De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Een geoefend leven! (4)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een geoefend leven! (4)

11 minuten leestijd

God is een God van orde! Daarom dient er ook in ons persoonlijk- en gezinsleven orde te zijn. En dit zéker waar het om het geestelijk leven gaat. Ik attendeerde in een vorig artikel er reeds op, hoe wanordelijk het juist inzake het geestelijk leven in het persoonlijk- en gezinsleven kan toegaan. De dag met elkaar beginnen is er vrijwel niet meer bij, omdat men op verschillende tijden het huis uitgaat en dus ook op verschillende tijden het bed uitkomt. Van een gezamenlijke dagopening komt zo niet veel terecht. Terwijl het toch van zo'n eminent belang is om de dag met God, Zijn Woord en met gebed te beginnen. Immers door het ggebruik van de middelen wil de Heere het geestelijk leven werken en versterken. Het is derhalve bepaald niet verkeerd, wanneer er enige structuur en discipline in het leven wordt aangebracht. En wat het gezin betreft moet het toch mogelijk zijn de dag samen te openen én te besluiten. Het is toch niet zo erg, wanneer men allen 's ochtends wat eerder opstaat? Dat mag de Heere en Zijn Woord ons toch wel waard zijn? Ik denk dat er ook trouwens wel een gelegenheid kan worden gevonden om de dag samen te besluiten. Er kan meer dan wij denken.

De Schrift
In vorige artikelen heb ik reeds min of meer de nadruk gelegd op het lezen en onderzoeken van de Schrift. Waarom? Omdat de Bijbel is het Woord van God en het middel waardoor de Heere het geloof in het werk werkt. Aan het Woord hebben wij ons nauwkeurig te houden. Het Woord dient in ons huis en in ons hart een eerste en ereplaats te hebben. Heeft het dat wel altijd? Soms schrik je als predikant, wanneer je in de woonkamer van een gemeentelid allerlei pulpbladen ziet rondslingeren. In de meest orthodoxe gezinnen treft men bladen als de 'Panorama' of de 'Story' aan. En de boekenkast laat ook niet altijd veel fraais zien. In plaats van zich te oefenen in de godzaligheid, besmeurt men hart en leven met allerlei smerige en goddeloze lectuur. Het Woord heeft nog wel een plaatsje, maar het is inderdaad een plaatsje. Het heeft geen effect, omdat hart en leven door geheel andere dingen in beslag worden genomen. Iemand heeft eens gezegd: de mens is wat hij leest. Wanneer dit juist is, dan is de oproep niet verkeerd om alle lectuur die in strijd is met het goede Woord van God uit huis, hart en leven te bannen. Het parool van de reformatie was: terug naar het Woord. Ik weet, dat dit in een andere situatie werd gezegd dan die waarin wij verkeren. Maar met een variant; hierop, kan gesteld worden, dat ook wij terug moeten naar het Woord alleen. Wij moeten ons niet laten vergiftigen door wat de wereld en duivel ons wil voorhouden als het allerhoogst en eeuwig goed. Wanneer wij ons begeren te oefenen in de godzaligheid dan houdt dat ook in dat wij ons afzijdig houden van de wereldse begeerlijkheden. Want de wereld en haar begeerlijkheden gaan voorbij. Een oud versje van het Leger des Heils zegt: 'verkoop niet uw ziel voor wat ijdel genot; want voorbij gaat de wereld, voorbij haar verlangens; en de eeuwigheid scheidt u voor altijd van God'.
Het Woord eist dus dat wij ons afzijdig houden. Hiermee is niet gezegd, dat wij met oogkleppen moeten oplopen. Hoe graag wij dat wellicht soms zouden doen, maar dat lukt ons niet. Dat hoeft trouwens ook niet. Wij staan in de wereld, maar als het goed is zijn wij niet van de wereld. Een christen zal zich van de wereld hierin onderscheiden, dat hij de Heere waardig wandelt. Dat wil zeggen, dat hij zich niet laat gezeggen door wat de wereld is en doet en zegt, maar wat de Heere in Zijn Woord hem voorhoudt. Een christen hoeft zich dus niet terug te trekken in het isolement ook al houdt hij zich van de wereldse begeerlijkheden afzijdig. Niet in het isolement ligt onze kracht, maar in het Woord Gods. Uit de Schrift worden ons de wapens aangereikt om in de boze dag te strijden en-hoe paradoxaal dit mag klinken – te groeien in het geloof
Nogmaals: niet in het isolement ligt onze kracht. Wanneer wij ons opsluiten in een getto, gaat er van ons geen wervende kracht meer uit naar buiten. En wie mocht denken, dat getto-vorming het beste in onze tijd is, kon wel eens van een 'koude kermis' thuiskomen, want de zonde, het kwaad houdt niet op voor de getto, maar dringt ook daarin door. Trouwens, wij moeten er maar eens op letten, dat het geestelijk leven daar het meest geoefend wordt en groeit waar men op moeilijke plaatsen in de wereld staat en waar men rekenschap moet geven, verantwoording moet doen van de hoop die men heeft. Men wordt op die plaatsen helemaal op het Woord teruggeworpen, maar juist dan ook door het Woord gevoed en gesterkt.

