De Heilige Geest en Zijn werk
Dezelve Geest getuigt met onze geest, dat wij kinderen Gods zijn.Romeinen 8 vers 16
Dezelve Geest. Zo sluit Paulus aan bij alles wat hij tot dusver gezegd heeft over de Heilige Geest. Hij handelt hier over het werk van de Geest in al zijn volheid. Die Geest, de Heilige Geest is de Geest der vervulling.
We mogen dan ook het woord 'dezelve' in veel ruimer verband zien, dan alleen maar hier in Romeinen 8. Die Geest is de Geest welke uitgestort werd op de Pinksterdag. Dat is ook de Geest, die werkte in de gemeente te Rome, waaraan deze brief werd geschreven. Maar het is tevens dezelfde Geest, die nu nog werkt in de kerk en in deze wereld. De Heilige Geest blijft Zijn werk doen tot aan de wederkomst van Christus. In de Openbaring van Johannes, waarin de laatste dagen voor de wederkomst van Christus beschreven worden, lezen wi] van dezelve Geest: 'En de Geest en de Bruid zeggen: Kom! En die het hoort zegge: Kom! En die dorst heeft, kome; en die wil, neme van het water des levens om niet.' Niet eerder zal de Geest rusten van Zijn arbeid, dan dat alle dingen volbracht zullen zijn. Dan zullen allen die zalig worden zijn toegebracht als kinderen des Vaders in het huis des Vaders. Dan zal er niet één gemist worden. Het is dan ook onze troost en bemoediging, dat dezelve Geest vandaag hetzelfde werkt als toen Hij uitgestort werd op de Pinksterdag en in de gemeente te Rome. Wat doet de Geest dan? Wat verwachten wij van de Geest? In dit hoofdstuk somt Paulus een hele reeks werkingen van de Geest op. Het zijn tegelijk evenveel gaven en gunsten van God. Gaven en gunsten die wij nooit zouden ontvangen indien de Geest ze niet zou werken in ons hart. Want van huis uit zijn wij daar vreemd aan. We kunnen ze alleen van God ontvangen door Zijn Geest. Wanhoop dan niet als u ze nog mist. En u die erin deelt weet van Wie u ze ontvangen heeft. Nu, Paulus somt al deze gaven van de Geest op in dit hoofdstuk. Niet zomaar kris en kras door elkaar heen. Neen, hij zet ze keurig op een rijtje. Maar niet als een systeem. Van systemen moest Paulus niets meer hebben na zijn bekering. De Geest had hem juist verlost van gebod op gebod en regel op regel sinds hij mocht leven van de uitnemendheid der kennis van Christus. De Geest gaat Zijn eigen weg. En dat is niet de weg van onze berekeningen. Toch zit er wel lijn in het werk van de Geest. Hij gaat de geordende weg. Het is de Geest Die leven wekt. En leven betekent: groei.
Het is eigenlijk net als in het natuurlijke leven van een mensenkind. Je wordt als klein kind geboren. Je ligt te spartelen in de wieg zonder dat je weet een kind te zijn. Dan groei je op. Je leert te leven. Je leert praten. Je wordt het leven bewust. Je leert in gezinsverband leven. Je ontdekt dat je een moeder en vader hebt. Je leert roepen: mama en papa. Dat is geen systeem, maar leven. Het is, als het goed is, onze levensloop. Nu, zo'n levensloop hebben ook al Gods kinderen. Daarover schrijft Paulus. Hij tekent hun levensloop. De Geest komt wonen in het hart (vers 9). De Geest wekt nieuw leven, wederbaart (vers 11) De Geest leidt in alle waarheid (vers 14). De Geest doet roepen: Abba, Vader (vers 15). Zo groeien Gods kinderen op. Zo voedt de Heere ze op tot kinderen in de genade, tot jongelingen in de genade en tot vaders in de genade. Zij leven door de Geest.
Herkent u dit, lezer? Want Paulus schrijft dit niet voor niets. Hij doet het om duidelijk te maken, dat mensen, die nog leven naar het vlees, de begeerte van hun eigen verlangen volgen, niet door de Geest geleid worden. Hij wil u, die zo nog leeft, waarschuwen. Uw leven loopt dan uit op de verdoemenis en niet op de eeuwige heerlijkheid. Wie denkt een kind van God te zijn en ondertussen zijn eigen lieve leventje leidt, vergist zich schromelijk. Die mist de Geest.
