De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De kerk als schuilplaats

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De kerk als schuilplaats

11 minuten leestijd

Met de titel van dit artikel bedoel ik niet de kerk als asylum, als plaats van asiel voor vluchtelingen, die het land dreigen te worden uitgezet, voor mensen die bescherming zoeken tegen de grijpende arm van Hermandad. Op zich zit daar best een diepe gedachte achter. Kennelijk is het zo dat een kerkgebouw, omdat en voorzover er de dienst des Woords wordt gehouden, een andere ruimte is dan een congreszaal. Dat wordt kennelijk ook beseft en gewaardeerd in het recht. Wie zich in de kerk ophoudt is niet meer vogelvrij maar geniet bescherming, althans in onze rechtstaat.
Van dit recht kan overigens misbruik gemaakt worden voor onjuiste politieke ambities en doeleinden. Er kan ook in die zin misbruik van gemaakt worden dat het kerkgebouw wel voor die doeleinden wordt gebruikt, terwijl het voor de wezenlijke functie, namelijk die van de Woordverkondiging, al heeft afgedaan. Maar dat neemt het juiste principe niet weg. Zo hebben zich in ons land – om één voorbeeld te noemen – christenturken opgehouden in kerkgebouwen, om zo te pogen hun verblijf hier veilig gesteld te krijgen en aan vervolging in eigen land te ontkomen. Een kerk, die uit dit recht consequenties trekt om mensen te helpen, gaat wel op het scherp van de snede. Er zal immers goed moeten worden onderscheiden om welke doelen het gaat. Maar het asielrecht is toch niet niets.


Het is ook niet vreemd dat Nederland, waar in de geschiedenis kerk en staat zo nauw op elkaar betrokken waren, voorop heeft gelopen als het er om ging vluchtelingen toe te laten, mensen die om godsdienstige of politieke redenen in hun land werden vervolgd. Zo heeft Nederland de Hugenoten toegelaten en de Portugese Joden. Ook vandaag dienen zich vluchtelingen aan uit alle delen van de wereld. Dat hier wordt nagegaan of het echt om vluchtelingen gaat is uiteraard nodig. Maar zouden we ook nu niet een naam hebben hoog te houden in dit opzicht? Of moeten we het vluchtelingenprobleem laten neerkomen op die landen, die zich dicht bij landen bevinden vanwaaruit vluchtelingenstromen zich manifesteren, maar die zélf economisch onder aan de wereldranglijst staan?
Me dunkt dat de kerk hier ook een signaalfunctie mag hebben als het gaat om asiel voor vluchtelingen, niet in het minst ook als het gaat om die vluchtelingen die om hun geloof worden vervolgd.
We behoeven overigens maar enkele honderden kilometers oostwaarts te reizen om te beseffen dat het ook anders kan. In Oost Europa is het wel mogelijk dat de dienaren van de overheid een kerkgebouw binnendringen en bijvoorbeeld de kerk ontruimen of kerkgangers gevangen nemen. Daar is de kerk zelf, als het erop aankomt niet beschermd, al is er in het ene land meer vrijheid dan in het andere en ook al is bij grondwet vaak ook het recht van godsdienstoefeningen zogenaamd gewaarborgd.

Geborgenheid
Toch bedoel ik met de titel 'de kerk als schuilplaats' iets anders, al is het bovenstaande er wel een afglans van. Het was juist een uitspraak van een jongere uit Oost Europa, die me tot dit artikel inspireerde. Een jongeman uit Polen werd geïnterviewd over het kerkelijke en godsdienstige leven in Polen. In Polen is de Rooms Katholieke Kerk sterk en onder het communisme niet stuk te krijgen. De huidige paus komt er vandaan en dat heeft ook in Polen zelf invloed. Maar ook andere kerken zijn niet stuk te krijgen. Vijf en zeventig procent van het poolse volk rekent zich tot de (een) kerk. Nu zei de betreffende jongeman over de waarde van de kerk in het algeméén, dat het een plaats is waar je telkens weer de wereld achter je laat, er om zo te zeggen bovenuit stijgt. Welnu, dit alleen al is koren op de molen van de marxistische kritiek op de kerk, die immers altijd neerkomt op de stelling dat godsdienst opium is van het volk. Opium van het Volk, niet vóór het volk, zoals nog al eens abusievelijk wordt gezegd. Het is niet zo dat het volk de godsdienst als opium krijgt toegediend maar dat het volk zélf naar de godsdienst grijpt als een roesmiddel, om zich in slaap te sussen, zich in een droomwereld te brengen en zo de ellende van het alledaagse leven te ontvluchten. Men begrijpt niet – of juist heel erg goed – dat het geloof behalve perspectiefvoor de eeuwigheid ook kracht geeft in het leven van elke dag, ook om weerbaar te zijn tegen de machten van de tijd. Het marxisme zelf wil mensen in slaap sussen met de gedachte dat religie een slaapmiddel is.

