Uit de pers
Kerken en christenen in het Midden-Oosten
De commissie Werelddiakonaat van de G.D.R. heeft in aanvulling op haar algemene beleidsnota werelddiakonaat ook enkele regionale nota's het licht doen zien, waaronder een nota over het Midden-Oosten. Margreet Zeelen, stafmedewerker bij de G.D.R., schrijft in het april/mei nummer van Diakonia, dat diakonaat in het Midden-Oosten als specifieke kenmerken heeft de grote verschillen tussen rijk en arm, de minderheidspositie van de kerken, en het Palestijns-Israëlisch conflict. Wat de positie van de christenen betreft, schrijft zij:
'Godsdienst speelt een fundamentele rol in het Midden-Oosten en is onafscheidelijk verbonden met de realiteit van het dagelijkse leven. Mensen ontlenen hun identiteit vooral aan de religieuze gemeenschap waartoe ze behoren. Bepaalde conflicten, die meestal politiek of economisch van aard zijn, zoals bijv. in Libanon, monden daardoor al snel uit in conflicten van godsdienstige aard. Voor de christenen, een minderheid in een overwegend moslim-omgeving, is het belangrijk om niet als indringers beschouwd te worden, maar als deel van de Arabische wereld. Het christendom is bovendien ook geen geïmporteerd element, maar behoort vanouds bij het leven in het Midden-Oosten. De christenen in het Midden-Oosten voelen zich echte Arabische christenen, maar door de toenemende politieke-religieuze spanningen dreigt hun Arabische identiteit in conflict te komen met hun christelijke identiteit. De kerken in het Midden-Oosten maken moeilijke tijden door. Steeds meer actieve kerkleden verlaten het Midden-Oosten, omdat ze zich er niet meer veilig voelen. In bepaalde families van Assyrische of Armeense christenen heeft men gedurende drie generaties drie migraties of deportaties meegemaakt. De Raad van Kerken van het Midden-Oosten, waarvan 70% van de christenen lid is, probeert de kerken in deze moeilijke situatie te helpen. Deze Raad helpt de kerken om te overleven, om de kwaliteit van hun kerk-zijn te vernieuwen en om eenheid tussen de kerken te bevorderen. Daarnaast probeert de Raad om de kerken en christenen ter zijde te staan bij hun getuigenis en dienst aan de samenleving, zodat ook zij gezamenlijk participeren in ontwikkelingen die leiden tot gerechtigheid en vrede. De kerken in het Midden-Oosten werken bijvoorbeeld samen in het programma voor hulp aan Palestijnse vluchtelingen en in het programma voor wederopbouwhulp in Libanon.
In het werelddiakonale werk in het Midden-Oosten kregen de christenen uit deze regio gaandeweg een grotere plaats. Zij riepen ons op tot intensivering van de contacten met de kerken in het Midden-Oosten, die zoals we al lazen, een geschiedenis hebben die teruggaat tot de vroegste christelijke gemeenten. Wie wil luisteren naar de christenen in het Midden-Oosten wordt onherroepelijk geconfronteerd met het Palestijns-Israëlische conflict. Een belangrijke minderheid van de Palestijnen is immers christen. En de christenen elders in het Midden-Oosten voelen zich sterk met de Palestijnen verbonden.'
Dat hier een groot spanningsveld ligt, ook voor de kerken in West-Europa, is duidelijk. Enerzijds is er het gegeven van de bijzondere band van de kerk met het joodse volk, alsmede het theologisch gegeven van de verkiezing van Israël, anderzijds is er de vraag naar de beoefening van de gerechtigheid in een situatie waar mensen slachtoffer geworden zijn van dit Palestijns-Israëlisch conflict. Waar het werelddiakonaat in deze spanning gaat staan, is er het gevaar dat zowel van joodse als van palestijns/arabische zijde er twijfels rijzen.
