Ontzeg Hem Zijn vermogen niet!
'En als de deuren gesloten waren waar de discipelen vergaderd waren om de vrees der Joden, kwam Jezus en stond in het midden.'Joh. 20 : 19 midden
Op de avond van Jezus' verrijzenis zijn de discipelen samengekomen in een huis. Veel hebben zij die dag gehoord. Vooral het verhaal van de Emmaüsgangers heeft diepe indruk op hen gemaakt. Hun hoop is daardoor verlevendigd. Echter… blijkbaar toch niet voor lang. Want in het huis waar zij zich bevinden zoeken zij troost en steun bij elkaar. Wij krijgen althans niet de indruk, dat de discipelen zich heel sterk vastklampen aan de woorden die zij hebben gehoord. Bovendien zijn zij bang. De deuren hebben zij zorgvuldig gesloten, omdat zij bang zijn voor de Joden. Laatstgenoemden hebben immers ook het één en ander vernomen over de opstanding van de Heere. Zal hun haat en wraakzucht zich dan nù niet tegen de discipelen keren? Hun Meester is door hen niet gespaard, zullen zij als Zijn volgelingen dan wel worden gespaard? De vrees van de discipelen is derhalve goed te begrijpen.Toch hebben zij zich door die vrees niet laten weerhouden om bij elkaar te komen. Daarbij hebben zij weliswaar de voorzichtigheid niet uit het oog verloren.
Plotseling staat Jezus in hun midden! Dat is een grote verrassing. Niemand verwacht Hem. Ook heeft niemand gehoord óf er op de deur geklopt werd. Niemand heeft Hem opengedaan. En toch… Hij is er. Hij is in hun midden. Er is geen twijfel mogelijk, want Hij toont ze Zijn handen en zijde waarin nog duidelijk de tekenen van de nagelen te zien zijn. Het kan niet anders óf grote blijdschap vervult hun hart, wanneer zij hun Heere zien.
Maar… hoe is eigenlijk de opgestane Christus het huis binnengekomen? De deuren zaten toch potdicht en niemand heeft Hem toch binnengelaten? Vele verklaarders hebben gepoogd deze vraag te beantwoorden. Sommigen menen dat het lichaam van Jezus na Zijn opstanding vergeestelijkt en vergoddelijkt was, zodat het zonder enig bezwaar door de deuren kon heenbreken. Deze verklaring is niet aan te nemen, omdat de Heere duidelijk Zijn wonden laat zien. Een geest heeft geen vlees en gebeente en kan dus geen lichamelijke wonden laten zien. Bovendien zullen wij ten volle moeten honoreren, dat de evangelist Johannes niet schrijft, dat Jezus door gesloten deuren is heengedrongen, maar dat Hij plotseling in hun midden stond 'als de deuren gesloten waren'. Hoe het feitelijk is geweest, weten wij niet. Ook dit is een wonder in onze ogen. Wij moeten het wonder daarom het wonder laten en maar niet proberen met ons verduisterd verstand daarin door te dringen. Ook hier geldt wat iemand eens in een ander verband heeft gezegd: 'wanneer ik het wonder vatten wil, staat mijn verstand eerbiedig stil'. Toch wordt deze plotselinge verschijning van Jezus ons niet zomaar vermeld. Zij staat in de Schrift tot onze troost geschreven. De troost is dat er voor Gods genade in Christus geen gesloten deuren bestaan. Niets of niemand kan deze genade verhinderen te werken. Hiervan mogen wij ook de bewijzen zien en horen. In dit verband denken wij onder meer aan het verblinde heidendom. Hoe vergrendeld schijnen haar deuren tengevolge van ongeloof en bijgeloof. Geen macht ter wereld kan deze deuren openen. Geen macht? Ja toch, Jezus' macht en opstandingskracht! Het zendingswerk in Zijn Naam is niet tevergeefs. Want overal waar het zaad der wedergeboorte wordt uitgestrooid, springen vergrendelde deuren open en staan er jongeren en ouderen op en komen door genade tot leven. Ook in onze tijd horen wij van de grote wonderen Gods op de zendingsvelden. Jongeren en ouderen worden dóór God tót God bekeerd.
