De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De synode over euthanasie

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De synode over euthanasie

17 minuten leestijd

In 1972 gaf de hervormde synode een rapport uit, getiteld Euthanasie, zin en begrenzing van het medisch handelen. Sindsdien is de discussie over dit aangelegen punt echter verbreed en gewijzigd. Vandaar dat de synode opnieuw een werkgroep in het leven riep om aan dit vraagstuk aandacht te besteden. Toen de commissie al enige tijd met de werkzaamheden bezig was werd – na een samenspreking met vertegenwoordigingen van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond en de Confessionele Vereniging – beseft dat de breedte van de kerk onvoldoende in de commissie weerspiegeld was. Daarom werden alsnog aan de commissie toegevoegd dr. J. Hoek en dr. K. F. Gunning.
De commissie richtte zich in zijn werkzaamheden op het rapport, dat in 1980 werd uitgegeven door de Gereformeerde Kerken, onder de titel 'Euthanasie en pastoraat'. Dit rapport, mede opgesteld door de hervormde theologen dr. W. dem Toom en prof. dr. E. Schroten, werd naar de gemeenten van de Gereformeerde Kerken en naar hervormde gemeenten gezonden met het verzoek om commentaar. Nadat de reacties waren binnengekomen (uit hervormde kring betrekkelijk weinig) was een ('voorzichtiger') vervolgrapport uitgegeven.
Nu kwam dan de hervormde commissie met een stuk getiteld 'Diskussiepunten bij rapporten Euthanasie en Pastoraat'. Daarin zijn punten van uiteenlopende strekking – gegeven met de breedte van de commissie – opgenomen. Stem en tegenstem wisselen elkaar om zo te zeggen af. Het is geen beleidsstuk van de Hervormde Kerk over de betreffende materie maar een stuk, waarin de knelpunten en de verschillende belichtingen daarop aan de orde komen. Het stuk doet oprecht recht aan de verschillende stemmen, die in de commissie klonken. Overigens meende dr. K. F. Gunning dat in de betrefende nota een aantal gezichtspunten onvoldoende naar voren kwam. Vandaar dat hij een 'aanvullende nota' had opgesteld, die eveneens bij de stukken was gevoegd.
Een uitvoerige weergave van het rapport, dat nu voorlag ter synode, is te vinden in De Waarheidsvriend van 5 juni (weergave van het Hervormd Persbureau). We geven hier nu zo volledig mogelijk door wat er ter synode over werd gezegd.

