De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De Statenvertaling (III)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Statenvertaling (III)

1637-1987

5 minuten leestijd

In een laatste artikel willen we nog iets vertellen over de invoering, ontvangst en het gezag van de Statenbijbel.
Hoe moeilijk het ons ook mag vallen om ons in te denken, dat de Statenbijbel eenmaal een 'nieuwigheid' is geweest, een 'moderne' vertaling, opgegroeid als we zijn bij deze bijbel van onze kinderjaren af aan, het is niettemin een feit. Een machtige weerstand zou de nieuwe bijbel te overwinnen hebben. Overheid en kerk moesten in wijze voorzichtigheid de handen ineen slaan om de nieuwe vertaling in de eredienst ingang te doen vinden. Dwang zou immers niet baten. In Groningen is de invoering het eerst een feit geworden. De algemene invoering in Holland, met name in Amsterdam liep wel heel stroef. Amsterdam was gepikeerd, omdat de bedrijven aldaar gepasseerd waren voor het drukken van de bijbel.
Ook op het platteland bleven verschillende dorpen weigerachtig de oude te vervangen doorde nieuwe. Kerkelijkconservatisme en zuinigheidsoverwegingen waren vaak oorzaak ervan, dat invoering van de Statenbijbel moeilijk verliep. Ook een enkele predikant verzette zich fel tegen invoering. Zo is bijv. bekend, dat een zekere dominee Hanius van Elburg op de klassikale vergadering heel fel ageerde tegen de nieuwe vertaling. Of men ook met 'de meeste sachticheyt en discretie' te werk moest gaan!
Geleidelijk aan werd echter overal de nieuwe vertaling ingevoerd. Na 1637 is de bijbel van Deux-aes, zo melden de bronnen, niet meer ter perse gelegd en rond 1657 zal in elk Gereformeerd gezin de Nieuwe bijbel in gebruik geweest zijn. Vooral de positieve optelling van de meeste predikanten t.o.v. de Statenbijbel heeft de uiteindelijke acceptatie bevorderd. De predikanten prezen in het bijzonder het feit, dat de vertaling geschied was in nauwe aansluiting bij de grondtekst. Heel origineel kwam wel de Arnhemse predikant G. Aeltius uit de hoek, die in 1640 aan Baudartius schreef:
'Ghij hebt u consorten een goet werck gedaen, brengende onsen Nederlantschen Bibel bij sijn vader ende moeder, dat is, bij de eygenschap van de hebreusche ende griecksche tale.'
De overwegend gunstige beoordeling sloot zelfs in de kring van de Gereformeerden welwillende kritiek niet uit. De hebraïserende stijl van de vertaling zou volgens de stilist de Brune tot stroefheid in de wijze van uitdrukken leiden.
De Remonstranten hadden – we zouden haast zeggen: natuurlijk – bezwaren, moesten die wel hebben, al konden ze niet anders dan toegeven, dat deze nieuwe bijbel beter was dan de oude, die niet uit de bronnen ontstaan was. Het klinkt wel zuur en wrang, als ze eraan toevoegen, dat die voortreffelijkheid niet zozeer te danken was aan het inzicht en de ijver van de vertalers dan wel aan de geleerdheid van de theologen, wier werken ze geraadpleegd hadden. Tegen de kanttekeningen hadden de Remonstranten heel veel bedenking. Het oordeel van Episcopius was: 'er zijn goede bij, sommige zijn middelmatig, vele zijn slecht'.
Niettemin hebben ook de Remonstranten de bijbel van Deux-aes na verloop van tijd ingewisseld voor de nieuwe. De Doopsgezinden hebben nog langer dan de anderen vastgehouden aan hun eigen Biestkensbijbels. Maar geleidelijk aan wonnen de uitgaven van de Gereformeerde bijbel, zonder kanttekeningen dan wel, ook in die kring terrein. Zo werd begin 18e eeuw de Statenbijbel de bijbel van heel Prot. Nederland.
Van Rooms-Katholieke kant tenslotte is de krachtigste bestrijding gekomen. Zij beschuldigden de vervaardigers van al wat maar lelijk is: 'Vervalschingen, misslagen, willekeurig verkorten en verlanghen van Godes Woordt'. Maar dat is dunkt me niet te verwonderen. Van Protestantse zijde bleef uiteraard het antwoord daarop niet uit.

Gezag
De overtuiging, dat men nu een wetenschappelijk goed gefundeerde tekst bezat, heeft er niet weinig toe bijgedragen, dat de Statenbijbel groot gezag ontving. Kerkelijke en wereldlijke overheid hebben ernaar gestreefd de nieuwe tekst als het ware te 'bevriezen'.
Men vond, dat de tekst nù, nu de vertaling eenmaal z'n beslag had, dankzij de toewijding van bekwame godgeleerden en de milde steun van de overheid, voorgoed vast moest staan.
Het woog uiteindelijk iedereen zwaar, dat, ondanks de nauwgezetheid, waarmee men te werk gegaan was, er zoveel onnauwkeurigheden en drukfouten in de verschillende uitgaven van de Statenbijbel voorkwamen. Om dit kwaad tegen te gaan, besloot men de handen ineen te slaan. Een landelijke organisatie van predikanten-correctoren werkte aan de zuivering van de tekst, met als resultaat dat in 1655 een lijst van verbetering van de drukfouten verscheen. Twee jaar later verscheen bij Van Ravensteyn een nieuwe editie van de Statenbijbel, waarin bovengenoemde lijst verwerkt was, die daarom als de beste uitgave van de Statenvertaling bekend staat. Toch verstomden de klachten over drukfouten niet. Ook in de uitgaaf van Hendrick en Jacob Keur (1683) stonden storende fouten, (bijv. in Rom. 7 : 11 i.p.v. 'door het gebodt' staat er afgedrukt: 'door het gelove').
De strijd tegen de drukfouten zou blijven. Het vertrouwen in de Statenvertaling werd echter aldoor groter. Een bewijs van vertrouwen in de duurzaamheid van de Statenvertaling is het werk van A. Trommius, de zgn. Concordantie (verschenen van 1672-1691). Tegelijk echter is het dezelfde Trommius geweest, die waarschuwde tegen het toeschrijven van een goddelijk gezag aan de vertaling. Deze waarschuwing was toen niet overbodig en zou ook later nog nodig blijken, gezien bijv. het feit dat er mensen waren, die slechts bijbels, in Oudhollands lettertype gedrukt, wilden houden voor het zuivere woord Gods.
Hoewel de naam 'Statenbijbel' in de loop van de 18e eeuw eerst algemeen gangbaar is geworden, had voordien deze bijbel zelf al een zekere internationale vermaardheid gekregen.

J. Koolen, IJsselstein

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 juli 1987

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De Statenvertaling (III)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 juli 1987

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's