De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Gereformeerd depressief

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gereformeerd depressief

9 minuten leestijd

Depressiviteit is een veel voorkomend verschijnsel. Wat is depressiviteit? Aleid Schilder schreef een boekje, getiteld 'Hulpeloos maar schuldig'. Daarin geeft zij de volgende omschrijving: 'Onder depressie wordt verstaan een ziektetoestand waarbij een aantal van de volgende symptomen in meerdere of mindere mate aanwezig zijn: een neerslachtige stemming, verminderde interesse, concentratiestoornissen, geringe zelfwaardering, lusteloosheid, angst voor de toekomst, prikkelbaarheid, stoornissen in eet- en slaappatroon en sexuele beleving, gevoel van hopeloosheid en gedachten aan zelfmoord.' Aleid Schilder is psy-choloog en zij beschrijft in haar boekje 'het verband tussen een gereformeerde paradox en depressie'. Interessanter dan de vraag of gereformeerden váker depressief zijn dan anderen is voor haar de vraag of ze ook anders depressief zijn. Haar conclusie is dat dit voor sommigen zeker geldt. 'Zij beleven bijvoorbeeld schuld over hun depressief zijn.'

De schrijfster
Over de schrijfster van dit boekje, liever nog over haar familie, is de laatste tijd veel te doen geweest. De schrijfster is de dochter van de kort geleden overleden Kamper hoogleraar drs. H. J. Schilder, een broer van de befaamde K. Schilder, die een grote rol speelde bij de vrijmaking van 1944' toen de Gereformeerde Kerken, in tweeën uiteen vielen en de Gereformeerde Kerken onderhoudende artikel 31 van de kerkorde, naast de Gereformeerde Kerken verder gingen.
Later heeft zich ook een afscheiding voltrokken binnen de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt. In 1967 namelijk splitsten de 'buitenverbanders' zich af, zich constituerend in de Nederlands Gereformeerde Kerken. Toen was prof. C. Veenhof de man die leiding gaf aan de afzondering. Hij verzette zich tegen de gedachte dat de Gereformeerde Kerken (vrijg.) de enige ware kerk vormden. Hij was, zoals hij me later vertelde, door al zijn kerkelijke zekerheden heengezakt.
In het gezin van de genoemde prof. Schilder trok de scheuring ook een diepe kloof. Mevrouw Schilder, van huis uit hervormd, ging met Veenhof mee. Onder zijn prediking was ze tot bewust geloof gekomen, had ze Christus leren kennen. Het was voor haar onverdraaglijk dat hij niet meer tot de ware kerk zou behoren. De kinderen werden verdeeld over de twee kerken. Het merendeel van hen werd intussen buitenkerkelijk. Mevrouw Schilder keerde terug tot de Nederlandse Hervormde Kerk, maar woont nu in een gemeente waar men Samen op Weg is, wat haar – blijkens een interview in Hervormd Nederland – niet zo erg zint.
De IKON bracht intussen op Goede Vrijdag een uitzending, waarin mevrouw Schilder haar belevenissen binnen de Gereformeerde Kerken (vrijg.) vertelde. Over die uitzending is veel rumoer geweest. De bladen in de vrijgemaakt-gereformeerde kring hebben er bol van gestaan. Met name dr. W. G. de Vries heeft zich ferm geroerd in De Reformatie. Hij kwam tot de conclusie dat men, om Schilder te kunnen begrijpen in zijn keus voor de Gereformeerde Kerken (vrijg.), men geen bloedverwant moet zijn maar geestverwant. In de bewuste uitzending, maar ook in het boekje van Aleid Schilder, zag hij een hernieuwde aanval op de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt en daarin 'op de kerk der eeuwen'.