De discussie
Ter inleiding van het gesprek merkte de heer H. Noordegraaf (voorzitter van de commissie) op dat bij een onderwerp als euthanasie alle geloofspunten aan de orde komen, bijvoorbeeld de aard van het Schriftgezag, de Voorzienigheid. Niemand is vóór euthanasie. Als men ervoor pleit dan is het in de zin van nee-tenzij. In onze tijd wordt de discussie echter mede gestempeld door de kritiek op de (over)macht van de medische wetenschap.
Mevr. C. W. J. v. d. Brom-Borgers, Geldrop, stelde dat het onmogelijk was om plaatsvervangend euthanasie te vragen (door anderen dus). Verder stelde ze aan de orde het nodeloos rekken van leven. Niet alle kennis behoeft te worden toegepast. Verder rijst de vraag of het uitschakelen van apparatuur, waarmee leven kunstmatig in stand wordt gehouden, ook onder euthanasie valt.
Ds. K. Schipper, Waspik, had liever een bijbels-theologische onderbouw van het probleem in plaats van de uitsluitend 'pastorale' benadering in het rapport van de Gereformeerde Kerken. Nu gaat het kennelijk alleen om 'de belangen van de patient'. Maar het leven is geschenk en opgave. Daarom omheint de Heere het leven met Zijn geboden. Als over 'ontluisterd' leven gesproken wordt, wie bepaalt dat dan? De waarde van het leven is gelegen in wat wij voor God zijn. Ds. Sillevis-Smit, voormalig vlootpredikant, ontrnoette in Indonesië iemand, die ontluisterd was door melaatsheid maar die getuigde van 'de wederopstanding des vleses'.
Drs. R. H. Kieskamp, Leerdam, waardeerde het dat in het stuk van de commissie niets onder tafel was gewerkt en dat de (relatieve) autonomie (zelfbeschikking) van de mens, zoals die oorspronkelijk in het Gereformeerde rapport doorklonk, in dit stuk weg is. Toch was hij niet tevreden. Niet duidelijk wordt menselijk ingrijpen ten aanzien van het beëindigen van menselijk leven afgewezen. Doden mág niet. Wel dienen we terug te treden bij de naderende dood. De vraag is wat de begrenzing is van de stervensfase. Drs. Kieskamp zou benadrukt willen zien de betekenis van Gods gebod, het leven als gave van God, en verder dat vrijwillige euthanasie onvrijwillige euthanasie oproept, dat de overheid het leven moet beschermen en dat artsen de dood niet mogen oproepen.
Bij christelijke liefde gaat het ook om gebondenheid aan de geboden. Liefde mag geen loopje nemen met de geboden van God. Is er verder uitzichtloos lijden? Wie bepaalt de grens daarvan? Goede pijnbestrijding is belangrijk. Maar we moeten ook niet afdingen op het oordeelskarakter van de dood. De laatste vijand kan niet als vriend te hulp worden geroepen.
Tenslotte pleitte drs. Kieskamp ervoor ethiek en pastoraat dicht bij elkaar te houden. Ethiek is handelen naar Gods gebod uit dankbaarheid voor Gods beloften. Pastoraat is het weiden van de kudde in de weide van Gods geboden en beloften.
Mevr. F. de Steenwinkel-Jens, Philippine, stelde dat in medische kring de discussie niet meer gaat over onderscheid tussen actieve en passieve euthanasie. De opmerking 'zinloze behandeling' moet verder uit de discussienota. Er is ook zinloos lijden. Zij had bezwaar tegen letterlijke vertaling van euthanasie als 'op goede manier gedood worden'. Euthanasie is goede dood of zacht sterven. Verder keerde zij zich tegen de gedachte dat pastoraat aan mensen in de eindfase betekent op de valreep nog even bekeren. 'Latent gelovigen op de valreep gaan niet opeens enthousiast getuigen'. In de eindfase is het een onrustig idee nog eens geconfronteerd te worden met datgene waar de mensen in hun leven ook al niet mee klaar kwamen. Men moet de mens in de eindfase in zijn identiteit laten. En voor gelovigen moet niet het beeld van een berekenende God worden opgeroepen. Dat geeft angsten. En als het rapport spreekt over geestelijke groei in het lijden rijst de vraag wie er dan groeit, de patient of de achterblijvende.
Mevr. J. Stemerdink-v. d. Wetering, Elst vroeg zich af of het consequent was enerzijds te zeggen dat de mens niet over eigen leven mag beschikken terwijl de arts wél beschikkingsrecht krijgt over de mens. Verder pleitte ze ervoor stervensbegeleiding te laten beginnen bij gezonde mensen.
Ds. R. A. Grisnigt, Bennekom stelde dat het veel uitmaakt hoe wij het lijden ondergaan. Is lijden zinloos leed en onverklaarbaar noodlot? Of mag ik in vertrouwen in de hemelse Vader het lijden leggen in Zijn handen? Ik ben met ziel en lichaam eigendom van Jezus Christus. Hij is mijn Redder en Verlosser. In Zijn hand is mijn leven geborgen. Niets zal ons scheiden van de liefde van Christus. Als kerk moeten we het lijden doorlichten vanuit het Evangelie des Kruises. En met Job moet worden gezegd dat al onze dagen bestemd zijn. God heeft grenzen aan mijn leven gesteld. Als de kerk pastoraal spreekt zal ze spreken in de bewogenheid van de Goede Herder.
Ds. Grisnigt stelde tenslotte dat er inderdaad ook zinloos medisch handelen is. Bij grensoverschrijding moet de rechter dan toetsen.
