De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Geestelijk leven, tijdgebonden? (I)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Geestelijk leven, tijdgebonden? (I)

Lezing Jaarvergadering Gereformeerde Bond 1987

11 minuten leestijd

In een oude prekenbundel (Menigerlei Genade, 1911) met preken van dominees uit de Gereformeerde Kerken in Nederland las ik één dezer dagen een preek van dr. B. Wielenga, uitgesproken op 28 mei 1911 in de Plantagekerk te Amsterdam. Over een tekst uit Joh. 15 : 16: 'Gij hebt Mij niet uitverkoren, maar Ik heb u uitverkoren…' Een preek over de wortel van het geestelijk leven: de uitverkiezing en de wedergeboorte en over de vrucht daarvan in het christenleven van alledag. Het opvallende van deze preek is, dat de gemeente wordt opgeroepen met vreze en beven haar zaligheid te werken. In de weg van het pleiten op Gods verbondsbeloften en van het onderzoek van het eigen hart. De grote vraag van 's mensen eeuwig heil in de weg doorwaait deze preek. 'Onderzoek uw hart, uw weg, of gij daarin de beginselen der toegepaste genade bespeurt' ('de trekking van de verkiezende liefde Gods in de belofte van Gods Woord in de tekenen des verbonds, in de leidingen des levens, in de vroege indrukken, de treffende bevindingen, in de bezoekingen, uitreddingen, tranen, noden, vreugden'). Ook worden in deze preek de kinderen van het verbond die 'in zelfverblinding niet eens weten, dat hun eerste levensvoorwaarden (om vruchten voort te brengen) nl. de wedergeboorte ontbreekt', dringend opgeroepen om zich te verootmoedigen: 'Vergeet het niet: zonder wortel geen vrucht. Leer eerst voor God uw onmacht kennen, uw onwil en onwaardigheid… Zoek voordat gij als discipel heengaat om vrucht te dragen, in Christus ingeplant te zijn… Leer te sterven, voor gij leeft. Opdat gij niet ontnuchterd wordt en uitgesloten, ook al hebt gij hier in Jezus' Naam geprofeteerd en in Zijn tegenwoordigheid gegeten en gedronken. Ontwaakt, gij die slaapt en staat op uit de doden en laat Christus over u lichten.'

Een preek van dr. B. Wielenga
Ziedaar enkele citaten uit genoemde preek van dr. B. Wielenga. Helder klinkt hier de boodschap van de souvereine genade Gods, van het wonder van de rechtvaardigheid van de goddeloze en van het hart- en levenvernieuwende werk van God de heilige Geest door. Het is de boodschap zoals deze door de Reformatie is gebracht. We herkennen er duidelijk ook te toonaarden van de Nadere Reformatie in. Kennelijk lopen mee ook de lijnen van wat de afgescheidenen van 1834 voor ogen stond in een – wat wij noemen – bevindelijke prediking, in de Gereformeerde Kerken in Nederland door. Ook ondanks het kwaad dat A. Kuypers leer van de veronderstelde wedergeboorte inmiddels in die kerken had gesticht. In 1934 – een eeuw na de afscheiding – kon daarom ook nog de synode van de Gereformeerde Kerken aan de synode van de Christelijke Gereformeerde kerken het verzoek gericht wprden om door samenwerking tot eenheid te komen (zie Menigerlei Genade, 1935, in een preek van dezelfde dr. B. Wielenga over 'de eenheid der waarheid en de eenheid des levens').

De na-oorlogse Gereformeerde Kerken
Zeg ik te veel, wanneer ik zeg, dat deze toonzetting van de prediking in de naoorlogse Gereformeerde Kerken in Nederland haast spoorloos zoek is geraakt? Het – soms zelfs grimmig – vragen van de mens naar het Godsbestaan (naar de voorzienigheid, naar het 'zinloze' lijden ondermeer) overspoelde in theologie en prediking de kernvraag van de Reformatie. 'Hoe zijt gij rechtvaardig voor God?' De waarheid Gods leek niet te kunnen bestaan zonder inmenging van de mens met al zijn vragen en bedenkingen. Een doe-godsdienst met alle nadruk op het 'menselijke', op de uitdagingen van cultuur, op het maatschappe-lijke en politieke engagement verdrong die klassiek gereformeerde elementen die we zojuist signaleerden in een prediking als van dr. Wielenga en waarin een kort geding tussen God en de zondaar wordt aangespannen met het oog op 's mensen eeuwige bestemming. In het licht van dit alles moet haast vanzelf de vraag opkomen, of het type geestelijk leven zoals dat gevoed werd door een prediking als die van dr. Wielenga in de eerste helft van onze eeuw, in de Gereformeerde Kerken niet als een achterhaald tijdverschijnsel moest worden beschouwd. Een ontwikkeling overigens die in de Nederlandse Hervormde Kerk al sinds jaar en dag gaande is geweest. In beide gevallen is er sprake van een diepe kloof met het verleden van de eigen Gereformeerde traditie. En ik constateer, dat het eenwordingsproces tussen de Gereformeerde Kerken en de Nederlandse Hervormde Kerk in Nederland zich afspeelt over deze kloof heen. Het is een zaak van een aan de tijd gebonden geestelijk leven.

