De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

12 minuten leestijd

Pinksteren en vernieuwing
In de kerkelijke pers verschijnen elk jaar in de week voor Pinksteren wel enkele artikelen die de betekenis van het Pinkstergebeuren belichten en onderstrepen. En het is goed dat dit gebeurt. De brede aandacht, die het werk van de Heilige Geest ontvangt in de Heilige Schrift, in het getuigenis van de Handelingen der Apostelen en in de brieven van Paulus, staat in tegenstelling tot het stilzwijgen dat ons menigmaal bevangt, wanneer dit aan de orde gesteld wordt. Én als het werk van de Geest al ter sprake komt, is het vaak uitsluitend betrokken op het werk van de wedergeboorte, het tot-geloof-komen van mensen die uit de duisternis getrokken worden tot het wonderbare licht van God. Dat is stellig een niet onbelangrijk facet van het werk van de Geest, maar zeker niet het enige. De Schrift spreekt op een zeer geschakeerde wijze over de Heilige Geest en zijn werk.
In het Centraal Weekblad van 5 juni wijst prof. dr. K. Runia er op, dat velen in onze tijd de eerste hoofdstukken van Handelingen met een zekere jaloersheid lezen. Waar is de groei, de gemeenschap, de bezieling onder ons? Pinksterbewegingen en charismatische groepen staan dan ook in de belangstelling. Runia noemt het een goede zaak, dat er aandacht komt voor de beloften van de bijzondere gaven van de Heilige Geest. Hij schrijft in dat verband:

We kunnen nog zoveel nieuwe structuurplannen ontwerpen, maar als de Geest er zijn vuur niet inlegt, haalt het niets uit. Dat geldt ook van ons persoonlijk geloofsleven. Ook daar ervaren we vaak een grote dorheid. En natuurlijk kunnen we dan proberen het zelf op te peppen, maar ook hief geldt: als de Geest er niet bij is, wordt het niets en zakt het binnen de kortste keren weer in elkaar. We hebben allemaal de Geest nodig, én voor ons persoonlijk leven én voor de gemeente als geheel.

Dienstbaar aan Christus
We mogen echter bij ons zoeken en vragen naar de Geest en zijn werk nooit uit het oog verliezen dat het de Geest om zichzelf gaat. Zijn werk betekent niet een nieuwe weg naar God náást die van Jezus Christus, de Zoon. De Geest is in alles wat Hij doet, geheel dienstbaar aan de verheerlijkte Heer.

De Geest zoekt niet zichzelf. Hij vraagt geen aandacht voor zichzelf. Als Hij op de Pinksterdag in Jeruzalem op een nieuwe wijze tot de leerlingen van Jezus komt, dan draait het onmiddellijk om Jezus Christus. De preek die Petrus houdt, is niet een preek over de Geest, maar een preek over Jezus Christus, over zijn dood en opstanding en verheerlijking. En de luisteraars worden opgeroepen zich te bekeren en zich te laten dopen 'op de naam van Jezus Christus, tot vergeving van uw zonden' (Handelingen 2 : 38). Wel wordt dan ook de gave van de Geest toegezegd, maar die volgt op die bekering en die doop.
We moeten dan ook oppassen voor een eenzijdige concentratie op allerlei bijzondere gaven van de Geest. Zelf geloof ik dat die er nog steeds zijn en dat we er ook best om mogen vragen. Maar die gaven zijn er niet voor ons eigen geestelijk plezier, maar voor de opbouw van de hele gemeente. Charismata zijn volgens Paulus zelfs niet eens het hoogste. Hij weet een nog betere weg, die nog veel hoger voert: die van de liefde. Midden tussen 1 Corinthiërs 12 en 14, die hoofdstukken waar over de charismata wordt gesproken, staat het prachtige hooglied over de liefde. In een andere brief, die aan de Galaten, spreekt Paulus van de 'vrucht' van de Geest, die in het leven van de gelovige zichtbaar moet worden, en het opvallende is dat bijna alle dingen die Paulus dan noemt, variaties op de liefde zijn! Dat is blijkbaar de hoogste vorm van navolging van Hem, die onze Heer is.
Het gaat de Geest om mensen en om gemeenten die het beeld van hun Heer vertonen. Zijn hele werk is ook hierin gericht op Hèm. Iemand heeft de Geest eens vergeleken met een schijnwerper die op een prachtige kathedraal is gericht. De schijnwerper zelf kunnen we meestal niet zien. Alles wat we zien, is het licht dat hij verspreidt. Maar het gaat ook niet om dat licht zelf. Dat licht is gericht op de kathedraal. De schoonheid van háár contouren moet zichtbaar worden. Zó werkt de Geest. Hij roept en lokt ons naar Christus, want in Hem ligt het heil voor mens en wereld.
En de gemeente dan? Ze is niet anders dan reflector van dat licht. In die functie ligt haar eigen vreugde. In die functie ligt ook haar taak. Dan heeft ze ongetwijfeld ook toekomst, want ze is gericht op Hem die zelf het geheim van de toekomst is.