De voorbereiding op Gods dag
Alle dagen zijn belangrijk, maar de dag van God, de rustdag, is voor de christen toch de voornaamste. Op die dag mag hij het Woord Gods horen en zich in het bijzonder verlustigen in de dienst des Heeren. Wil er een zegen van die dag uitgaan, dan moet er toch ook een waardige voorbereiding zijn. Wanneer men zich op de zaterdagavond laat volgieten – letterlijk en figuurlijk – met allerlei wereldse geneugten, moet men niet denken dat de zegen van Gods dag zo groot zal zijn. Men kan dan de volgende morgen wel luid zingen: 'hoe lieflijk, hoe vol heilgenot; o Heer' der legerscharen God, zijn mij Uw huis en tempelzangen', maar ik vrees dat dit in flagrante tegenstelling is met wat men de avond daarvoor heeft 'genoten'. Van Theodorus á Brakel is ons bekend, dat voor hem en zijn huisgenoten de rustdag reeds begon op zaterdagavond. Door zijn personeel mocht er die avond niet meer gewerkt worden. Allen dienden zich door middel van gebed en het onderzoek van het Woord voor te bereiden op 's Heeren dag. Streng heeft á Brakel voor zichzelf en anderen in zijn huis hieraan de hand gehouden. De genoemde á Brakel stond er ook op, dat allen zich zaterdagsavonds om 10.00 uur ter ruste begaven. Een ieder moest zondags uitgeslapen én uitgerust zijn om zich met een helder hoofd onder het Woord te begeven. In dit verband hoorde ik onlangs ook een verhaal in een consistorie vertellen wat ik graag ter lering en ter navolging wil doorgeven. Het is een werkelijk waar gebeuren vanuit het recente verleden, zodat niemand behoeft te denken dat het een verhaal is van een aantal eeuwen geleden. Een neef nu logeerde heel vaak bij zijn ongetrouwde oom. Deze oom was en is een oprecht christen in woord en wandel. Van zijn neef eiste hij echter wel, dat deze op zaterdagavond bij tijds d.w.z. om half tien thuis was, wanneer hij het weekeinde bij hem logeerde. Want de oom wilde met zijn neef en de andere huisgenoten niet alleen de dag gezamenlijk besluiten, maar ook de rustdag samen beginnen. De sabbath begon voor die oprechte christen dus ook op zaterdagavond. In alle gemoede vraag ik mij af òf het inderdaad het geestelijk leven en de groei daarvan niet ten goede zou komen, wanneer de rustdag reeds op zaterdagavond zou beginnen. Nu is het vaak zo dat de kinderen die avond uitzwermen en in het holst van de nacht thuiskomen. Met moeite zijn ze zondagsochtends wakker te krijgen en zitten dan half slaperig nog in de kerk, met hun gedachten bij wat zij de vorige avond hebben meegemaakt. Echter… dat geldt niet alleen voor jongeren, maar ook voor ouderen. Zonder een wet te willen voorschrijven, kunnen wij ons toch wel afvragen òf wij ook als ouderen er niet de oorzaak van zijn dat onze jongeren uitzwerven op de vooravond van Gods dag. Bieden wij als ouderen ze een thuis, een goed, gezond en gezellig huiselijk leven. Of zijn wij zelf altijd op pad? Onze tijd verdoende met allerlei gebabbel en prietpraat. Ik beschuldig niemand, maar het kon wel eens zijn dat de vinger gelegd wordt bij een wondeplek. Veel zegen van de rustdag is er te verwachten, wanneer deze op een waardige wijze wordt voorbereid. En nogmaals: hiervoor zijn er geen wetten voor te schrijven. Het ene gezin is het andere niet. Wanneer men nog kleine kinderen heeft, zal dit anders moeten zijn dan wanneer de kinderen ouder zijn. Niettemin pleit ik voor een optimale voorbereiding in het persoonlijk- en gezinsleven. Hieraan moet ook de kerk i.c. de gemeente meewerken. In onze tijd zien wij dat allerlei aktiviteiten op zaterdagavond worden georganiseerd. Het zal wel zijn om zoveel mogelijk mensen bij elkaar te trommelen, omdat dit op andere dagen van de week niet meer gelukt. Ofschoon tegen allerlei aktiviteiten op zaterdagavond niet eens zoveel bezwaren zijn in te brengen, wil ik toch op twee dingen wijzen. Als die worden georganiseerd, laten zij dan op tijd zijn afgelopen, zodat er van een voorbereiding op Gods dag en een behoorlijke nachtrust nog iets terechtkomt. En het tweede waarop ik wil wijzen is, dat wij ervoor moeten oppassen, dat al die aktiviteiten op zaterdagavond geen vervanging gaan worden voor de kerkdiensten op zondag. Een mens, jong of oud, is een listig wezen. Dat moeten wij maar niet vergeten.
Gods dag is een hoge en heilige dag! En zoals wij ons voorbereiden op bijzondere dagen in het leven van iedere dag, zo hebben wij ons nog veel meer voor te bereiden op 's Heeren dag. Wanneer het gewicht der eeuwigheid op onze ziel gebonden is, zullen wij dit ook zeker niet nalaten. Dan zal op de zaterdagavond het Woord, het gebed en het lied een voorname plaats hebben. Ja, ook het lied. Luther heeft ooit eens gezegd: 'Wanneer wij de liederen Gods zingen, verdrijven wij de duivel'. Zingen wij nog wel? Persoonlijk en als gezin? Of heeft de grammofoonplatenindustrie ons zo monddood gemaakt dat wij letterlijk geen mond meer opendoen. Vroeger werd er onder ons veel rondom het orgel gezongen. Menigeen werd vertroost of bemoedigd door een psalm of een geestelijk lied. Zwak geloof werd daardoor versterkt. Zou daarom het zelf zingen ook geen oefening in het geloof zijn? Ik weet, dat de tijd niet meer is terug te draaien. In vele huizen is trouwens geen orgel. Maar met óf zonder orgel óf ander instrument kan toch wel de lof Gods worden aangeheven. Wij hebben immers een stem om de Heere groot te maken, ook in het lied. Liederen zijn bovendien doorgaans allen gebeden. Nu, wat is er schoner dan zulk een lied aan te heffen. Wij zingen veel te weinig! En als iemand mij zou zeggen, dat het hart bij het lied moet zijn wil het ook echt zijn, dan geef ik als antwoord: u hebt volkomen gelijk. Maar moeten wij dan maar onze mond houden, wanneer het hart er niet bij is? Ik denk het niet. Toen deze zelfde vraag eens aan ds. Pauwe werd gesteld door een gemeentelid dat zijn hart maar niet bij het zingen kon krijgen, gaf ds. Pauwe als antwoord: 'als je niet kunt zingen met je hart, dan doe je het maar met je verstand en dan bid je maar: Heere, trek mijn hart erbij! Doch zingen zul je.'