In een motie pleitte ds. Grisnigt ervoor de discussienota nog niet naar de gemeenten te sturen maar eerst een diepgaander onderzoek te verrichten naar de bijbelse gegevens 'om tot een verantwoorde ethische stellingname te komen inzake de vragen van euthanasie als basis voor een juist spreken en handelen' Deze motie werd later met twaalf stemmen vóór verworpen.
Kerkvoogd H. Reurink, 't Harde had moeite met de uitdrukking dat de mens dood gaat. Op de Veluwe gaan alleen koeien dood. De mens sterft. Hij herinnerde verder aan de eed van Hyppocrates, waarin de arts belooft geen middelen toe te dienen die dodelijk zijn. Euthanasie en de vraag daarom is kennelijk niet van vandaag alleen. Euthanasie is altijd door de kerk als heidens verworpen. Eerbied voor het leven is uitermate bijbels. Hij vreesde terugkeer naar het heidendom. Maar er zijn ook voor de moderme mens normen buiten de mens. Het leven is door God gewild. Lijden willen we niet. Maar in Jesaja 53 lezen we dat Christus geleden heeft terwille van Zijn volk.
De rabbijnen – aldus Reurink – hebben op grond van de thora de eeuwen door euthanasie afgewezen, de Rooms Katholieke Kerk wees eveneens euthanasie af. En wij moeten euthanasie afwijzen op grond van de drie sola's van de Reformatie. Hij pleitte voor een ethiek bij de bron, de Sinaï, en voor een rapport, dat voor de gemeente bemoedigend zou zijn .
Ds. mevr. E. de Boer-Hessel, Sint Laurens, zei dat in het pastoraat bemerkt wordt dat er onder artsen veel verwarring is rond euthanasie.
Het bijbelse gebod 'gij zult niet doodslaan' moet niet worden opgevat als 'het mag niet' maar als regel van bevrijding, na uitleiding uit slavernij. Waarom wordt 'het mag niet' intussen ook niet gezegd in de oorlogsproblematiek? In het afwegen van bijbelse noties komen kennelijk ook irrationele factoren om de hoek. We moeten verder oppasen dat we niet te snel zeggen dat eenzaamheid en ontluistering voor God niet gelden. Tenslotte pleitte ze ervoor dat predikanten grote terughoudendheid wordt voorgehouden.
Dr. S. Meyers, Leiden stelde dat euthanasie niet behoort tot het christelijk handelem. Afwijzing van euthanasie betekent voor mij – aldus Meyers – ook afwijzing van kernbewapening.
In het voorliggende duscussiestuk blijft de kerk in gebreke om duidelijkheid te scheppen. Als de dingen echter niet rijp zijn moet je niet forceren. Dan liever de discussievorm, zoals nu gekozen is. Intussen gaat de vraagstelling steeds meer bij de mensen leven. Op de bijlage van dr. Gunning was bijbels gezien wel wat af te dingen maar daarin zitten dingen die in het stuk gemist worden. Dr. Meyers betreurde het dat in het stuk geen definitie van euthanasie werd gegeven, terwijl men toch met het probleem omgaat. Welke exegetische beslissingen liggen intussen achter de verschillende positiekeuzen in het stuk? Duidelijk moet worden dat we te maken hebben met tweeërlei omgang met de Schrift. Dr. Meyers stelde dat de hele problematiek in een bepaalde setting staat, namelijk de secularisatie en de medische macht. De medische wetenschap weet alles te voorkomen, behalve de dood. Daarom wordt de dood weggestopt. En de moderne mens weet met de dood geen raad meer. Als we vandaag echter zouden breken met de joods-christelijke traditie dan wordt de bewijslast voor de motivering wel bij hén gelegd, die de breuk aanbrengen. Onder het Oude Testament was het heidens om de zwakken te laten sterven. In Israël gebeurde dat niet. Aan het volk was z'n autonomie, zijn zelfbeschikkingsrecht ontnomen. 'Gij zult niet (wederrechtelijk) doden, niet moorden'.
Diaken A. W, de Ronde, Stellendam, had er grote zorg over dat van de 3225 hervormde en gereformeerde gemeenten samen er slechts 225 hadden gereageerd op de toegezonden stukken van de Gereformeerde Kerken over euthanasie. Verder laakte hij dat in een te laat stadium de breedte van de kerk vertegenwoordigd was in de commissie. Hij toonde zich weinig gerust op het 'aanbrengen van normen om euthanasie in te dammen. Regels zijn er kennelijk om overtreden te worden. Wat is de praktijk immers geworden bij de abortus provocatus? Verder is het op zich juist dat gepleit wordt voor de verpleegkundigen die niet gewongen mogen worden. De praktijk bij abortus provocatus leert evenwel dat het vandaag al zo is dat verpleegkundigen, die tegen abortus zijn, al bij voorbaat worden uitgesloten, niet benoemd worden.
Tenslotte stelde De Ronde dat veel oudere mensen beangst zijn om opgenomen te worden in een tehuis: wat doen ze met me? Er is ook een verschuiving in de keus van de tehuizen bij ouderen waar te nemen, op grond van de identiteit van het verpleeghuis.
Verder wees De Ronde op Saul, die om de dood vroeg, maar degene die hem doodde werd gestraft; en op de waarde die God hechtte aan het leven van Elia, Zijn knecht die het leven ook niet meer zag zitten.
Dr. H. Vreekamp, secr. van de Raad voor de Verhouding van Kerk en Israël, hield een fundamentele toespraak over de wijze waarop in de joodse traditie met de dood wordt omgegaan. Zijn toespraak laten we hier volledig volgen:

