Globaal bekeken
Henk Mochel stelde een boek samen naar aanleiding van het honderdjarig bestaan van het Leger des Heils. Het boek, getiteld 'In de frontlinie' (uitgave Kok, Kampen) begint met het bezoek dat (toen nog prinses) Beatrix bracht aan het Leger in Amsterdam om daar samen met majoor Bosshart de Wallen te bezoeken. Hier volgt een deel van de openingspassage:
'Café Hoppe aan het Spui in Amsterdam. Buiten is het regenachtig en kil. Binnen behaaglijk warm en roezig druk. Journalisten, studenten en kunstenaars vullen het schenklokaal. Rond de tap hangen drie bekende fotografen: Anton Veldkamp, Nico Koster en Peter Zonneveld. Zonneveld zal morgen trouwen. Hij laat zijn collega's nog eens inschenken. In de deur verschijnt majoor Bosshardt. Achter haar een jonge vrouw; donkere bril, hoofddoek, lange jas. Ook zij draagt een pak Strijdkreten over haar arm. Kennelijk volgens afspraak begint de majoor achterin, haar helpster voorin het café met de verkoop van de heilsbode. De discussie tussen Veldkamp en Koster gaat even buiten Zonneveld om. Hij kijkt wat afwezig het lokaal rond. Zijn blik blijft tenslotte, eigenlijk zonder dat-ie het zich bewust is, rusten op de jonge vrouw die met haar Strijdkreet moeizaam een weg vindt tussen tafeltjes en druk keuvelend publiek. Plotseling verdwijnt het afwezige in zijn ogen. Hij draait zich verder van zijn collega's af, komt overeind van zijn halfhangende houding en verscherpt duidelijk zijn aandacht. Op datzelfde moment kijkt majoor Bosshardt toevallig richting tap. Zij herkent de fotograaf, ziet de attente ogen en de plotseling gespannen houding van Zonneveld en realiseert zich in een flits dat het spel is verloren. Snel schuift ze tussen het publiek door naar de jonge vrouw en fluistert haar iets in het oor. De vrouw kijkt even wat verbaasd, maar maakt een einde aan het gesprek met een gast en volgt de majoor. Zonneveld is intussen weggerend naar zijn auto om zijn kleinbeeldcamera te pakken. Als hij terugkeert in het café, zijn de majoor en haar helpster via een andere uitgang verdwenen. Zonneveld doorziet dat, sleept zijn collega Koster mee in een paniekerige achtervolging. Even voordat de twee vrouwen een taxi hebben kunnen aanhouden, worden ze ingehaald door de twee fotografen. Peter Zonneveld richt zijn camera. Bij het flitsende licht maakt hij de foto die de volgende dag op de voorpagina van alle Nederlandse kranten en van talloze buitenlandse dagbladen staat. Sommige koppen zijn paginagroot: 'Met Majoor Bosshardt de Strijdkreet verkopen: Prinses Beatrix incognito ziet donker Amsterdam.' In het bekende Duitse boulevardblad Bild een vette 3-regelige pagina-brede kop boven de foto: 'Prinzessin Beatrix verkleidet in einer Hafenspelunke'. Een Engelse krant: 'The streets that princesses never tread' (de straten die prinsessen nooit betreden). De nieuwswaarde van de foto betreft natuurlijk de prinses. Maar de majoor in uniform staat ook op de plaat. En nooit eerder zal het Leger des Heils met foto én verhaal zo'n prominente plaats in de wereldpers hebben gekregen als de dag na die bewuste woensdagavond 28 april 1965.'
Majoor Bosshardt:
'Voordat wij die avond op pad gingen, heeft de prinses bij me gegeten, hebben we samen uit de Bijbel gelezen en samen gebeden. Ik doe dat met zoveel andere mensen, dus waarom niet met haar? Daarna afgewassen. Op een gegeven moment zag ik dat ze een koffertje bij zich had. Daar zaten die andere kleren in, die pruik en een bril. Nadat ze zich had omgekleed zijn we de buurt ingegaan. Eerst een paar gezinnen bezocht in de Koestraat en de Spinhuissteeg. Bij een van die gezinnen was een kind jarig, daar woonden ze met z'n zessen op één kamer. In het tweede, derde en vierde gezin heeft Beatrix zelf uit de Bijbel gelezen. Ze zocht zelf de verhalen op, van de Here Jezus die de kinderen zegende. Bij een ouder echtpaar las zij de 23ste Psalm. Ik heb daarna hardop gebeden, want dat kun je iemand die dat niet gewend is, niet laten doen. Rond half tien zijn we de cafés en de publieke huizen ingegaan, ook homosexsuele gelegenheden. Met de Strijdkreet over de arm. Het was allemaal heel gewoon – ze dachten overal: die juffrouw is van het Leger. Sommigen maakten opmerkingen zoals: 'Ga je in het Leger? Je bent toch een knappe meid, je kunt best wat beters vinden. Denk er nog maar eens goed over na – je mag niet meer roken, niet meer drinken…' Een ander: 'Mag ik op koninginnedag niet met je uit?' Ze had overal een antwoord op, heel spontaan.
Later heeft ze me geschreven en in gesprekken ook nog wel eens gezegd, dat het een van de waardevolste avonden van haar leven is geweest. En de enkele keer dat ik haar zie heb ik het gevoel dat ik toch nog een zekere band met haar heb.'
Bij Uitgeverij Buijten en Schipperheijn te Amsterdam verscheen een boek getiteld 'De laboratoriummens' (schrijvers dr. D. Ch. Overduin en John L. Fleming). Het handelt over 'medische en ethische problemen van de moderne samenleving'. Voorafgaand aan het eigenlijke boek namen de schrijvers enkele citaten op. Hier volgen ze:
• 'Ik zal aan niemand, ook niet op zijn verzoek, enig dodelijk geneesmiddel toedienen, noch mij lenen tot enig advies van dien aard; evenmin zal een vrouw een pessarium voor abortus van mij bekomen. Want rein en vroom zal ik mijn leven leiden en mijn kunst uitoefenen.'
Uit de eed van Hippocrates, 6e eeuw v. Chr.
• 'Ik zal absolute eerbied bewaren voor het menselijk leven van de bevruchting af; zelfs onder bedreiging zal ik mijn medische kennis niet aanwenden in strijd met de wetten der menselijkheid.'
Uit de Verklaring van Genève, World Medical Association, 1948.
• 'Bij onderzoek van de mens mag het belang van de wetenschap of van de samenleving nooit voorrang krijgen boven overwegingen rond het welzijn van deze mens.'
Uit de Verklaring van Helsinki, World Medical Association, 1964, 1975.
• 'Begiftig mij met liefde voor mijn kunst en voor Uw schepselen. Laat geen winstbejag, verlangen naar erkenning en bewondering mijn beroep beïnvloeden, want dit zijn de vijanden van de waarheid en van de liefde voor de mensheid en ze kunnen in de grote taak van de zorg voor het welzijn van Uw schepselen op een dwaalspoor leiden.'
Dagelijks gebed van een arts, Mozes Maimonides, 12e eeuw.
• 'Daar is misschien een tijd, dat er in hun handen een goede reuk is. Want ook zijzelf bidden de Here, dat Hij hun geve rust en genezing om te mogen leven.'
Ecclesiasticus 38 : 13, 14.
v. d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 27 mei 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 27 mei 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's