De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Een geoefend leven (2)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een geoefend leven (2)

10 minuten leestijd

In een vorig artikel schreef ik dat de wedergeboorte kan plaatsvinden reeds voor de geboorte van een kind. Als Schriftbewijzen haalde ik Jeremia en Johannes de Doper aan. Ook wees ik op de woorden van ds. W. L. Tukker, dat wij de gebeden van een godvruchtige moeder niet moeten onderschatten, wanneer zij een kind in haar schoot draagt. Onverlet blijft evenwel staan, dat het geloof – naar de gewone orde van God – gewekt en gewerkt wordt door het Woord. Hierover wil ik dan nu iets neerschrijven met een aantal pastorale notities.

Het Woord
Het Woord is het zaad der wedergeboorte! Ik denk nu o.a. aan de gelijkenis van de zaaier. Het zaad wordt in de akker geworpen d.w.z. in de wereld. Dat zaad is het Woord Gods, het Evangelie van de gekruisigde en opgestane Zaligmaker. En dan moeten wij er eens op letten, dat het zaad wordt weggeworpen. Dat wil zeggen: het wordt met ruime hand uitgestrooid. Dus niet karig of schriel, maar royaal. Alles wat áán de Zaligmaker is, is royaal. Maar ook alles wat vàn Hem is, is royaal. Daarom: geen beperking in èn van de verkondiging van het Evangelie. Laat het maar uitgestrooid worden op de akker van de wereld. Laat ieder mens, wie hij of zij ook is, het maar horen, dat er een Zaligmaker is voor mensen. Een Zaligmaker die niet in de wereld is gekomen om zondaren te verderven, doch om die te behouden. Het Evangelie mag en moet bewogen en gunnend verkondigd worden. Tot onze verrassing zorgt de Heere er dan voor, dat er voor het zaad van het Evangelie een weltoebereide aarde is, waarin het zaad valt en vruchten gaat voortbrengen.
Ook Petrus heeft het over het Evangelie als over het zaad der wedergeboorte. In 1 Petrus 1 : 23 zegt hij: ’Gij, die wedergeboren zijt, niet uit vergankelijk, maar uit onvergankelijk zaad, door het levende en eeuwig blijvende Woord van God’.
God heeft dus Zijn Woord bestemd tot een zaad der wedergeboorte. De Heilige Geest werkt het geloof in onze harten, door de verkondiging van het heilig Evangelie. En zoals reeds geschreven: het Woord moet uitgedragen worden. Wie op de kansel staat houdt maar niet een gemoedelijk praatje of een toespraak, waarin het laatste nieuws aan de orde komt. Neen, prediking of verkondiging is luid uitroepen, dat er heil voor tijd en eeuwigheid te verkrijgen is. Met gebabbel of prietpraat vanaf de kansel is geen mens gebaat, wordt trouwens ook geen ziel gered van het eeuwig verderf. Het Evangelie van Jezus Christus moet uitgedragen worden. En dat wordt allereerst gedaan in de kerk. De kerk is immers de smidse van de Heilige Geest. Onder de verkondiging van het Woord vallen dan ook in de kerk beslissingen voor de eeuwigheid. In de kerk wil de Heilige Geest het Woord verklaren en toepassen!

