Een kleine tijd
(Joh. 16 : 16 t/m 22)
'Een kleine tijd, en gij zult Mij niet zien'
spreekt Jezus, vóór Zijn heengaan, tot de Zijnen.
En angstig vragen zij elkaar: 'Misschien
zal Hij voorgoed uit ons gezicht verdwijnen.
Wat is dit: 'Wederom een kleine tijd en dan
zult gij Mij zien, want Ik ga tot de Vader'?
De Heiland kent hun zorg en zegt: 'Vraagt gij daarvan:
Niet zien en zien en heengaan?' Hoort Mij nader:
'Voorwaar, zoals een vrouw in barensnood
de uren aftelt voor het nieuwe leven
dat komen zal, benauwd is tot de dood
zal u die kleine tijd veel droefheid geven.
Een kleine tijd, drie dagen dood en graf
en hellevaart, zal onze wegen scheiden.
Maar wat Ik voor u doen zal maak Ik af
om uw weeklacht te veranderen in verblijden.
Een kleine tijd, als Ik ben opgestaan
zult gij Mij zien. Ik zal aan u verschijnen
Wanneer Ik voorts het Vaderhuis zal binnengaan
bereid Ik plaats voor u en al de Mijnen.
Gij ziet Mij niet, tien dagen voor het feest
van Pinksteren, zal Ik zijn opgenomen.
Maar 't is u nut, want door de Heil'ge Geest
zult gij Mij zien: als Trooster zal Hij komen.
Een kleine tijd, het heden der genade vliedt
daarheen, totdat Ik wederkom zoals beloofd.
Er komt een einde aan al uw verdriet.
Zalig wie niet ziende, toch gelooft.
Een kleine tijd nog, ja het is slechts even,
een barenswee; vertroost u bovendien;
want wie in Mij gelooft, zal leven.
Ik heb u al gezegd: Ik zal u zien'.
A. van de Meer
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 juni 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 juni 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's