'We staan hier vanmorgen aan déze kant van de "gele streep", om met ds. van Beunum in het laatste nummer van Woord en Dienst te spreken. Niet in de ziekenkamer, maar in het leerhuis. Want er is behoefte aan katechese. Terwille juist van het pastoraat. Terwille van haar of hem, over wie we vanmorgen spreken.
De vragen zijn immens. We weten het. En er ligt in deze rapporten gedachtengoed voor ons, om dankbaar voor te zijn . Dat bén ik ook naar u, als commissie, toe.
Een vraag wil ik inbrengen, waarop onder andere collega Poorthuis van de Katholieke Raad voor Israël heeft gewezen. Niet dat ik al goed weet hoe die vraag te verbinden met ons gesprek, maar toch de vraag: valt het ons niet op, zo vraagt hij, – en die vraag neem ik over – dat in een tijd waarin naar de joodse wortels van de christelijke traditie wordt gevraagd, het gesprek met de joodse traditie in de stukken, die voorliggen, nagenoeg ontbreekt?
Ik zou kort uw aandacht willen vragen voor enkele elementen uit de lange joodse traditie op dit punt, samengevat in een zevental momenten.
1. Het jodendom beschouwt het leven als onaantastbaar. Leven als ondeelbaar begrip verdraagt geen bijvoeglijke naamwoorden, in de zin van: zinvol of niet zinvol. Een citaat van rabbijn Van de Kamp: "ledere fractie van het leven, zelfs een uur of seconde, heeft dezelfde waarde als bijvoorbeeld 80 jaren van het leven. Zoals een fractie van oneindig, op zichzelf ondeelbaar, oneindig blijft, zo geldt dit ook voor een fractie van een periode die tussen de geboorte en het sterven van de mens ligt".
2. In de joodse traditie is kenmerkend het scherp onderscheiden van een stervensfase. Deze periode strekt zich uit over drie maal 24 uur. In die fase is het toegestaan handelingen achterwege te laten, die het stervensproces onnodig zouden kunnen rekken.
3. Bij een mens, die gaat sterven, horen mensen in de nabijheid te blijven. De ziel zal niet van de stervende scheiden als hij alleen is.
4. De plaats van de rabbijn in de joodse traditie is (ook hier) een andere dan van de geestelijke in het christendom. De rabbijn heeft een competende in de vragen van leven en dood, die hem de poside als die van een rechter geeft. Hij beheert de eeuwenoude tratitie en de zeer uitgebreide jurisprudentie tot op vandaag toe, en dat tot en met de vragen, die door de moderne medische technieken en wetenschap worden opgeroepen. De rabbijn heeft een beslissende stem in de gecompliceerde situatie, zodat arts en patient niet alleen op eigen gezag beslissingen nemen.
5. Via de zogenaamde noachitische geboden (afgeleid uit Genesis 9) geldt het verbod om te doden alle mensen. Van een algemene toepassing van het verbod van euthanasie is sprake via het minimim van geboden, dat een ieder geldt om het leven op aarde mogelijk te maken en te houden.
6. De grote vraag van het lijden. Opnieuw een citaat van rabbijn Van de Kamp: "Voor de jood is het lijden duidelijk iets wat zich afspeelt binnen de grenzen van het leven. Terwille daarvan mogen die grenzen nooit verlegd worden".
7. Een poging het bovenstaande samen te vatten: een maximum aan eerbied voor het leven, gecombineerd met een maximum aan nabijheid van medemensen.