God niet – wij wel
De Heere heeft ons de verkondiging als middel gegeven om tot hèt leven te komen. En wanneer wij het leven, het geloofsleven bezitten blijft de verkondiging volstrekte waarde behouden om dat geloofsleven te oefenen en daarin te groeien. Ofschoon nu God niet aan de middelen is gebonden, heeft Hij ons daaraan wel gebonden. En één van die middelen is de kerk met het Woord. Daarom is het onze plicht altijd trouw naar de kerk te gaan. De kerk hééft zoveel, de kerk gééft zoveel. Zij brengt kinderen voort door middel van de prediking van het Woord. Wie de kerk minacht, kan niet zalig worden. Ik ben mij ervan bewust, dat dit een krasse uitspraak is. Maar als wij stellen, dat de kerk een moeder is, die geestelijke kinderen voortbrengt, dan is het toch wel een heel groot kwaad, om niet te zeggen een zonde, wanneer deze moeder wordt gelaakt, gehoond en bespot. En ook al is het juist als men zegt, dat er op de kerk als moeder veel is af te dingen en dat zij ziek is, toch schrijven wij haar niet af. Want hoe ziek, hoe gehandicapt, hoe vleugellam moeder mag zijn, wij blijven haar trouw, omdat – wonder van genade – de Heere haar niet heeft afgeschreven, doch ondanks alles trouw is gebleven. En laten wij wel zijn: op menige plaats in ons vaderland wordt toch nog altijd een zuivere verkondiging van het Woord en een reine bediening van de sacramenten aangetroffen. De wonderen zijn werkelijk de wereld nog niet uit. En één van de wonderen is, dat de Heere trouw is gebleven en Zijn Verbond bevestigt van geslacht tot geslacht. Ben ik nu te optimistisch? Neen, dat niet. Toch wil ik niet in de rij van klagers gaan staan, die zeggen, dat de Heere via de kerk niet meer werkt of druppelsgewijs werkt. Ik wil veeleer opzien tot Hem Die heeft beloofd, dat Hij niet laat varen het werk van Zijn handen. Wie de kerk met – en om het Woord liefheeft zal de zonden en gebreken van de kerk niet verdoezelen, maar die zal ze ook niet over de straat te grabbel werpen. Want nogmaals de kerk hééft zoveel voor ons en gééft zoveel aan ons. Wie daarom door het Woord van de kerk is aangeraakt, goed is aangeraakt, zodat er een levensgemeenschap met de drieënige God is ontstaan, zal nooit of te nimmer op Gods dag zijn of haar plaats in de kerk leeglaten. Tenzij de voorzienigheid Gods dit verhoedt, maar anders zal men twee keer op de rustdag in het huis Gods worden aangetroffen.
Geestelijk leven wordt gewerkt en geoefend onder de verkondiging van het Woord. Helaas zijn niet allen zich hiervan bewust. Ook velen onder ons niet. Het is namelijk ontegenzeggelijk, dat ook onder ons vooral de tweede kerkdienst op zondag bloedarmoede lijdt. Doorgaans is er op vele plaatsen ’s ochtends nog wel van een trouwe òf zeer trouwe kerkgang sprake, maar dit kan bepaald niet altijd van de middag- of avonddienst gezegd worden. Vele ouderen en jongeren laten die tweede dienst na. De dag van God wordt zó de dag van de mens. Blijkbaar weet men niet meer, dat er in Zondag 38 dit staat geschreven: ’en dat ik, inzonderheid op de Sabbat, dat is, op de rustdag, tot de gemeente Gods naarstiglijk kome, om Gods Woord te horen, de Sacramenten te gebruiken, God de Heere openlijk aan te roepen, en de armen Christelijke handreiking te doen.’ Hoe langer hoe meer gaat het één keer naar de kerk op zondag een gewoonte worden. Vrees is een slechte raadgeefster, maar ik vrees wel eens, dat er één of twee generaties verder van helemaal geen kerkgang meer sprake zal zijn, wanneer déze generatie er reeds zo slordig mee omgaat. Het is wellicht niet verkeerd om onze oud-voorzitter ds. W. L. Tukker nog eens te citeren die opmerkt, dat het geestelijk leven van de gemeente Gods kan worden afgelezen in de tweede kerkgang op zondag. Sommigen vinden dit wellicht een gechargeerde (overtrokken) uitspraak. Toch denk ik dat er een grote kern van waarheid in schuilt. Wat wel zeker is, is deze opmerking, dat één kerkgang op zondag het geestelijk leven niet ten goede komt en men zich zelfs kan afvragen of het wel geoefend wordt. Wie wordt wedergeboren tot een levende hoop door de opstanding van Jezus Christus uit de doden zal de kerkgang zeer dierbaar zijn èn zijn òf haar plaats nimmer leeglaten.
Hoe het ook zij: de Heere bindt ons aan de middelen.