De Reformatie
Nu is het ongetwijfeld waar dat Aleid Schilder in haar boekje de kring wijder trekt dan die van de vrijgemaakt gereformeerden. Ze wil namelijk haar (niet kerkelijke) vakgenoten deelgenoot maken van de problematiek die in de Gereformeerde Gezindte, om het zo maar globaal aan te duiden, leeft en waardoor mensen in psychische problemen kunnen komen. Dat neemt echter niet weg dat het uitermate teleurstellend is dat in artikelen als van dr. W. G. de Vries zo weinig ootmoed doorstraalt als het gaat om de gevolgen van kerkscheuring. Er mag toch wel énig begrip zijn voor de verbittering en de desoriëntering bij mensen wanneer zo'n diep ingrijpend gebeuren niet alleen families maar ook gezinnen stuk breekt? Kerkscheuringen werken nooit louterend maar altijd verbitterend. Daardoor alleen al kunnen mensen in psychische problemen geraken.


Maar terug naar Aleid Schilder. Want haar gaat het om fundamenteler zaken.
Als ik globaal mag samenvatten wat haar beweegt dan is het het mensbeeld, dat de Reformatie ons heeft opgeleverd. Zij begint met een citaat van Calvijn, dat ook de psycholoog Fromm hanteert in zijn boek 'Psychoanalyse en religie'. Hier volgt het citaat:
'Want ik noem het geen nederigheid als wij menen dat ons nog iets rest… Wij kunnen niet over ons zelf denken zoals wij behoren te denken, wanneer wij niet tot het uiterste alles verachten wat we misschien uitstekend in onszelf vinden. Deze nederigheid is de ongeveinsde onderwerping van een geest die overstelpt wordt door een drukkend besef van eigen ellende en armoede; want zo is de eensluidende beschrijving ervan in het woord van God'.
De Reformatie heeft ons de waardeloosheid en hulpeloosheid van het mens zijn aangeleerd. Dit leidt tot een onderwaardering van het eigen menselijk bestaan. Men kan nooit iets 'goeds' doen. Mensen die daarmee in conflict met zichzelf komen uiten dit dan 'in een alles overheersend schuldgevoel, men raakt steeds meer doordrongen van eigen wanhopige verdorvenheid en begint zichzelf te haten', aldus Aleid Schilder.
Vervolgens beschrijft de schrijfster van dit boek de 'angst-religie'. Mensen zijn bang om verloren te gaan. Er is sprake van een sterk 'schuldgevoel'. In tegenstelling tot zulk een schuldgevoel dat alle mensen tegenover elkaar hebben is hier sprake van een schuldgevoel tegenover God. En daarvan kan weer het gevolg zijn dat men zich eeuwig verlaten van God acht en dat men de zonde tegen de Heilige Geest bedreven heeft (de onvergefelijke zonde).
En tenslotte – het centrale element in het boekje van Aleid Schilder, een element waaraan ook de titel is ontleend – de uitverkiezing speelt de mensen parten. Men is uitverkoren of men is het niet, 'hoewel men wel weer verantwoordelijk is voor het eventueel verworpen zijn.' Op deze wijze is godsdienst bepaald geen 'opium van het volk'. Mensen zijn hulpeloos maar toch schuldig.
Aleid Schilder zegt dat bij cliënten de kerk vaak een rol speelt 'in hun leven en hun lijden'. De hier genoemde punten staan daarbij dan volgens haar centraal.

