen. Ze zouden uit die verhalen ook kunnen leren dat vrijheid in de grond van de zaak vrijheid is om-de-mens-te-dienen, ook als dat je veel kost.'
Aan deze woorden behoeft niet veel toegevoegd te worden. Terecht wijst Spijkerboer op de uitholling van het begrip 'vrijheid'. Vrijheid is altijd vrijheid van en vrijheid tot… In nationaal perspectief kun je over de bevrijding niet spreken zonder de gedachtenis aan de slachtoffers van het fascisme en het nazisme. En in deze nationale herdenking mag de christelijke gemeente als deel van onze samenleving een eigen geluid laten horen. Daarmee bedoel ik geen isolement van het geheel van het volksleven, noch een onderwaardering van onze bevrijding uit tyrannic. Maar de gemeente mag weten van de geestelijke wortel van alle tyrannic alsmede van de Vrijheid met een hoofdletter, de vrijheid door Jezus Christus. Bevrijding uit tyrannic krijgt pas perspectief in het licht van deze vrijheid.
A. N., Ede
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 mei 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 mei 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's