Oorzaken
Dat ook de kerkgang onder ons aan het afnemen is, wordt wel eens geweten aan de saecularisatie. Het valt niet te ontkennen, dat inderdaad de saecularisatie een geweldige zuigkracht bezit. Zij zuigt jongeren en ouderen weg van de kerk, van het Woord, van God. Toch zou ik niet alleen met de vinger willen wijzen naar de saecularisatie, ook al gaat deze als een vloedgolf over ons volk en over de kerk heen. Wat niet minder dreigend aktueel is in onze tijd, is de zuigkracht van het ongeloof. Wij hebben geen bescherming meer vanuit onze traditie. Wij kunnen ook onze kinderen niet meer opvoeden in een veilige beschutte omgeving. 'Wij staan met z’n allen als het ware op de vlakte van deze moderne wereld’ (C. Graafland). En om dan trouw te blijven, ook in de kerkgang, om dan aan Gods kant te blijven staan, dat gaat niet meer vanzelf. Dat is het weliswaar nooit gegaan, maar in onze tijd helemaal niet. Daar is strijd voor nodig. Een volhardende strijd. Daar is geloof, echt geloof voor nodig. Daarvoor is ook nodig, dat wij het lijden en de smaadheid willen dragen, om Christus' wil. Juist in onze tijd blijkt òf de Heere ons alles waard is òf niets. Dat komt tot uiting in het ’Gij geheel anders’. Naast de saecularisatie en de zuigkracht van het ongeloof, die trouwens heel nauw met elkaar in verband staan, moet toch ook genoemd worden, dat het wel lijkt, alsof voorgangers en gemeenten niet altijd voldoende besef hebben van de majesteit der verkondiging. Ook de voorgangers gaan hierin werkelijk niet altijd vrijuit. Wij steken de hand maar in eigen boezem. Vaak wordt vanaf de kansel meer een betoog gehoord dan verkondiging. Dogmatisch wordt alles keurig op een rijtje gezet, maar het is vaak zo beschouwelijk. Warmte, bewogenheid en gunning wordt gemist. Het is alles zo steriel. Het verontrust en vertroost jongeren en ouderen niet. Oorzaak? De boodschap is niet doelgericht. Voorgangers gelijken, om met Prof. Kremer te spreken, op postbodes, die de brief in een bus doen, maar van de inhoud van die brief niets afweten en dus ook niet weten wat die brief bij de geadresseerde teweeg zal brengen.
Een voortdurende bezinning bij de voorgangers op de prediking is dringend nodig. Als voorgangers kunnen wij wel 'ach en wee' roepen over het geestelijk leven van een gemeente en wij kunnen wellicht wel allerlei oorzaken opsommen, doch een radicaal zelfonderzoek is zéker op zijn plaats. Staat er niet in Schrift: zo de priester, zo het volk? En nu zal het ons allen bekend zijn, dat God met een kromme stok een rechte slag kan toebrengen. Toch moeten wij met zo'n gezegde uitermate voorzichtig zijn. Immers men kan die kromme stok ook verheerlijken en nog een stapje verder: ven een kromme stok een rechte stok maken. Wij dienen ons te houden aan de algemene regel, dat het de Heilige Geest belieft in de harten te werken, daar waar aan het Evangelie recht wordt gedaan. En het Evangelie recht doen houdt niet in. dat wij met een kromme stok te werk gaan. Dat is het Evangelie onwaardig. Dat is tot oneer van de Heere. Laten wij derhalve niet wijzer zijn dan God 'Wie het behaagt door de levende verkondiging van Zijn Woord ons te onderwijzen'. Door middel van de levende verkondiging werkt en versterkt Hij het geloof. Misschien mag ik ook wel de nadruk leggen op de woorden 'levende verkondiging'. Dat geldt enerzijds voor de voorgangers, maar anderzijds niet minder voor de gemeenteleden. Soms kom ik in het pastoraat wel mensen tegen die het lezen van een oudvader belangrijker achten dan de levende verkondiging in de kerk. Het preeklezen in gezinsverband óf ook wel alleen voor zichzelf vinden zij belangrijker dan de levende verkondiging in Gods huis. Ofschoon niet ontkend mag worden, dat de Heere ook onder het lezen van een oudvader een zegen kan schenken, denk ik toch niet, dat zij in de weg Gods gaan. De Heere heeft de levende verkondiging ingesteld en daaraan hebben wij ons te houden. Wij moeten niet wijzer willen zijn dan de Heere en ons aan de gemeenschap in Zijn huis en daarmee aan de levende verkondiging onttrekken. Hiermee doet men zichzelf tekort, maar indien men een gezin heeft, ook dat gezin. Bovendien is mijn ervaring, dat er van die gezinnen helaas niet altijd zoveel terecht kwam. Opgegroeid gingen de kinderen een eigen weg. Doch zeker niet de weg, die vader of moeder had uitgestippeld. Hiermee stellen wij niet, dat de kerk die kinderen voor afglijden had kunnen bewaren, maar in een grote gemeenschap als de kerk, is de bewarende faktor meer aanwezig dan in een klein verband als het gezin. Ook hierin kan er een zegenrijke werking van de kerk op de jeugd uitgaan. Want goed functionerend zal de kerk als moeder het geestelijk welzijn van de jeugd aan het hart gaan.
(wordt vervolgd)

G. S. A. de Knegt, P.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 juni 1987

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Een geoefend leven (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 juni 1987

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's