De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Een geoefend leven! (1)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een geoefend leven! (1)

11 minuten leestijd

Het is mijn bedoeling om in een aantal artikelen iets te schrijven over het ontstaan en de instandhouding van het geestelijk leven. Het zal duidelijk zijn, dat het geestelijk leven, éénmaal in ons gewerkt, oefeningen kent. Geloofsoefeningen die in het geestelijk leven niet gemist kunnen worden. In het vervolg van deze reeks artikelen zal daarop dan ook de nadruk worden gelegd. Wellicht is het ook goed om te weten, dat ik mijn uitgangspunten heb gekozen in de Dordtse Leerregels. Vooral de hoofdstukken 3 en 4 waar over de middelen wordt gesproken en hoofdstuk 5 waar gehandeld wordt over 'de volharding der heiligen' hebben als leidraad gediend. De belijdenis van de kerk in deze zaak staat dus centraal.

De onderhouding van ons leven
Het is reformatorisch en daarmee bijbels gesproken, wanneer wij stellen dat God de Schepper en de Onderhouder van alle dingen is. God is de oorsprong van alle leven. Zijn voorzienig bestel gaat over alle dingen. Duidelijk vertelt ons zondag 10 wat wij onder Gods voorzienig bestel hebben te verstaan. Wij belijden, dat Gods voorzienigheid is de almachtige en alomtegenwoordige kracht van God, door welke Hij hemel en aarde, mitsgaders alle schepselen, met Zijn hand alzo, onderhoudt en regeert, dat er in heel ons leven niets bij geval, maar alles uit Zijn Vaderhand ons toekomt. Van deze belijdenis zijn vele caricaturen gemaakt. Ik denk in dit verband aan Maarten 't Hart die in zijn boek 'De Jacobsladder' een wel zeer vertekend beeld van zondag 10 en daarmee van de gehele Schrift geeft. Wat voor Gods Kerk tot troost en bemoediging juist in die zondagsafdeling wordt gezegd, wordt door 't Hart naar beneden gehaald en lachwekkend voorgesteld. Het tendeert zelfs naar blasfemie en misschien dat wij zelfs moeten neerschrijven: het is blasfemie. Hoe het ook zij: wij belijden met de kerk van alle eeuwen, dat de almachtige en alomtegenwoordige kracht Gods overal in is. Waar deze kracht niet wordt gevonden heerst de dood.
Wanneer dus bijvoorbeeld een kind geboren wordt en opgroeit en gaat toenemen in kennis en kracht, dan heeft dit kind dit alles te danken aan de almachtige en alomtegenwoordige kracht van God. Maar ook in het loeien van een orkaan, in het bewegen van een vleugeltje van een mug, in de ademhaling van mens óf dier is déze kracht. De Heere brengt het leven voort en onderhoudt het. Voorzienigheid wil daarom zeggen: God zal erin voorzien.

God gebruikt de middelen
Voor het onderhoud van ons leven maakt God gebruik van de middelen. Niet dat Hij altijd aan de middelen is gebonden. Ofschoon er in de woestijn geen middelen voorhanden waren, heeft God het volk Israël gevoed en onderhouden. Weliswaar op een wonderbaarlijke manier, maar dan toch gevoed en onderhouden. Ook Elia is hiervan een voorbeeld. Veertig dagen en nachten liep hij, door de kracht van het voedsel, dat de engel hem had aangereikt. En wie denkt in dit verband niet aan de Heere Jezus Christus. Door middel van wel eeri heel groot wonder heeft Hij duizenden gevoed, toen Hij de broden en de vissen vermenigvuldigde.
Wonderen gebeuren buiten de gewone weg om. Van wonderen kan men zeggen dat het buitengewone wegen zijn. Deze buitengewone wegen worden wel eens mooier gevonden dan gewone wegen. Graag wil men doorgaans een grote afstand gaan om een wonder te zien, terwijl men geen oog heeft voor de jarenlange Vaderlijke zorg van God in het leven. En nu zal het waar zijn, dat er nog altijd wonderen gebeuren. Toch moeten wij maar niet naar wonderen uitzien buiten de gewone middelen om. Het is trouwens al een groot wonder dat de Heere de middelen heeft geschapen en die ook wil gebruiken om ons te onderhouden. Daarom moeten wij de middelen niet verachten die ons gegeven zijn. Zij zijn voor ons allen gaven uit de goede hand Gods.