Bij-tijds geloven? Hartbewaking!
Nu is het niet mijn bedoeling om me met deze inleiding uitvoerig te mengen in de discussie van deze dag met betrekking tot Samen op Weg. Ik heb de invalshoek van de ontwikkeling in de Gereformeerde Kerken gekozen om onszelf, om de Gereformeerde beweging in de N.H. Kerk een dringende vraag te stellen. Het is de vraag van de titel van mijn onderwerp. Het is deze vraag: wanneer men voor het geestelijk leven/christen-zijn van belang acht, dat er ingespeeld wordt op de vragen van de tijd (cultuur, maatschappij, politiek), houdt dat dan automatisch in, dat men vroeg of laat vervreemdt van de Gereformeerde traditie en de voor het Gereformeerde zo karakteristieke trekken van het geloofsleven verspeelt? M.a.w.: is geestelijk leven zo gekoppeld aan de tijd, dat het er nu gerust heel anders uit mag zien dan in de dagen van Augustinus, van Calvijn, van John Bunyan of van de belijdenisgetrouwen uit de eerste helft van onze eeuw? Ook onder ons worden vurige pleidooien gevoerd voor een 'bij-tijds' geloven, voor een contekstueel belijden.
Ik wil op die vraag naar het al of niet tijdgebonden zijn van het geestelijk leven twee antwoorden geven. In de eerste plaats zou ik het stellig willen ontkennen, dat geestelijk leven iets tijdgebondens is. Het is zaak, dat we op dit punt aan hartbewaking doen (iets wat naar mijn besef ook in het proces van Samen op weg al te zeer ontbreekt).

Is God tijdgebonden?
De vraag, of geloven iets tijdgebondens is hangt samen met de vraag, of God ook tijdgebonden is. Nu, wij leven in tijden waarin op allerlei wijzen is afgerekend met de zg. metafysische God, de God boven wolken en sterren. De moderne mens kan daar niet meer mee uit de voeten. God moet relevant zijn. God kan kennelijk alleen ter sprake komen, voor zover dat van belang is voor de mens met zijn vragen, met zijn humaniteit, met zijn geschiedenis, met zijn toekomst. De mens, deze mens is helaas in de theologie en in de prediking vandaag middelpunt van denken geworden. Vanuit dat middelpunt komt dan ook God ter sprake. En het beeld dat van God ontworpen wordt, wisselt dan ook steeds. God is in deze contekst derhalve ook tijdgebonden. De Bijbel verkondigt ons evenwel een God die in de eeuwigheid woont. Die in Zijn bestaan en voortbestaan niet afhankelijk is van de mens en Zijn geschiedenis. Hij is de souvereine, voor Wie elke sterveling heeft te buigen. Die naar Zijn eeuwig welbehagen heeft bepaald wat goed en kwaad is. En ook daarvoor zal ieder mens buigen. Die alles geschapen heeft tot de glorie van Zijn onvolprezen Naam. Die Zich geopenbaard heeft in de geschiedenis van Israël en van Zijn Zoon Jezus Christus en Zich laat kennen door Zijn Woord en Geest. Die naar datzelfde Goddelijk welbehagen verkiest en verwerpt. En die – dat is ook het wonder van Zijn Godzijn – mensen binnenhalen wil in Zijn gemeenschap, door hen door Zijn Woord en Geest te wederbaren en naar Zijn heilig recht te vernieuwen. De God van de Bijbel is niet tijdgebonden. 'De Heere is in Zijn heilige tempel! Zwijg voor Zijn Aangezicht, gij ganse aarde, (Hab. 2 : 20; Zef. 1 : 7; Zach. 2 : 13). Calvijn, die 'de overtuigde heraut van Gods souvereiniteit is genoemd, de mens die dronken was van Gods heilige mejasteit' (J. D. Benoit, Calvijn als zielszorger, Nijkerk 1947, blz. 58), heeft in heel zijn theologie dit 'theocentrische middelpunt'. Het gaat in alles om de 'gloria Dei', de eer van God. Mijn antwoord op de vraag, of geloven tijdgebonden is, is daarmee in beginsel gegeven. Hoe kan geloven tijdgebonden heten, als de God in Wie geloofd wordt niet tijdgebonen is?