Hoe vinden we als christen de wijsheid om zó met twee woorden te spreken: diepe en onopgeefbare eerbied voor het leven sámen met diepe en onopgeefbare eerbied voor die ene mens, over wie we vanmorgen voortdurend gesproken hebben?'

Ter afronding van de discussie kregen enkele leden van de commissie het woord. Prof. dr. E. Schroten meende dat de kwaliteit van het leven in de discussie moest worden betrokken en dat de stelling dat euthanasie een gevolg van de secularisatie is te simpel geredeneerd is, omdat er door de ontwikkeling van de medische wetenschap een nieuwe categoreie patiënten is. Verder stelde hij dat de autonomie van de mens en het liefdegebod niet tegen elkaar mogen worden uitgespeeld. Ook is er geen ethische stelling uit de Bijbel af te leiden. Altijd speelt namelijk de situatie mee.
Dr. J. Hoek wilde het belang van zondag 10 van de Heidelberger over de Voorzienigheid onderstrepen. Verder mogen we aan de feiten geen normen ontlenen. Wat we horen uit het Woord moeten we toepassen op de situatie. Het recht van de Heere dient centraal te staan. Dat moet ook worden gesteld tegenover medisch fanatisme.
Prof. dr. A. van der Meer betoogde dat apparatuur in het ziekenhuis alleen dan wordt afgezet wanneer de hersendood is ingetreden. Verder stelde hij dat euthanasie het eindpunt is van een goede stervensbegeleiding.
Tenslotte kreeg ook dr. K. F. Gunning het woord. Hij ging ervan uit dat medici niet geroepen zijn het leven te verlengen maar de dood te voorkomen. Bij euthanasie gaat het vandaag niet om het goede sterven maar om gedood worden. Verder is het zo dat de patient niet de vrijheid tot euthanasie geeft maar dat de staat die vrijheid geeft, waardoor 30.000 artsen de bevoegdheid krijgen om te doden. Hij zette verder vraagtekens bij de 'eigen wil' van de patiënten. Waar is men door anderen beïnvloed: kinderen worden belast door te veel op bezoek te moeten, er blijft te weinig geld over als erfenis voor de kinderen.
Wat het groeien door lijden betreft meende Gunning dat dit niet alleen de patient geldt. Wij allen lijden wel op één of andere wijze en wij allen groeien als het goed is door lijden.
Ds. Th. M. Loran stelde dat angst onder bejaarden te maken heeft met negatieve berichtgeving. Er is ook angst voor de pijn. Het wegnemen van de angst is belangrijk.