Wij gebruiken de middelen
Het is niet te zeggen wat groter is: een wonder van God óf Zijn voorzienig bestel. Letten wij nog eens op het vermenigvuldigen van de broden door de Heere Jezus. Aan het wonder van die vermenigvuldiging is wel iets voorafgegaan. Dat brood is immers niet zomaar uit de hemel komen vallen zoals het 'Manna' in de woestijn. Neen, eerst heeft een boer in het voorjaar gezaaid. Onder Gods voorzienig bestel viel dat zaad in een weltoebereide aarde. Dat zaad groeide op tot koren en toen dat koren rijp was, werd het gemaaid en gedorst. Maar toen was het nog geen brood. Het moest nog tot meel gemalen worden en daarna tot een brood gebakken worden. Pas daarna kan de mens zich voeden. En onder Gods voorzienig bestel wordt het brood dan één met het lichaam. Zó geeft God de wasdom, de groei.
Dit alles is ook een groot wonder. Het gaat ons verstand te boven evenals het in de woestijn 'Manna' regende en het volk zich daarmee voedde. In dit alles is echter wel de hand van God en gebruikt Hij Zijn kracht tot zegen voor ons. God oefent Zijn kracht uit door de levensmiddelen, maar ook, wanneer wij ziek zijn, door de geneesmiddelen.
Wij moeten dan ook al die middelen gebruiken, want God wil ze gebruiken. Het is eigenlijk tot oneer van de Schepper en de Onderhouder van ons leven, wanneer wij er geen gebruik van maken. Wat de Heere geeft kan nooit verkeerd zijn of wij moeten er misbruik van maken. Maar dat ligt dan niet aan de goede gaven Gods, doch aan ons. Wel noteer ik hierbij, dat wij bij het gebruik van de middelen de zegen Gods moeten inwachten. In het pastoraat verneem ik van een zieke wel eens: 'ik heb nu zulke beste middelen òf ik heb nu zo'n uitstekende specialist'. Dat kan best het geval zijn en men mag er gebruik van maken, maar als men dit doet door zijn vertrouwen op de middelen te stellen en niet op God die de midddelen moet zegenen en kan zegenen, dan zit men aan de verkeerde kant van de weg. Aan Gods zegen is alles gelegen!
Verwachtend de zegen Gods op de middelen stellen wij: God vereist het gebruik van de middelen, door welke Hij naar Zijn oneindige wijsheid en goedheid Zijn kracht wil uitoefenen. Wij hebben niets te eisen, maar de Heere geeft het alles uit genade. Hij veracht Zijn schepselen niet!

God werkt de wedergeboorte
Zóals nu de kracht Gods wordt gevonden in ons leven om dat te onderhouden en die kracht er ook was in onze schepping, zó is de kracht Gods ook in het verwekken van nieuw leven: de wedergeboorte. De oorsprong van dat nieuwe leven ligt niet in de mens, maar in God. De bekering van ons mensen valt nooit psychologisch te verklaren. Hiermee is niet gezegd, dat er geen psychologische factoren zijn. Wel is hiermee gesteld, dat de wedergeboorte daarop niet is terug te brengen. De oorsprong van het nieuwe leven ligt alleen in God. Men wordt niet wedergeboren omdat men wil, maar omdat God dit wil. En ik zal het maar eerlijk neerschrijven: geen mens kan zichzelf wederbaren. Ook zal geen mens zalig worden om welke 'deugd' er in de mens mag zijn. De wedergeboorte gaat helemaal van God uit. Hij is de Eerste, Hij is de Bewerker daarvan. Zóals een mens niets doet bij zijn geboorte, zó ook niets bij zijn wedergeboorte. De mens is bij z'n wedergeboorte passief. Ik lees in hoofdstuk 3 en 4 van de Dordtse Leerregels, par. 11: 'Voorts wanneer God dit zijn welbehagen in de uitverkorenen uitvoert of de ware bekering in hen werkt, zo is het dat Hij niet alleen het Evangelie hun uiterlijk doet prediken, en hun verstand krachtiglijk door de Heilige Geest verlicht, opdat zij recht zouden verstaan en onderscheiden de dingen die des Geestes Gods zijn; maar Hij dringt ook in tot de binnenste delen des mensen met de krachtige werking deszelfden wederbarende Geestes; Hij opent het hart dat gesloten is; Hij vermurwt het hart dat hard is; Hij besnijdt dat onbesneden is. In de wil stort Hij nieuwe hoedanigheden, en maakt dat die wil, die dood was, levend wordt; die boos was goed wordt; die niet wilde nu metterdaad wil; die wederspannig was, gehoorzaam wordt; Hij beweegt en sterkt die wil alzo, dat hij als een goede boom vruchten van goede werken kan voortbrengen'.
Uit het bovenstaande blijkt duidelijk, dat de wedergeboorte helemaal van de Heere uitgaat. Toch moet niemand van ons zich hierdoor laten afschrikken alsof de Heere dat in zijn òf haar hart niet zou willen werken. Het aanbod der genade is welmenend en gaat tot alle mensen uit. Ik weet dat om deze laatste zin veel in kerkelijk Nederland is te doen en mij dit ook niet in dank wordt afgenomen. Maar wie de Schrift nauwkeurig leest zal tot geen andere conclusie kunnen komen, dat wij het welmenend aanbod der genade niet behoeven te beperken tot déze of gène. In al zijn ruimte gaat het uit tot allen. Geen restrictie òf beperking dus. Bij de Heere geldt: hoe meer zielen, hoe meer vreugde!
In de veelheid der onderdanen bestaat dan toch maar des Konings heerlijkheid. Wij versmallen daarentegen het Evangelie, wanneer de beloften Gods en het aanbod der genade niet meer in alle rijkdom worden uitgedragen. Calvijn en Luther hebben ons dat zo niet geleerd. Maar wat meer is: de Schrift zelf geeft tot een versmalling en beperking geen enkele aanleiding. Het is anders wel een grote malaise in onze tijd, dat de strijd om het welmenend aanbod der genade en de rijke belofteprediking op allerlei fronten weer oplaait. Uit veilig beschutte vestingen schiet men op elkaar alsof de uitbreiding van het Koninkrijk Gods daarmee gediend zou zijn. Misschien zou het beter zijn om eens te denken aan een godvruchtige leraar uit de vorige eeuw in wiens nagelaten preek ik las: 'ik zou mij liever tien keer vergissen – waarin dan ook – dan dat ik een ziel zou knevelen door te zeggen, dat de beloften Gods voorwaardelijk zijn'. Waarvan acte!