Doch niet alleen ver weg gebeuren er wonderen. Die gebeuren er ook in ons eigen land. Het zal juist zijn, wanneer er wordt gesteld dat een zeer groot deel van ons volk van God en Zijn dienst is vervreemd. Velen kennen helaas één slogan! Eén parool: 'laat ons eten, drinken en vrolijk zijn, want morgen sterven wij'. Zowel de eerste als de tweede tafel van Gods wet wordt helaas door velen op een schandelijke wijze onteerd. Niettemin mag toch ook geconstateerd worden, dat de Heere het evangelisatiewerk wil zegenen en dat er door Gods genade in Christus deuren opengaan waar men het niet zou verwachten. Neen, wij zeggen niet dat het er zeer velen zijn. In getallen drukken wij ons niet uit. Maar wel weten wij, dat er jongeren en ouderen zijn in wie het wonder van Gods genade zich voltrekt. De Schrift valt voor hen open, zij leren hun knieën buigen, hun schuld belijden en de lof Gods bezingen. Christus kwam in hun leven. Hij stond in hun midden 'als de deuren gesloten waren'.
Er wordt weleens gezegd, dat wij in donkere tijden leven. Tijden waarin voor het geloof in Christus geen plaats meer is en waarin alleen maar ruimte is voor de uitleving in de zonde. Dat de tijden inderdaad niet zo lichtend zijn, willen wij wel aannemen. Desondanks moeten wij ons niet overgeven aan het doemdenken óf fatalistisch onze weg gaan. Voor moedeloosheid is er geen plaats. Daaraan moeten wij althans niet toegeven. Niet dat wij zo optimistisch zijn, maar wij laten ons leiden door het Woord. En het Woord zegt, dat het welbehagen des Heeren door Zijn hand gelukkiglijk voortgang zal hebben. Daarvan mogen wij toch ook in onze tijd iets zien. Tot onze bemoediging, verwondering en verootmoediging!
Het is en blijft weliswaar een groot wonder, wanneer vergrendelde deuren opengaan. Dat geldt niet alleen voor heidenen ver weg óf dichtbij, maar niet minder voor hen die gedoopt zijn, belijdenis hebben gedaan en trouw naar de kerk gaan. Want wij behoeven werkelijk niet op anderen neer te zien die in de zonde en de goddeloosheid ronddolen. Hun hart is immers niet veel anders dan van ons. Het hart van ieder mens, óók van een kerkmens, is van nature hermetisch voor genade gesloten. Geen mensenhand is bij machte de stevig vergrendelde deur van ons hart te openen. De overwinnende zondaarsliefde van Christus kan ons nog zo vaak voorgehouden zijn, maar van huisuit schijnt deze zondaarsliefde ons onbereikbaar. Vooral dan, wanneer wij door het Woord en door de Geest er achter zijn gekomen, dat wij in een gevangenis zitten met stevig vergrendelde deuren. Hoe wij én waarmee wij aan die deuren ook morrelen, doch wij krijgen ze niet open. Wij blijven net zolang opgesloten, totdat Christus in Zijn allesoverwinnende genade verschijnt en ons verrast met Zijn woorden: 'Ik ben uw heil alleen'. Zeg nu niet, dat dit niet meer gebeurt! Het kan zelfs op dit moment gebeuren. De Heere laat Zijn Woord niet boven onze hoofden zweven, maar wil dat het in onze harten doordringt. Ja, Hij wil niets liever dan door vergrendelde deuren binnenkomen en zondaren, goddelozen verblijden met Zijn tegenwoordigheid. Zalig worden is niet zo moeilijk als wij de Heere maar laten werken. Het is daarentegen een onmogelijke zaak, wanneer wij zelf hermetisch gesloten deuren willen openen. Ontzeg Hem dan Zijn vermogen niet!
Het is en blijft een wonder, dat Hij verschijnt in de stad mensenziel. En dat niet één keer, maar steeds opnieuw. Steeds keert Hij tot de Zijnen terug. Wanneer zij zonder hoop zijn en vrezen om te komen, laat Hij steeds opnieuw Zijn vertroostend woord horen waardoor het bevreesd en verbrijzeld hart opnieuw wordt verheugd. In wie Hij Zijn goed werk is begonnen, in die zal Hij het ook voltooien. Door Zijn kruis en opstanding opent Hij het hart en daarmee het Vaderhuis en Zijn vele woningen. Ja, wanneer Hij wederkomt, opent Hij zelfs de gesloten deuren van het graf van al de Zijnen. Met een verheerlijkt lichaam en met een verheerlijkte ziel zullen zij Hém groot maken Die dood is geweest en nu leeft tot in alle eeuwigheid. In het leven van al de Zijnen hier op aarde heeft Hij in het middelpunt gestaan. Hij was in hun midden. Maar ook in de heerlijkheid Gods zal Hij in hun midden zijn en het middelpunt vormen. De opgestane Koning zal alle lof en eer ontvangen. Ook van u?
G. S. A. de Knegt, P.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 mei 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 mei 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's