De praktijk in bepaalde delen van de christenheid in de wereld is nu echter ook zo geworden dat men een aangepaste boodschap is gaan brengen, een boodschap die gekenmerkt is door maatschappijkritiek, een boodschap die in uiterste consequenties soms niet meer verder komt dan een binnenwerelds en binnentijdelijk heil. Men is onder de indruk gekomen van de godsdienstkritiek van Marx en anderen. De boodschap van Marx heeft ook in de kerk doorgewerkt, zodat men de boodschap van het Evangelie ontdaan heeft van de dimensie van de eeuwigheid. Men schuwt de religie.
En dan zegt zo'n poolse jongen dat hij de kerk nodig heeft om telkens weer even de wereld achter zich te laten. Toch heeft die jongen gelijk. Het is het woord van Christus zelf, die zei: 'Mijn vrede geef ik u, niet gelijk de wereld hem geeft geef ik hem u, gijlieden gelooft in God, gelooft ook in Mij'. In de kerk gaat het toch ten diepste om de vrede die alle verstand te boven gaat. Daar mag inderdaad de wereld een moment ontvlucht worden en ervaren worden: hier wordt de rust geschonken, hier 't vette van Uw huis gesmaakt… Niet om zo wereldvreemd te worden. Want vervolgens wacht de volle taak en roeping in de wereld weer. Maar in de kerk behoeven we ons nu eens niet af te matten en te vermoeien met die dingen, die ons in de wereld zo zeer in beslag nemen. In de kerk mag het over andere dingen gaan, over wat geen oor heeft gehoord en in het hart van mensen niet opkomt.
Is het geen open deur dit alles zo te zeggen? Me dunkt van niet. Het zou te wensen zijn dat de kerk weer in al haar delen volop gestalte zou geven aan dit niet-van-de-wereld-zijn, niet opgaan in en aangepast zijn áán de schema's van de wereld. Toen in 1971 Het Getuigenis verscheen was één van de uitspraken daarin dat de kerk zou moeten zijn een ark van Noach nu de golven van de oordelen Gods over de wereld gaan. Prompt werd daarop gereageerd in een boekje van twee Leidse studentendominees, met de veelzeggende titel 'In de ark, in de kark zei de dominee'. Smalend werd het Getuigenis terzijde geschoven. Het wekte slechts quietisme, valse lijdelijkheid. In feite deelden de dominees de marxistische kritiek dat godsdienst (zo) opium van het volk was en wensten ze zich er verre van te houden door een boodschap van medemenselijkheid en politieke gerichtheid.

Het loodje
Wanneer de kerk echter met de wereld wil concurreren zal ze altijd het loodje leggen. In de wereld gaat het veel efficiënter, zakelijker, deskundiger toe. In vakbondskringen weet men veel deskundiger over arbeidsvragen te spreken dan in de kerk. De politicus is veel meer ter zake dan de dominee, die ook de klok heeft horen luiden. De wetenschapper weet zelf veel meer waar de problemen van de wetenschap en de techniek liggen dan de kerk het hem duidelijk maken kan.
Moet de kerk zich dan helemaal niet met deze vragen bezig houden? Jazeker. Van dominees wordt veel meer kennis van zaken op allerlei tereinen gevraagd dan vroeger het geval was, al was het alleen maar om vragende jongeren op catechese en in kringen en op verenigingen van antwoord te kunnen dienen. En de kerk als geheel zal bepaald hebben in te spelen op de grote vragen van deze tijd. Dan zal de kerk overigens ook bemerken dat, wanneer ze echt en voluit naar het Woord spreekt, ze niet zal worden begrepen en zal worden tegengestaan, omdat ze in haar boodschap ten diepste wereld-vreemd is, niet toegeeft aan waarden en begrippen die in de wereld opgeld doen. Dat blijkt in onze tijd als de kerk staat voor waarden waar de kerk der eeuwen voor heeft gestaan.
Op de kansel is de dominee echter niet allereerst deskundige maar dienaar. Is hij daar wél deskundige dan wordt zijn boodschap mager. Ik herinner mij een artikel van wijlen dr. C. J. Dippel, die zich indringend met de vragen van geloof en wetenschap heeft bezig behouden. Hij zei dat, als hij 'zondags in de kerk zat, hij niet vermoeid wilde worden met die dingen waar hij zetf door de week al zo druk mee was en waarin hij deskundiger was dan de dominee. 'Zondags in de kerk wilde hij een woord voor het hart. De kansel is dan toch iets anders dan de catheder. Op de kansel staat de dominee laag genoeg onder de hemel om gevrijwaard te worden voor vergoddelijking. Hij staat ook echter hoog genoeg boven de mensen om met het hem van God verleende gezag woorden Gods te spreken. Op die eenzame hoogte mag hij woorden spreken, die de wereld niet kent en die alles te maken hebben met het hart van God, dat in liefde open is naar een wereld verloren in schuld, woorden die ook, rust schenken voor vermoeiden en belasten. Calvijn en anderen hebben niet zonder reden de kerk veelvuldig moeder genoemd. Daarin zit geborgenheid, heul, warmte.

