Kinderen en Erfgenamen
En indien wij kinderen zijn, zo zijn wij ook erfgenamen, erfgenamen van God, en medeerfgenamen van Christus.Romeinen 8 vers 17a
Van wie ben jij er één? Vraag dat eens aan een aangenomen kind. Het antwoord is niet moeilijk te raden. Het noemt zonder aarzelen de naam van zijn vader. Van wie is die jongen? Vraag dat eens aan degene die een jongen heeft geadopteerd. Met een stralend gezicht zegt zo iemand: Dat is mijn zoon.
Want aangenomen kinderen zijn echte kinderen. Zij zijn geëcht, geëigend. Zij zijn kinderen geworden van hun vader met de volle kinderrechten. Geen bastaarden, maar zonen.
Zo neemt God verloren zonen en dochteren aan. Zij waren kinderen van de vader der leugen. Dat was hun eerste vader. Nu zijn zij kinderen van de Allerhoogste God, de Schepper van hemel en aarde. Niet door de natuur, maar door genade. De Heere zegt: Gij zijt Mijn volk. En zij zullen zeggen: O, mijn God. Abba, Vader. Zodra de Geest u daarvan overtuigt, volgt er meer. Want kinderen hebben kinderrechten. Eén van die rechten is dat zij erfgenaam zijn geworden. Zo zegt Paulus: En indien wij kinderen zijn, zo zijn wij ook erfgenamen. Dat is eigenlijk vanzelfsprekend. Kinderen erven van hun ouders. Dat is hun kinderrecht. Nu is er op de erfenis van een aardse vader, hoe goed en hoe groot zo'n erfenis ook kan zijn, nog wel het een en ander af te dingen. U erft dan alleen vergankelijk goed. Het kan zelfs zijn dat die erfenis u ontgaat omdat uw ouders u overleven. En erft u wel dan moet u die erfenis later toch weer aan uw kinderen of aan anderen overlaten. Nooit zult u eeuwig erfgenaam zijn van uw ouders op aarde. Leven zij als kinderen Gods, hebben zij genade ontvangen, dan is dat een groot voorrecht. Maar het kindschap Gods en de genade is geen erfgoed.
Erfgenaam zijn. U kunt dat zelfs van een vreemde worden. Als u maar in zijn testament staat. Dan bent u ineens rijk. Ik denk dat u zich dat dan nauwelijks voor kan stellen. Toen David beloofd werd dat hij schoonzoon, dus erfgenaam, zou worden van koning Saul, zei hij: Is het gering in uw ogen des konings schoonzoon te worden, daar ik een arm en verachtzaam man ben?
Wat moet het dan zijn een erfgenaam van God te wezen? Want daar overtuigt de Heilige Geest ook van. Erfgenaam van God, de eeuwige God van hemel en aarde. Erfgenaam van de Allerhoogste Koning. Zou u daar niet de grootste moeite mee hebben? Is het gering in uw ogen te erven van de Heilige God? Want elk kind van God verwondert zich daarover en weet: Dat heb ik niet verdiend.
Erfgenaam van God. Kunt u dat begrijpen? Neen, dat is alleen door het geloof te aanvaarden. O ja, er zijn mensen die dit de gewoonste zaak van de wereld vinden. Zij hebben het testament op zak zonder te weten wat er in staat. Zij praten zo gemakkelijk over de erfenis van de hemelse Vader alsof het hun aardse vader is. Alsof zij zelf erfalter zijn. Zij denken recht te hebben op die erfenis. Maar als God ons naar recht doet erven dan erven we de misdaden onzer jeugd. Gelooft u dat ook niet? Gelooft u niet dat Paulus gelijk had toen hij schreef: Die de Geest van Christus niet heeft, komt hem niet toe. Heeft u de Geest ontvangen? Zie, dan zult u delen in Zijn gaven. Erven is toch delen in datgene wat de erflater heeft. Erven van God is delen in Zijn liefde. Wij hebben U lief, omdat Gij ons eerst hebt lief gehad. Erven van God is delen in Zijii trouw. Zult u Hem dan niet hartelijk liefhebben? Zult u Hem dan niet hartelijk dienen als uw eeuwige Erflater?
