Hoe is de Bijbel een lamp voor onze voet?
In dit tweede artikel dat aan het nieuwe boek van prof. dr. W. H. Velema, Wet en Evangelie, is gewijd, willen we de aandacht vestigen op de hoofdstukken 3 en 4 (om de geldigheid van de wet; Aspecten van het heilshistorisch model; blz. 55-121). Het is niet de bedoeling een samenvatting te geven van het vele dat in deze uitvoerige hoofdstukken aan de orde komt. Het is veeleer te doen om een aanduiding van de problematiek die Velema hier onder ogen ziet én van de weg die hij wijst.
Het probleem
De vraag is: hoe kan de Bijbel een lamp voor onze voet en licht over ons pad zijn in onze eigen twintigste eeuwse situatie. De bijbelschrijvers leefden al zovele eeuwen geleden en in zo totaal andere omstandigheden. Ze hadden geen flauwe notie van de vraagstukken waar wij tegenwoordig voor staan: atoomwapens, milieuvervuiling, orgaantransplantatie, bevruchting in de reageerbuis, gebruik van radio en televisie, enzovoorts.
Hoe kan de Bijbel enig licht verspreiden over vraagstukken en, verschijnselen die volstrekt buiten de horizon van mensen als Mozes, Jesaja of Paulus lagen?
Zijn er ook geen tegenstrijdigheden in de Bijbel zelf? In de tijd van het Oude Testament golden toch andere regels en voorschriften dan in de tijd van de Nieuwe Testament? Hoe is er op verantwoorde wijze onderscheid te maken tussen datgene wat blijvende geldingskracht heeft en dat wat in de loop van de geschiedenis achterhaald is?
Maken mensen die zich voor de leer van goed en kwaad en voor hun praktisch handelen op de Bijbel beroepen zich niet onherroepelijk schuldig aan willekeurig omgaan met de Schrift: de één legt de nadruk op deze tekst, de ander weer op dié. Is er niet dikwijls sprake van vooringenomenheid: heimelijk hebben we ons standpunt al bepaald en vervolgens gaan we het dekken en opsieren met bijbelteksten die in onze kraam te pas schijnen te komen…
Vanwege deze en dergelijke bezwaren menen heel wat theologen en ethici dat een beroep op de Schrift eigenlijk niet meer goed mogelijk is in een zinvolle discussie, wanneer met dat beroep tenminste bedoeld wordt een bepaalde keuze of handeling te beargumenteren.
Als prof. dr. H. M. Kuitert schrijft over euthanasie of suïcide ('zelfdoding'), dan bepaalt hij eerst op grond van redelijke argumenten zijn standpunt, om dan vervolgens te willen aantonen dat de Bijbel met dit standpunt niet in tegenspraak is. Maar bij de standpuntbepaling zélf speelt de Bijbel dus geen enkele rol meer. Bij Kuitert en vele anderen met hem is niet het Woord, maar de rede (het verstandelijk inzicht) de lamp voor hun voet en het licht over hun pad.
Niet iedereen gaat zover als Kuitert. Maar velen gaan toch een heel eind in zijn richting door aan de Bijbel slechts enkele algemene motieven te ontlenen: liefde, gerechtigheid, trouw. Zo vindt er dus een geweldige reductie plaats. Als het bijvoorbeeld over sexuele relaties gaat, dan zou niet meer van belang zijn wat daarover in de verschillende bijbelsteksten gezegd wordt. Daar ziet men dan nog slechts modellen in of illustraties van vroegere en achterhaalde vormen van gehoorzaamheid. Maar voor vandaag de dag zouden alleen kemmotieven als liefde, trouw, wederkerigheid nog normatieve kracht hebben. Elke relatie die dááraan beantwoordt, zou dan ook bijbels verantwoord mogen heten.
Velema kiest een geheel andere weg. Hij wil héél de Schrift tot gelding laten komen in de christelijke ethiek. Dat betekent niet dat de ogen worden gesloten voor de genoemde problemen. Er wordt echter intens geluisterd naar wat de Bijbel zelf als een verantwoorde weg temidden van deze problematiek aangeeft. De Bijbel zélf geeft aan hoe hij een lamp voor onze voet is. Deftig gezegd: de Bijbel geeft zelf uitsluitsel over de aard van zijn normativiteit.
