Christus alléén
Handelingen 16 : 16-18Lezen: Handelingen 16 : 11 t/m 18
Het te lezen schriftgedeelte uit Handelingen laat ons zien hoe het evangelie uit Azië naar Europa overkomt. Reeds in Azië had de Pinkstergeest zegevierend door de verkondiging van het evangelie de strijd aangebonden tegen de bezetter Van deze wereld, de geest van de vorst der duisternis. Maar dat is God niet genoeg. Ook in Europa moeten de krachten van de satan gebroken worden.
Daarom heeft God aan Paulus het gezicht van de Macedonische man laten zien, die smekend riep: 'Kom over en help ons'.
Aan dit teken is Paulus niet ongehoorzaam geweest. Vanuit Azië trekt hij, geleid door de Geest des Heeren, naar de brandpunten van de Europese beschaving. Regelrecht stapt Paulus vanaf Troas, via Samotráce en Neápolis naar de stad Filippi. Dáár wil de Heere hem hebben, dáár moet de Christus verkondigd worden, dáár begint de strijd met de geest van de anti-Christus. Die strijd wordt geopend met een gebedssamenkomst op de sabbathdag, even buiten de stad aan de rivier. Het schijnt allemaal even klein en van weinig betekenis. Een zeer beperkt gezelschap, voornamelijk bestaande uit vrouwen, is aanwezig. Zelfs het feit, dat de evangelieboodschap die Paulus mag brengen, bij één van die vrouwen, Lydia, gehoor vindt omdat de Heere haar hart ervoor opende, brengt niemand uit zijn evenwicht.
Nee, de komst van Paulus heeft geen volksoploop teweeggebracht. Op het eerste gezicht lijkt het hier voor de verhoogde Koning Jezus een verloren zaak.
En toch… wie ook de dag der kleine dingen veracht, de Geest niet, Christus niet en Paulus ook niet. 'Waar twee of drie in Mijn Naam bijeenzijn, ben Ik in het midden' heeft Christus gezegd.
Wie wéét, begint vanuit Filippi Zijn victorie. En dat weet de satan ook zeer wel. Achter die paar Joodse vrouwen rondom die éne getuigende dienstknecht van Christus kan een wolk van getuigen volgen.
Achter die onbetekenende gebedsplaats njst de markt van Corinthe en de Areopagus op. Zou de Heere niet bij macht zijn, Zijn Woord te laten doordringen tot de regeringsleiders van dat grote Romeinse rijk om hen te bewegen tot het geloof?
Eén ding is zeker: wanneer het Woord van God bevel heeft gegeven tot de veroveringsstrijd om mensen te roepen uit de duisternis tot Zijn wonderbaar licht, zal het welbehagen des Heeren gelukkig voortgaan. Het bloed van de Heere Jezus Christus zal in Filippi Zijn kracht doen.
'Beef satan, Hij Die ons geleidt, zal u de vaan doen strijken.'
Ook in Filippi zal de Geest des Heeren de wereld overtuigen van zonde, gerechtigheid en oordeel. Die crisis neemt een aanvang.
Als Paulus op zekere dag naar de plaats van het gebed gaat, komt hij een vrouw tegen die hem, en die bij hem zijn goed opneemt. Ze loopt hen achterna en begint plotseling luidkeels te roepen. Nee, het zijn geen scheldwoorden en het is ook geen lastertaal. Wat zij zegt, kan niemand van ons verbeteren en iedereen volmondig amen op zeggen.
Ze roept: 'Deze mensen zijn dienstknechten Gods des Allerhoogsten, die ons de weg der zaligheid verkondigen', en ze doet dit vele dagen lang.
Op het eerste horen zou je zeggen: Wat een ongedachte zegen! Nog maar net op Europese bodem of daar krijgt het Evangeliewoord gratis hulp. Paulus, dank uw Zender om zoveel bijval. Het leek zo hopeloos, de bevolking bleef onaandoenlijk en nu helpt zowaar deze vrouw voor de nodige publiciteit. Nog wel iemand die zelf de nodige bekendheid geniet!
Maar de apostel is weinig onder de indruk. Er is iets niet in de haak met deze vrouw en haar bedoelingen. De bijbel zegt ons wat er aan hapert. Deze vrouw heeft een waarzeggende geest. Zij stond bekend als iemand die achter de zichtbare dingen kon waarnemen wat er in de toekomst verscholen lag. Haar orakeltaal ging door voor Godsspraak.
Of zij een helderziende was of een gewone waarzegster, valt moeilijk te zeggen. We hebben haar niet op zichzelf te bezien maar in het licht van Gods Woord. Daarin verschijnt ze niet als een paranormaal begaafde, maar als iemand die gebruikt, zo niet misbruikt wordt door de satan, die erop uit is de intocht van Christus in de harten van mensen te beletten. Ze is zijn instrument om juist het werk van de Heilige Geest tegen te staan. Ooit heeft de satan tegen Jezus geroepen: 'Wat heb ik met u te doen, Jezus, gij Nazarener?' Zijt Gij gekomen om ons te pijnigen?'
