Moet de kerk niet spreken?
Het aids-probleem
Naar aanleiding van de discussie over aids wordt de vraag gesteld of het niet nodig is, dat de kerk zal spreken. Het verval in onze samenleving is zover voortgeschreden, dat de echte oplossing van het aids-probleem niet wordt genoemd. Het is net of daarover een taboe ligt. Ook de regering die het aids-probleem aanpakt, verzwijgt de meest effectieve en principieel juiste bestrijding. Dat is die van het monogame huwelijk. Aids kan in belangrijke mate voorkomen worden, als iedere vrouw met haar eigen man leeft en omgekeerd. Ik moet wel zeggen in belangrijke mate. Immers aids wordt ook overgebracht via besmetting door bloed. Onlangs kreeg ik kontakt met een echtpaar, waarvan de man door bloedtransfusie sero-positief was geworden. Dat wil nog niet zeggen, dat hij dus ook aids-patiënt wordt. De kans daarop is echter niet uitgesloten. Hij heeft het besmette virus in zijn bloed en weet niet of het virus ook bij hem uitwoedt. Deze man was diep teleurgesteld over het uitblijven van daadkrachtige maatregelen om besmetting te voorkomen. De titel van het artikel heb ik ingeleid vanuit het aids-vraagstuk. Het zou natuurlijk ook met een ander zedelijk probleem in onze samenleving verbonden kunnen worden. De kern van de vraag is, of het niet hoog tijd wordt, dat de kerk in de samenleving van zich laat horen. Zij weet, dat de geboden van God er zijn om gehoorzaamd te worden. Zij weet ook, dat de geboden heilzaam zijn. Ongehoorzaamheid aan het gebod is tot onheil. Moet de kerk dat niet zeggen? Als de vraag zo simpel gesteld wordt, lijkt het antwoord ook heel simpel. Wie kan de kerk het recht ontzeggen om uit naam van God en met beroep op Zijn openbaring het volk de beloften en geboden van God voor te houden. Wie de kerk dat recht ontzegt, ontneemt haar het recht op de publieke verkondiging van Gods Woord. Dit is de ene kant.
Het spreken over allerlei concrete vraagstukken
Er is ook een andere kant. In de afgelopen decennia – dus vanaf de Tweede Wereldoorlog – hebben bepaalde kerken in Nederland allerlei boodschappen doen uitgaan. Die waren soms vooral gericht tot eigen kerkleden. Ze waren echter ook dikwijls gericht tot ons volk in het algemeen, of in het bijzonder tot de regering. Een wel heel duidelijk voorbeeld van zulk een manier van spreken, was de boodschap die de Gereformeerde Synode aan de regering heeft gestuurd, ter voorkoming van het plaatsen van kruisraketten. De zaak lag in de Synode van de Nederlandse Hervormde Kerk niet precies gelijk. Ik meen wel te mogen zeggen, dat de strekking van het door de Hervormde Synode genomen besluit niet ver afligt van dat van de Gereformeerde Synode, ook al zijn de bewoordingen en zelfs de motiveringen niet geheel gelijk. De Hervormde Synode had trouwens reeds in vroeger jaren enkele uitspraken over kernwapens gedaan. Men kan niet zeggen, dat die alle even duidelijk waren. De strekking ervan was toch wel, dat de kerk kernwapens afwijst. Zij meent dat te moeten doen op grond van het Woord van God. Een dergelijke boodschap is dan ook aan het Nederlandse volk gezonden. Tegen uitspraken op het gebied van de kernbewapening zijn nogal wat bezwaren ingekomen. Met name de Gereformeerde Synode heeft een stroom van bezwaarschriften te verwerken gekregen. Ik meen, dat de Hervormde Synode om haar eerdere uitspraken, via herderlijke schrijvens openbaar gemaakt, van de zijde van militairen, die lid van de kerk zijn, scherpe kritiek heeft te horen gekregen. Het wil mij voorkomen, dat kerken, die zulke kritische reacties ontvangen, niet zo gauw weer aan zulke uitspraken zullen beginnen. Een onderzoek vanuit de Vrije Universiteit, ingesteld naar aanleiding van de uitspraak van de Gereformeerde Synode over de kruisraketten, leidde tot de conclusie, dat de kerk de grote verliezer is. Zij heeft in eigen huis polarisatie bevorderd en de zaak waarom het ging toch niet kunnen tegenhouden. Men moet eerlijk zijn: als de kerk in het ene geval spreekt, waarom dan niet in het andere geval. Het is wel opmerkelijk, dat zowel de Hervormde als de Gereformeerde Synode zich over het aids-vraagstuk – voorzover mij althans bekend – publiekelijk niet heeft uitgelaten. Wel heeft de Raad van Kerken een uitspraak gedaan. Deze komt echter hierop neer, dat hij zich over de ethische kant niet wil uitlaten, maar wel pastorale hulp wil bieden. Het is opmerkelijk, dat in het verleden ethische uitspraken door de Synode zijn gedaan, terwijl dan pastorale hulp moest worden geboden aan hen die met consequenties ervan grote moeite hadden. Toen ging het ethische voorop en werd bij de verwerking van de ethische uitspraak hulp noodzakelijk geacht. Nu – zij het dan in het kader van uitspraken van de Raad van Kerken – wordt het ethische gemeden en meent men alleen pastorale hulp te moeten bieden aan hen die in moeite zijn ten aanzien van het punt waarover de kerk juist geen uitspraak wil doen. De vraag mag gesteld worden, waarom de Raad van Kerken over een zo belangrijke ethische aangelegenheid zich niet wil uitspreken. Is dat om de in Nederland 'verworven en gemeengoed geworden zedelijke vrijheid' niet in gevaar te brengen?
