De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

11 minuten leestijd

Hete hoofden, koude harten
Enkele weken geleden zond de IKON onder de titel van het hierboven afgedrukte kopje een film uit over de familie Schilder, de weduwe, de dochter en de zoon van de in 1984 overleden prof. H. J. Schilder, hoogleraar aan de gereformeerde vrijgemaakte theologische hogeschool te Kampen, neef van de bekende hoogleraar K. Schilder. Wat in deze film naar voren kwam was niet zozeer een stuk recente kerkgeschiedenis als wel een menselijke tragedie, scheuring, verwijdering, leed in een gezin ten gevolge van de troebelen in de gereformeerd vrijgemaakte kerken, die leidde tot de scheuring van 1967 in twee groepen, wat toen heette binnen- en buitenverbranders.
Behalve de film verscheen dezer dagen van de hand van Aleid Schilder een boekje Hulpeloos maar schuldig over het ver­ band tussen gereformeerde leerstellingen en depressies. Persoonlijk heb ik de uitzending ondergaan met een mengeling van gevoelens: enerzijds was er de herkenning van wat een leerstellig conflict teweeg kan brengen aan verwijdering en verbittering, herkenning omdat ik de gevoelens van mevr. Schilder ook tegengekomen ben bij anderen die, van huis vrijgemaakt, dit kerkelijk huis verlaten hebben. Anderzijds was er een gevoel van toenemend onbehagen om de wijze waarop iemand, in dit geval wijlen prof. H. J. Schilder, in het geding betrokken werd, die zich niet meer kan verdedigen. Pijnlijk trof me ook, dat de makers van de film het oude adagium 'Hoor ook de andere partij' niet toepaste. En authentiek vrijgemaakte stem ontbrak.
Uit de persreakties is me gebleken dat ook anderen op deze wijze de uitzending ondergaan hebben. Ds. J. H. Velema spreekt in Koers van 1 mei over ergernis, schaamte, droefheid en herkenning. Ds. W. G. Rietkerk schrijft in Opbouw van 1 mei:

De Geref. Kerken waar de fam. Schilder in leefde waren confessioneel in de betekenis gebaseerd op belijdenisgeschriften. In ieder gezin, in iedere gemeente, zeker in onze eigen gereformeerde kerken bestonden en bestaan nog steeds maar al te vaak twee niveau's van communicatie (a en b). Uiterlijk verbaal en officieel gaat het gesprek over zaken, geloofswaarheden en erkende vraagstukken (a), maar tegelijkertijd is er onder de oppervlakte ook een gevoelslaag, waarin sterk gereageerd wordt op wat er denkmatig wordt gezegd, maar deze reakties waren nauwelijks bewust en kwamen alleen maar aanduidenderwijs ter sprake (b). Twijfelvragen, kilte, zwaarmoedigheid, vreugde, wanhoop, teleurstelling, verbittering, alles lag opgeborgen in die tweede 'gevoelslaag' (b), maar daarover werd nauwelijks gesproken.

Klimaatsverandering
Ik zet dit in de verleden tijd, want langzamerhand is dit klimaat danig aan het veranderen. In dat kader bezie ik ook de uitzending en het boekje, de eerste nog meer dan het tweede. Want wat voornamelijk door mevr. Schilder en de beide kinderen naar voren werd gebracht waren niet zozeer doordachte meningen of theologische beschouwingen. Het lag bijna alles geheel op het vlak van: zo heb ik het beleefd, zo heb ik het nu eenmaal aangevoeld, dit was mijn ervaring. Wie op dit niveau spreekt vraagt om herkenning en krijgt die, of ontmoet onbegrip omdat de ander dat verleden of soortgelijke omstandigheden heel anders beleefd heeft. In dat geval is de communicatie heel moeilijk en eigenlijk bij voorbaat met vruchteloosheid geslagen, tenminste als er over gepraat of geschreven wordt op niveau a. Ik merk het grote verschil tussen vroeger en nu op dit punt ook op in ons werk in de binnenstad van Utrecht. Vandaag wil de jeugd bijna in zijn geheel niet meer contact en communicatie op vlak a – van de gedachtenwerelden – maar van vlak b – op de ervaringswereld. De onderwerpen die Kringsgewijs in ons huis behandeld worden scoren slecht wat het aantal bezoekers betreft zodra het gaat om de botsing van gedachtenwerelden, maar juist heel hoog zodra iedere deelnemer verwacht dat hij of zij zelf daarbij ter sprake zal komen met alle gevoelens die daarbij horen.

