Globaal bekeken
In De Kerkvoogdij, het orgaan van de Vereniging van Kerkvoogdijen in de Hervormde Kerk, schreef G. Alb. van Dongen het volgende over de kerkvoogd en de organist, onder de titel 'kerkvoogden niet bevoegd tot oordeel over lengte en stijl van het orgelspel'. Maar de Kerkeraad heeft wel een eigen verantwoordelijkheid.
'Kan een college van kerkvoogden een organist "op staande voet" ontslaan? Dat is volgens de pers in Scheemda gebeurd. De kranten zullen daarmee bedoelen, wat de wet noemt het doen eindigen van de dienstbetrekking zonder het inachtnemen van de voor opzegging geldende bepalingen om een dringende, aan de wederpartij onverwijld meegedeelde reden. Misschien was er helemaal geen dienstbetrekking en bestond er een soort "vaste free lanceverhouding" en wordt met op staande voet bedoeld, dat tegen de organist is gezegd: "Voortaan behoef je hier niet meer te komen".
Hoe dan ook, kan en mag een college van kerkvoogden zo'n relatie zo pardoes verbreken. Dat hangt er maar van af.
Het burgerlijk wetboek geeft een aantal voorbeelden van dringende redenen, die waarschijnlijk ook wel zullen gelden voor een free lance-opdrachtgever. Als de organist bijvoorbeeld kerkvoogden probeert te verleiden tot een handeling die in strijd met de wet is (bijvoorbeeld "zwart betalen") dan mogen kerkvoogden de betrekking terstond beëindigen. Datzelfde geldt als organist Schwietert – we noemen maar een naam – blijkt helemaal geen diploma van het conservatorium te hebben, terwijl hij het nog zó had gezegd.
En ook als de organist er met de zendingsbus of een stel orgelpijpen vandoor gaat, is dat een dringende reden voor kerkvoogden om de relatie te verbreken. Als de organist zich ondanks waarschuwing overgeeft aan dronkenschap of ander liederlijk gedrag, dan is dat ook een dringende reden. (Er worden in het b.w. ook voorbeelden gegeven van dringende redenen waarom een "arbeider" onverwijld de betrekking kan beëindigen; eigenaardig genoeg is daar dronkenschap en liederlijk gedrag van de werkgever niet bij.)
Maar hebben kerkvoogden ook te maken met de manier waarop de organist zijn werk doet? Daar ging het blijkbaar in Scheemda over.
Uit de berichten blijkt wel dat het niet gaat over iemand die maar wat op het pedaal klûnt of op de handklavieren zijn linkerhand niet laat weten wat zijn rechter doet. Voor en na de dienst speelde hij muziek van Bach, Buxtehude en Reger, hetgeen wijst op zorg voor muzikaal niveau en je moet wel wat in je mars hebben om dat telkens maar weer aan te durven als amateur. Nee, het ging over de stijl waarin de gemeentezang werd begeleid en ingeleid. Daarover was een brief met klachten, ondertekend door twintig gemeenteleden. Als het allemaal lidmaten waren, dan vormden zij een vijfde van het totaal aantal lidmaten, en dat is natuurlijk wel wat.
Lang en oneerbiedig
Zij vonden, dat voor- en naspel te lang duurden en bovendien kwam de manier van spelen bij hen oneerbiedig over (De organist vertelde aan Trouw dat hij zich houdt aan de vierstemmige uitgave van het Liedboek – wat de begeleiding betreft – en dat hij voor de voorspelen de eerste regel van het lied een beetje omspeelt.)
Over de lengte van hef orgelspel meldde de president-kerkvoogd aan de Winschoter Courant "Vooral zijn orgelspel tussen de psalmen en gezangen (bedoeld moeten zijn de voorspelen bij die liederen) komt ergerlijk over. Dan speelt hij soms zo lang dat je wel een krant kunt meenemen".
Op een dinsdagavond werd de organist op het matje geroepen. Hij wilde daar nog praten over hoe het dan wèl moest, maar de beslissing was al gevallen; hij hoefde niet meer te komen spelen.
Eén p
unt
Nu hadden de kerkvoogden op één punt gelijk. Over de stijl van spelen in de eredienst moet een kerkvoogdij niet discussiëren. Zij is op dit punt niet bevoegd. Dat is de taak van de kerkeraad. Niet het college van kerkvoogden, maar de kerkeraad geeft de organist aanwijzingen (ord. 6-6-1).
Hij moet die aanwijzingen in acht nemen, maar zich ook richten naar redelijke wensen van de voorganger. Dat is al een moeilijke opgave, want wat is redelijk? En wat moet je doen als wensen van een voorganger haaks staan op de kerkeraads-aanwijzlngen? Maar hoe dit zij, het is niet een probeem waarin kerkvoogden een taak hebben (…).'
Het informatiebulletin Evangelie en moslims van juni 1987 bevat het volgende stuk van Herman Takken, getiteld 'Aanvraag van een Injil'.