Ervaring
De problematiek, die Aleid Schilder aan de orde stelt, vraagt een boekwerk om adequaat te kunnen reageren. In één artikel is het niet mogelijk om alles aan de orde te stellen wat om weerwoord vraagt. Ik heb er geen behoefte aan om de leer der Reformatie hier uiteen te zetten. Ik zeg met Calvijn dat de verdorvenheid van de mens ons op elke bladzijde van de Schrift geleerd wordt en dat die verdorvenheid ook blijkt in het menselijke leven van elke dag. Er is echter een ander element, dat mijns inziens zeer wezenlijk is, namelijk dat van de ervaring. De schrijfster van dit boek komt uit een kerk waar men met bevinding, ervaring weinig raad weet. Het is zelfs, naar mijn oppervlakkige waarneming zo, dat ieder die tot de Gereformeerde Kerken (vrijg.) behoort deel heeft aan het heil, omdat men zich voegt binnen de ware kerk en men dus ook belijdenis- en Schriftgetrouw is. Als ik deze zinnen te haastig neerpen hoor ik dat gaarne van bevoegde zijde. Met het probleem van het al of niet uitverkoren zijn worstelt men, dacht ik, binnen de kring van de Gereformeerde Kerken (vrijg.) niet zo. Men heeft het kerkelijk opgelost. Aleid Schilder geeft nu echter in haar boekje bloot waar het manco zit in de kerken waaruit zij zelf komt: 'subjectieve ervaring en emotionele beleving doen niet terzake en staan geloof zelfs in de weg. Geloven is een zaak van blinde gehoorzaamheid.'
Ik moet hier direct aan toevoegen dat het boekje juist ook die kringen 'schuldig' stelt waar ervaring wel een rol speelt. Als zodanig is het boekje zwak, omdat het geen richting wijst. Ik waag het zelfs te veronderstellen dat de schrijfster, die zelf vakmatig met de ziel van de mens bezig is, niet het evenwicht gevonden heeft. De uitverkiezing wordt immers ook in het geloof ervaren. Daarom beschreef Calvijn deze ook pas in het laatste boek van zijn Institutie. Inderdaad is het zo dat, wanneer de uitverkiezing een zaak van het verstand wordt– kerkelijk ingekaderd of bevindelijk beredeneerd – de mens psychisch in de knoop raakt. Maar wanneer de verkiezing in het geloof beleefd wordt is deze een bron van vreugde. God heeft mij, inderdaad nietige mens, op het oog. En daarom mag ik er ook zijn, omdat ik schepsel Gods ben. De verkiezing geeft juist een positief mensbeeld. Een theoloog heeft ooit gezegd dat door de belijdenis van de verkiezing de gereformeerde vaderen de tachtigjarige oorlog hebben gewonnen.

Het is het machtige wonder van de verkiezing dat een mens niet alleen bepaald werd om geboren te worden maar ook om kind des Heeren te zijn. De Heilige Geest werd daarom uitgestort. De Heilige Geest, die niet alleen samen met de Vader en de Zoon eeuwig God is maar ook mij gegeven is (Heidelberger, zondag 23).

Ontdekking J. Veenhof
In het boekje van Aleid Schilder schreef prof. dr. J, Veenhof, zoon van de eerder genoemde C. Veenhof, een Ten Geleide. Hij zegt dat de schrijfster verzuimt de nodige nuanceringen aan te brengen tussen vrijgemaakt gereformeerden en de Gereformeerde Gemeenten. 'In de vrijgemaakte kerken ontbreekt de somberheid van b.v. de gereformeerde gemeenten; vrijgemaakte mensen stralen soms een aktieve opgewektheid uit'.
Als ik hier op door borduur vraag ik mij af waar in feite de raakvlakken liggen tussen de vrijgemaakten en de Gereformeerde Gemeenten. Ze starten samen een gereformeerd psychiatrisch ziekenhuis. Wat is dan hun gemeenschappelijk? identiteit? Als het over de verkiezing gaat zullen ze niet overeenstemmen. Als het over de ervaring gaat verschillen ze ook ten zeerste. Misschien vinden ze elkaar als ze zich samen over de belijdenis buigen? Want de belijdenis heeft het objectieve en het subjectieve in zich. De belijdenis is bevindelijk van aard. God, de Heere buigt zich neer tot nietige zondaren en maakt woning in hun hart. Dat is bevindelijk leven.


Aleid Schilder moest haar boekje nog maar eens herschrijven. Ze moet pogen, niet als psycholoog maar als gereformeerd christin, de verbinding aan te brengen tussen het objectieve en het subjectieve. Want het Woord Gods is voorwerpelijk-onderwerpelijk. En het onderwerpelijke heeft óók de twijfel aan zich. Niet twijfel, die aan het geloof eigen is, maar twijfel die aan de gelovige eigen is.


Het boekje van Aleid Schilder vraagt intussen om dogmatische tegenspraak, maar roept op tot existentiële bezinning. Elke pastor heeft immers te maken met mensen, die klem raken tussen dogma en bevinding!

v. d. G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 mei 1987

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Gereformeerd depressief

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 mei 1987

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's