Winst en verlies
Er ligt in deze ontwikkeling winst en verlies. De winst ervan is de plaats die er nu vrijkomt voor het gevoel, voor de uniekheid voor iedere persoon, voor diepte in de ontmoeting… In dat kader wil ik best ook een goed woord spreken over de IKON-uitzending. Het is spannend en ook moedig om een gesprek op vlak b te voeren en dat voor het forum van heel Nederland. Tegelijkertijd ligt hier ook de zwakte. Een intieme kring leent zich veel beter voor een gesprek op dit vlak dan een publiek medium als televisie. Nog spannender zou zo'n gesprek worden als ook degenen aan wie ik gewond geraakt ben daarin gespreksgenoten zouden mogen zijn. Nu riep de uitzending van de gekwetste gevoelens van de een weer gekwetste gevoelens op bij de ander. Zo blijven wij aan de gang. Er zit, zei ik, dus wel winst in zo'n ontwikkeling van communicatie op vlak a naar vlak b, maar er is ook verlies. Het verlies is het missen van een deugdelijke in objektieve gronden gebaseerde uitwisseling van ideeën, kortom heel licht wordt de waarheid ingewisseld voor ervaring en zinken wij weg in het moeras van individuele expressies van individuele emoties. Dat is een schadelijke ontwikkeling, die ik niet zou willen bevorderen.

Rietkerk geeft een boeiende schets van de culturele achtergrond waartegen de uitzending zich voltrok: hoe gaan we met elkaar om op het niveau van de leerstelligheid, de ideeën, de theorie of op het niveau van beleving, gevoel en ervaring. Je kunt de vraag stellen of dit een dilemma mag vormen, of we niet veeleer beide niveau's met elkaar zouden moeten verbinden. Rietkerk wil dat ook, als ik hem goed begrijp. In ieder geval wat hij signaleert, zou wel eens samen kunnen hangen met het vrijgemaakte denkklimaat, waarin de nadruk op de leer en het objectieve zo groot is, dat men bij voorbaat huiverig is voor zaken als ervaring, beleving en bevinding. Wat Rietkerk omschrijft is m.i. voor het geheel van het kerkelijk leven van betekenis: hoe houden we geloofswaarheiden geloofsbeleving bijeen!
In het blad De Wekker gaat de heer D. Koole in de rubriek 'Nader bekeken' op deze uitzending in. Ook hij meent dat de drempel van de piëteit overschreden werd, wijt dit aan het feit dat de trauma's bij de betrokkenen toch wel erg groot geweest moeten zijn dat men tot deze uitzending toestemming gaf, en mist in het geheel kerkhistorische en theologische diepgang.

Mensen tegenover mensen
Koole is van mening dat wanneer de kerkelijke ellende op deze wijze naar buiten wordt gebracht, dit bij kijkers die van de achtergronden niet op de hoogte zijn, de indruk moet wekken, dat het met kerk en christendom toch maar ontstellend slecht gesteld is, ja dat je er alleen maar depressies bij oploopt. Dan schrijft hij:

Nu is het geen verborgen zaak dat de ontwikkelingen in de vrijgemaakte kerken in en rond 1967 diep ingrijpend zijn geweest en dat de scheiding der geesten, die zich in het gezin Schilder voordeed, ook andere gezinnen en verbanden tussen mensen heeft ontregeld. Niet ontkend kan worden dat zich Christus onterende taferelen hebben voorgedaan en dat niet weinigen in hun geloofsleven diepe en soms blijvende beschadigingen hebben opgelopen. Dat is dan overigens niet alleen in 1967 zo geweest. De geschiedenis van de kerk in brede zin bevat er veel voorbeelden van dat bij het te hoop lopen rond vragen van geloof en leven in de kerk, grote en soms agressieve hoeveelheden menselijke emoties vrij komen. Die zijn niet altijd in de hand te houden. Met droefheid moet worden gezegd dat ook in de kerk van Christus soms mensen tegenover mensen kwamen en komen te staan in een sfeer van zodanig verhoogde temperatuur, dat elke ruimte voor ordelijke en rustige bezinning ontbrak respectievelijk verloren dreigt te gaan. Wat men voorstaat en de ander wil opleggen, wordt dan zozeer verabsoluteerd en al of niet met ondersteuning vanuit de Schrift toegespitst, dat de zuivere intentie van een gedachte of stelling die men bepleit teloor dreigt te gaan. Ten diepste ontstaat dan het gevaar dat men zich van die Schrift verwijdert en het tegengestelde bereikt van wat men beoogt. Bovendien kan niet worden ontkend dat in veel scheuringen en afscheidingen die de geschiedenis van de kerk te zien geeft, groepen mensen op sleeptouw werden genomen door kerkelijke prominenten, die de heilige dingen toespitsten om er onheilige persoonlijke tegenstellingen mee uit te vechten. Als bij scheuringen in de kerk al van een positieve kant kan of mag worden gesproken dan zou het misschien deze kunnen zijn, dat toonaangevende mensen, door uit elkaar te gaan, de kerk en zichzelf ervoor bewaren dat zij voortdurend tegen elkaar aan blijven lopen. In deze zin werkt een kerkelijke scheuring wel eens zuiverend.