Reflector van het licht! Dat lijkt me inderdaad een goede omschrijving van wat de gemeente naar de belofte van Christus mag zijn. Ook ds. S. Kooistra wijst in het Hervormd Weekblad van 4 juni er op, dat we het werk van de Geest in de lijn van Johannes 16 : 14 altijd weer moeten zien in onlosmakelijk verband met het werk van Christus. Wil de Geest werken in de Kerk, dan moet Christus verkondigd worden naar de Schriften, zegt hij. Kooistra wijst er op, dat de apostelen, geraakt door de Geest, met de prediking van Christus' opstanding de wereld zijn ingetrokken. En hij vraagt zich af, of wij de Heilige Geest niet bedroeven doordat we tekort geschoten zijn als kerk om met het Evangelie de wereld in te gaan. Vernieuwing van ons persoonlijk leven, vernieuwing van de gemeente en verlevendiging van het zendingsbesef hebben alles met elkaar te maken.

Spiritualiteit en kerkelijke eenheid
De Heilige Geest schept gemeenschap. Pinksteren en de eenheid van de kerk hangen nauw samen. We gaan dan ook niet over op een nieuw onderwerp, als we vervolgens iets willen doorgeven uit enkele artikelen van prof. dr. W. van 't Spijker in het blad De Wekker. Laat u niet afschrikken door het u wellicht wat vreemde woord 'spiritualiteit'. Het hangt sarnen met het latijnse woord 'spiritus' (geest). Schrijven we dit woord met een hoofdletter, dan spreken wij over de Heilige Geest. Spiritualiteit was in het verleden een typisch rooms-katholiek begrip. Van 't Spijker gebruikt het woord ter aanduiding van de gereformeerde vroomheid, een typische vorm van geloofsbeleving, die verbonden is aan de geschiedenis van het gereforr meerd protestantisme.