De wedergeboorte en het Woord
In het algemeen kunnen wij zeggen, dat God de prediking van het Evangelie gebruikt om het nieuwe leven (de wedergeboorte) te werken. Toch is het maar de vraag óf dit altijd daardoor gebeurt. Inderdaad leggen onze belijdenisgeschriften grote nadruk op deze nieuwe geboorte door het Woord. Niettemin zijn er in de Schrift wel een aantal uitzonderingen op te sommen. In de Bijbel zijn er twee belangrijke getuigen aan te wijzen die door een persoonlijk en rechtstreeks spreken van God tot het nieuwe leven zijn gekomen, nl. Abraham en Paulus. Maar ik denk nu ook aan de genade die God geeft, soms aan jonggeboren kinderen, zelfs nog aan kinderen voor hun geboorte. Want wat bijvoorbeeld te denken van Johannes de Doper! Van hem lezen wij dan toch maar, dat hij opsprong in de schoot van zijn moeder, als de groetenis van de moeder des Heeren tot zijn moeder, nl. Elizabeth, kwam. Johannes de Doper is er toch wel een heel duidelijk bewijs van, dat hij genade bezat van de moederschoot aan. Ook kunnen wij in het Oude Testament denken aan Jeremia, die zijn roeping van de moederschoot aan heeft gehad. Hierin zien wij iets van het vrijmachtig werken van de Geest Gods. Deze Geest laat zich niet inpersen in onze denkkaders. Ook niet in een dwangbuis van een systeem brengen. De wind waait waarheen hij wil en men hoort zijn geluid, doch men weet niet vanwaar hij komt, noch waarheen hij gaat, alzo is het met een ieder die uit de Geest geboren is. De Geest des Heeren is vrij om bij de geboorte, zelfs vóór de geboorte genade mee te delen. Hier is niet het Evangelie, doch het direkt handelen van God het middel tot de wedergeboorte. Tot besluit van dit eerste artikel wil ik gaarne ds. W. L. Tukker citeren. Hij schrijft o.a. in 'De Orde des Heils': 'Wij moeten de gebeden van vrome ouders hierin niet onderschatten. Kan Gods Geest van een vrome moeder, die in verwachting is, niet een bijzondere zegen doen uitgaan op het kind dat zij draagt. Wij hebben hierin wel kies en teer te zijn, want wij staan hier voor de diepste geheimen die wij uiteindelijk niet in onze handen hebben'. Hoe het ook moge zijn, maar dit behoort toch ook tot de geloofsoefeningen van een godvruchtige moeder om het kind in haar schoot de Heere op te dragen!

G. S. A. de Knegt, P.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 juni 1987

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Een geoefend leven! (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 juni 1987

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's