Geest van mildheid
Bij alle zuiverheid in bedoeling en streven van velen in de gereformeerd vrijgemaakte kerken heeft ook dit onzuivere puur menselijke element mede in 1967 een rol gespeeld. Achteraf is dat ook wel ingezien. Is er niet te hard op elkaar ingehakt? moest in alles de zaak zo worden toegespitst als sommigen meenden? had niet méér kunnen worden gedaan om bij elkaar te houden wat toch bij elkaar hoort? is voldoende pastorale zorg besteed aan alle gevallen waarin de meest intieme levensverbanden door de kerkelijke tegenstellingen onder druk kwamen te staan?

Was en is er wel voldoende besef van de gemeenschappelijke schuld voor de oneer en de schade die een ruziënde kerk de Naam en zaak des Heeren in de wereld aandeed en nog altijd doorgaat aan te doen? Want we hoeven niet naar één kerk te kijken en ons niet tot het jaartal 1967 te beperken. Het brede kerkelijke leven in ons land lijdt voortdurend onder de druk van interne spanningen. Onze kerken kunnen daarover ook meepraten. In de tussenliggende jaren – en we stellen dat hier met vreugde en dankbaarheid vast – is in brede kring van de gereformeerd vrijgemaakte kerken een geest van mildheid en een neiging tot een zekere relativering van de absoluutheid van het eigen kerkelijk standpunt gegroeid. Dat betekent niet dat men principiële opvattingen rond het ware kerk van Christus zijn heeft losgelaten, maar die opvattingen worden niet (meer) beheerst door een geest van gearriveerdheid en zelfgenoegzaamheid, die sommiger opstelling kenmerkte.

De heer Koole kenmerkt zich in zijn schrijven altijd als een wijs en mild man, die nuchterheid paart aan liefde voor de gereformeerde belijdenis. Wat hij opmerkt over het gewijzigde klimaat in de Geref. Kerken (vrijgemaakt) noteren we met dankbaarheid. Toch is dat niet alles wat te zeggen valt. Hoezeer men ook een zekere pijn ervaart om de eenzijdigheid van de uitzending, ja zelfs ergernis om de wijze waarop in een familie de vuile was zo naar buiten wordt gebracht, anderzijds moet dit alles ook voor ons een signaal betekenen: Hoe stellen we in het kerkelijk gesprek de waarheidsvraag aan de orde. Discussies over de waarheid, waarin de liefde die de ander uitnemender acht dan zichzelf ontbreekt, kweken inderdaad hete hoofden en koude harten. Fanatisme en onverdraagzaamheid maken dan hun slachtoffers. Wij behoeven daarbij niet naar onze vrijgemaakte broeders en zusters te zien. Wij hebben die vraag ook eerlijk aan onszelf te stellen. En voorts heeft de uitzending mij er ook weer eens van doordrongen hoe bepalend ons denken over de kerk is. Hangen de discussies binnen de vrijgemaakte kerken in de zestiger jaren, waarvan het gezin Schilder slachtoffer geworden is, niet nauw samen met de pretentie dat de ware kerk van Christus zich in de vrijgemaakte kerken manifesteerde? Een dergelijk verabsoluteerde kerkopvatting heeft niet alleen de spanningen ten gevolge waarvan de IKON uitzending gewaagde, maar voert haast onontkoombaar in dat felle klimaat van wantrouwen, uitzuivering en fanatisme. Het besef dat wij ten dele kennen, dat wij samen met alle heiligen geloven en belijden heeft consequenties voor de visie op de kerk. Ontbreekt dat besef, dan wordt de ruimte die we de ander gunnen, wel erg klein. En van het een komt het ander. Niet alleen het gezin waar het over ging in die bewuste uitzending heeft daaronder geleden. Er zijn er velen bij wie kerkelijke twisten diepe wonden geslagen hebben. Dat moet ons wel zeer behoedzaam maken. Juist terwille van onze pastoreile en missionaire opdracht dienen we het apostolisch vermaan gedurig weer ter harte te nemen: dat we ons te beijveren hebben de eenheid des Geestes te bewaren door de band van de vrede.

A. N., Ede

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 mei 1987

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 mei 1987

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's