Denk nu niet dat Paulus dit schrijft om u voor eeuwig af te schrijven. Dan kent u Paulus niet. Hij is een gunnend mens. zoals het al Gods kinderen betaamt. Hij wil juist bij u, die dit leven nog mist, de hoop wekken dat het ook voor kan dit leven te bezitten. Ruim en breed meet hij het werk van de Geest uit. Dezelve Geest laat het u aan niets ontbreken. Hij doet geen half werk. De Geest blijft niet alleen werken tot aan de wederkomst van Christus. Hij blijft ook werken in het leven van de mens, tot aan het einde van zijn leven. Hij zal niet rusten tot Zijn werk voltooid is.
Wij maken het er telkens naar, dat de Geest niet tot ons komt of van ons wijken moet. Hoe vaak is er oorzaak te bidden: 'Neem Uw Heilige Geest niet van mij'. Wat kan ons leven haaks staan op het leven door de Geest. Maar God begint niet alleen met Zijn Geest. Hij gaat ermee door. Hij werkt door dwars tegen ons vlees in. Overwinnend en overtuigend gaat Hij voort. Luister maar naar Paulus.
In de vorige verzen schreef hij over het kindschap Gods. Hoe word ik Gods kind? Zijn antwoord is kort en bondig: Door de Heilige Geest. Nu beantwoordt hij de vraag: Hoe ben ik daar zeker van? En weer is zijn antwoord: Door de Heilige Geest. Dezelve Geest getuigt met onze geest. De Geest treedt op als getuige. En een getuige is iemand die de waarheid spreekt. Die zegt waar het op staat. Waarop dan? O zeker, dat u zondaar bent. Zo begon het toch ook op Pinksterdag. Maar dat niet alleen. Ook dat Christus Zijn werk gedaan heeft. Hij heeft God en mens verzoend. Daar kunt u staat op maken. Bent u het daar mee eens? De Geest doet toch geen half werk. Paulus zegt hier: Zij worden het er mee eens als de Geest hen overtuigt dat zij, juist zij, zondaar als zij zijn, in Christus, kinderen Gods zijn. In al hun twijfeling en vertwijfeling, in al hun aanvechtingen, dat het eigenlijk niet kan, dat het voor henzelf onmogelijk is, dat God hen aangenomen heeft tot Zijn kinderen, groeit er de zekerheid, de vastheid in hun gemoed: het is toch waar. Luther zei eens: 'Al zou ik mijn eigen naam in het Evangelie lezen, dan zou mijn weerbarstige geest nog een bewijs eisen, dat er niet nog andere mensen zijn, die ook Maarten Luther heten'. Juist u, die het zo moeilijk kan geloven, begrijpt hem. U kan het maar niet geloven. Maar zie, daar komt de Geest, Die u overtuigt, getuigenis geeft. Uw jamaars smelten weg als was voor de zon en het zingt in uw hart: Niet alleen anderen, maar ook ik. De Geest getuigt met onze geest, dat wij kinderen Gods zijn. Let wel op het meervoud. Er zijn mensen die denken: Ik ben het, maar die en die niet. Zij sluiten zichzelf binnen, maar anderen buiten. Maar zo is Paulus niet. Zo werkt de Heilige Geest nooit. Hij overtuigde op Pinksteren niet één mens, maar 3000. Gelooft u Gods kind te zijn, dan weet u dat er méér zijn. U weet dat anderen u daarin zijn voorgegaan en nog voorgaan. Het grootste wonder is, dat u het mag zijn en in het grote gezinsverband van Gods kinderen bent aangenomen en opgenomen. Wij geloven de gemeenschap der heiligen. Wie deze gunning mist onderzoeke zichzelve of hij deelt in deze weldaad van de aangenomen kinderen. Waar hoort u dan thuis? Van wie bent u een kind? Verwonder u erover dat het kan. Van een kind des duivels te worden een kind van de Allerhoogste God, van de eeuwige Vader van de Heere Jezus Christus.
C. v. d. Bergh, Barneveld
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 juni 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 juni 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's