Soms kom je mensen tegen die alleen maar kwaad spreken over hun ouders. Zij hebben gebroken met hun vader en moeder. Zo kun je ook mensen ontmoeten die geen goed woord over hebben voor de Heere en Zijn dienst. Zij hebben met God gebroken. Maar aangenomen kinderen tonen hun dankbaarheid en liefde omdat zij bij hun vader een thuis hebben gekregen. Zij kunnen bij hem terecht met hun zorgen en moeiten. Gods kinderen willen de Heere dienen, hun hemelse Vader eren, Hem welbehagelijk zijn. Er is een hartelijk verlangen om straks eeuwag bij Hem te zijn. Nu, zij zijn eeuwig erfgenaam. Hier op aarde vreemdeling, maar thuis bij God. En zij mogen erven een eigen woning in het huis des Vaders. Zij zuchten met hartelijk verlangen straks volkomen hun kind-zijn uit te mogen leven zonder ooit meer van Hem gescheiden te worden. Ik zal dan gedurig bij Hem zijn.
Is dat niet te hoog gegrepen? Ach, neen toch. Zij ontvangen het uit genade. U maakt uzelf toch niet tot erfgenaam. Dat deed de Heere, de Erflater Zelf door Zijn Geest. Daar bent u toch wel van overtuigd? U zegt het de verloren zoon na. Ik ben niet waardig een kind, een erfgenaam, van u genaamd te worden. En nu is het puur genade dat de Heere zegt: Gij zijt Mijn kind, Mijn erfgenaam.
Erfgenaam van God en medeërfgenaam van Christus. Zie, dat is het geheim, het heilsgeheim. Medeërfgenaam van Christus. Delen in de verdiensten van Christus. Erven wat Hij verworven heeft. Ja, dat is het. Erven wat Hij als rechthebbende heeft verdiend. Dat is de grootste erfenis die u bekomen kunt. Wat dan? Vergeving van zonde, eeuwige gerechtigheid en zaligheid. Al het Zijne is het uwe. Want Hij is uw oudste Broeder. Want dat mogen Gods kinderen weten:
Jezus is mijn oudste Broeder
Ja, mijn Maker is mijn man
Jezus is mijn Borg en Hoeder
Die mijn ziel vervullen kan
met Zijn volheid van genade
met Zijn rijkdom en Zijn eer
en verworven heilsweldaden.
Medeërfgenaam van Christus. Zeker, de duivel zal het u betwisten. Het kindschap Gods gunt hij u niet en zegt: Gij hebt geen heil, geen erfenis, bij God. Tot het medeërfgenaam van Christus zijn behoort ook het lijden, ook de strijd. Maar de overwinning is zeker in Hem. Lees Gods testament er maar op na.
Kom, zeg het maar eens op hoop tegen hoop: De Heere is mijn deel in eeuwigheid. Hij is de Mijne en ik ben de Zijne. Christus is mijn deel in eeuwigheid. Meer nog. Hij is mijn oudste broeder. Dat betekent: Erven met Hem de eeuwige heerlijkheid. En de Geest zal niet rusten voor al Zijn broeders en zusters tezamen met Hem erven de woningen des Allerhoogste, het huis des Vaders met de vele woningen.
Leef daar dan ook eens naar. Zie, de wereld leeft meestal boven haar stand. Zij doet alsof alles van haar is. Zij legt overal beslag op zonder te weten dat zij niets te verwachten heeft dan alleen het eeuwig verderf. Gods kinderen daarentegen leven vaak beneden hun stand, als armoedzaaiers en bedelaars. Heeft de Heere dat aan u verdiend dan? Of mist u dat kindschap nog? Dan mag u inderdaad als bedelaar tot de Heere gaan, berooid van alles omdat wij het verzondigd hebben duizend maal duidend maal als de verloren zoon. Laat het u dan bemoedigen dat de Heere geen mensen aanneemt die het zo goed gedaan hebben, maar verloren zondaars.
C. v. d. Bergh, Barneveld
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 juli 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 juli 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's