Jeugd zonder werk
Ieder jaar komen er ongeveer 250.000 jongeren van school. Deze jongeren gaan op zoek naar werk. De laatste jaren wordt het vinden van een baan voor afgestudeerde jongeren steeds moeilijker. Eén van de gevolgen hiervan is, dat het denken over werk bij sommigen wezenlijk verandert. Werk wordt bijvoorbeeld gezien als een middel om de kapitalistische samenleving in stand te houden. De hedendaagse kritiek op werk raakt de hele structuur van onze samenleving.
'Werk' en de bijbel
De mens kreeg, als schepsel en beelddrager van God, werk opgedragen. 'En God zeide: Laat Ons mensen maken naar Ons beeld. Onze gelijkenis en dat zij heeerschappij hebben over de vissen der zee en over het gevogelte des hemels en over het vee en over de gehele aarde en over al het kruipend gedierte dat op de aarde kruipt. En God schiep de mens naar Zijn beeld, naar het beeld Gods schiep Hij hen' (Genesis 1 vers 26-28). De mens kreeg de opdracht de aarde te bewerken en te bewaren. 'Zo nam de Heere God de mens en zette hem in de hof van Eden om dien te bouwen en dien te bewaren' (Genesis 2 vers 15). Na de zondeval stuurt God de mens uit de hof van Eden om de aardbodem te bouwen, waaruit hij was genomen. De mens kreeg dus al voor de zondeval de opdracht om werk te verrichten. Het werk is geen gevolg van de zonde. Door de zondeval is er wel verandering gekomen in de omstandigheden, waarin het werk moet worden verricht. 'In het zweet uws aanschijns zult ge uw brood eten' (Genesis 3 vers 19). Het werk is een ordening van God, die de mens als een opdracht heeft te aanvaarden. We mogen ons werk zien als een levensfunctie voor Gods aangezicht. Zo mogen we het werk zien als een zegen! Omdat het werk een opdracht is, heeft het geen doel in zichzelf. We staan met ons werk in dienst van God, onze Schepper. Daarom zijn we Hem ook verantwoording schuldig.
Voorzien in levensonderhoud
Er is verband tussen werk en het voorzien in eigen levensonderhoud. De mens mag van alle bomen in de hof eten, behalve van de boom der kennis, des goeds en des kwaads. Er is dus een duidelijke relatie tussen het bewerken van de hof én het eten van de vruchten, die de hof voortbrengt. We denken hierbij aan wat geschreven staat in 2 Thessalonicenzen 3 vers 10: 'Want ook toen wij bij u waren, hebben wij u dit bevolen, dat zo iemand niet wil werken, hij ook niet ete. Want wij horen sommigen onder u ongeregeld wandelen, niet werkende maar ijdele dingen doende. Doch de zodanigen bevelen en vermanen wij door onze Heere Jezus Christus, dat zij met stilheid werkende hun eigen brood eten'. Dit is natuurlijk niet van toepassing op zieken, invaliden, gepensioneerden en gedwongen werkelozen.
Werken in dienst van onze naaste
Ons werk is niet alleen dienst aan God, maar ook dienst aan onze naaste. We verrichten werk voor anderen en anderen verrichten werk voor ons. Bij sommige beroepen is de relatie tot de naaste heel direkt, namelijk bij de verzorgende en de dienstverlenende beroepen. Door ons werk behoren we God te eren en onze naaste te dienen. De zegen van ons werk komt duidelijk tot uiting in vraag en antwoord III van de Heidelbergse Catechismus: 'Wat gebiedt u God in het achtste gebod? (niet alleen: het verbod om te stelen). Dat ik mijns naaste nut waar ik kan en mag bevorder, met hem alzo handel, als ik wilde, dat men met mij handelde; daarenboven ook dat ik trouwelijk arbeide, opdat ik de nooddruftige helpen moge'.
Afgestudeerd en dan…
De opdracht om de aarde te bewerken en te bewaren, de opdracht om te werken, geldt ook voor de zojuist afgestudeerde jongeren. Jarenlang hebben ze met grote inzet gestudeerd.
Eindelijk is het gewenste doel bereikt.