Is de Bijbel tijdgebonden?
In de tweede plaats hangt de vraag, of geloven iets tijdsgebondens is samen met de vraag, of de Bijbel tijdgebonden is. Ook op deze vraag antwoord ik ontkennend. De Bijbel is niet buiten de tijd om ontstaan. De Bijbel is in een historisch proces tot ons gekomen. De Bijbel is in zeer verscheiden (culturele en historische situaties) en door middel van vele mensenhanden geschreven. Maar ook zo is de Bijbel door de inspiratie van God de Heilige Geest het gezaghebbende en betrouwbare Woord, de openbaring van de levende God. Eén doorlopend Goddelijk getuigenis van wat deze? God met ons mensen wil. Het gaat in de Bijbel om de openbaring van Gods gerechtigheid. Het heilig en aanbiddelijk recht van God, Zijn heilige wet die voor het schepsel als de lucht voor de vogel en het water voor het visje is, dat moet overeind komen in de schepping en in het mensenleven. En het is daarvoor, dat Mozes en al de profeten hebben gestreden. En het is dat heilig en heerlijk recht van God dat overeind is gekomenn in Christus Jezus en dat als een reddende gerechtigheid is uitgebazuind door de apostelen (vgl. Rom. 1 : 16v).
Het kan bekend zijn, dat Kohlbrugge die zijn leven lang nooit anders heeft gedaan dan de rechtvaardiging van de goddeloze prediken, steeds dat doel heeft beoogd: Het moet komen tot de oprichting van Gods heilige wet in het leven van de zondaar. In een preek over vr. en antw. 1 van de Heidelberger schrijft hij: 'Waarom hoorde men vroeger zoveel van waarachtige bekeringen? Waar kwamen die mensen vandaan, die enkelen nog (hun aantal wordt alsmaar kleiner, ook in onze gemeente, de meesten liggen al op het kerkhof) van waar kwamen die profeten en profetessen die konden getuigen van Gods genadige erbarming? Mensen die wisten: 'dit is goud en dat is valse munt!' Van waar? Waren zij niet geboren in de afgrond der verlorenheid, toen zij wegzonken voor Gods wet?' Is geloven iets dat tijdgebonden is? Het antwoord op deze vraag kunt u zelf geven, door te antwoorden op de vraag: Is deze boodschap van de Bijbel tijdgebonden?

Is de prediking tijdgebonden?
In de derde plaats hangt de vraag, of geloven iets tijdgebondens is samen met de vraag, of de prediking van het Woord Gods tijdgebonden is. Welnu, we leven in tijden waarin zowel de Bijbel als de prediking worden gezien als veelsoortige uitdrukkingen van Godsbelevingen der mensen. De Bijbel geeft dan modellen waaraan men kan zien hoe vroegere geslachten over God dachten, met Hem leefden en daarnaar handelden. En de prediking is dan een eigentijds reageren daarop, een spoorzoeken aan de hand van deze vroegere modellen. En dat kan dan betekenen, dat wij met alle respect voor geloofsverwoordingen uit vroeger tijden, vandaag, staande in een totaal andere contekst, in een heel andere culturele situatie, met andere vragen bezig zijn. Was de reformatie b.v. vooral bezig met zonde en genade, thans zal de vraag naar het Godsbestaan, naar de voorzienigheid, naar de zin van het lijden centraal moeten staan in de prediking. Ook ethisch brengt dat consekwenties met zich mee. In onze contekst zal men dan b.v. over homofilie bepaald anders moeten spreken dan Paulus dat doet in Rom. 1.
Mij dunkt echter om te weten, of de prediking zich überhaupt zo gedragen moet naar de agenda van de tijd, kunnen wij het beste te rade gaan bij de grote heidenapostel Paulus. Had hij ooit meer reden om zich te gedragen naar de agenda van de tijd dan toen hij preekte voor de wijsgeren van Griekenland op de Areopagus te Athene. Daar stond hij binnen de contekst van de geestelijke elite van zijn dagen. Hij heeft ook waarlijk wel zijn best gedaan om 'on speaking terms' te komen met zijn gehoor. Door te spreken over het 'altaar aan de onbekende god' en door Griekse dichters te citeren. Maar juist daar heeft hij zonde en genade gepreekt. Juist daar heeft hij opgeroepen, zich te bekeren van de dwaze afgodendienst. Juist daar heeft hij de dag van het grote oordeel in het vooruitzicht gesteld. Juist daar heeft hij de ergerniswekkende boodschap van de opstanding van Jezus Christus verkondigd, de joden een ergernis, de Grieken een dwaasheid.

C. de Boer, Bilthoven

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juni 1987

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Geestelijk leven, tijdgebonden? (I)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juni 1987

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's