Mijnerzijds voeg ik hieraan toe, dat het niet eenvoudig zal zijn deze twijfels weg te nemen in een zo geladen politieke conflictsituatie. Theologisch kan het werelddiakonaat deze spanning alleen maar volhouden door enerzijds voluit het bijbels getuigenis van het Oude Testament te laten gelden en het Nieuwe Testament daarvan niet los te maken, en door anderzijds te laten, uitkomen dat juist de Thora gerechtigheid jegens wie onderliggen predikt, alsook dat Israëls profeten zich fel gekeerd hebben tegen een houding die verkiezing verwart met nationalisme. Het is mij niet bekend in hoeverre het mogelijk is in te spelen op die bewegingen in het Midden-Oosten die uit zijn op vrede en verzoening. Als concrete beleidspunten noemt de nota de volgende aandachtsvelden:
Het werelddiakonale werk zal zich vooral richten op de volgende werkvelden:
1. Hulp na rampen: Het Midden-Oosten is vol van explosieve situaties, bijvoorbeeld de burgeroorlog in Libanon. De huidige situatie belooft helaas nog geen spoedig aanbreken van een periode van stabiliteit en vreedzaam samenleven.
2. Vluchtelingenhulp: De situatie van de ongeveer 2 miljoen Palestijnen van wie de meerderheid in vluchtelingenkampen verblijft, blijft aandacht vragen. De activiteiten die gesteund worden door het werelddiakonaat en uitgevoerd door de Raad van Kerken van het Midden-Oosten, zijn vooral gericht op beroepstraining, sociaal werk, economische zelfstandigheid, landontginning, verbetering van de landbouw en gezondheidsvoorlichting.
3. Mensenrechten en rechtshulp: De situatie in de door Israël bezette gebieden vraagt aandacht, maar bijvoorbeeld ook de situatie in Syrië.
4. Het functioneren van kerken en gemeenten: In het algemeen geldt dat kerken en gemeenten in staat zijn om hun eigen werkzaamheden en gebouwen financieel te dragen. Er zijn uitzonderingsgevallen, waarbij enige steun van buiten een kwetsbare gemeenschap kan helpen om zichzelf te vernieuwen en een diakonale gemeente te worden.
5. Organisaties van bewegingen voor onderdrukten en ontrechten: Kerken moeten zich hoeden voor politieke en ideologische vereenzelviging met onderdrukkers en onderdrukten, maar hebben anderzijds wel duidelijk naast de onderdrukten te staan in hun strijd voor een menswaardig bestaan, overeenkomstig de plaats die God aan de mensen heeft toegedacht. Het werelddiakonaat geeft daarom hulp aan armen en onderdrukten via kerken en bewegingen die voor hen en hun bevrijding hebben gekozen.
6. Diakonale instellingen: In de meeste landen in het Midden-Oosten zijn de kerken betrokken bij diakonale zorg voor bijvoorbeeld ouderen, gehandicapten, wezen. Het werelddiakonaat wil aandacht blijven houden voor deze vorm van hulp. De vraag in hoeverre andere (niet-kerkelijke) diakonale instellingen gesteund moeten worden hangt af van de mate waarin deze in de lokale gemeenschap geworteld is. Het gaat er immers om dat de eigen gemeenschap gestimuleerd wordt tot eigen verantwoordelijkheid encreativiteite. Dat verkleint de afhankelijkheid.
7. Sociaal en medisch werk, onderwijs en landbouw: In de meeste landen inhet Midden-Oosten vallendeze categorieën onder verantwoordelijkheid van de overheid. Programma's van kerken en organisaties, die gericht zijn op de meest achtergestelden in de samenleving, verdienen veel aandacht en steun van het werelddiakonaat.'
Israël en de vierkante cirkel
Ook anderen houden zich bezig met de problematiek van Israël en zijn buren. Zo drs. A. Kamsteeg in Koers van 15 mei. Hij knoopt aan bij de 39e verjaardag van de staat Israël, bijna 40 jaar dus. Een staat die nog altijd omstreden is. Kamsteeg wijst erop dat zowel van arabische als van joodse zijde de wortels van het conflict zeer diep liggen. Daarom moeten we z.i. niet idealistisch dromen van vrede, maar is het veel realistischer te pogen een situatie te scheppen, waarin de rivaliserende partijen meer belang hebben bij vreedzame betrekkingen dan bij het voeren van oorlog. Kamsteeg heeft daarom geen moeite met een sterke joodse defensie ter afschrikking van de tegenstander. Zou de joodse defensie, alsmede de steun van de VS wegvallen, dan is het evenwicht verstoord en zouden de Joden bange tijden tegemoet gaan, zo meent hij.
Maar dat is niet het enige wat te zeggen valt. Israël zal meer moeten doen, ook terwille van eigen volksbestaan.
