Tweeërlei predikantschap
Een grote zestig jaar geleden was er in een voorname stad van ons land in een bepaalde gemeente een scherp conflict tussen de twee predikanten van die gemeente. De gemeenteleden kozen natuurlijk ook partij. Was het nu een kwestie van persoonlijke aard, wij zouden er het zwijgen toedoen. Het is goed dat vele zaken begraven en vergeten worden. Maar het komt ons evenwel voor, dat het goed is bepaalde zaken weer in herinnering te brengen. Het betreft hier een aangelegenheid van algemeen belang, die alle mogelijke kerkgemeenschappen interesseert, en die zich overal in meerdere of mindere mate doet gelden zonder steeds tot openlijke strijd te leiden.
Een van de predikanten zocht de opbouw van de gemeente voornamelijk te bevorderen door het houden van allerlei stichtelijke bijeenkomsten, avonden, kringen, openluchtbijeenkomsten en zo meer. De ander meende zijn kracht te moeten zoeken in de prediking als het aangewezen middel om de inwendige mens te vormen. Het conflict werd nog wel door andere factoren aangescherpt, maar dit punt scheen toch de hoofdzaak te zijn, of zo men liever wil, de diepste grond van de pijnlijke botsing tussen de beide leraren en hun aanhang in de gemeente.
Naar het ons voorkomt, openbaart zich hier tweeërlei opvatting van het predikantschap, die in bijna alle kerken te vinden is. Althans ook in onze tijd is een vrij krachtige stroming waar te nemen, die alle heil verwacht van een zekere veelbezigheid in het Koninkrijk Gods. De geest van het activisme zit in de lucht. Men organiseert allerhande bijeenkomsten van gezelhge aard, waar veelal een goede, bijbelse toon heerst. Jeugdorganisaties, jeugdverenigingen, vrouwenclubs, moederkransen, hulpverenigingen, zendingsavonden, muziekgezelschappen, zangclubs, commissies voor gedragen kleding en zoveel meer. Allerlei belangen en belangetjes worden zo naar voren geschoven, beurt om beurt. En het spreekt vanzelf – het menselijk hart is nu eenmaal zo gesteld, dat ieder het meest voelt voor de speciale kring, waartoe hij behoort, en die nagenoeg voor het éne nodige houdt.
Eisen van de praktijk
Al spoedig gaat men vrijwel geheel in zijn bijzondere taak op. De eisen van de praktijk, heet het dan, staan in onze praktische tijd voorop. Menigeen zou wel wensen, dat de kansel dienstbaar gemaakt werd aan het opwekken van de gemeente om vooral deze en vooral ook die arbeid te steunen. De predikanten zweven veel te hoog boven de gemeente. Ze zijn veel te abstrakt. Wat heeft men er aan een Schriftwoord zorgvuldig te horen uitleggen? Veel beter zou het zijn de verschillende kringen met naam en toenaam te noemen en de gemeente aan te sporen zich hoofd voor hoofd als werkzaam lid te laten inschrijven. Al dat getheologiseer is tot niemendal nut. Toon, dat u het leven verstaat! Wees een mens van initiatief. Een mens, die van aanpakken weet. Iemand van zessen klaar. Een kok, die warme hapjes weet uit te delen op.de bazar. Een geldschieter, die niet al te grote sommen zonder bewijs uitleend, alleen maar op het eerlijke gezicht. Een werkverschaffer, die alle zakenlieden in de stad afholt om een gewezen drankverslaafde aan een goede betrekking te helpen. Een conferencier, die alle stichtelijke bijeenkomsten onder dreunende bijval op een gezellige toon weet te openen. Een gerant, die alle recepties opluistert en opvrolijkt en, zo nodig, luister verleent. En ja, dan moet zulk een 's zondags ook nog preken, maar studie is daarvoor niet nodig. Weineen, niet te vette kost – maar grepen uit het volle leven, weet u. Een pakkend verhaal van een oud vrouwtje, een flitsende anekdote, een opgesmukt krantenverhaal. Er zijn trouwens boeken te koop waarin de voorbeelden rij op rij zijn vermeld. Ruim uw bureau maar op, en vooral uw bibliotheek. Huur een kamer met een secretaresse ervoor, bepaal uren voor uw onderscheiden bezigheden. Laat een bord maken aan de pastorie met uw vele bezigheden erop. Koop dan een plaatje met 'binnen zonder kloppen' erop. Dat kunt u dan op de deur van uw vroegere studeerkamer spijkeren. Zo wordt u de vraagbaak en de leidsman van ieder. Maar zo tovert u de voorganger van de gemeente dan ook om in een factotum, een manusje van alles.
Afkalving
U begrijpt het wel, een beetje overdrijving in de schets schaadt niet. Het is immers een droevig feit, dat meer dan één leraar in de gewraakte richting wordt gedreven. Hij heeft, wanneer hij begint, talent, dat zich rijkelijk zou kunnen ontwikkelen bij voortgezette studie. Maar al die bezigheden knabbelen aanhoudend aan zijn talent. Elke organisatie zet er de fijne tanden in en scheurt er een stukje vanaf. En de man, die als een veelbelovend talent voor 't eerst de kansel beklom en straks misschien een profetische lichtdrager geworden zou zijn om de wereld te helpen verlichten, ontaardt in een amechtige sjouwer, die van de ene club naar de andere vliegt. De adelaar wordt een waggelgans. Het Arabische raspaard wordt een karrepaard. Een schijnwerper wordt een lampepit.
En dan heet het soms dat men toch zo'n meevoelende, innige dominee heeft…
Zwaartepunt
Wij voelen dan ook voor de opvatting, die het zwaartepunt voor het predikantschap in de bediening des Woords zoekt. Al het andere werk is nuttig en vaak nodig op zijn plaats, maar het ligt niet in de roeping van de dienaar des Woords zich voor elke wagen te laten spannen, al is de vracht, die er op ligt, nog zo kostelijk. De dienaren des Woords hebben vóór alles de taak de gemeente met het Woord der Waarheid te voeden. Een enkel heel eenvoudig gemeentelid mag menen, dat zij dit alles op de universiteit leren en hun voorraadschuur zaterdags maar even behoeven open te doen om zondags de gemeente te stichten. Maar wij weten wel beter. De man met geestelijke voelhorens zegt terstond uit de kerk: er zat geen studie achter die preek, al was het dan een gemoedelijk en hartelijk woord. Een rappe tong is veel waard. Maar als zij niet door kennis bestuurd wordt, is zij hoogst gevaarlijk. Wie in de week niet in het Woord graaft, kan er op de kansel het goud niet uit tevoorschijn brengen. En als hij straks z'n ogen sluit of van gemeente verwisseld na een periode van zwoegen en draven om allerlei clubs en bijeenkomsten tevreden te stellen, dan laat hij een doodarme gemeente achter, die wel heel druk doet, maar geen wortel in de waarheid van de Schrift geschoten heeft en daarom tot verdorren gedoemd is.
A. v. Brummelen, Huizen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 mei 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 mei 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's