Besluitvorming
Nadat de motie Grisnigt (zie boven) was afgewezen werd een motie van dr. Meyers aangenomen (met 27 tegen 25 stemmen), waarin werd uitgesproken dat het rapport de gemeente moest worden ingestuurd, nadat het eerst was uitgebreid met een fundamenteel deel. waaruit duidelijk blijkt tegen welke culturele achtergrond we met de problemen van euthanasie te maken hebben en welke Schriftgegevens hier meespelen en welke keuzen bij de hantering ervan door de onderscheiden standpunten worden genomen. Daarna werd met algemene stemmen het stuk als 'discussiestuk voor de gementen aanvaard. Met een krappe meerderheid besloot de synode tevens – tégen het advies van het moderamen in – dat ook de aanvullende nota van dr. Gunning meegestuurd zou worden naar de gemeenten.

Opmerkingen
Ter afsluiting nog enkele evaluerende opmerkingen.
1. Het is zeer te betreuren dat pas in een laat stadium de commissie werd aangevuld met enkele leden uit de kring van de Gereformeerde Bond en de Confessionele Vereniging. Hun visie is in het discussiestuk en de aanvullende nota weliswaar gehonoreerd. Maar per motie Meyers, die tot onze blijdschap werd aanvaard, moest nu alsnog ervoor gezorgd worden dat een diepere fundering van de onderscheiden standpunten aan het stuk zal worden toegevoegd. Dit alles had bij de samenstelling van de commissie van meet af moeten worden gehonoreerd.
2. We beseffen zeer wel dat de problematiek van de euthanasie, gegeven de grote medische macht, veel complexer ligt dan het vraagstuk van de abortus provocatus. Het valt in hoge mate te waarderen dat onze kerk met dit vraagstuk fundamemteel wil bezig zijn. Gegeven de verschillen in visie, die er ten deze in de kerk leven, is het dan beter om een discussiestuk aan de gemeenten aan te bieden, waarin dan echter ook duidelijk tot uitdrukking komt welke Schriftgegevens aan de orde zijn en hoe deze worden gehanteerd, dan dat een eenzijdige nota zou zijn uitgegeven, waarin de gemeente niet op bijbelse wijze wordt voorgelicht.
3. Evenwel zou het beter geweest zijn als we als kerk eerst een fundamentele studie zouden hebben gemaakt over de exegese van de Schriftgegevens op dit punt en de bijbels theologische benadering van euthanasie. Bijverschijning van het geschrift 'Ambt en avondmaalsmijding' heeft ds. L. H. Oosten in het Reformatorisch Dagblad er terecht op gewezen dat, bij de behandeling van die problematiek, een commissie werd samengesteld, die recht wilde doen aan de Schrift, aan de belijdenis van de kerk en aan de reformatorische traditie. Waarom dan bij een gewichtige zaak als die van euthanasie gestart met een commissie, waarin de gereformeerde inbreng in het begin zelfs ontbrak? De wijze, waarop commissies worden samengesteld, is uitermate belangrijk voor het uiteindelijke resultaat. Waarom heeft de kerk niet de moed om dan hier ook een keer een gekwalificeerde commissie, dat wil zeggen een meer eenduidige commissie aan te trekken, die ook bij dit vraagstuk wil uitgaan van Schrift en belijdenis, zoals – tot onze dankbaarheid – rondom ambt en avondmaal is geschied?
4. We hopen van harte dat de uitbreiding van het rapport toch nog meer bijbelse inhoud zal geven aan het uiteindelijke stuk. Tenslotte gaat het om vragen van leven en dood en om een geschrift daarover vanuit de kerk.

v. d. G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 juni 1987

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De synode over euthanasie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 juni 1987

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's