'Maar het kan tegelijk nooit de bedoeling van de Joden zijn te volstaan met het optrekken van bepantserde muren. Dit volk heeft een geschiedenis van 2000 jaar vervolging in getto's achter de rug, en zal er nu voor moeten vechten dat de staat Israël méér wordt dan dat. Het doel van de Israëlische buitenlandse politiek dient er dan ook op gericht te zijn dat de omringende volken het bestaansrecht van de Joodse staat blijvend erkennen. Israël mag zich, met andere woorden, niet beperken tot het opbouwen van een positie van kracht. De regering in Jeruzalem zal ook initiatieven moeten nemen om de Arabische staten eveneens een positief belang te geven bij het sluiten van vrede.
Vrede is voor Israël trouwens maar niet een vervulling van een droom; vredeistevenseenfysieke noodzakelijkheid. Sinds de Onafhankelijkheidsoorlog (1948) overwon Israël zijn vijanden dankzij kwalitaieve superioriteit. Maar wat gebeurt er als de Arabische staten aan hun kwantitatieve overmacht kwalitatieve gelijkwaardigheid toevoegen? Zolang Egypte uit het radicale Arabische kamp is losgewrikt, lijkt die dreiging nog niet actueel. Maar is het ondenkbaar dat Cairo op een kwade dag zal besluiten toch de krachten met Syrië te bundelen? Daarom is het niet eens meer een vraag of de tijd in het voordeel van Israël werkt. Dat is niet zo!
Bezette gebieden
Wil Israël de Arabische staten, zoals gezegd, een positief belang geven bij het sluiten van vrede, dan zal men moeten ophouden met het zoeken van een vierkante cirkel. Op den duur is het onmogelijk een stabiele vrede te verwezenlijken èn alle bezette gebieden in handen te houden. Niet ten onrechte verlangt Koning Hoessein dat een eventuele internationale vredesconferentie van start gaat op basis van het principe 'vrede in ruil voor land'. Dat beginsel is namelijk vastgelegd in de ook door Israël ondertekende VN-resolutie 242: 'Erkenning van de soevereiniteit… van alle staten in het betrokken gebied' tegen 'terugtrekking van Israëlische strijdkrachten uit gebieden die tijdens het jongste conflict zijn bezet'. Onbevooroordeeld lezen kan tot geen andere conclusie leiden dan dat dit uitgangspunt, ook van de Akkoorden van Camp David, Israëlische inlijving van de Westoever van de Jordaan verbiedt. Natuurlijk zal in de onderhandelingen rekening moeten worden gehouden met. Israëlische veiligheidsbelangen op de 'Westbank'. Dat kan door er nederzettingen te houden, het gebied te demilitariseren, of door het vormen van een confederatie als gevolg waarvan een mogelijke dreiging wordt geneutraliseerd. Maar als wordt volstaan met het vestigen van steeds meer Joodse nederzettingen in een land vol Palestijnen, kan niet worden verwacht dat de tegenpartij enige behoefte heeft om over vrede te onderhandelen. Israël zal daarom eerst met zichzelf in het reine moeten komen. Welke toekomst staat ons eigenlijk voor ogen? Het antwoord op die vraag bepaalt ook of Israël al dan niet aan een internationale vredesconferentie moet beginnen.
Kamsteeg schrijft in nuchtere, politiek getinte bewoordingen, en dat lijkt me op zich geen kwade zaak. De vraag die wel blijft, uit welke geestelijke bronnen deze politiek gevoed wordt. Wij mogen niet op moraliserende manier Israël als staat meten met maatstaven die we aan geen enkele andere moderne staat aanleggen. En toch, als we de staat Israël zien als teken van Gods trouw in de geschiedenis van zijn volk – wat gans wat anders is dan het bestaan van deze staat aflezen uit bepaalde bijbelteksten! –, dan ontkom je er bijna niet aan naast deze nuchtere politieke overwegingen ook het bijbels getuigenis aangaande Israël en de volken te leggen, met name de profetische verwachting van een stad, waarheen de volken optrekken omdat van Sion de wet uitgaat, de werkelijkheid van de messiaanse toekomst van het vrederijk. Leven uit deze verwachting is wat anders dan werelds idealisme. Want de verwachting richt zich op God en zijn daden. Maar die verwachting inspireert ook tot handelen. Moge die verwachting velen in Israël bezielen om van daaruit ook in de politieke werkelijkheid handelend bezig te zijn.
A. N., Ede
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juni 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juni 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's