Men mag toch inderdaad wel vragen: moeten de kerken, die zich op zulke cruciale punten als de kruisraketten hebben uitgesproken, zich niet ook nu in morele kwesties als het aids-vraagstuk uitspreken?
Terughoudendheid geboden
Wat mijn eigen standpunt betreft heb ik er altijd voor gepleit, dat de kerken zeer terughoudend moeten zijn om zich bijvoorbeeld over bewapening en zeker over een politiek onderwerp als de kruisraketten uit te spreken. Als de kerk tot zulke uitspraken komt, kan het niet anders of zij bedrijft metterdaad politiek. Zo is het wat de kruisraketten betreft ook bij heel de bevolking overgekomen. Voor- en tegenstanders van het standpunt van de kerken hebben het als een politieke uitspraak opgevat. De kerk is geen politieke partij. Zij moet zich onthouden van het bedrijven van politiek. Zij moet zich ook onthouden van het doen van uitspraken, die weliswaar principieel bedoeld zijn, maar die niet verstaan of opgevolgd kunnen worden zonder dat er politieke stappen aan vast zitten. De stappen liggen in de uitspraak eigenlijk opgesloten.
Maar is het met de zedelijke verwording niet anders? Is het aids-vraagstuk niet een geheel ander vraagstuk dan dat van de kernwapens. Hangt dit vraagstuk niet samen met de verwildering van de moraal en met de losheid van zeden, om niet te zeggen met de zedelijke losbandigheid die ons volk in haar greep heeft genomen? Men zij niet te snel met het zeggen van: Dat zijn twee totaal verschillende vraagstukken. Immers de tegenstanders van kernbewapening zeggen datzelfde tegen de voorstanders. Zij verwijten aan de laatsten, dat deze niet onderkennen hoezeer onze samenleving in de greep van de demonische macht van de bewapening is gekomen. Als de ene partij het zegt met betrekking tot de doorbraak van de seksuele revolutie, zegt de andere partij het met betrekking tot de aanvaarding van kernwapens. Men zal zich er wel bewust van moeten zijn, hoe nauw het hier luistert. Het is niet rechtvaardig om bij voorbaat in het ene geval te zeggen: de kerk moet wel spreken en in het andere geval te zeggen, de kerk moet zwijgen.
De Opdracht van de kerk
Wat is de taak van de kerk met betrekking tot het spreken in en tot de samenleving? In mijn rectorale rede: 'Het spreken en preken van de kerk' (Kok, Kampen 1987) ben ik uitgegaan van de opdracht van Christus, dat de kerk het Evangelie heeft te prediken aan alle volken en hen heeft te leren onderhouden alles wat Christus hen geboden heeft. Ik heb de woorden van de Heere Jezus, gesproken bij Zijn Hemelvaart, de magna charta van de kerk genoemd, wat betreft het preken en het spreken. Ik heb getracht duidelijk te maken, dat het spreken in allerlei politieke zaken omgaat buiten het preken van de kerk. Dat betekent, dat de kerk zich bezighoudt met een taak, die niet op haar terrein ligt. Zij moet het spreken en de daaruit voortvloeiende beslissingen overlaten aan degenen, die daarvoor verantwoordelijkheid dragen.
Heeft de kerk dan geen roeping met betrekking tot zedelijke vraagstukken? Dat is de kern van de vraag, die ons in dit artikel bezighoudt. De kerk heeft de roeping van het Evangelie van Jezus Christus en de geboden van God te verkondigen. Zij moet mensen roepen tot bekering en geloof. Zij moet wijzen op de wet van God, die heilzaam is voor ieder mens en ook voor het leven van een volk. Die boodschap heeft ze in de eerste plaats te brengen binnen de kerk aan haar leden, en daarnaast ook buiten de muren van het kerkgebouw. Het Evangelie verkondigen gaat niet buiten het prediken van de geboden om. Ook het omgekeerde geldt: de geboden aan een volk voorhouden gaat niet buiten het Evangelie om.