'Vóór de paasdagen werd ik opgebeld door een Nederlands meisje, dat contact had gekregen met een moslimjongen uit het Midden Oosten. Hij was slechts tijdelijk in Nederland. Het meisje vertelde mij, dat hij interesse had in de christelijke godsdienst en graag een Injil wilde ontvangen. Ik vroeg mij direct af of hij niet meer interesse voor haar had dan voor de Bijbel. Op mijn voorzichtige vraag of dat niet het geval kon zijn, gaf zij een duidelijk ontkennend antwoord. Zij wilde graag dat ik of een Arabische christen contact met hem opnam, want de communicatie was zo gebrekkig. Hij sprak geen Nederlands, zij geen Arabisch. In hun beider gebrekkig Engels hadden zij gesproken over hun moslim en christen zijn. Wonderlijk toch, dat een gesprek over het geloof vaak zo spontaan en natuurlijk plaatsvindt. Het is dikwijls makkelijker met een moslim hierover te spreken dan met een willekeurige christen/westerling.
Op de brief met het Nieuwe Testament kwam al gauw een reactie. De jongen bedankte voor de toezending daarvan in zijn eigen taal. Ook wenste hij mij en mijn gezin gezegende paasdagen toe. Deze wens deed hij vergezeld gaan van "een geestelijk presentje": een gedeelte uit het Matteusevangelie, dat hij waarschijnlijk zojuist gelezen had. Hij citeerde de verzen 36-40 van Mat. 22 (één van de wetgeleerden vroeg Jezus): "Meester, wat is het grote gebod in de wet? Hij zeide tot hem: Gij zult de Here, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw verstand. Dit is het grote en eerste gebod. Het tweede, daaraan gelijk, is: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf. Aan deze twee geboden hangt de ganse wet en de profeten."
Dit gedeelte had hem aangesproken. Dit was voor hem relevant, namelijk wat Jezus zag als het grote gebod. Vivienne Stacey schreef in het Christenstudentenblad "In Touch" van de IFES, dat wij soms antwoorden geven op vragen die een moslim niet stelt. Dat zijn dan antwoorden over de hoofden van de mensen heen. Nee, wij moeten ons trachten in te leven in de gedachten- en leefwereld van de anderen. Daarom is het zo belangrijk goed te luisteren. Is het niet treffend dat er vanuit de Bijbel voor deze moslimongen een antwoord gegeven werd op een vraag die bij hem leefde?!'
Een samenwerkingsverband van de Stichting Geestelijke Weerbaarheid (G.W.); Stichting Gezag en Vrijheid (G. & V.); Stichting Appèl Bestrijding Criminaliteit (A.B.C.); Vereniging Kritische Nederlandse Ondernemers (K.N.O.); Postadres: Postbus 125, 7000 AC Doetinchem, gaf een rapport uit, getiteld 'Samenleving en criminaliteitsbestrijding' , als reactie op een rapport 'Samenleving en criminaliteit', dat op 22 mei 1986 door het kabinet aan de voorzitter van de Tweede Kamer werd aangeboden. Uit het eerstgenoemde rapport nemen we de volgende sprekende gegevens over.
• Bij de politie bekendgeworden gevallen van misdrijf (Wetboek van Strafrecht + Opiumwet + (Voor)wapenwetten) per 100.000 inwoners:
[tabel]
• Inbraken in woningen in Engeland, Frankrijk en West-Duitsland:
[tabel]
• Diefstal met geweldpleging (beroving):
[tabel]
• Het aantal gevallen van vandalisme (vernieling, zaakbeschadiging en brandstichting) in absolute getallen en in aantallen per 100.000 inwoners:
[tabel]
In De Waarheidsvriend van twee weken geleden namen we in deze rubriek op een schema over kerkelijke stromingen vanaf het begin van het christendom tot vandaag, overgenomen uit de Reformatie (Geref. Kerken vrijg.). Verschillende lezers stelden de vraag waarom ik bij dit schema niet een zinnetje als commentaar had gezet, omdat er een rechte verticale lijn werd getrokken van de apostolische tijd naar de Gereformeerde Kerken (vrijg.), terwijl alle andere kerken zich kennelijk in de zijstromen bevinden. Welnu, ik gaf bewust géén commentaar bij dit voor zich sprekende schema. Blijkens de reacties zijn de lezers zelf opmerkzaam genoeg. Zo werd het ook geïnterpreteerd in het Nederlands Dagblad, waarin ook onderstreept werd, dat het schema door mij niet van een passende kanttekening was voorzien. Wel rijst de vraag waarom het Nederlands Dagblad zelf die commentaren, die spreken van (kennelijk) de voortzetting van de eerste christengemeente, die de Gereformeerde Kerken vrijg. met zo'n schema pretenderen te zijn, als 'afgezaagd' afdoet. Zo'n schema suggereert toch wel iets in die richting?
v. d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 juli 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 juli 1987
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's