Wij herkennen deze vroomheid in de geschiedenis van de kerk als onderscheiden van een specifiek rooms-katholieke vroomheid, waarbij de sacramentaliteit van de kerk of de roeping tot het monachale leven een rol speelde, de Mariadevotie het leven stempelde en de kerkelijke riten het ritme van het leven bepaalden. We onderscheiden gereformeerde vroomheid ook van die vorm van geloofsbeleving, die eigen was aan het doperse levensgevoel, met zijn spontaniteit en impulsiviteit, zijn afkeer van het institutionele en zijn voorkeur voor het charismatische. De gereformeerde spiritualiteit kunnen we in de geschiedenis herkennen als een eigen type van vroomheidsbeleving. We zouden haar met Calvijn kunnen omschrijven als de met liefde verbonden eerbied voor God, die de kennis van zijn weldaden tot stand brengt.
Het begrip pietas is een sleutelbegrip in Calvijns theologie. Het is aanduiding van vroomheid, die geheel het leven doortrekt. Zij komt voort uit de kennis van Gods weldaden. Zij wortelt derhalve in het evangelie en zij hangt ten nauwste samen met de ware religie, de pure godsdienst, die Calvijn omschrijft als geloof, dat verbonden is met een oprechte vreze Gods: een vreze Gods, die een gewillige eerbied bevat en die ook meebrengt een wettige dienst van God, zoals Hij in zijn Woord heeft voorgeschreven. Ook al zou er geen hel zijn, zo zegt Calvijn, dan zouden wij Hem toch liefhebben en eerbied schenken.
God is de Vader, die in ware vroomheid gediend wordt. Wij leren Hem kennen en in deze kennis van God en tegelijk met haar, leren wij onszelf kennen. In die ontmoeting met de levende God, waar de zondaar gerechtvaardigd wordt, ontstaat de ware vroomheid.
Hier is de genade het eerste en het laatste. De volstrekte uitdrukking van de prioriteit en gratuïteit van de genade is de verkiezing der genade, die als een vaste grond van alle geloof tot zekerheid voert en ook het gehele leven vernieuwt. Die verkiezing ligt vast in Christus, wordt gerealiseerd in het verbond der genade en der verzoening dat Hij besloten heeft toen Hij zijn werk volbracht. In dit verbond der belofte ontvangt een mens zekerheid en troost. Leven uit en door de genade is een eerste aspect van de gereformeerde vroomheid.
Maar dit staat nimmer los van een leven uit en door de Schrift als het Woord der genade. In de Schrift wordt de liefde van God en de verzoening door het kruis gepredikt en door de kracht van de Geest tot een werkelijkheid in het leven van de mens. Daarbij ontvangt de kerk een centrale plaats.
Gereformeerde vroomheid wordt gewerkt en gevoed in de gemeente van de levende God. Het heeft een allerindividueelste trek in het persoonlijk werk van de Geest, maar deze wordt nimmer zo overheersend, dat de gemeenschap der heiligen, het priesterschap van alle gelovigen van haar plaats zou worden gedrongen. Levend uit de genade, staande in de gemeenschap der heiligen kent gereformeerde vroomheid zowel de wereldmijding als de wereldoverwinning door het geloof. De kennis van de weldaden, zo zegt Calvijn, leidt tot vroomheid. Dit kennis-element is echter het Johanneïsche begrip, d.w.z. het is ervaren liefde, het is experimentele kennis, proefondervindelijk, of eenvoudig bevindelijk, geen zaak van abstractie maar van levende ervaring: ervaring van ootmoed en van vertrouwen, van schuld en genade, van geringheid en hoge roeping. Verkiezing, Schrift en Kerk: het zijn de onmisbare oriëntatiepunten van de gereformeerde vroomheid, en het zijn bij uitstek de zaken, die aan het gereformeerde leven vandaag, in de crisis der tijd, ontvallen schijnen te zijn. De crisis der vroomheid hangt samen met de theologische identiteitscrisis die het gereformeerde leven heeft doortrokken, voornamelijk op deze voor de gereformeerde traditie zo wezenlijke punten.

Van ’t Spijker wijst voor deze crisis op de omslag in de zestiger jaren binnen de gereformeerde gezindte. Daarbij staan de theologische factoren niet los van de maatschappelijke ontwikkelingen. De welvaartstijd en de welvaartsstaat legden een dermate groot beslag op ons leven, dat de eeuwigheid wegweek uit onze levenshorizont. Ook het gereformeerde leven in ons land ontkwam niet aan de invloeden van de secularisatie. Verschraling van het innerlijk leven, het gevoel kerkelijk ontheemd te zijn, ontbinding van de gemeenschap sloegen toe. Veel sterker nog is de schadelijke invloed geweest van de steeds voortgaande kerkelijke verdeeldheid binnen de gereformeerde gezindte, schrijft Van ’t Spijker in zijn tweede artikel in het nummer van 5 juni. Kerkscheuringen schiepen een klimaat, waarin geen gereformeerde vroomheid waarlijk gedijen kan. Van ’t Spijker wil niet alle kerkscheuringen over een kam scheren:

Maar nu het gaat over de kerkelijke verdeeldheid binnen de Gereformeerde Gezindte zouden wij in het bijzonder aandacht willen vragen voor het feit, dat juist de spiritualiteit van deze verdeeldheid de meest nadelige invloed heeft ondergaan.
Ik spreek niet over het totale verlies aan spiritualiteit, doordat dwars door de gezinnen, dwars door de families heen scheuren zijn getrokken en mensen totaal vervreemd zijn geraakt van kerk en christendom. Ik herinner nu slechts aan de devaluatie van werkelijke vroomheid, die met de kerkelijke verdeeldheid gegeven is. In vergelijking daarmee kunnen wij stellen dat de vroomheidsbeleving op zichzelf in mindere mate als oorzaak van splitsing kan worden aangemerkt. Wél heeft zij er een diepingrijpende invloed van ondergaan, zoals ik in de volgende aflevering nader hoop aan te wijzen.
Nu dient eerst de vraag aan de orde te komen of en in hoeverre de diversiteit in spiritualiteit in het verleden aanleiding heeft gegeven tot kerkelijke verdeeldheid. Inderdaad gaan onze gedachten in deze richting, wanneer wij denken aan de opsplitsing van het gereformeerde kerkelijke leven in het verleden. In sommige opzichten is deze mede te verklaren uit verschillen in vroomheidsbeleving.
Een sprekend voorbeeld daarvan lijkt mij de breuk die in de beginjaren van de Afscheiding heeft plaatsgevonden tussen de afgescheidenen en de kruisgezinden. In dit conflict was sprake van theologische, confessionele, kerkordelijke verschillen. Maar zij zouden nimmer die kracht hebben kunnen ontwikkelen wanneer er niet ook een verschillende spiritualiteit in geding was geweest. Wie zich verdiept in de geschriften van de Kruisgezinden, waarvan sommige op last van de synodale vergadering werden geschreven, ontdekt al spoedig, dat het gaat om vormen van geloofsbeleving, waarbij de ervaring zelf te sprake werd gebracht. W. W. Smit maakt zich sterk door het verschil in geloofsbeleving te tekenen tussen de Afgescheidenen en degenen die de ware Gereformeerde Kerk vormden. Typerende kenmerken worden opgesomd: tegenover de al te grote vrijmoedigheid waarmee men bij de afgescheidenen de belofte hanteert plaatst Smitt de voorzichtigheid der bevindelijken, die niet over één nacht ijs gaan. Precies hetzelfde streven treft men in een boekje van Engelberts aan, die nog in 1869 ook de geestelijke verschillen tussen de afgescheidenen en de kruisgemeenten breed uitmat. De verschillen worden hier expliciet gemaakt met de bedoeling om een eigen kerkelijk leven te rechtvaardigen.
Precies dezelfde argumentatie treft men aan in de polemische geschriften, die op de markt werden gebracht om het zich afzijdig houden van enkele gemeenten bij de Vereniging van 1869 tussen kruisgezinden en afgescheidenen te rechtvaardiging. Ook in 1907 werden, nu van de kant van ds. Boone, dergelijke redeneringen vernomen tegen de door ds. Kersten tot stand gebrachte Vereniging. Op zijn beurt lanceerde de laatste dezelfde gronden voor het kerkelijk gescheiden blijven, toen hij de oorzaken aangaf van het kerkelijk gescheiden leven van de gereformeerden in Nederland. In 1922 schreef Kersten dat hij ernstig bezwaar had tegen veler prediking en veler geloof, waarin de zielservaring gemist wordt: een van de ernstigste factoren die het kerkelijk gescheiden blijven doet voortduren.
Het zou bijzonder interessant zijn om na te gaan in hoeverre de breuk die in de oorlogsjaren de Gereformeerde Kerken uiteengeslagen heeft, mede is te verklaren uit een verschil in spirituele geaardheid. Het levensgevoel van Afscheiding en Doleantie was niet van hetzelfde gehalte. En het lijkt niet toevallig, dat juist op het vlak waar deze twee verschillende reformatorische bewegingen bij elkaar gebracht waren, ook de breuk ontstond in 1944.
Dogmatische en kerkrechtelijke verschillen functioneerden soms als dekmantel voor een niet onbelangrijk verschil in vroomheidsbeleving. Oud-A kenmerkte zich door een ingetogener, soms ook ingekeerder trek dan Oud-B, waar de culturele openheid meer typerend was.

Vroomheid als splijtzwam. Dat werpt op het onderwerp, waar het hier over gaat een merkwaardig licht. Er blijkt een wisselwerking te constateren. Enerzijds is gereformeerde vroomheid gekenmerkt door een diep kerkbesef, een verlangen naarmeenheid en gemeenschap in Christus. Tegelijk zien we. dat verschillen in vroomheidsbeleving dikwijls een breuk in het kerkelijk vlak in de hand werken. Niet de theologie als zodanig werkt kerksplitsend, maar een eigensoortige vroomheidsbeleving krijgt een dusdanig zwaar accent, dat men daardoor verdeeldheid gerechtvaardigd acht. Kennelijk is met het woord 'vroomheid’ niet alles gezegd. Ook de spiritualiteit staat onder de tucht en de kritiek van Gods Woord en Gods Geest. Niemand ontkomt aan deze bijbelse toetsing aan dit vermaan om zich te laten leiden door de Geest van God. Opdat de vrucht van de Geest tot openbaring mag komen. En een van deze vruchten, is toch de liefde, die hunkert naar eenheid en gemeenschap in Christus.

A. N., Ede

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 juni 1987

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 juni 1987

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's