Heilshistorisch model
Verschillende manieren van omgang met de Schrift inzake ethische vragen moeten worden afgewezen, aangezien ze fundamenteel tekort doen aan het gezag van de Schrift. Daartegenover wordt het heilshistorische model opgebouwd met behulp van door de Bijbel zelf aangedragen elementen:
– De grondleggende en samenvattende betekenis van de Decaloog (de Tien Geboden), temidden van alle andere wetten in het O.T. Niet dat de Decaloog een geïsoleerde plaats zou innemen: de verwevenheid met andere voorschriften in de boeken van Mozes is zeer groot (vergelijk bijvoorbeeld Leviticus 19). De Tien Geboden zijn ook allesbehalve tijdloos geformuleerd (denk aan de os en de ezel uit het tiende gebod). Maar de hoofdsom van Gods wil is geconcentreerd aanwezig in de Decaloog.
– In het N.T. is de blijvende geldigheid van de Decaloog voorondersteld. Herhaaldelijk wordt terug gegrepen op afzonderlijke geboden. De Decaloog wordt niet opnieuw in z'n geheel als aparte instantie geciteerd in het N.T., aangezien hij geldig is gebleven als grondwet van het ene, vernieuwde genadeverbond.
– De Heere Jezus heeft zich nooit tegen de wet Gods zelf gekeerd, wél tegen verkeerde interpretaties (wetticisme, legalisme). Er is géén woord van Jezus bekend dat tegen de Decaloog ingaat. Hij heeft de wet tenvolle erkend en de eigenlijke strekking ervan geopenbaard. Wat in knop aanwezig was, komt door Jezus' gezaghebbende uitleg en toepassing tot volle bloei. Het nieuwe in 'de wet van Christus' is de concentratie op de liefde. De Decaloog is de grondwet van het door Jezus verkondigde Koninkrijk der hemelen, een grondwet die gedoopt is in Zijn bloed en gestalte krijgt in Zijn liefde. Vanuit deze grondwet moet het nu komen tot concrete geloofsgehoorzaamheid in wisselende situaties. Door de eeuwen heen heeft God zelf Zijn wil geopenbaard. De Bijbel legt daarvan op veelkleurige wijze getuigenis af: naast de constante lijnen van de Tien Geboden zijn er ook de variabele, wisselende gestalten van gehoorzaamheid. Het blijvende gehalte van Gods gebod vertoont zich dan in een tijdbetrokken gestalte. Te denken is bijvoorbeeld aan de voorschriften uit Leviticus en Deuteronomium ten aanzien van armenzorg en sociale gerechtigheid.
Deze wetten vormen een concretisering, een nadere uitwerking van de Decaloog met het oog op de toenmalige maatschappij. Vandaag de dag zal naar een nieuwe uitwerking van hetzelfde principe gezocht moeten worden in de eigentijdse omstandigheden. Allerlei ceremoniële voorschriften hebben voor ons een andere betekenis dan voor de gelovigen gedurende het oude verbond. Dit vloeit voort uit de voortgang van de heilshistorie en de voortgang van Gods openbaring, zoals de Schrift daar zelf getuigenis van aflegt. Bij elk bijbelwoord staat voorop: Wie spreekt hier? Daarmee is het specifieke gezag van elk afzonderlijk gebod gegeven.: het gaat niet om verouderde inzichten van vorige generaties gelovigen, maar om de openbaring van de levende God. Maar dan moet vervolgens ook gevraagd worden: wanneer en tot wie is dit woord gesproken?
Eerst dient men in de uitleg (explicatie) zoveel mogelijk de zeggingskracht van de woorden in de oorspronkelijke situatie te benaderen, vervolgens in de toepassing (applicatie) uit te werken wat deze woorden hier en nu aangeven als Gods wil en weg.
Betekenis van de situatie
Velema voert een pleidooi voor een tweerichtingsverkeer: van de in de Bijbel gegeven normen, naar de situatie en van de situatie (waarvan men zo grondig mogelijk dient kennis te nemen) terug naar de normen. Daarbij wü de Heilige Geest door het gebed, het onderzoek van de Schriften en het onderling beraad van de gelovigen licht schenken over eigentijdse vraagstukken, die als zodanig niet in de Schrift aan de orde komen. Als voorbeeld geeft de schrijver een uitwerking van een bijbels verantwoorde benadering van het vraagstuk van orgaantransplantatie.
In zeer vereenvoudigde vorm hoop ik de strekking van de genoemde, twee hoofdstukken te hebben weergegeven. Mij viel op dat Velema tegenover Kuitert van hen die een benadering als hier geschetst willen toepassen opmerkt: 'Zonder tot de discussie toegelaten te zijn, worden zij beschuldigd van vooringenomenheid en willekeurige selectie' (blz. 64). Het is inderdaad zo dat ethici als Douma en Velema door moderne theologen niet eens tot de discussie toegelaten worden. Ik vraag me zelfs af of er van hun publicaties kennis wordt genomen! Hoe volslagen onterecht dit is heeft Velema met dit boek opnieuw bewezen.
J. Hoek, Veenendaal
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 juli 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 juli 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's