De kerk heeft een taak. Deze is echter een andere dan de politieke invulling en vertaling van het christen zijn. Voor die invulling moet de kerk haar leden bouwstenen aanreiken vanuit de Heilige Schrift. De kerk hoeft de beslissingen voor haar leden niet te nemen. Zij moet wel iets zeggen, als die leden in strijd met het Evangelie handelen.
Als het om heel concrete punten gaat zal het vooral aankomen op de persoonlijke verantwoordelijkheid van christenen in het publieke leven. Zij hebben vanuit hun verantwoordelijkheid gestalte te geven aan de gehoorzaamheid aan Gods geboden. De kerk moet die taak haar leden niet afnemen en moet hun taak ook niet overnemen. De kerk moet onderricht geven met het oog op het houden van de geboden. Dat onderricht is een vorm van het leren, dat de Heere Jezus Zijn discipelen heeft opgedragen bij Zijn Hemelvaart.
Om het zo beknopt mogelijk samen te vatten: De kerk heeft alleen dan te spreken in het volksleven, als haar spreken tegelijk preken is. Wie het spreken losmaakt van het preken, geeft de kerk een politieke of sociale taak, die juist aan haar leden toekomt.
Wat het aids-vraagstuk betreft, moet de kerk haar leden erop wijzen, dat zij hun verantwoordelijkheid in de samenleving nakomen. Dezen moeten naar de hun gegeven mogelijkheden en op hun plaats in de samenleving wijzen op het monogame huwelijk als de beste preventie tegen aids. Dat gebeurt op dit moment, zij het door een aantal christenen. Er zijn ook burgers die hun christelijke opvatting met betrekking tot deze vraagstukken heel anders vertolken. Ik denk nu aan hen die zich kunnen vinden in en woordvoerder zijn – op persoonlijke titel – van het standpunt van de Raad van Kerken.
De beste dienst die de kerk aan de samenleving bewijst is deze: haar eigen leden op te roepen tot gehoorzaamheid aan het gebod; en hen ertoe te dringen deze levenswijze in praktijk te brengen en er het pleit voor te voeren in de samenleving.
De overheid zou er goed aan doen de kerken te vragen naar haar visie op een principiële benadering van het probleem. Dan zal de kerk niet in details treden, maar wel de monogamie van het huwelijk als eerste preventiemiddel tegen aids aanwijzen en aanprijzen.
Moet de kerk niet meer doen? Heeft ze geen taak om een publiek getuigenis te laten horen? Is het niet de hoogste tijd om het volk te wijzen op de geestelijke en zedelijke verwording en daartegen waarschuwen? Dat heeft de kerk elke zondag opnieuw – in telkens andere bewoordingen – te doen. Bijbelse prediking is het beste getuigenis dat de kerk kan geven. De kerk moet het getuigenis van haar leden in de samenleving ondersteunen en stimuleren. Mochten haar leden in gebreke blijven, of de gelegenheid missen om zich publiek uit te spreken, dan kan de kerk in hun plaats die taak vervullen. Zover is het in Nederland gelukkig nog niet. Daarom moet de kerk haar kracht zoeken in toerusting van haar leden, door hen te leren onderhouden alles wat Christus hen geboden heeft. Via dit christelijke getuigenis en een christelijke levenswandel zal de kerk invloed uitoefenen op de samenleving. Mocht de kerk menen, dat dit in het huidige tijdsgewricht onvoldoende is, dan zal zij alleen kunnen spreken als een vorm van preken. Ik ben van mening, dat voor de samenleving het pikante van van het spreken van de kerk eraf is, als zij zich in haar publiek getuigenis beperkt tot preken.
Wat wij om ons heen gezien hebben de laatste decennia is dit, dat de kerk daarom in haar spreken interessant was, omdat ze een bepaald standpunt, dat ook door niet-kerkleden aangehangen en uitgedragen werd, ondersteunde. Welnu, zulk spreken dat alleen maar een bepaald politiek of sociaal-economisch standpunt van staatsburgers ondersteunt, kan geen preken genoemd worden. Bij het preken gaat het altijd om: Zo zegt de Heere. Ik zie geen reden op dit ogenblik dat de kerk haar leden het getuigenis uit de mond neemt en in hun plaats de samenleving aanspreekt. Getrouwe bediening van het Woord met het oog op de situatie van de kerk in een geseculariseerde samenleving en met het oog op een ontkerstend volksleven, is de eis die God in ons land aan Zijn kerk stelt. Diezelfde boodschap moet ook buiten de muren van de kerk gebracht worden.
W. H. Velema
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 juli 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 juli 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's