Na Pinksteren
De Heilige Geest is uitgestort op alle vlees. De eerste discipelen waren vurige getuigen van de Enige Naam onder de hemel tot behoud gegeven. Dat Pinkstervuur mag ook vandaag branden, namelijk daar waar het Woord echt opengaat. En waar Woord en Geest samengaan zal ook vandaag blijken dat de kerk een schuilplaats is. Omdat dan ervaren wordt dat wie in de schuilplaats van de Allerhoogste is gezeten vernachten zal in de schaduw van de Almachtige. Waar zal dit anders geleerd worden dan op de school van de Heilige Geest, daar waar het Woord van God opengaat over verloren mensenlevens?
Velen in onze tijd hunkeren naar een woord van houvast in de ontreddering van het moderne leven. Een wereldse boodschap zal geen boodschap blijken te zijn. De kerk zal weer 'ark' moeten zijn op de golven van de tijdzee, wil er van echte geborgenheid sprake zijn.


Er is helaas ook maar al te vaak een andere zijde aan de kerk. In en aan de kerk wordt geleden: om scheidingen en éénwordingen, om wereldsgezindheid en afval, om wetteloosheid en wetticisme, om onenigheid en verdachtmaking, om het ontbreken van de volle boodschap van het Evangelie door vermagering of verstarring. Zou dat de bedoeling van Pinksteren zijn geweest? Waartoe en waarom waren de discipelen na de Opstanding en de Hemelvaart bijeen? Was het niet omdat ze een gemeenschappelijke vrees en een gemeenschappelijke verwachting hadden? Zo hebben ze samen de Heilige Geest als Trooster ontvangen en zo werden ze vervolgens kerkstichters, gemeentestichters, vredestichters. Wat zouden we als kerkea weer terug moeten naar de tijd van de eerste liefde, om weer opnieuw te ervaren wat het betekent dat de kerk, dat de gemeente schuilplaats is, woonplaats van de Heilige Geest, die ook inwoning maakt in een mensenhart.

Opwekking
We hebben niet minder nodig dan een nieuwe opwekking door de Heilige Geest, waardoor waarheid, liefde en recht weer aan het licht treden. Aan de kerk zijn de geheimenissen Gods toevertrouwd. Zoals van Israëls omringende volkeren gold dat die Gods verbondsgeheimen missen moesten, terwijl Israël die kennen mocht, zo geldt vandaag dat de kerk mag weten wat voor de wereld verborgen is. De vraag is of de kerk nog wel echt leeft bij en pit de geheimenissen Gods. Zo ja, dan zal ze ook een tijdwoord, een woord op z'n tijd, een woord in de tijd weten te spreken. Zo neen, dan wordt ze zelf gevangene van de tijdgeest en laat ze de mensen in de moeiten en noden en vermoeidheden en rusteloosheid, waarin ze van nature in de wereld zijn.
Moge de kerk weer worden en zijn wat ze van Godswege is: een huis om in te wonen, een burcht om in te schuilen tegen de stormen van de tijd. De baälsbeelden van welke aard ook zullen dan moeten worden opgeruimd. Geen boodschap aangaande goden, die niet horen of zien kunnen maar van God die hoort en ziet en spreekt. Paulus zei tegen Agrippa dat hij het hemels gezicht niet ongehoorzaam was geweest. Als dat ook van de kerk vandaag geldt zal ze ook woorden spreken de tijd voorbij, zal ze echt schuilplaats zijn voor ontredderden en aangevochtenen, voor hen die hunkeren naar nieuw leven. Die jongen uit Polen had het toch wel bij het rechte eind.

v. d. G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juni 1987

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De kerk als schuilplaats

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juni 1987

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's