Weest waakzaam
Na in het vorige allerlei omtrekkende bewegingen te hebben gemaakt, komen wij nu tot de zaak van 'het verachteren in de genade'. Dat dit in het leven van een kind des Heren gebeurt, is hem of haar – en zeker wanneer zij dit opmerken – een oorzaak van grote droefheid. Onder 'het verachteren in de genade' moeten wij verstaan, dat het zaad des geloofs weliswaar in het hart blijft, maar dat het nochtans kan verslappen in z'n werkzaamheden. Daardoor wordt het winter in de ziel, ofschoon men heel andere tijden heeft meegemaakt. Aanvankelijk was het geloof hartelijk en levendig. Men maakte staat op Gods beloften. Grote en heerlijke dingen sprak men van God. Woord en wandel waren een levend getuigenis van Gods grote daden in het leven. Maar… alles verflauwde. Het onderzoek van het Woord werd minder, het gebed werd steeds trager, vruchten in de wandel werden weinig gezien. Wat toenam was niet een groei in het geestelijk leven, maar wel een voortdurend heen-en-weer geslinger door twijfelmoedigheid en ongeloof. Wat waren of zijn hiervan de oorzaken? Daarover een volgend keer.

G. S. A. de Knegt, P.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juli 1987

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Een geoefend leven! (4)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juli 1987

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's