Nu, bij de gezant van de verhoogde Christus pakt hij het anders aan. Nu laat hij als een engel des lichts in de straten van Filippi horen: Deze dienstknechten komen met vrede, zij prediken ons de weg der zaligheid. Nog eens, Paulus, is het niet fantastisch? Nu hoor je het ook nog eens van een andere kant, mensen van Filippi.
'Pas op, schrijft Calvijn, hier is sprake van een verborgen hinderlaag. Het lijkt alsof deze vrouw de zaak van Christus dient, maar in werkelijkheid breekt ze af. Op haar manier zal ze in de waarzeggingspraktijken deze en gene wel bevrijding en verlossing verkondigd hebben. Ze gaat daarbij echter niet in de kracht van de Heere, maar staat onder de macht van enkele heren, die in haar een winstgevend object hebben ontdekt. Leest u er niet over heen: deze vrouw is een zekere dienstmaagd, een slavin. In dubbel opzicht. Niet alleen in de gebondenheid aan wat de duivel van haar wil, maar ook in het toebrengen van kapitalen aan die heren. En al mag het er dan ingaan als koek, wat deze vrouw brengt en wat de goe-bevolking in haar zoekt, staat radicaal tegenover wat Paulus verkondigt: De rechtvaardiging door het bloed van de Heere Jezus Christus en de verlossing door het geloof uit genade alleen.
Paulus ziet het gevaar, hij kent de listige omleidingen van de duivel. Het lijkt alsof deze vrouw hem bijvalt en het lijkt of de satan ruim baan maakt voor de Geest, maar in feite wil hij Hem vóór zijn om Zijn werk te verhinderen. De beste manier daartoe is om de ergernis en de dwaasheid uit de prediking weg te halen. Om de oude, vleselijke mens recht op de benen te houden, het eigen ik handhaven en zo toch wel de weg der zaligheid te kunnen betreden.
Paulus weet dat het er anders toegaat. De Heilige Geest werkt door de prediking van het Woord, boete en berouw. En als het 'Christus alléén' klinkt, gaat dat gepaard met de onvoorwaardelijke oproep tot bekering en geloof. De oude mens wordt afgebroken want er komen verslagen harten.
Het gaat er nu echt om spannen in Filippi. Óf Christus is alles of Hij is hun niets. Óf de boodschapper Paulus wordt gehoord óf de reclame-campagne van de duivel.
De Geest der Waarheid kruist de degen met de waarzeggende geest. Paulus onderkent de duistere macht die in het leven van deze vrouw werkzaam is. Daarom zal hij in de Naam van Jezus krachten doen. Hij wil als dienaar van Christus niet getrokken worden in de occulte sfeer van de vorst der duisternis. Daarom beveelt hij de geest uit te gaan van de vrouw. Hij doet dat in de volmacht van Christus. Paulus kan dat, omdat Christus aan het kruis de overheden en machten uitgetogen, ontwapend heeft en openlijk tentoongesteld, heeft Hij over hen getriumfeerd (Col. 2 : 15). Hij wil niet dat wij gemeenschap hebben met de duivelen. Want dan tergen we de Heere.
Iemand die door een of andere vorm van duistere krachten wordt beheerst, of dat nu spiritisme of magnetisme, waarzeggerij of helderziendheid is, heeft zich dat ernstig te bedenken. Wij worden door God geroepen tot de gemeenschap van Zijn Zoon Jezus Christus, door de Heilige Geest. Wie kan ten volle in de gemeenschap van de Heilige Geest leven, als hij of zij het met boze geesten houdt?
Krachtig wordt de Naam Jezus uitgeroepen over slaven en slavinnen. Over Filippi, over ons land maar ook over uw leven. Ondanks de tegenkanting die Die Naam oproept, zal die niet tevergeefs klinken. Jezus, dat is Zaligmaker van gebondenen, Redder van zondaren.
Later schrijft Paulus aan de gemeente te Filippi in een lofzang waarin de kracht van Christus gelegen is: 'Hij heeft Zichzelf vernietigd, de gestaltenis van een dienstknecht (slaaf) aangenomen hebbende, en is de mensen gelijk geworden… Daarom heeft Hem ook God uitermate verhoogd, en heeft Hem een Naam gegeven welke boven alle naam is… en alle tong zou belijden, dat Jezus Christus de Heere zij, tot heerlijkheid Gods des Vaders' (Filip. 2 : 7-11).
Wat zullen wij nog proberen ons heil en onze zaligheid bij mensen, dingen of krachten te zoeken. Wij hebben Christus nodig. Hém alléén.
U dan, die Hem (op Zijn Woord) gelooft, is Hij dierbaar.
Welzalig zij, die, naar Zijn reine leer,
In Hem hun heil, hun hoogst geluk beschouwen;
Die Sions Vorst erkennen voor hun Heer;
Welzalig zij, die vast op Hem vertrouwen.
A. van de Meer, Wierden
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juni 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juni 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's