En dan is er … geen werk! Werkloos!
Helaas heeft dit begrip een negatieve klank. Iemand is werkloos, wanneer je geen betaald werk hebt. Het is niet eenvoudig om het werkloos-zijn te verwerken. Veel jongeren die van school komen en geen werk kunnen vinden, verkeren in grote nood. Deze kinderen moeten in zo'n , situatie begeleid worden door hun ouders. Zij moeten begrip opbrengen voor de noodsituatie, waarin hun werkloze kind kan verkeren. Ouders kunnen hun kind geruststellen met het feit, dat er een uitkering beschikbaar is. Ook kunnen we onze kinderen een schaamtegevoel aanpraten, zodat ze zich gaan afzonderen. Het is better, dat ouders hun kind wijzen op Gods leiding in hun leven. De inspanningen van het zoeken naar werk zijn bij God bekend. We mogen onze moeiten en zorgen in Zijn handen leggen. Salomo zegt: 'Vertrouw op de Heere met uw ganse hart, en steun op uw verstand niet. Ken Hem in al uw wegen, en Hij zal uw paden recht maken'.
Ouders mogen hun kinderen erop wijzen, dat ze een beroep op Hem mogen doen. Dat wil niet zeggen, dat ze dan maar kunnen afwachten. Ze moeten er ook op uit!
De taak van de gemeente
Binnen het diakonale werk krijgt de barmhartigheid van Christus een zichtbare gestalte. Deze barmhartigheid omvat ook het gehele sociale en maatschappelijke leven. Daaronder valt ook de jeugdwerkloosheid. Veel jongeren, die zijn afgestudeerd en geen werk kunnen vinden, hebben psychisch heel wat te verwerken: ze hebben vele jaren gestudeerd om een bepaald doel te bereiken en moeten aan het eind ervaren dat de verwachtingen niet worden vervuld. Het is belangrijk, dat er op dat moment – ook binnen de gemeente – mensen zijn met een luisterend oor. Na een aantal drukke jaren hebben deze jongeren opeens niets meer te doen, er ontstaat een enorme leegte. Binnen de christelijke gemeente mogen we onze jongeren wijzen op de noden van ouderen en zieken, die soms kleine werkzaamheden te verrichten hebben, waarvoor ze niemand kunnen vinden. Er kan ook gedacht worden aan club-, verenigings- en evangelisatiewerk. Wanneer we de Heere liefhebben en onze talenten willen gebruiken in Zijn dienst, ligt hier méér dan een dagtaak! Tevens is het de taak van ambtsdragers en ouderen binnen de gemeente om deze jongeren een plaats te geven en hen te begeleiden. Dit is een taak voor elk gemeentelid. 'Draagt elkanders lasten, en vervult alzo de wet van Christus', zegt Paulus tot de Galaten.
Niet gemakkelijk te verwerken
Vaak hoor je werkloze jongeren zeggen: 'Mensen met werk hebben goed praten. Ze moeten het eerst zelf maar eens meemaken om werkloos te zijn'. Dit is een begrijpelijke reaktie. Het is vaak heel moeilijk te verwerken, wanneer je het aan den lijve ondervindt. Er komen allerlei vragen naar boven. 'Als God dan alles bestuurt, waarom moet ik dan…?' Het is een begrijpelijke, maar toch gevaarlijke vraag. Deze vraag stelt het bestaan van God aan de orde. We willen zo graag weten, waarom ons dit moet overkomen. Het is beter te bidden of God ons wil laten berusten (niet rusten!) in Zijn ondoorgrondelijke wegen. We mogen ons vertrouwen in de toekomst op Hem blijven stellen.
'Hoe donker ooit Gods weg moog' wezen,
Hij ziet in gunst op die Hem vrezen.'
Het benadrukken van de belijdenis dat ons leven door God wordt bestuurd, betekent zeker niet dat we met de armen over elkaar mogen gaan zitten. Als we onze verantwoordelijkheid kennen, zullen we ons inspannen om aan de slag te komen. De uitkomst hiervan ligt niet in onze maar in Gods handen.
A. A. Korevaar, Barneveld
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 juni 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 juni 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's